De jaarlijkse Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (tot 2022: Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs) is een aanmoedigingsprijs voor literatuur, ingesteld door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De Maatschappij werd daartoe in staat gesteld door een schenking van het echtpaar Van der Hoogt.
Van 1925 tot 1939 heette deze prijs de C.W. van der Hoogtprijs. Deze prijs was een voortzetting van de Haagsche Postprijs, die ingesteld werd in 1921 na een schenking van het weekblad De Haagsche Post.
De prijs wordt toegekend voor recent verschenen letterkundig werk en kan worden gezien als een aanmoedigingsprijs. De prijs bestaat uit een penning en een geldbedrag.
In 2022 werd de naam veranderd in Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.Debutantenprijs MdNL (voorheen de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs) voor Sholeh Rezazadeh www.mdnl.nl. Gearchiveerd op 26 april 2023.
Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2026: Maria Kager, voor De buitengewoon geslaagde opvoeding van Frida Wolf 2025: Bob Vanden Broeck, voor de richting is richting omleiding 2024: Tiemen Hiemstra, voor W. 2023: Sara Eelen, voor Het nodige breken 2022: Sholeh Rezazadeh, voor De hemel is altijd paars
Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2021: J.V. Neylen, voor En niet bij machte 2020: Mirthe van Doornik, voor Moeders van anderen 2019: Mieke van Zonneveld, voor Leger 2018: Lize Spit, voor Het Smelt 2017: Idwer de la Parrawww.tzum.info. Gearchiveerd op 26 april 2023. voor Grond 2016: Niña Weijers, voor De consequenties 2015: Hanneke van Eijken, voor Papieren veulens 2014: Sander Kollaard, voor Onmiddellijke terugkeer van uw geliefde 2013: Kira Wuck, voor Finse meisjes 2012: Merijn de Boer, voor Nestvlieders 2011: Lieke Marsman, voor Wat ik mijzelf graag voorhoud 2010: Bert Natter, voor Begeerte heeft ons aangeraakt 2009: Ester Naomi Perquin, voor Servetten halfstok en Namens de ander 2008: Eva Maria Staal, voor Probeer het mortuarium 2007: Thomas Möhlmann, voor De vloeibare jongen 2006: Anton Valens, voor Meester in de hygiëne 2005: Micha Hamel, voor Alle enen opgeteld 2004: Rob van der Linden, voor De hand, de kaars en de mot 2003: Geert Buelens, voor Het is 2002: Josse De Pauw, voor Werk 2001: René Puthaar, voor Dansmuziek 2000: Erwin Mortier, voor Marcel 1999: Erik Menkveld, voor De karpersimulator 1998: Arthur Japin, voor De zwarte met het witte hart 1997: Piet Gerbrandy, voor Weloverwogen en onopgemerkt 1996: Wessel te Gussinklo, voor De opdracht 1995: Peter Ghyssaert, voor Cameo 1994: Geertrui Daem, voor Boniface 1993: Anna Enquist, voor Jachtscènes 1992: Marie Kessels, voor Boa 1991: Charles Ducal, voor De hertog en ik 1990: Margriet de Moor, voor Dubbelportret 1989: Marc Reugebrink, voor Komgrond 1988: Jan Brokken, voor De zee van vroeger 1987: Rogi Wieg, voor Toverdraad van dagverdrijf 1986: August Willemsen, voor Braziliaanse brieven 1985: Benno Barnard, voor Klein Rozendaal 1984: Thomas Rosenboom, voor De mensen thuis 1983: Lela Zečković, voor Belvédère 1982: Kester Freriks, voor Hölderlins toren 1981: Eva Gerlach, voor Verder geen leed 1980: Oscar de Wit, voor Met koele obcessie 1979: Hans Tentije, voor Wat ze zei 1978: Hilbert G. Kuik, voor Het schot 1977: Dirk Ayelt Kooiman, voor De grote stilte 1976: Kees Ouwens, voor gehele oeuvre 1975: Fritzi ten Harmsen van der Beek, voor gehele oeuvre 1974: Frank Martinus Arion, voor Dubbelspel 1973: Guus Vleugel, voor zijn cabaretteksten 1972: Breyten Breytenbach, voor Lotus 1971: Wim Huyskens, voor Schuine lyriek en De poëtische bijl 1970: Jacq Firmin Vogelaar, voor Het heeft geen naam 1969: Hugo Raes, voor De lotgevallen 1968: H.C. ten Berge, voor Personages 1967: Andreas Burnier, voor Een tevreden lach 1966: Gust Gils, voor Een plaats onder de maan 1965: Jacques Hamelink, voor Het plantaardig bewind 1964: J. Bernlef, voor Dit verheugd verval 1963: Cees Nooteboom, voor De ridder is gestorven 1962: Willem Brakman, voor Een winterreis 1961: Bert Schierbeek, voor gehele oeuvre 1960: Christine D'haen, voor Gedichten 1946-1958 1959: Anton Koolhaas, voor Er zit geen spek in de val 1958: Hans Warren, voor Saïd 1957: Jacques Presser, voor De nacht der Girondijnen 1956: W.J. van der Molen, voor De onderkant van het licht 1955: Willem G. van Maanen, voor De onrustzaaier 1954: Guillaume van der Graft, voor Vogels en Vissen 1953: Adriaan van der Veen, voor Het wilde feest 1952: Jan Willem Schulte Nordholt, voor Levend landschap 1951: Alfred Kossmann, voor De nederlaag 1950: Leo Vroman, voor Gedichten, vroegere en latere 1949: Anna Blaman, voor Eenzaam avontuur 1948: Hendrik de Vries, voor Toovertuin 1947: J.J. Klant, voor De geboorte van Jan Klaassen 1946: Bert Voeten, voor Doortocht 1945: Muus Jacobse, voor Vuur en wind 1945: Ida G.M. Gerhardt, voor Het veerhuis 1942: Beb Vuyk, voor Het laatste huis van de wereld 1941: M. Vasalis, voor Parken en woestijnen 1940: Clara Eggink, voor Het schiereiland.
C.W. van der Hoogtprijs
1939: Ed. Hoornik, voor Mattheus 1938: Simon Vestdijk, voor Het vijfde zegel 1937: Henriëtte van Eyk, voor Gabriël: de geschiedenis van een mager mannetje 1936: Hendrik Marsman, voor Porta Nigra 1935: Niet toegekend. 1934: J. Slauerhoff, voor Soleares 1933: Anton van Duinkerken, voor Dichters der contra-Reformatie 1932: Johan Fabricius, voor Komedianten trokken voorbij 1931: Arthur van Schendel, voor Het fregatschip Johanna Maria 1930: Antoon Coolen, voor Het donkere licht 1929: Anthonie Donker, voor Grenzen 1928: Aart van der Leeuw, voor Het aardsche paradijs 1927: Herman de Man, voor Het wassende water 1926: Dirk Coster, voor Verzameld Proza 1925: R. van Genderen Stort, voor Kleine Inez
Haagsche Postprijs 1924 Niet toegekend 1923 Jo de Wit, voor Open zee 1922 Carry van Bruggen, voor Het huisje aan de sloot 1921 Elisabeth Zernike, voor Het schamele deel
Externe link Prijzen van de Maatschappij Nederlandse Letterkunde
Categorie:Nederlandse literatuurprijs