thumb|De kruisdraging van Jheronimus Bosch thumb|Meester van de familie van de Heilige Anna thumb|De Man van Smarten van Maarten van Heemskerck thumb|Het oordeel van Midas van Jacob Jordaens thumb|Franciscus van Assisi ontvangt de stigmata van Peter Paul Rubens thumb|Philippe De Champaigne thumb|Théodore Géricault thumb|François-Joseph Navez thumb|Eugène Boudin thumb|Camille Corot thumb|Emile Claus thumb|Théo van Rysselberghe thumb|Émile-René Ménard thumb|Frits Van den Berghe thumb|Ernst Ludwig Kirchner thumb|Minachting van de haat, 1792, Ernest Joseph Bailly (Rijsel 1753 - Gent 1823)
Het Gentse Museum voor Schone Kunsten of MSK is een van de oudste musea van België. De collectie bestaat uit schilderijen, beelden, tekeningen, etsen en wandtapijten van de middeleeuwen tot de eerste helft van de 20e eeuw gaande van Bosch tot Magritte. Het museum bezit een uitgebreide collectie Belgische, maar ook internationale kunst. Elk jaar worden er een drie- tot viertal exposities georganiseerd.
Geschiedenis Op het eind van de 18e eeuw stond Gent onder een Frans bestuur. De Fransen legden beslag op belangrijke kunstschatten, die nu onder andere in het Louvre te zien zijn. In 1798 besloot men in Gent een openbare verzameling bijeen te brengen. Die toen nog bescheiden collectie was gedurende korte tijd gehuisvest in de Sint-Pieterskerk, tot het in 1809 voorlopig onderdak kreeg in een zaal van de Stedelijke Academie.
In de loop der jaren werd de basiscollectie slechts licht gewijzigd. In 1837 kocht het stadsbestuur voor het eerst een schilderij van een eigentijdse kunstenaar, dat afkomstig was van de Gentse driejaarlijkse salon. De stad bleef sindsdien werken aankopen op salons, vandaar de erg uitgebreide verzameling 19e-eeuwse kunst van het museum. In 1860 kocht het museum voor het eerst een werk van een oude meester.
Pas op het einde van de 19e eeuw werd de collectie oude kunst erg uitgebreid. Dit door de oprichting van de vereniging 'De Vrienden van het Museum'. Fernand Scribe, voorzitter van de Vrienden van het Museum, schonk in 1913 zijn hele collectie aan de stad. Andere belangrijke schenkers zijn Georges Hulin de Loo, Tony Simon-Wolfskehl, weduwe Lasnitzki en Raoul De Keyser.
Door het spectaculair aangroeien van de collectie, dankzij talrijke aankopen en schenkingen, drong een nieuwe huisvestingsplaats zich al snel op. In 1820 ontwierp Tieleman Franciscus Suys voor het eerst een plan voor een nieuw museumgebouw. Het duurde nog tot 1898 vooraleer het definitieve ontwerp en de locatie werden vastgelegd.
In 2009 won het museum de museumprijs vanwege de grote publiekswerking, de kind- en jongerenvriendelijkheid en de renovatie. Twee jaar later, in 2011, won het museum ook de prijs van de kinderjury.
De collectie aangevuld met bruiklenen wordt elk jaar ontsloten via tijdelijke tentoonstellingen. In januari 2018 kwam het museum in opspraak door het exposeren van 24 bruiklenen van de Collectie Toporovski waarvan de echtheid betwist werd door experts.Simon Hewitt, The story behind the dubious Russian avant-garde art show in Ghent museum, in: The Art Newspaper, February 2018, p1, p12. Na kritiek in de pers verwijderde de museumdirectie de al of niet echte/vermeende kunstwerken en werd er aangestuurd op onderzoek door kunstexperts. In maart 2018 werd directeur Cathérine de Zegher door de stad uit haar functie ontheven, op vermoedens van schriftvervalsing rond de bruikleen, omdat ze geen bewijs kon voorleggen dat ze voorafgaand aan de bruikleen onderzoek had laten uitvoeren op de collectie, en nadat bleek dat ze valse verklaringen had afgelegd op de stedelijke commissie cultuur.
In januari 2020 startte de tentoonstelling 'Van Eyck, een optische revolutie'. Daar werden 13 originele werken van Jan van Eyck samen gebracht, samen met nog eens 9 werken uit zijn atelier. Door de coronacrisis diende de tentoonstelling vroegtijdig gestopt te worden. Desondanks won 'Van Eyck, een optische revolutie' wel de internationale Apollo Award voor 'Exhibition of the year'.
Het gebouw van Charles Van Rysselberghe In 1898, precies honderd jaar na de oprichting van het museum, werd de beslissing genomen om een nieuw museumgebouw op te richten. Dat is gelegen aan het Citadelpark, vlak bij het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst. Het werd tussen 1900 en 1904 gebouwd naar het ontwerp van architect Charles van Rysselberghe. Hij creëerde een gebouw met een enorme openheid en ruimtelijkheid. Het is opgevat als een traditionele kunsttempel in neoclassicistische stijl.
Voor de wereldtentoonstelling van 1913 werd het museum enorm uitgebreid, ook ontworpen door Charles van Rysselberghe. De oppervlakte van het museum werd hierdoor verdubbeld.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog werd het museum een ruïne, pas in 1951 kon de collectie terugkeren naar het gerenoveerde museumgebouw. Het museum werd tussen 2003 en 2007 nogmaals grondig gerenoveerd en heringericht.
In 1975 werd het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst opgericht. De collectie kunst na 1950, op enkele uitzonderingen na, verhuisde. In 2011 was er voor het eerst een samenwerking tussen de beide musea tijdens de tentoonstelling 'Hareng Saur, Ensor en de Hedendaagse Kunst'. Binnenkort wordt het museumplein, van de ontwerpers Wim Goes en Aldrik Heirman, tussen beide musea heraangelegd.
Conservators en directeurs Louis Maeterlinck Frits Van Loo, tot 1936 Maurice Dupuis, van 1937 tot 1947 Paul Eeckhout, van 1947 tot 1982 Robert Hoozee, van 1985 tot 2012 Luc Vanackere, vanaf najaar 2012 Catherine de Zegher, vanaf najaar 2013; vanaf 7 maart 2018 tijdelijk en sinds februari 2019 definitief geschorst.Museumdirectrice Catherine de Zegher tijdelijk geschorst, De Standaard, 7 maart 2018. Gearchiveerd op 8 mei 2024.Catherine de Zegher definitief opzijgeschoven als museumdirectrice MSK, De Morgen, 22 februari 2019. Gearchiveerd op 21 december 2019. Cathérine Verleysen, ad interim van 2018 tot 2021 Manfred Sellink, vanaf 2021Geert Sels, Manfred Sellink gaat MSK Gent leiden, in: De Standaard, 28 januari 2021, geraadpleegd 28 januari 2021. Gearchiveerd op 28 januari 2021.
Collectie De middeleeuwse kunst Het verhaal van de collectie begint in de 15e eeuw. Uiteraard is dit de periode waarin de grote Vlaamse Primitieven soms schokkend en revolutionair werk maakten. Je vindt hun samen met de conservatievere werken terug aan de museummuren. Deze Vlaamse kunst wordt geplaatst in een internationale context. Hoogtepunt hiervan is de kroning van Maria door Piucco Di Simone, een Florentijns altaarstuk uit 1350. Het paneel de kruisdraging van Jheronimus Bosch is in de middeleeuwse normen een vreemde eend in de bijt: op het paneel enkel dramatische gezichten, er is geen ruimte aan te duiden en de emoties zijn erg hevig. Deze schijnbaar complexe compositie doet nu nog altijd erg modern aan. Dit werk valt te beschouwen als een van de belangrijkste werken van de hele collectie, mensen komen van ver om dit werk te kunnen beleven.
Puccio Di Simone, De Kroning van Maria, 14e eeuwDe Kroning van Maria Omgeving van Rogier Van der Weyden, De Madonna met de anjer, 15e eeuw Anoniem, Triptiek van de heilige Anna, 15e eeuw Navolger van Robert Campin, De Man van Smarten, 15e eeuw Gerard Horenbout, Portret van Lieven van Pottelsberghe en Livina van Steelant, 15e eeuwPortret van Lieven van PottelsberghePortret van Livina van Steelant Jheronimus Bosch, De kruisdraging, 15e eeuwDe kruisdraging Jheronimus Bosch, De Heilige Hiëronymus in gebed, 15e eeuwDe Heilige Hiëronymus
Renaissance Tijdens de renaissance staat de mens centraal. Er ontstaat dus ook kunst naast de religieuze taferelen: portretten, genretaferelen, stillevens, landschappen en historiestukken. Het museum toont deze diversiteit aan met voorbeelden uit zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden met namen als Maarten van Heemskerck en Pieter Brueghel de Jonge, maar er zijn ook werken van Italiaanse meesters zoals Tintoretto.
Tintoretto, Portret van Giovanni Paolo Cornaro, 1561Portret van Giovanni Paolo Cornaro Maarten van Heemskerck, De calvarieberg, 16e eeuwDe calvarieberg Maarten van Heemskerck, Man van Smarten, 16e eeuwMan van Smarten Maerten de Vos, De familie van de heilige Anna, 16e eeuwDe familie van de heilige Anna Pieter Brueghel de Jonge, Bruiloftsmaal, 16e eeuwBruiloftsmaal Pieter Brueghel de Jonge, Dorpsadvocaat, 1621Dorpsadvocaat Roelant Savery, Landschap met dieren, 17e eeuw
Barokkunst Tijdens de gouden eeuw was er in Antwerpen het befaamde driemanschap Peter Paul Rubens, Jacob Jordaens en Anthony van Dyck. Van hen bezit het museum een grote collectie werken, met de belangrijke olieverf schets van Rubens, 'De geseling van Christus'. Een belangrijk werk in de collectie is Allegorie van de vijf zintuigen, van Theodoor Rombouts. Het toont 5 mannen die elk, met de nodige attributen, een zintuig voorstellen. Het is een typisch voorbeeld van een allegorie. Ook een belangrijk werk uit de collectie is het Portret van een vrouw van Frans Hals, een zeer typisch schilderij in zijn directe en nerveuze stijl.
Peter Paul Rubens, De geseling van Christus, 17e eeuwDe geseling van Christus Peter Paul Rubens, Franciscus van Assisi ontvangt de stigmata, 1635Fransiscus van Assisi ontvangt de stigmata Jacob Jordaens, De hemelvaart van Maria, 17e eeuwDe hemelvaart van Maria Jacob Jordaens, Studies van de kop van Abraham Grapheus, 17e eeuwStudies van de kop van Abraham Grapheus Anthony van Dyck, Jupiter en Antiope, 17e eeuwJupiter en Antiope. Gearchiveerd op 28 april 2016. Theodoor Rombouts, Allegorie van de vijf zintuigen, 16e eeuwAllegorie van de vijf zintuigen Theodoor Rombouts, Allegorie van het Schepengerecht van Gedele, 16e eeuwAllegorie van het Schepengerecht van Gedele Cornelis de Vos, Familieportret, 17e eeuwFamilieportret Gaspar de Crayer, Het oordeel van Salomo, ca.1620-1622Het oordeel van Salomo. Gearchiveerd op 7 oktober 2025. Philippe de Champaigne, Portret van bisschop Jean-Pierre Cannus, 1643Portret van bisschop Jean-Pierre Cannus Philippe de Champaigne, De Emmaüsgangers, 1664De maaltijd in Emmaüs Nicolaes Maes, Portret van een vrouw, 17e eeuwPortret van een vrouw Frans Hals, Portret van een vrouw, 1640Portret van een vrouw
De achttiende eeuw In de museumcollectie uit de 18e eeuw heerst er een grote diversiteit, zowel qua afkomst als qua stijl. Deze periode is minder nadrukkelijk aanwezig, daar de klemtoon in deze collectie ligt op de 19e eeuw.
Alessandro Magnasco, Biddende monniken, 18e eeuwBiddende monniken William Hogarth, Portret van een jonge vrouw, 18e eeuwPortret van een jonge vrouw Filippo Della Valle, Borstbeeld van Paus Clemens XII, 18e eeuwBorstbeeld van Paus Clemens XII
Neoclassicisme, romantiek en realisme Het museum bezit een zeer omvangrijke collectie schilderkunst uit de 19e eeuw. Een grote deel daarvan is Frans, maar ook de collectie romantische, neoclassicistische en realistische schilderkunst uit België is groot. Het neoclassicisme had in België veel aanhangers. Dat kwam deels door de invloed van de Franse Jacques Louis David, die een tijd in Brussel verbleef. Hij schonk het museum vier krijttekeningen, enkele weken voor zijn dood. Een uitzonderlijk werk in de collectie is de Heilige familie van de Franse Jean François Millet, uitzonderlijk omdat Millet zelden letterlijk naar een Bijbels onderwerp, zoals de Heilige familie, schilderde. Een van de belangrijkste werken van het museum echter, is van de hand van Théodore Géricault, zijn Portret van een kleptomaan. Het is een topstuk van internationale allure en is zelfs opgenomen in de boeken van H.W. Janson. De Franse realistische kunst is met de grootste namen vertegenwoordigd: Corot, Boudin, Manet, Courbet en Henri Fantin-Latour. De indrukwekkende ‘'buste van Pierre De Wissant’', gemaakt door Auguste Rodin, is rechtstreeks aangekocht, samen met het originele gips, bij de kunstenaar. In 1909 deed het museum een mislukte poging voor de aankoop van De burgers van Calais.