De geschiedenis van Gelderland beschrijft de ontwikkeling van het gebied dat men tegenwoordig kent als "Gelderland". Dit was oorspronkelijk een nederzettingsgebied voor rondtrekkende jagers en verzamelaars, later werd het een woonplaats van trechterbekercultuurvolk. Het was in de oudheid een noordelijk grensgebied tussen het Romeinse Rijk (Germania Inferior) en de naburige Germaanse stammen. Vanaf de middeleeuwen ontwikkelde het zich eerst van een graafschap tot een hertogdom, en uiteindelijk tot de tegenwoordige provincie Gelderland zoals die tot op heden bestaat.

Prehistorie miniatuur|Maximale uitbreidingen van het Scandinavische landijs tijdens drie verschillende glacialen. Rode lijn: Weichselien; Gele lijn: Saalien; Blauwe lijn: Elsterien

Vorming van een landschap De vorming van het gebied dat men tegenwoordig als Gelderland kent werd tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien, zo'n 150.000 jaar geleden in gang gezet. Landijs zorgde toen voor het ontstaan van enorme stuwwallen, waardoor de Veluwe en het kleinere Montferland zijn ontstaan. Bij Schaarsbergen ontstond een grote sandrvlakte door sediment uit het smeltwater. Zuidelijk van Harderwijk en bij Nunspeet ontstond tussen het ijs en de gevormde stuwwallen een glaciaal meer, waar zandige en kleiige glaciolacustriene afzettingen gevormd zijn. Geologie van Nederland - W. de Gans Toen het warmer werd brak een nieuwe tijd aan, het holoceen. In het subboreaal moet het gebied gaandeweg voor bewoning geschikt zijn geraakt. De eerste mensen zullen trekkende jager-verzamelaars rond 5500 voor Christus zijn geweest. Gelderland was waarschijnlijk een waterrijk, bebost gebied met veel vis, watervogels, bevers, reeën en ander wild.

Neolithicum De eerste bewoners kwamen vanuit Denemarken en het zuiden van Zweden. Vanaf ca. 7500 v.Chr. verspreidden zij de Maglemosecultuur over een groot deel van noordelijk Europa, waarna de Kongemosecultuur en de Ertebøllecultuur elkaar snel moeten hebben gevolgd. In Gelderland namen omstreeks 4000 en 3200 v.Chr. de Neolithische trechterbekercultuur hun plaats in. De eerste bewoners in Gelderland vestigden zich op hoger gelegen delen in de Achterhoek en de VeluweVerspreiding grafheuvels, Cultuurhistorisch Beheer: chbeheer.nl op de hoger gelegen zandgebieden waar talrijke grafheuvels nog altijd stille getuigen zijn van hun aanwezigheid.De bodem van Nederland: De samenstelling en het ontstaan der gronden. Door Winand Carel Hugo Staring Blz 27 Men noemt hen Trechterbekervolk naar het gevonden aardewerk dat zij maakten, de zogenaamde Trechterbekercultuur. De grafheuvels zijn uit diverse perioden, waarvan iedere periode weer werd gekenmerkt door eigen gebruiken.Op de Rand van de Rug. Grafheuvels op de Elsterberg bij Rhenen Door Evert van Ginkel & Yuri van Koeveringe. Blz 16. In deze gebieden zijn talrijke grafheuvels gevonden van rond 3000 voor Christus. In Nederland zijn meer dan 3000 grafheuvels geregistreerd waarvan de meeste in Gelderland liggen, vooral op de Veluwe. Alle grafheuvels liggen op hogere gronden ten opzichte van het grondwater.Geografisch tijdschrift, Volume 17. Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, J.B. Wolters. Pag 93 De meeste grafheuvels zijn sinds de jaren 1960 aangewezen als rijksmonument. Zij leveren heden ten dage nog steeds veel onderzoeksmateriaal, waaronder vuistbijlen en potscherven.

Germaanse stammen De Chatten, Cherusken en Bataven waren enkele van de Germaanse volken die rond het begin van onze jaartelling nabij de grens van het Romeinse Rijk leefden. Ten noorden van de Liemers (vanaf Duiven en Zevenaar vandaar in de richting van het westen) zal globaal de grenslijn zijn geweest. Ten noorden van die lijn zoals in Doetinchem werden sporen van Romeins aardewerk gevonden, wat er op kan duiden dat er minstens handelscontacten moeten zijn geweest.

De Germaanse volken waren vanwege hun strijdbaarheid en moed erg berucht bij de Romeinen. De Romeinen zagen er vanwege het aanhoudende Germaanse verzet van af, om zich permanent ten noorden van de Rijn te vestigen.

De Romeinse geschiedschrijver Tacitus noemt de Chatten al in zijn verslagen, bijvoorbeeld in De origine et situ Germanorum. De Bataven zouden oorspronkelijk deel hebben uitgemaakt van de Chatten, waarvan zij zich na een conflict afsplitsten.Tacitus, De origine et situ germanorum, 29. Veel stammen leefden in kleine nederzettingen, bestaande uit langhuisboerderijen. Hierin leefden meestal verschillende generaties grootfamilie en vee gezamenlijk onder een dak. Hun huizen waren van hout, al dan niet met leem bestreken vlechtwerk wanden met een strodak.Onvoorspelbaar verleden: geschiedenis van prehistorie tot heden - Wim Kratsborn. Blz 45

Romeinse periode

De Limes (grens) van het Romeinse rijk liep dwars door Nederland, van de Noordzee langs de Rijn en Donau naar de Zwarte Zee. Zuidelijk van de Rijn lagen Romeinse forten en wachttorens verbonden door een weg. De oudste Romeinse resten zijn die van een grote castra op de Hunnerberg uit 15 voor Christus. Deze is slechts enkele jaren in gebruik geweest.

Tussen 10 na Christus en 69 na Christus stichtten Romeinse soldaten een eerste nederzetting voor de Bataven, Oppidum Batavorum, op de plek waar nu een deel van het centrum van Nijmegen is.De Limes: mijngelderland.nl Oppidum Batavorum groeide uit tot een nederzetting van Gallo-Romeinse handwerkslieden, handelaren, ambtenaren en magistraten.

Dergelijke Bataafse nederzettingen bevonden zich eveneens ten noorden van de Waal bij Lent en Oosterhout, waar vele vondsten uit de Romeinse tijd zijn gedaan. Belangrijk is in dit verband de Nijmeegse godenpijler. Deze zuil wordt door de Maastrichtse stadsarcheoloog Titus Panhuysen op 17 na Christus gedateerd, wat overeenkomt met het beëindigen van de campagnes van Germanicus tegen de Cherusken. Uit deze zuil en de vondsten op het Kopse Plateau heeft men geconcludeerd dat er zich op deze plek inderdaad een belangrijke Romeinse commandocentrale heeft bevonden.

Bataafse Opstand Tijdens de Bataafse Opstand in 69 onder Julius Civilis werd de nederzetting samen met de praetorium op het Kopse Plateau vernietigd. Kort na deze opstand werd op de Hunnerberg Legio X Gemina pia fidelis gevestigd, waar veel van is teruggevonden. Langs de Waal, iets westelijker dan waar Oppidum Batavorum had gelegen, ontstond niet heel lang daarna een nieuwe nederzetting. Deze plaats moet tussen 98 en 102 van keizer Trajanus Romeinse stadsrechten hebben gekregen, onder de naam Ulpia Noviomagus Batavorum. Deze Romeinse stad geldt weer als de rechtstreekse voorloper van het huidige Nijmegen.

Late Oudheid Val van het West-Romeinse Rijk Na de Bataafse Opstand bleef het ca. 200 jaar relatief rustig. Zuidelijk van de Limes werden de goede landbouwgronden opgedeeld in percelen waarop soms een villa werd gebouwd. Er werden nieuwe plaatsen door de Romeinen gesticht, zoals het hiervoor genoemde Noviomagus. De Germaanse bevolking werkte op Romeinse landerijen, zij oefenden ambachten uit of dienden in het Romeinse leger. Zo was er de Romeinse dienstplicht ingevoerd waar het mannelijk deel van de bevolking aan werd onderworpenGrenzen van de macht - Benjamin Rous: tijdschriftoost.nl. Economisch gezien was deze cultuur voor het grootste deel op de behoeftes van Romeinse garnizoensplaatsen langs de Rijn gericht.

Vanuit het noorden vielen andere Germaanse stammen regelmatig Romeinse grensnederzettingen aan. Met de ondergang van het West-Romeinse Rijk in de 5e eeuw kwam er een einde aan 400 jaar strijd tussen Germaanse volken en de Romeinen. In dezelfde tijd vond de Grote Volksverhuizing plaats, toen de Germaanse stammen van de Vandalen, Sueven en Alamannen in 406 de Rijn over staken en oprukten naar het zuiden. De Vandalen trokken daar al plunderend door Gallië en staken in 409 zelfs de Pyreneeën over. In het noordoosten van het huidige Gelderland is nog altijd een Nedersaksische cultuur bewaard gebleven met oeroude kenmerkende tradities.

Werenfried en Liudger De Betuwe lag vanaf halverwege 7e eeuw binnen de invloed van de tot het christendom bekeerde Franken. In 726 schonk Karel Martel zijn landgoederen rond Elst aan bisschop Willibrord. Mogelijk vindt daar de eerste kerkstichting door Werenfried van Elst in Gelderland plaats. Met behulp van monniken stichtte hij een kloostergemeenschap om daar de heidense volken te kerstenen. Liudger kreeg opdracht van Karel de Grote de kerstening in het westelijk deel van het Saksisch gebied (de huidige Achterhoek) te kerstenen. Hij stichtte kerken in Wichmond en Zelhem. Nadat het Saksisch gebied definitief was onderworpen, werd Liudger in 805 tot bisschop van Münster gewijd. Een groot deel van de Achterhoek maakte in de middeleeuwen deel uit van dit bisdom.In opdracht van God en Karel de Grote gelderlander.nl

Middeleeuwen Karel de Grote thumb|Een munt van Karel de Grote met het opschrift KAROLVS IMP AVG ("Carolus Imperator Augustus")

Tijdens de 8e eeuw maakte het gebied van het huidige Gelderland deel uit van het rijk van Karel de Grote. De verovering van het land en de kerstening van de Saksen was tijdens zijn regering een van de belangrijkste speerpunten.

De verovering werd in drie fasen uitgevoerd, grotendeels vanuit Nijmegen. In de Karolingische tijd was deze plaats als bestuurscentrum in handen gevallen van Frankische koningen. Karel de Grote nam in 770 de gelegenheid te baat op het Valkhof een van zijn paltsen te bouwen. Deze Valkhofpalts werd de eerste paar eeuwen daarna een belangrijke bestuurlijke plek binnen het Frankische Rijk. Karel de Grote vierde er zelf viermaal het paasfeest, de belangrijkste gebeurtenis van het kerkelijk jaar. In 830 vond er bovendien het overleg tussen Lodewijk de Vrome en de tegen hem rebellerende zoons plaats. De Noormannen namen de palts rond 880 in en stichtten er brand, en in 1047 moet de palts uiteindelijk zijn vernietigd.

Het huidige Nijmegen stond inmiddels bekend onder de naam Numaga. Keizer Frederik Barbarossa van het Heilige Roomse Rijk verving de Valkhofpalts omstreeks 1150 door een grote burcht. Hiervan resteren tegenwoordig nog twee kapellen, het overige deel van dit complex werd in 1796 gesloopt (na het beleg van 1794 waarbij de stad in Franse handen kwam).

Scholtengoederen