La Espero ('de hoop') is het 'volkslied' van Esperanto. De tekst is geschreven door Lejzer Zamenhof (1859-1917), de oorspronkelijke bedenker van de taal Esperanto. Het wordt nu gewoonlijk gezongen op muziek gecomponeerd door Félicien Menu de Ménil.

Tekst La Espero En la mondon venis nova sento,    tra la mondo iras forta voko; per flugiloj de facila vento    nun de loko flugu ĝi al loko. Ne al glavo sangon soifanta    ĝi la homan tiras familion: al la mond' eterne militanta    ĝi promesas sanktan harmonion.

Sub la sankta signo de l' espero    kolektiĝas pacaj batalantoj, kaj rapide kreskas la afero    per laboro de la esperantoj. Forte staras muroj de miljaroj    inter la popoloj dividitaj; sed dissaltos la obstinaj baroj,    per la sankta amo disbatitaj.

Sur neŭtrala lingva fundamento,    komprenante unu la alian, la popoloj faros en konsento    unu grandan rondon familian. Nia diligenta kolegaro    en laboro paca ne laciĝos, ĝis la bela sonĝo de l' homaro    por eterna ben' efektiviĝos. De Hoop In de wereld is een nieuw gevoel gekomen,    door de wereld gaat een sterke roep; op vleugels van een lichte bries    moge hij nu van plek naar plek vliegen. Niet naar het bloeddorstige zwaard    trekt hij de familie der mensen: aan de eeuwig oorlogvoerende wereld    belooft hij heilige harmonie.

Onder het heilige teken van de hoop    verzamelen zich strijders voor de vrede, en de zaak groeit snel    door het werk van degenen die hoop hebben. Stevig staan er muren sinds millennia    tussen de verdeelde volkeren; maar de hardnekkige barrières zullen uiteenspringen,    door de heilige liefde uiteengeslagen.

Op het fundament van een neutrale taal,    elkaar begrijpend, zullen de volkeren eensgezind vormen    één grote familiekring. Onze ijverige collega's    zullen het vredeswerk niet moe worden, totdat de mooie droom van de mensheid    van eeuwige zegen zal worden gerealiseerd.

Categorie:Esperanto Categorie:Volkslied