miniatuur|De Pinatubo miniatuur|De locatie van de Pinatubo in het Zambalesgebergte miniatuur|Reliëfkaart van de Pinatubo De Pinatubo (of: Mount Pinatubo) is een actieve vulkaan op het Filipijnse eiland Luzon op de grenzen van de provincies Zambales, Bataan en Pampanga. Tot 1991 was de berg onopvallend en nauwelijks herkenbaar als vulkaan. Er werd soms zelfs aan getwijfeld of de Pinatubo wel echt een vulkaan was. De berg was bedekt met dichte bossen waar enkele duizenden Aeta woonden. Deze groep had hier haar toevlucht gezocht vanuit het laagland toen de Spanjaarden vanaf 1571 Luzon veroverden.

De uitbarsting van 15 juni 1991 was de eerste na een periode van vijfhonderd jaar en was een van de grootste en meest explosieve uitbarstingen van de 20e eeuw. Een succesvolle voorspelling van het tijdstip van de uitbarsting door het Philippine Institute of Volcanology and Seismology met hulp van haar Amerikaanse tegenhanger, de US Geological Survey, leidde tot de massale evacuatie van tienduizenden mensen. Hierdoor werden vele mensenlevens gespaard. Het omliggende gebied werd echter ernstig aangetast als gevolg van de pyroclastische stromen, asregens en, in een later stadium, lahars (hete modderstromen), als gevolg van de regen die vulkanische as en puin meespoelde.

De effecten van de uitbarsting waren wereldwijd merkbaar. Grote hoeveelheden fijnstof werden de stratosfeer in geslingerd; meer dan bij elke uitbarsting sinds die van de Krakatau in 1883. Het fijnstof veroorzaakte gedurende de daaropvolgende maanden een wereldwijde stijging in het zwavelzuur-gehalte. De gemiddelde temperatuur op aarde daalde zo'n 0,5 °C en de afbraak van ozon versnelde aanzienlijk.

Overzicht van het gebied van de Pinatubo miniatuur|links|De locatie van de Pinatubo met aangegeven in welk gebied de as van de uitbarsting uit 1991 terechtgekomen is. De Pinatubo is een vulkaan in een keten van vulkanen op het westelijke deel van het eiland Luzon (het Zambalesgebergte). Deze vulkanen zijn ontstaan als gevolg van subductie, waarbij de continentale Euraziatische Plaat onder de Filipijnse Plaat duikt bij de Manillatrog meer naar het westen. Daar vormt zich de Filipijnse mobiele gordel.

Het woord pinatubo betekent: "doen groeien" in de talen Tagalog en Sambal. Dit zou kunnen verwijzen naar de vruchtbare grond die de omgeving van de Pinatubo kenmerkte na vorige uitbarstingen, waarvan de laatst bekende rond 1500 plaatsvond.

Tot de catastrofale uitbarsting van 1991 was de Pinatubo een onopvallende vulkaan, onbekend bij de meeste mensen die in de omgeving woonden. De top ervan lag op 1745 meter boven zeeniveau, maar slechts zeshonderd meter boven de omringende vlakten en zo'n tweehonderd meter hoger dan de hoogste pieken eromheen, die het uitzicht op de berg grotendeels blokkeerden. Een van de oorspronkelijke volkeren van de Filipijnen, de Aeta, had zich eind 16e eeuw op de flanken van de Pinatubo gevestigd toen ze op de vlucht waren geslagen voor de Spanjaarden, die rond 1571 Luzon onder controle kregen. De Aeta waren jager-verzamelaars, die erg succesvol waren in het overleven in de dichte jungle in het gebied.

In totaal leefden zo'n 30.000 mensen op de flanken van de vulkaan in barangays (dorpen) en andere kleine nederzettingen. De dichte jungle, die het grootste deel van de berg en omliggende pieken bedekte, voorzag de Aeta in levensonderhoud, terwijl in de omliggende vlakkere gebieden, als gevolg van de moesson en de vruchtbare vulkanische grond, de omstandigheden uitstekend waren voor landbouw. Veel dorpelingen verbouwden hier rijst en ander voedsel. Naar schatting leefden zo'n 500.000 mensen binnen een afstand van veertig kilometer tot de bergtop, waaronder de stad Angeles, met 150.000 inwoners, en de Amerikaanse luchtmachtbasis Clark Air Base, waar zo'n 20.000 mensen woonden.

Enkele belangrijke rivieren, zoals de Bucao, de Santo Tomas, de Maloma, de Tanguay en de Kileng, hebben hun oorsprong op de Pinatubo. Voor de uitbarsting van 1991 waren deze rivieren vochtige ecosystemen. De pyroclastische stromen hebben echter veel van de valleien, waar deze rivieren doorheen stromen, gevuld met tefra. Als gevolg daarvan zijn de rivieren geblokkeerd met sediment en komen tijdens het natte seizoen nog regelmatig lahars voor. Uit studies blijkt dat de riviersystemen constant veranderen als gevolg van blokkades door modderstromen.

Geologische geschiedenis Hoewel er wienig bekend is van eerdere grote uitbarstingen in het Pinatubogebied, rapporteerden enkele Aeta in 1991 dat de ouderen onder hen zich kleine explosies konden herinneren. De Pinatubo was al voor de uitbarsting van 1991 een bekend geothermisch gebied. Het ontsnappen van kleine hoeveelheden stoom gepaard gaand met kleine explosies is vrij normaal voor dergelijke gebieden. Pas na 1991 begonnen geologen met het grondig onderzoeken van de geschiedenis van de vulkanische activiteit in dit gebied. De uitbarstingen uit het verleden kunnen in twee belangrijke tijdsperioden worden ingedeeld.

De prehistorische Pinatubo Een groot deel van het ruige landschap om de huidige vulkaan heen is gevormd door de vulkanische activiteit van de Pinatubo zelf, die ongeveer 1,1 miljoen jaar geleden begon, tijdens het Pleistoceen. Uit de tegenwoordig nog overgebleven lagere hellingen van de berg is afgeleid dat de prehistorische Pinatubo mogelijk een hoogte had van zo'n 2300 meter boven zeeniveau.

Diverse bergen in de nabijheid van Pinatubo zijn oude nevenuitgangen van dezelfde magmakamer, in de vorm van vulkanische pluggen en lavakoepels. Enkele toppen rondom de Pinatubo zijn overblijfselen van zulke competente gesteentelichamen, die overbleven na erosie van het minder resistente omringende gesteente.

De uitbarstingen van de prehistorische Pinatubo waren vermoedelijk veel minder explosief dan de uitbarsting van 1991 en waarschijnlijk stokte de activiteit zo'n 45.000 jaar geleden. Na een vrij lange periode van rust, ontstond het hedendaagse uiterlijk van de Pinatubo na uitbarstingen van zo'n 35.000 jaar geleden.

miniatuur|De Pinatubo in april 1991, voorafgaand aan de hevige uitbarsting van dat jaar.

De hedendaagse Pinatubo De geboorte van de hedendaagse Pinatubo vond plaats middels de meest explosieve uitbarsting uit de geschiedenis van de vulkaan, de eruptie van 35.000 jaar geleden. Hierbij werden aan alle zijden van de berg pyroclastische gesteentelagen tot honderd meter dik afgezet. Het totale volume van het materiaal dat bij die uitbarsting vrijkwam zou zo'n 25 kubieke kilometer geweest kunnen zijn. Het verdwijnen van dit materiaal uit de onderliggende magmakamer heeft geleid tot inzakking van de ondergrond in het gebied rondom de vulkaan met als gevolg de vorming van een grote caldera.

Daarna deden zich nog enkele grote uitbarstingen voor: 17.000 jaar, 9000 jaar, 6000 jaar, 5000 jaar en 3900 tot 2300 jaar geleden. Elk van deze uitbarstingen lijkt explosief geweest te zijn, waarbij meer dan 10 km³ materiaal vrijkwam en grote omringende gebieden bedekt werden door lahars. Wetenschappers schatten dat de meest recente uitbarsting voor 1991 zo'n vijfhonderd jaar eerder plaatsvond. Daarna bleef de vulkaan relatief rustig. De hellingen raakten compleet begroeid met dichte regenwouden die vele geulen en ravijnen bedekten.

Het ontwaken in 1991 miniatuur|links|Een van de vroege explosieve uitbarstingen van de Pinatubo in april 1991. Een voorbode voor asregens Op 16 juli 1990 trof een aardbeving van 7,8 op de schaal van Richter Centraal-Luzon. Omdat het epicentrum op ongeveer 100 kilometer ten noordoosten van de Pinatubo lag, denken sommige vulkanologen dat dit uiteindelijk de uitbarsting van 1991 heeft opgestart. Het is echter onmogelijk om deze hypothese te bewijzen. Twee weken na de aardbeving rapporteerden bewoners van het gebied dat er stoom uit de vulkaan kwam, maar wetenschappers die de berg bezochten concludeerden dat kleine aardverschuivingen hier de oorzaak van waren geweest.

Op 15 maart 1991 voelden dorpsbewoners aan de noordwestzijde van de vulkaan een serie aardschokken. Gedurende de twee weken daarop werden nog meer aardschokken met toenemende intensiteit waargenomen en het werd duidelijk dat enige vorm van vulkanische activiteit aanstaande was. Op 2 april werd de vulkaan wakker middels een freatische uitbarsting die plaatsvond vlak bij de top langs een 1,5 km lange kloof. De weken daarop bleven de uitbarstingen aanhouden, waardoor de omliggende gebieden onder de as kwamen te zitten. Seismografen detecteerden elke dag honderden kleine aardschokken.

Wetenschappers installeerden onmiddellijk apparatuur om de vulkaan in de gaten te houden en analyseerden de vulkaan op zoek naar aanwijzingen van uitbarstingen in het verleden. C14-datering van koolstof uit oude vulkanische afzettingen onthulde de drie grote explosieve uitbarstingen in recente millennia, ongeveer 5500, 3500 en 500 jaar geleden. Geologische kaarten lieten zien dat veel van de omliggende vlakten waren gevormd door resten van lahars als gevolg van voorgaande uitbarstingen.

De vulkanische activiteit nam gedurende de maanden april en mei toe. Metingen lieten zien dat de uitstoot van zwaveldioxide toenam van 500 ton per dag op 13 mei tot 5000 ton per dag op 28 mei. Dit wees erop dat er een kolom vers magma omhoogkwam in het binnenste van de vulkaan. Na 28 mei daalde de zwaveldioxide-uitstoot echter substantieel, wat erop kon wijzen dat het magma geblokkeerd was en dat de druk in de magmakamer aan het oplopen was. Dit zou de kans op explosieve uitbarstingen aanzienlijk verhogen.

De eerste uitbarstingen waarbij lava uitstroomde vonden plaats op 3 juni. De eerste grote explosie, die een askolom van 7 km hoogte genereerde, was op 7 juni. Het Philippine Institute of Volcanology and Seismology (PHIVOLCS) onder leiding van Raymundo Punongbayan liet een waarschuwing uitgaan, waarbij het aangaf dat de mogelijkheid aanwezig was dat een grote uitbarsting binnen twee weken plaats zou vinden.

De evacuatie miniatuur|Pinatubo evacuatiezones Gezien het feit dat alle tekenen erop wezen dat een heel grote uitbarsting aanstaande was, ging PHIVOLCS samen met de US Geological Survey aan de slag om mensen in het gebied in te lichten over de ernst van de situatie. Een valse waarschuwing zou leiden tot cynisme bij elke volgende waarschuwing en een te late waarschuwing zou tot duizenden doden kunnen leiden. Om deze reden stonden de vulkanologen onder behoorlijke druk de timing en nauwkeurigheid van de inschatting van het gevaar juist te hebben.

Drie opeenvolgende evacuatiezones werden vastgesteld. De binnenste was die tot 10 kilometer van de top, de tweede van 10 tot 20 kilometer van de top en de derde van 20 tot 40 kilometer van de top. In de laatste zone vielen ook Angeles en Clark Air Base. In de eerste twee zones (tot 20 km) woonden zo'n 40.000 mensen, terwijl in de 20–40km-zone in het totaal zo'n 331.000 mensen woonden. Er werden vijf waarschuwingsniveaus gedefinieerd variërend van niveau 1 (lage seismische activiteit) tot niveau 5 (grote uitbarsting). Dagelijks werden via de lokale kranten, radio- en nieuwszenders de inwoners van de gebieden op de hoogte gehouden van het waarschuwingsniveau en het gebied waar gevaar te duchten was.

Veel van de Aeta die op de hellingen van de vulkaan woonden verlieten hun dorpen uit vrije wil toen de eerste explosies te horen waren in april, en verzamelden zich in een dorp op 12 km van de top. Ze trokken naar steeds verder weg gelegen dorpen toen de uitbarstingen escaleerden, waarbij sommige Aeta tot wel negen keer verhuisden in de twee maanden voorafgaand aan de grote uitbarsting.

Het eerste formele besluit tot evacuatie van de 10 kilometer zone werd op 7 april genomen. Op 14 juni moest ook de 20 - 40 kilometer zone ontruimd worden en op 15 juni hadden al 60.000 mensen uit het gebied binnen 30 kilometer van de vulkaan hun toevlucht elders gezocht, de meesten in Manilla of in Quezon City, waar zo'n 30.000 mensen in het Amorante Stadion verbleven.