thumb|Kaart van Dordrecht uit 1652 van Blaeu thumb|De Synode van Dordrecht van 1618-1619
Dit artikel over de geschiedenis van Dordrecht behandelt de historie van de Nederlandse stad Dordrecht, grotendeels chronologisch, hier en daar thematisch. Het behandelt de periode vanaf het jaar 1000 tot heden.
Dordrecht nam in enkele eeuwen toe qua belang en status, en was in de 13e en 14e eeuw de belangrijkste stad van Holland. In 1421 en 1424 verloor de stad door de tweede en derde Sint-Elisabethsvloed een groot deel van het achterland en de verbindingen, wat de positie als handelsstad blijvend aantastte, hoewel de nieuwgevormde waterlopen ook mogelijkheden boden. Het duurde meer dan vier eeuwen voor er weer een vaste verbinding met de rest van Nederland kwam, in de vorm van de Stadsbrug Zwijndrecht en de Moerdijkspoorbrug. Niettemin bleef de stad politiek nog lang belangrijk. Ook de Synode van Dordrecht, vanaf 1618, heeft grote invloed gehad.
In de twintigste eeuw was de stad verarmd en kwam hij bij de bevrijding van Nederland in de vuurlinie te liggen. Een stadssanering pakte de verkrotting aan en opende nieuwe wegen, ten koste van een deel van de historische stad.
Ontstaan en etymologie Dordrecht wordt omstreeks 1120 voor het eerst genoemd in de Annalen van Egmond als de slag bij Thuredrech wordt beschreven. De nederzetting ontstond rond het jaar 1000 aan de rivier deThuredrit(h) of Thuredrecht in het klei-op-veengebied tussen de Merwede en de Maas. De naam Thuredrecht betekent zoveel als een verbinding of trekvaart, in dit geval tussen de rivier de Dubbel en de Merwede.
De nederzetting die rond 1200 Durdreth of Durthric wordt genoemd was dus naar de rivier genoemd. Lang is gedacht dat de naam stond voor een "doorwaadbare plaats in de rivier Thure" en dat drecht, zoals bij Utrecht en Maastricht van het Latijnse trajectum was afgeleid. In 1996 is deze verklaring losgelaten; er heeft nooit een rivier de Thure bestaan.W. van Osta, ‘Drecht en drecht-namen’, Naamkunde 28, 1-2 (Leuven 1996) 51-77
Middeleeuwen thumb|Het oudst gevonden stadszegel van Dordrecht uit 1255 'Oudste stad van Holland' De Hollandse graaf Willem I bevestigde in 1220 stadsrechten van Dordrecht. Deze golden waarschijnlijk al rond 1195, want in februari 1200 wordt de nederzetting aangeduid als oppidum met scabini (schepenen). Waarschijnlijk was het dus al een plaats van enig aanzien met een zekere mate van autonomie op het gebied van bestuur en rechtspraak.
Met stadsrechten rond 1195 en een tweede serie rechten rond 1204-05 is Dordrecht de oudste stad van Holland. De claim van Geertruidenberg op die titel is gebaseerd op foute aannames. Geertruidenberg behoorde tot 1807 bij de provincie Holland, maar was niet meer dan een klein marktplaatsje bij de grens met Brabant dat in 1213 enkele marktrechten en wat vrijheden ontving.
Stapelrecht Er was de graven van Holland veel gelegen aan de welvaart van Dordrecht. Floris V verleende de stad in 1284 tolvrijheid en in 1299 kreeg Dordrecht van graaf Jan I het stapelrecht: wie met bepaalde handelswaar via de Lek en de Merwede langs Dordrecht kwam, werd verplicht deze op de Dordtse markt te koop aan te bieden. Dit recht gaf de stad een flinke economische impuls. Aanvankelijk vielen er met name wijn, hout en graan onder, maar later behoorden ook andere handelswaren onder het stapelrecht. Na 1421-24 kon Dordrecht dit recht moeilijker handhaven ten gevolge van de tweede en derde Sint-Elisabethsvloed. Grote delen van het achterland (Grote Waard) verdronken en de stad kwam op een eiland te liggen, het Eiland van Dordrecht. Daardoor konden schepen de stad gemakkelijker ontwijken.
Belangrijkste stad van Holland Duidelijk is wel dat in de 13e en 14e eeuw Dordrecht de belangrijkste stad van het Graafschap Holland was. De stad bezat de meeste vergaande grafelijke voorrechten, onder andere dat ze hun eigen wetten mochten maken. Ook werd in 1283 de Munt van Holland in Dordrecht gevestigd.
De Stadspensionaris van Dordrecht had recht op de functie van Raadpensionaris van de Staten van Holland. Ook bij andere bevoorrechte posities waren Dordtse afgevaardigden in het voordeel; bij gezantschappen hadden ze voorrang op andere leden van de Staten van Holland.
Militaire activiteiten Tijdens wat het eerste beleg van Dordrecht (1049) wordt genoemd, werd in Thuredrith een aanval uitgevoerd op graaf Dirk IV van West-Frisia, het latere Holland. De aanleiding was een al langer slepend conflict over zijn ontginningen van gebieden die aan diverse bisschoppen toebehoorden en zijn pogingen om zijn macht in de regio uit te breiden. Met de volmacht en goedkeuring van keizer Hendrik III trokken legers uit de bisdommen van Luik, Utrecht en Metz op voor een strafexpeditie. Daarbij is Dirk te Dordrecht gesneuveld.https://apudthuredrech.nl/waarom-werd-dirk-iv-bij-dordrecht-gedood-1// Gearchiveerd] op 29 maart 2025.K. Nieuwenhuijsen,Strijd om West-Frisia (2016) p. 144 Het is de vraag of we dit gebeuren een slag of een belegering moeten noemen, want Thuredrith was niet meer dan een paar onbeschermde buurtjes aan weerszijden van een rivier, plus waarschijnlijk een grafelijke sterkte.
Tijdens het tweede beleg van Dordrecht (1299) viel een leger – onder leiding van de baljuw van Zuid-Holland, Aloud van Ierseke – Dordrecht aan. Dit gebeurde op bevel van Wolfert I van Borselen, die de jonge graaf Jan I onder de duim had. Wolfert wilde de stad straffen omdat die tegen zijn bevelen inging.
Hierna volgde in 1304 het derde beleg van Dordrecht. Gedurende de Vlaamse inval in Zeeland en Holland van 1303 en 1304 werd Dordrecht door de Vlaamsgezinde troepen van de Brabantse hertog Jan II van Brabant belegerd. Het lukte hem niet de stad in te nemen vanwege fel verzet van de bevolking onder leiding van de edelman Claes van Putten. Na drie weken belegering wist deze de Brabanders te verdrijven en tot in Waalwijk te achtervolgen en verslaan. De omgeving, de Grote Waard, was intussen echter grondig geplunderd en verbrand.
In de 14e eeuw was Dordrecht een plaats waar in opdracht van de graaf voorafgaande aan veldtochten of belegeringen oorlogstuig werd gemaakt en verzameld, zoals blijden, katapulten koggen (vaartuigen). Dit valt op te maken uit jaarrekeningen van Willem IV van Holland op zijn voorbereiding op het beleg van Utrecht in 1345R. de Graaf, Strijd om Holland (1996) en later ook bij Filips de Goede.
Eind juni 1418 volgde het vierde beleg van Dordrecht. Het draaide om de opvolging van graaf Willem VI van Beieren-Holland die strijd opleverde tussen diens dochter Jacoba van Beieren en haar oom Jan van Beieren die meende meer rechten op Holland te hebben dan zijn nicht. Een leger in dienst van Jacoba arriveerde ten noorden de stad, gericht tegen oom Jan, die zich in Dordrecht had verschanst. Een Brabants leger, onder aanvoering van Jacoba's echtgenoot Jan IV van Brabant, sloot de stad aan de zuid- en oostkant in. Dordrecht week niet voor de twee legers en deed regelmatig uitvallen naar de belagers. Gravin Jacoba was daar niet bij; die liet dat over aan haar veldheren. In augustus verdreven de Dordtenaren de Brabanders, die zelf, in paniek, hun fortje bij De Mijl in brand staken. De Hollandse troepende trokken zich toen ook terug, waarna de Dordtenaren de bezetting in Papendrecht verdreven en het fortje daar in brand staken.
Jonker Fransenoorlog: In het kader van de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd Dordrecht in 1481 ingenomen door drie vendels uit Gorinchem, die onder aanvoering van Jan III van Egmont burgemeester Gilles Adriaanszoon arresteerden.
In 1489 diende Dordrecht als basiskamp, van waaruit de laatste Hoekse opstand onder leiding van jonkheer Frans van Brederode (Jonker Frans) werd bestreden door Jan III van Egmont. De regent over de Nederlanden, Maximiliaan van Oostenrijk, verbleef zelfs enkele maanden in Dordrecht, waarbij hij menigmaal het Augustijnenklooster bezocht.C. van Alkemade, Rotterdamse heldendaden onder Jonker Frans van Brederode De Jonker Fransenoorlog werd beëindigd met de gevangenneming van Frans van Brederode, die in de Dordtse Puttoxtoren aan zijn verwondingen overleed.
Stadsbranden In elke grotere stad hebben stadsbranden gewoed. Bekend zijn de stadsbrand van 1338 en de stadsbrand van 1457.
Latijnse school Ergens in de 13e eeuw werd in Dordrecht een Latijnse school opgericht die in 1290 van graaf Floris V voorrechten ontving. De rechtstreekse opvolger, het hedendaagse Johan de Witt-gymnasium, behoort daarmee tot de oudste gymnasia van Nederland. Van 1600 tot 1615 was Gerardus Vossius rector van de Latijnse school in Dordrecht.
Vroegmoderne Tijd thumb|190px|Keizer Karel V verlaat Dordrecht in 1515, na ingehuldigd te zijn als Graaf van Holland. Op 3 juni 1515 werd de latere Keizer Karel V verwelkomd in Dordrecht om daar gehuldigd te worden als Graaf van Holland. Hij kwam via de Groothoofdspoort de stad in.
Sociale en religieuze onlusten leidden in 1566 ook in Dordrecht tot een beeldenstorm. Op 25 juni 1572 was de inname van Dordrecht een feit dankzij de hulp van de Watergeuzen. thumb|198px|Dordrecht in 1565, door Jacob van Deventer.
Statenvergadering In 1572 kwam te Dordrecht een Statenvergadering bijeen. Vertegenwoordigers van alle Hollandse steden erkenden stadhouder Willem I, prins van Oranje, en steunden de opstand tegen de Spanjaarden. Dit vormde een aanzet tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Synode van Dordrecht In 1618 en 1619 vond in Dordrecht, bolwerk van de reformatie, de Synode van Dordrecht plaats, waarbij de remonstranten tegenover de contraremonstranten stonden en waar het besluit viel tot de Bijbelvertaling die in 1637 de Statenbijbel zou opleveren. Dit was niet de eerste Bijbelvertaling in het Nederlands, wel de eerste officiële vanuit de grondtalen. De vertaling heeft grote invloed uitgeoefend op het toenmalige Nederlands.
Invloed op het Graafschap Holland 198px|thumb|Zeevaardij bij Dordrecht in de 17e eeuw In de Gouden Eeuw was het bestuur over de stad Dordrecht in handen van enkele vooraanstaande staatsgezinde regentenfamilies die onderling trouwden. Dat waren met name de families Van Slingelandt, Van Beveren, Muys van Holy en De Witt. Zij hadden daardoor ook in het Graafschap Holland een belangrijke vinger in de pap.
Zo kwam burgemeester Jacob de Witt in 1648 in aanvaring met de jonge stadhouder Willem II en zat hij daardoor enige tijd gevangen. Zijn zoon Cornelis de Witt belandde in het rampjaar 1672 eveneens in de Haagse Gevangenpoort. Op 20 augustus 1672 werden hij en zijn broer Johan de Witt, de Raadpensionaris van Holland, op beschuldiging van corruptie door het volk gelyncht.
Tufsteen en tras Tufsteen werd over de rivier aangevoerd en de handel werd vanaf de 17e eeuw gedomineerd door Dordrecht. Vermalen tot tras werd het aan cement toegevoegd om dit watervast te maken, onder ander voor gebruik in trasramen. Dit werd via de Dordtse stapelmarkt verhandeld in Noordwest-Europa en werd aangeduid als Dordts of Hollands cement.
Patriotten 198 px|thumb|Exercitiegenootschap De Vrijheid 1783 Dordrecht voer in de periode 1780 tot 1787 een scherp anti-stadhouderlijke koers. Op 26 juli 1783 werd het Exercitiegenootschap De Vrijheid opgericht. De zogenoemde patriotten betoogden dat Nederland al ruim tweehonderd jaar een republiek was en dat erfopvolging daarin niet thuis hoorde. Zij wilden de oude vrijheid heroveren op de Oranjes en alras volgden meerdere steden in deze opstand.
Stadhouder Willem V van Oranje vluchtte uit Holland. Dordrecht had nog een aandeel in de patriottenopstand, want op 17 maart 1786 reden de Dordtse raadspensionaris Cornelis de Gijselaar en burgemeester Ocker Gevaerts bij wijze van provocatie met hun rijtuig in Den Haag door de Stadhouderspoort het Binnenhof op, waar ze door Oranjegezinden werden tegengehouden.Willem Frijhoff onder andere geschiedenis van Dordrecht (1572-1813), blz 35