thumb|250px|Het tapijt van Bayeux verbeeldt de Slag bij Hastings en de oorzaken daarvan. De Normandische verovering van Engeland begon in 1066 met de invasie en bezetting van het koninkrijk Engeland door een leger van Normandische, Bretonse, Vlaamse en Franse soldaten onder leiding van Willem II van Normandië, de latere Willem de Veroveraar.
Willems aanspraak op de Engelse troon ging terug op zijn familieband met de kinderloos gestorven Angelsaksische koning Eduard de Belijder, die Willems hoop op de troon mogelijk heeft aangemoedigd. Eduard de Belijder stierf in januari 1066 en werd opgevolgd door zijn zwager Harold Godwinson. In september 1066 viel de Noorse koning Harald Hardrada het noorden van Engeland binnen. Na een eerste overwinning bij de Slag bij Fulford, werd hij op 25 september 1066 echter door Harold Godwinson verslagen en gedood in de slag bij Stamford Bridge. Enkele dagen later landde Willem II van Normandië in Zuid-Engeland. Harold marcheerde naar het zuiden om hem zo snel mogelijk te confronteren. Daarbij liet hij een aanzienlijk deel van zijn leger in het noorden achter. Op 14 oktober stonden Harolds en Willems leger tegenover elkaar in de Slag bij Hastings. Deze slag werd een beslissende overwinning voor het Normandische leger en zijn bondgenoten. Harold Godwinson werd in deze slag gedood.
Hoewel Willems belangrijkste rivalen nu definitief van het toneel waren verdwenen, werd hij in de daaropvolgende jaren nog steeds met opstanden geconfronteerd. Pas na 1072 zat hij veilig op zijn troon. De landerijen van de weerstand biedende Angelsaksische en vooral in het noorden en oosten Deense elite, werden in beslag genomen; een deel van deze elite ging in ballingschap. Om zijn nieuwe koninkrijk beter te kunnen beheersen, gaf Willem overal aan zijn volgelingen land in leen. Ook liet hij door het hele land kastelen op militair strategische plaatsen bouwen. Andere effecten van de Normandische verovering waren de introductie van een ander rechtssysteem, de introductie van Normandisch Frans als de taal van de elite, en veranderingen in de samenstelling van de hoogste klassen, aangezien Willem als koning rechtstreeks landerijen in leen gaf. De invloed van de verovering op de agrarische klassen en het dorpsleven verliep geleidelijker: de belangrijkste verandering schijnt de formele afschaffing van de slavernij te zijn geweest, die al dan niet met de invasie in verband kan worden gebracht. De structuur van de overheid zelf veranderde niet zo veel, aangezien de nieuwe Normandische bestuurders veel van de oude Angelsaksische regeringsvormen overnamen.
Achtergrond thumb|300px|Kaart van Normandië In 911 stond de Frankische Karolingische heerser Karel de Eenvoudige een groep Vikingen onder leiding van Rollo toe om zich te vestigen in het gebied waar de Seine in het Kanaal eindigt, als onderdeel van het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte. Dit gebied zou later het hertogdom Normandië worden genoemd.
In ruil voor een flink stuk grond verplichtten de Noormannen onder Rollo zich om de kuststreek en met name de Seine-monding tegen aanvallen van andere Vikingen te beschermen., Normandy Before 1066, Londen, 1982, pp. 8-10. Deze Vikingkolonie bleek succesvol; de Vikingen in de regio kwamen bekend te staan als de "Noormannen". Uit dit woord kwamen de woorden "Normandië" en "Normandiërs" voort., The Normans: The History of a Dynasty, Londen, 2007, pp. 15-16. De Normandiërs namen al snel de inheemse cultuur over; zij deden afstand van hun heidendom en bekeerden zich tot het christendom., Normandy Before 1066, Londen, 1982, p. 12. Ook namen zij het langue d'oïl over. Wel voegden zij daar elementen van hun eigen Noordse taal aan toe. Uit dit amalgaam ontstond het Normandisch. De Vikingen trouwden met vrouwen uit de plaatselijke bevolking., Normandy Before 1066, Londen, 1982, pp. 20-21. De Normandiërs gebruikten het grondgebied dat hen was toegekend als uitvalsbasis om de grenzen van het hertogdom in westelijke richting uit te breiden. Zo annexeerden zij de Bessin, het schiereiland Cotentin en de Avranches., Capetian France 987–1328, New York, 20012, p. 53.
In 1002 trad koning Æthelred II van Engeland in het huwelijk met Emma, de zuster van Richard II van Normandië, Æthelred the Unready: The Ill-Counselled King, Londen, 2003, p. 54. Hun zoon Eduard de Belijder, die vele jaren in ballingschap in Normandië leefde, erfde in 1042 de Engelse troon., Ruling England 1042–1217, Londen, 2005, p. 3. Dit leidde tot het ontstaan van een krachtig Normandisch belang in de Engelse politiek, dit aangezien Eduard zwaar op zijn voormalige gastheren leunde. Hij haalde Normandische hovelingen, militairen en geestelijken naar Engeland en benoemde ze in machtsposities, met name in de kerk. Kinderloos en in conflict verwikkeld met de formidabele Godwin van Wessex en diens zonen, heeft Eduard misschien ook hertog Willem van Normandiës ambities op de Engelse troon aangemoedigd., Unification and Conquest: A Political and Social History of England in the Tenth and Eleventh Centuries, Londen, 1989, pp. 86-99.
Toen koning Eduard in het begin van 1066 stierf, leidde het ontbreken van een duidelijke erfgenaam tot een omstreden opvolging, waarin meerdere kandidaten aanspraak maakten op de Engelse troon., The Death of Anglo-Saxon England, Stroud, 2000, pp. 167-181. Eduards directe opvolger werd de earl van Wessex, Harold Godwinson, de rijkste en machtigste van de Engelse aristocraten. Harold werd tot koning gekozen door de Witenagemot van Engeland. Hij werd gekroond door Ealdred, de aartsbisschop van York, hoewel Normandische propaganda later beweerde dat de ceremonie werd geleid door Stigand, de niet-canoniek verkozen aartsbisschop van Canterbury., The Death of Anglo-Saxon England, Stroud, 2000, pp. 167-181, , Harold the Last Anglo-Saxon King, Gloucestershire, 2000, pp. 136-138. Harold werd onmiddellijk uitgedaagd door twee machtige naburige heersers.
Hertog Willem van Normandië beweerde dat koning Eduard hem de troon had beloofd en dat Harold had gezworen dat hij het hiermee eens was;, William the Conqueror, Stroud, 2001, pp. 73-77. Koning Harald III van Noorwegen, algemeen bekend als Harald Hardrada, betwistten ook de opvolging. Zijn aanspraak op de troon was gebaseerd op een overeenkomst tussen zijn voorganger Magnus I van Noorwegen en de eerdere Engelse koning, Hardeknoet, waarbij was afgesproken dat indien een van beide zonder erfgenaam zou sterven, de andere zowel Engeland als Noorwegen zou erven., The Death of Anglo-Saxon England, Stroud, 2000, pp. 188-190. Hardeknoet was de zoon van koning Knoet de Grote en Emma van Normandië, en was dus een halfbroer van Eduard de Belijder. Hij regeerde van 1040-1042, en stierf kinderloos. Zie ook: , art. Harthacnut, in (edd.), Blackwell Encyclopaedia of Anglo-Saxon England, Malden, 2001, pp. 229–230. Hardeknoets vader, Knoet de Grote had Æthelreds zoon Edmund Ironside verslagen en in 1016 de Engelse troon opgeëist. Hij was in het huwelijk getreden met Æthelreds weduwe, Emma., The Norman Conquest: A New Introduction, New York, 2009, p. 84. Na de dood van Hardeknoet in 1042, was Magnus gestart met de voorbereidingen voor een invasie van Engeland. Deze werden pas na zijn dood in 1047 gestopt., Anglo-Saxon England, Oxford, 19713, pp. 423-424.
Willem van Normandië en Harald Hardrada begonnen meteen met het verzamelen van de benodigde troepen en schepen voor een invasie van Engeland., Ruling England 1042–1217, Londen, 2005, pp. 12-14.
Andere personen met aanspraken op de Engelse troon kwamen later in actie. De eerste was Edgar Ætheling, een achterneef van Eduard de Belijder en in vaderlijke lijn een afstammeling van koning Edmund Ironside. Hij was de zoon van Eduard de Balling, een zoon van Edmund Ironside. Hij werd geboren in Hongarije, waar zijn vader na de verovering van Engeland door de Knoet de Grote uiteindelijk was terechtgekomen. Na de uiteindelijke terugkeer van zijn familie in Engeland en de dood van zijn vader in 1057, The Norman Conquest: A New Introduction, New York, 2009, pp. 96-97. had Edgar vanuit erfelijk perspectief veruit de sterkste erfelijke aanspraak op de troon, maar mede omdat hij toen Eduard de Belijder stierf slecht ongeveer dertien of veertien jaar oud was en ook omdat hij geen machtige familie had die hem in zijn aanspraken steunde, werd hij door de Witan gepasseerd., The Norman Conquest: A New Introduction, New York, 2009, pp. 132-133.
Een andere kanshebber was Sven II van Denemarken, die als kleinzoon van Sven Gaffelbaard en neef van Knoet de Grote ook aanspraak op de Engelse troon kon maken., Unification and Conquest: A Political and Social History of England in the Tenth and Eleventh Centuries, Londen, 1989, pp. 86-87. Hij wachtte echter tot 1069, voordat hij in actie kwam., William the Conqueror, Stroud, 2001, pp. 103-104. Ten slotte kan men de aanvallen van Tostig Godwinson in het begin van 1066 als een poging zien de Engelse troon te bemachtigen, maar na zijn nederlaag tegen de graven Edwin en Morcar van Northumbria en de desertie van de meeste van zijn volgelingen verbond hij zijn lot met dat van Harald Hardrada., The Norman Conquest: England after William the Conqueror (Critical Issues in History), Lanham, 2007, pp. 33-34.
Tostig Godwinsons invallen en de Noorse invasie
In het begin van 1066 voerde Harolds uit Northumbria verbannen broer Tostig Godwinson overvallen op de Zuidoost-Engelse kust uit met een vloot die hij in het graafschap Vlaanderen had geworven. Deze vloot werd later nog aangevuld met schepen uit de Orkney-eilanden.Tostig, die graaf van Northumbria was geweest, werd aan het eind van het jaar 1065 met een Northumbrische opstand geconfronteerd. Nadat koning Eduard de zijde van de rebellen had gekozen, ging Tostig in ballingschap in Vlaanderen. Bedreigd door Harolds vloot begaf Tostig zich met zijn vloot naar het noorden en voerde daar overvallen uit op de kust van East Anglia en Lincolnshire, maar hij werd naar zijn schepen teruggedreven door de broers Edwin van Mercia en Morcar van Northumbria. Verlaten door de meeste van zijn volgelingen, trok hij nu naar Schotland, waar hij in de zomer van 1066 verse troepen wierf., Harold the Last Anglo-Saxon King, Gloucestershire, 2000, pp. 144-145. Van de koning van Schotland, Malcolm III wordt gezegd dat hij en Tostig gezworen broeders zouden zijn geweest, zie: , Anglo-Saxon England, Oxford, 19713, pp. 578–580. Intussen bracht koning Harold Godwinson de zomer aan de zuidkust van Engeland door met een groot leger en vloot. Hij wachtte daar tot het moment dat Willem van Normandië zijn invasie in Zuid-Engeland zou uitvoeren om dan zo snel mogelijk zelf in actie te komen. Het grootste deel van zijn troepen bestond echter uit milities en het oogstseizoen kwam eraan. De krijgers moesten thuis hun gewassen gaan oogsten of daar ten minste toezicht op gaan houden. Hierdoor werd Harold gedwongen zijn leger op 8 september te ontbinden., Harold the Last Anglo-Saxon King, Gloucestershire, 2000, pp. 144-150.