Een sekte is een geloofsgemeenschap met opvattingen en gebruiken die zich onderscheiden van overige geloofsgemeenschappen die behoren tot dezelfde stroming als de sekte. Sekten zijn vaak gesticht door een charismatische leider met een nieuwe leer of openbaring.

In de volksmond heeft sekte een pejoratieve connotatie en wordt in verband gebracht met muggenziften en het kritiekloos volgen van voorgangers. Om deze reden roepen sekten weleens oppositie en klachten van diverse kanten op. In het hindoeïsme heeft de term sekte geen negatieve bijklank.

Begripsontwikkeling Oorspronkelijk betekende sekte "een groep mensen die iemand is gevolgd". Pas later is de betekenis van afscheidingsbeweging ontstaan. Op het ogenblik zijn er sekten, die als typische afscheidingsbewegingen van gevestigde kerkgenootschappen gezien kunnen worden - vooral in protestantse kring -, en sekten die godsdienstig ongebondenen aantrekken of geheel los van de gevestigde kerkgenootschappen tot ontwikkeling komen." (1982) Reender Kranenborg schreef:

Soms gebruiken sommige wetenschappers - inclusief Kranenborg - ook de term Nieuwe religieuze beweging (NRB). NRB is geen synoniem van sekte, want niet iedere NRB is een sekte, bijvoorbeeld omdat de beweging niet voldoet aan de kenmerken van een sekte (zie verderop), en niet elke sekte is een NRB, bijvoorbeeld omdat de beweging niet nieuw is.Eileen Barker definieert nieuw als ontstaan na de Tweede Wereldoorlog. Zie E. Barker (1996, vertaald uit het Engels en bewerkt door Richard Singelenberg): Nieuwe religieuze bewegingen. Een praktische inleiding, oorspronkelijke Engelse uitgave 1989

Sociologische benadering Max Weber benaderde het fenomeen sekte als eerste vanuit een niet-religieuze invalshoek en gaf een sociologische interpretatie van de verschillen tussen kerk en sekte. Volgens zijn definitie is een kerk sociologisch gezien een religieuze organisatie, waar lidmaatschap door traditie bepaald wordt en waar men bij (of vlak na) geboorte lid wordt; een sekte is ook een religieuze organisatie, maar lidmaatschap daarvan is een keuze van het (aspirant) lid:

Ernst Troeltsch (leerling van Weber) werkte het verschil tussen kerk en sekte verder uit en stelt dat de kerk de wereld zoals die is als een uitgangspunt neemt en er in zekere zin een compromis mee aangaat, terwijl de sekte zich juist afzet tegen de wereld en er in ieder geval geen compromissen mee sluit:

thumb|350px|Het kerk-sekte continuüm van Yinger In de jaren hierna ontwikkelde zich een model waarbij de typeringen van de religieuze gemeenschappen parallel lopen aan de stadia van ontwikkeling waarin deze zich kunnen bevinden. Schnabel merkt hierover op:

Het uitgangspunt daarbij is dat iedere religieuze beweging start als een cultus en de potentie heeft uit te groeien tot een wereldreligie. De belangrijkste typen hierin zijn uitgewerkt door John Milton Yinger: (1970): The Scientific Study of Religion, Collier-MacMillan de universele kerk of wereldkerk (zoals de Rooms-Katholieke Kerk); de nationale kerk of staatskerk (zoals de Church of England); de denominatie - de op een bepaald deel van de bevolking gerichte kerk, het kerkgenootschap in een situatie van religieus pluralisme; de gevestigde sekte - de zich langzamerhand tot denominatie ontwikkelende sekte (ontstaan van een duidelijke hiërarchie, verdwijnen van het persoonlijke charisma); de sekte - een zich ten opzichte van de gevestigde kerk en de samenleving kritisch opstellende religieuze gemeenschap; de cultus - een nauwelijks georganiseerde en weinig stabiele religieuze gemeenschap, zich kenmerkend door een persoonlijke betrokkenheid op een charismatische leider. Deze indeling is hoofdzakelijk gericht op de christelijke godsdienst en alleen op oosterse godsdiensten toe te passen als ze zich als kerkgenootschap, sekte of cultus in het westen manifesteren. In die vorm wijken ze vaak al sterk af van de oorspronkelijke verschijning in het land (of de landen) van herkomst.

Kenmerken In de praktijk bleek het niet mogelijk een bondige, wetenschappelijke definitie van sekte te geven. Bryan Wilson ging dit dilemma uit de weg door niet te streven naar een definitie, maar door typische kenmerken te formuleren die in wisselende volgorde en intensiteit in iedere sekte terug te vinden zijn: (1959): 'An Analysis of Sect Development' in American Sociological Review, Volume 24, p. 3-15 lidmaatschap uit vrije keuze, niet door geboorte; toelating tot het lidmaatschap op grond van door de sekteleiders erkende en aantoonbare kennis van de leer, een persoonlijke bekeringservaring of een aanbeveling door een ouder lid van de sekte; het karakter is exclusief en gesloten; wie zich niet aan de geldende leer houdt of tegen de regels van de moraal of de organisatie zondigt, wordt uitgestoten; de sekte beschouwt zich als een elite, begiftigd met een bijzonder inzicht of belast met een bijzondere opdracht; er is sprake van een streven naar persoonlijke perfectie; er is geen principieel verschil tussen leken en priesters of voorgangers; er is gelegenheid om spontaan uiting te geven aan een persoonlijk gevoel van betrokkenheid; de sekte staat vijandig of onverschillig tegenover de samenleving en de staat; het lidmaatschap is absoluter en omvattender dan dat van een kerkgenootschap; er is sprake van een duidelijk herkenbare eigen ideologie; overtreders van de regels worden als verraders beschouwd en voor hun overtredingen gestraft of uitgestoten.

Paul Schnabel noemt als nadeel van deze opsomming dat deze te veel zou kunnen dienen als een checklist om te bepalen of een beweging een sekte is of niet. Rodney Stark en William Sims Bainbridge keerden daarom terug naar de eerdere uitwerking van Troeltsch (zie boven). In hun ogen is het verschil tussen kerk en sekte daarmee een verschil in mate van spanning met de omgeving:

Vervolgens introduceerden zij de verzamelterm religieuze beweging en stellen dat het bestempelen van een religieuze beweging tot kerk, sekte of andere benamingen afhangt van de spanning tussen de religieuze beweging en de externe wereld:

In de Verenigde Staten is er een onderscheid tussen sect en cult. Er is daar een traditie van meer dan honderd jaar inzake sects en de term heeft daar — voor bewegingen die uit de judeo-christelijke traditie stammen — geen negatieve bijklank. De negatieve bijklank die in Nederland soms hangt aan het woord sekte, hangt in de Verenigde Staten aan de term cult. Stark en Bainbridge zien sekten als afscheidingsbewegingen within a conventional religious tradition en culten als bewegingen within deviant religious traditions.; (1981): 'American-Born Sects: Initial Findings' in Journal for Scientific Study of Religion, Volume 20, Issue 2, p. 131 De term Nieuwe religieuze beweging wordt meestal op cults toegepast en minder op sects.

Etymologie Het Nederlandse woord sekte is afgeleid van het Latijnse secta dat letterlijk "richting", "pad", "weg" of "lijn" betekent en deze vertaling kan ook metaforisch worden gebruikt. De term werd ook gebruikt om een (politieke) partij of een filosofische school aan te duiden. Het woord secta is afgeleid van het werkwoord sequi en dat betekent (onder andere) "volgen" of (metaforisch) "(na)volgen", "aanhangen", "zich aansluiten bij" of "zich houden aan" (red.): Woordenboek Latijn / Nederlands, Amsterdam University Press, p. 972, 984 of van secare, "snijden".; (1997): Van Dale Etymologisch woordenboek

Oorspronkelijk had het Latijnse secta een neutrale betekenis. Het was een synoniem voor het Griekse αἵρεσις, hairesis, dat is afgeleid van αἱρέω, haireō dat "grijpen", "kiezen" of "overtuigen" betekent. αἵρεσις betekent dan ook letterlijk "greep", "keuze" of "overtuiging" en duidde in bredere zin een filosofische leer of school aan, waarin de gedachte opgesloten ligt dat deze is afgescheiden van een andere school, is gebaseerd op de autoriteit van een bepaalde leraar of een specifieke doctrine en het gesloten karakter hiervan. Flavius Josephus noemde de essenen en farizeeën αἵρεσις.: De Joodse oorlog 2, 118, Leven 12 In het Nieuwe Testament van de Bijbel wordt het woord op dezelfde manier gebruikt om de sadduceeën en farizeeën aan te duiden (Handelingen 5:17; 15:5; 26:5). Ook de vroege christelijke kerk werd met deze term aangeduid (Handelingen 24:5, 14; 28:22).

Dezelfde term (αἵρεσις) wordt in het Nieuwe Testament ook gebruikt in negatieve zin, namelijk als een schisma binnen de (enige ware) kerk (Galaten 5:20; 1 Korintiërs 11:18,19). 2 Petrus 2:1 zegt dat deze αἵρεσις binnen de kerk ingevoerd zou (kunnen) worden en dat de kerk daarmee zelf een αἵρεσις zou worden. Deze αἵρεσις is nog altijd een sterke bedreiging in de periode van de kerkvaders, maar Ignatius en Justinus gebruiken de term nog redelijk technisch, hoewel er een vijandigheid in doorklinkt jegens filosofische scholen, joodse sekten en vooral gnostische gemeenschappen.: Efeziërs 6.2; Justinus: Dialogus cum Tryphone 51.2 Origenes is de eerste die het verschil tussen de kerk en αἵρεσις opgeeft als hij de verschillen binnen de christelijke kerk vergelijkt met die in de geneeskunde en filosofie. Tegen Celsus 3.12 Vanaf dit negatieve gebruik is de term αἵρεσις de basis voor het woord heresie, dat "ketterij" betekent.

Negatieve connotatie Door misstanden als machtsmisbruik, seksueel misbruik en massale zelfmoord, zoals bij Jim Jones' Peoples Temple in Guyana of de Branch Davidians van David Koresh in Waco (Texas), heeft het woord sekte in het dagelijks spraakgebruik vrijwel altijd een negatieve connotatie. Daarnaast zoeken bitter gestemde ex-leden soms de media en beweren dat zij jarenlang misleid zouden zijn door hun beweging. Het bijvoeglijk naamwoord sektarisch heeft de connotatie van verkettering en onverdraagzaamheid door een nadruk op kleine doctrinaire verschillen. Door de zeldzame uitwassen binnen bepaalde sekten en met name in cults heeft het woord een dermate negatieve lading gekregen, dat geen enkele aanhanger van een religieuze beweging de term toepast op de eigen beweging, "het zijn altijd anderen die tot een sekte behoren".

Om deze reden gebruiken onderzoekers - vooral op sociologisch gebied - vaak de verzameltermen religieuze beweging, nieuwe religieuze beweging of niet-traditionele religie. Binnen deze verzameltermen kunnen specifieke bewegingen (eventueel) worden geclassificeerd als sekte of cult op basis van de eerder genoemde kenmerken.

Rol van de media De negatieve connotatie wordt mede veroorzaakt door berichtgeving in de media. Naast journalistieke verslagen (die de negatieve connotatie overigens ook kunnen bevestigen) verschijnen soms artikelen of interviews met ex-leden die het publiek willen waarschuwen voor de sekte waar zij uit zijn getreden. Vaak is hun visie op de beweging gekleurd door hun teleurstellende ervaring. Hoewel reeds begin jaren 1960 is aangetoond dat hersenspoeling niet bestaat (1961): Thought Reform and the psychology of totalism. A study of ‘Brainwashing’ in China, Norton & Co (1980): 'Wat berooft wat bij sensorische deprivatie?' in Tijdschrift voor Sociale Geneeskunde, 58 9, p. 328-335Singelenberg: "Hersenspoeling bestaat niet. Het werkt niet, het heeft geen enkele wetenschappelijke onderbouwing", in Ontvoerd uit de sekte, de Volkskrant 12-4-1996, beweren de ex-leden dat zij door dergelijke technieken zijn overgehaald lid te worden.

Leden van sekten klagen daarom soms over onterechte bejegening, vooroordelen, onwetendheid, hetzes en stigmatisering door de media.

Werving