De slangmakrelen (Gempylidae) vormen een familie van baarsachtige vissen. Het zijn langgerekte vissen gelijkend op de barracuda's met een lange rugvin. De grootste soort uit de familie, de snoekmakreel (Thyrsites atun), kan tot twee meter lang worden.

Enkele soorten uit deze familie zoals Ruvettus pretiosus en Lepidocybium flavobrunneum bevatten een sterk laxerende olie, gempylo-toxine een niet-verteerbare wasester. Wasesters bestaan uit zeer lange ketens, het zijn C32, C34, C36 en C38 vetzuren. Wie deze vissoorten eet vindt soms een oranjekleurige olie in de ontlasting. Daarom worden ze ook wel olievis, botervis of botermakreel genoemd.Was-esters, Kennisbank Voedselveiligheid Voedsel en Waren Autoriteit 28-07-2011 (pdf) Sommige soorten heten ook wel "escolar" (Spaans voor scholier).

Ze leven in diep water en enkele soorten zijn belangrijk voor zowel de beroeps- als de sportvisserij.

Geslachten Volgens Fishbase zijn er zestien geslachten: Diplospinus Maul, 1948 Epinnula Poey, 1854 Gempylus Cuvier, 1829 Lepidocybium Gill, 1862 Nealotus Johnson, 1865 Neoepinnula Matsubara & Iwai, 1952 Nesiarchus Johnson, 1862 Paradiplospinus Andriashev, 1960 Promethichthys Gill, 1893 Rexea Waite, 1911 Rexichthys Parin & Astakhov, 1987 Ruvettus Cocco, 1833 Thyrsites Lesson, 1831 Thyrsitoides Fowler, 1929 Thyrsitops Gill, 1862 Tongaichthys Nakamura & Fujii, 1983

De zwarte makreel (Scombrolabrax heterolepis) werd vroeger ook in deze familie ingedeeld, maar zit nu als enige soort in de familie Scombrolabracidae (zwarte makrelen).