Collaboratie is het samenwerken of heulen met de vijand. Het begrip is afgeleid van het Franse werkwoord collaborer, dat gewoon samenwerken betekent. In deze neutrale betekenis werd het voordien ook in het Nederlands gebruikt, maar vanaf de Tweede Wereldoorlog, toen een groot aantal Europese landen waren bezet door Duitse troepen, kreeg het de specifieke, negatieve betekenis van medewerking met de vijand.Collaboratie in: M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs, Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 2003-2009. Gearchiveerd op 22 november 2022. Personen die met de Duitse bezetter samenwerkten, worden aangeduid als 'collaborateurs' of in Vlaanderen ook wel als incivieken of – meer denigrerend – zwarten.
Collaboratie kon politieke, militaire of economische vormen aannemen, maar ook verklikking en verraad behoren ertoe.Steven Dhondt en Luc Huyse, Onverwerkt verleden. Collaboratie en repressie in België, 1942-1952, 1991, p. 193 Het gaat dus om samenwerking met een (al dan niet buitenlandse) vijand, zich daarmee kerend tegen de eigen bevolking en overheid. Diverse wetsartikelen stellen dergelijke gedragingen als misdrijf strafbaar. Het tegengaan van collaboratie hing samen met het feit dat de nationale staten een verregaande loyaliteit van hun burgers eisten. In 1814 daarentegen, na de Franse tijd in Nederland, was samenwerking met de Fransen nauwelijks een probleem geweest.
Vormen van collaboratie Verschillende vormen van collaboratie worden aangemerkt, waarbij sommige als ernstiger dan andere werden beschouwd. De lijn tussen een passieve opstelling en actieve collaboratie was uitermate vaag, en soms was het ook erg moeilijk niet te collaboreren. Dwang werd vaak toegepast, en soms betekende het alternatief ontslag of gevangenisstraf.
Als collaboratie kon worden aangemerkt: tekenen van een loyaliteitsverklaring; verklikken van onderduikers of verzetsactiviteiten, al dan niet tegen betaling; meewerken in een meer of minder invloedrijke positie (minister, ambtenaar, burgemeester, politieman) aan maatregelen van de vijand; toepassen van door de vijand opgelegde censuur of positief berichten over de vijand in de media; dienstnemen in het vijandelijke leger; vrijwillig leveren van hand-en-spandiensten aan de vijand.
Vrouwen die een verhouding met Duitse militairen hadden, worden in het Nederlands niet aangeduid als collaborateurs. Zij werden bedacht met pejoratieve termen als moffenmeid of moffenhoer.
Economische collaboratie
Economische collaboratie zoals verkoop van goederen en het verrichten van economische diensten tegen betaling aan de vijand kan men eveneens als collaboratie zien, want het steunt het vermogen van de vijand om oorlog te voeren. Aangezien bij hantering van deze definitie het vrijwel onmogelijk is om niet te collaboreren, maakt men ook wel onderscheid tussen militaire en civiele producten. Wie op vrijwillige basis militaire producten en wapens produceert voor de vijand collaboreert sowieso, bij civiele diensten en leveringen collaboreert men in principe niet. Uiteraard bestaat hier ook een groot grijs gebied, met name bij grondstoffen en halffabricaten die voor zowel militaire als civiele doelen kunnen worden gebruikt. Men kan hier enig onderscheid in aanbrengen in wat men weet of behoort te weten, en dit kan door de omstandigheden worden ingevuld, zoals de afnemer van de producten, de plaats waar de producten moeten worden afgeleverd, geschreven documentatie of de context van de prestatie.
Bestuurders en bedrijfskopstukken haalden vaak het argument aan dat de bezetter, indien men niet ten minste enigszins meewerkte, iemand zou aanstellen die ideologisch 'zuiverder' was en wellicht een extremistischer beleid zou voeren of incompetent zou zijn. Voor een bedrijf zou het wellicht kunnen betekenen dat de bezetter de zaak sloot en de werknemers elders te werk zou stellen. In een gemeente zou dit kunnen leiden tot zuivering van het ambtenaren- en politieapparaat, repressie, en inniger samenwerking met de bezetter. Door aan te blijven, zo redeneerde men, kon men tenminste de eigen ingezetenen of werknemers enigszins beschermen en voor erger behoeden. Het tegenargument was echter dat het gevaar hiervan was dat men op een 'hellend vlak' terecht kon komen.
Collaboratie tijdens de Eerste Wereldoorlog
Collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog thumb|Voorpagina van de Vlaamse krant De Dag 20 april 1943. In de Tweede Wereldoorlog was collaboratie of vermeende collaboratie voornamelijk afkomstig van de volgende groepen: Duitse of Duitstalige minderheden, de zogenaamde Volksduitsers, plus Duitsers die op niet- of semipermanente grondslag in het buitenland waren (Rijksduitsers); Inheemse fascistische of nationaalsocialistische groeperingen, die zich met het nationaalsocialistische gedachtegoed identificeerden, zoals de NSB in Nederland, het Vlaams Nationaal Verbond en Rex in België, de IJzeren Garde in Roemenië en Nasjonal Samling in Noorwegen; Niet-fascistische ideologische tegenstanders van de regering, zoals sommige Russische monarchisten; Individuen en bedrijven, die er economisch of qua carrière op vooruit wilden gaan door te collaboreren; Naar onafhankelijkheid of zelfbestuur strevende minderheden, zoals de Kroaten en bepaalde volkeren binnen de Sovjet-Unie; Zij die door middel van foltering, hersenspoeling, chantage, bedrog, bedreiging, misbruik van omstandigheden of andere redenen gedwongen werden te collaboreren; Anderen, die om uiteenlopende persoonlijke redenen collaboreerden.
Vaak werd gecollaboreerd omdat men meende dat men de bevolking erger kon besparen door minimaal samen te werken met de bezetter. Daarbij wilde men de openbare orde handhaven en een machtsvacuüm voorkomen. Ook bestond er in Europa een zekere wil om met Duitsland tot overeenstemming te komen. Men besefte dat andere wereldmachten als Japan, de V.S. en (met name) de Sovjet-Unie de Europese hegemonie konden bedreigen. De Europese bevolkings- en economische groei bleef achter bij deze landen, en het leek niet denkbeeldig dat Europa spoedig economisch en militair overvleugeld zou worden. Men meende dat men daarom gebaat was bij een verenigd Europa, zelfs als de prijs daarvoor overheersing door de Duitse nazi's was, met name omdat de angst voor de Sovjet-Unie en het communisme er bij veel mensen diep in zat. Daarbij leek in 1940 de oorlog door Duitsland zo goed als gewonnen, en meende men dat men er maar beter het beste van kon maken. Men hoopte dat na verloop van tijd de scherpe kantjes van het nazisme zouden slijten.
Typologie van Rings In zijn boek Leben mit dem Feind (1979) onderscheidt de Zwitserse historicus en journalist Werner Rings (1910-1998) vier grote modellen van collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog, al naargelang de motieven en de bereidwilligheid om met de Duitse bezetter samen te werken. Deze vormen van collaboratie zijn de neutrale, de onvoorwaardelijke, de voorwaardelijke en de tactische collaboratie.Werner Rings leben mit dem Feind, Blikopdewereld.nl. Geraadpleegd op 3 april 2023
Neutrale collaboratie: deze niet-ideologische, apolitieke vorm van collaboratie kan ingegeven zijn door 'instinctief zelfbehoud' (overlevingsdrang) of de continuïteit van de economie veilig te stellen. Voorbeelden hiervan zijn de vrijwillig tewerkgestelde arbeiders in Duitsland, ambtenaren, zakenlui en ondernemers (in België: de 'Galopin-doctrine'). Onvoorwaardelijke collaboratie: lokale Groot-Germaanse of Nieuwe Orde-gezinde partijen en bewegingen collaboreren om zuiver ideologische, solidaire redenen met de nazi-bezetter. Al zijn ook hier opportunistische motieven zeker niet uitgesloten. Voorbeelden zijn het VNV (ten tijde van Staf De Clerq) en de DeVlag in Vlaanderen, Rex in Wallonië, de NSB in Nederland of Jonas Lie, stichter van de Noorse SS. Voorwaardelijke collaboratie: bij deze politieke collaboratie neemt het bezette land of gebied zelf het initiatief om onder bepaalde voorwaarden met de bezetter samen te werken teneinde een zekere politieke zelfstandigheid te behouden of te veroveren. Voorbeelden zijn Generaal Vlasov en het Russisch Bevrijdingsleger in de Sovjet-Unie, de Vichy-regering in Zuid-Frankrijk. Tactische collaboratie: bij deze defensieve, eenzijdig opgelegde schijncollaboratie hoopt men door te doen alsof men samenwerkt met de Duitse bezetter de schade te beperken en toch nog iets uit de brand te slepen. Voorbeelden: de Joodse Raden in Nederland en Warschau, de Deense regering o.l.v. Erik Scavenius, Emil Hacha in Tsjecho-Slowakije, enz.
Nederland in en na de Tweede Wereldoorlog thumb|left|SS-wervingsposter
Collaboratie heeft in Nederland verschillende vormen gekend en was vooral in het begin van de oorlog wijdverbreid. Voor het uitbreken van de oorlog kende Nederland al de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) die na de Duitse inval politiek met Duitsland ging samenwerken. Andere politieke organisaties van collaborateurs waren het Zwart Front en de Nederlandsche Unie. Daarnaast bestond er grootschalige economische collaboratie. In 1940 werd het Nationaal Comité voor Economische Samenwerking opgericht.
Politiek, leger en ambtenarenapparaat Hoewel samenwerking met de vijand strafbaar was, werd in 1937 in een geheime instructie bepaald dat ambtenaren waren gehouden om mee te werken aan maatregelen van een bezettende macht. Het Nederlandse ambtenarenapparaat werkte tijdens de Duitse bezetting dan ook mee met de Duitsers. De secretarissen-generaal bleven aan, ook na het gedwongen ontslag van generaal Winkelman, die de Duitsers te oncoöperatief vonden. Dat gold ook voor de overheidsbedrijven zoals de NS en de gemeentelijke bedrijven zoals het plaatselijk openbaar vervoer.
Hendrikus Colijn bracht na de Duitse inval een brochure uit getiteld "Op de grens van twee werelden" waarin hij de vlucht van het Nederlandse koningshuis naar Engeland veroordeelde en onomwonden koos voor samenwerking met de nazi's.Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 4, tweede helft, pag 22. Colijn stelde in zijn brochure dat de democratie had gefaald, dat de leden van het Nederlandse koningshuis nooit meer een voet op Nederlandse bodem zouden zetten en dat de Nederlandse bevolking zich niet moest verzetten maar zich moest schikken naar de wil van de nieuwe machthebbers. Omdat Colijn sinds 1920 politiek leider en partijvoorzitter van de ARP was en voor de oorlog minister-president in vijf kabinetten geweest was, legde zijn oordeel voor conservatieve en gezagsgetrouwe Nederlandse protestanten veel gewicht in de schaal. Bovendien was zijn invloed binnen de Gereformeerde Kerken en de NCRV groot. Het aan de ARP gelieerde dagblad De Standaard probeerde zich neutraal tegenover de bezetter op te stellen. De publicatie van Colijns brochure "Op de grens van twee werelden" moet Arthur Seyss-Inquart als een geschenk uit de hemel ervaren hebben.
thumb|Affiche voor een Winterhulp-collecte uit 1942 De Nederlandse luitenant-generaal Hendrik Seyffardt deed in 1941 een dringend beroep op Nederlandse jongemannen om zich aan te sluiten bij het Vrijwilligers Legioen Nederland om aan het oostfront tegen "het oprukkende bolsjewisme" te strijden. Seyffardt deed zijn eerste oproep toen Hitlers troepen nog maar net aan de uitvoering van Operatie Barbarossa waren begonnen. Op dat moment rukten de nazi's snel op richting Moskou en Leningrad terwijl de bolsjewieken zich, deels om tactische redenen, halsoverkop terugtrokken.