Het Besluit Middelen en Maatregelen (M&M) was het in Nederlandse wet- en regelgeving gebruikte begrip voor toepassing van dwangbehandeling en dwangmaatregelen ter overbrugging van tijdelijke noodsituaties in instellingen voor psychiatrische zorg, voor verstandelijk beperkten zorg en zorg voor mensen met dementie. De wetgeving waar het Besluit Middelen en Maatregelen een toelichting op is komen te vervallen in 2020.

Dit handelingen waar het Besluit een toelichting op was konden handelingen of interventies zijn, maar ook regels die door zorgverleners aan een cliënt onder dwang worden opgelegd. Onder dwang wordt elk handelen begrepen waarvoor geen toestemming was gegeven door een verzorgde of, bij wilsonbekwaamheid, diens wettelijke vertegenwoordiger. Middelen en maatregelen onder dwang mochten buiten de genoemde instellingen en buiten de genoemde situatie, niet worden toegepast, dus ook niet in de zorg bij cliënten thuis. Dergelijke werkwijzen zijn in strijd zijn met de persoonlijke vrijheid en ontplooiing van een individu, grondrechten, en zijn daarom verboden in Nederland en in alle andere landen van de Europese Unie.

De middelen en maatregelen die onder zeer restrictieve voorwaarden met dwang in de zorg konden worden toegepast werden uitsluitend bepaald in de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz), het Besluit Middelen en Maatregelen Bopz en het Wetboek van Strafrecht, artikel 37a - Terbeschikkingstelling (TBS). Dit artikel handelt over dwangmaatregelen zoals ze beschreven waren op grond van de Wet Bopz.

Vijf vormen genoemd in het Besluit Bopz Het op de Wet Bopz gebaseerde Besluit Middelen en Maatregelen Bopz noemde de volgende vijf middelen en maatregelen: afzondering: de cliënt/patiënt wordt voor behandeling ingesloten in een zogenaamde 'prikkelarme' eenpersoonskamer; separatie: de cliënt wordt voor behandeling ingesloten in een separeerruimte, een kamer waarin alles waaraan hij zich kan bezeren of verwonden is weggehaald en welke hiervoor namens de minister is goedgekeurd; fixatie: het op enigerlei wijze beperken van een patiënt in zijn bewegingsmogelijkheden, ook wel vrijheidsbeperkende maatregelen; toediening van medicijnen tegen de (uitdrukkelijke) wil van de cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger (hieronder valt ook het toedienen van medicatie gegeven uit de onmacht van de omgeving, bijvoorbeeld kalmeringsmiddelen); toediening van vocht en/of voeding tegen de wil van de cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger.

De middelen en maatregelen konden uitsluitend worden toegepast als sprake was van ernstig gevaar voor het individu, derden of voor goederen, als sprake was van een noodsituatie en er geen andere, minder ingrijpende middelen of maatregelen waren om de noodsituatie te overbruggen. Ze mochten maximaal zeven dagen achtereen worden toegepast. Ze moesten altijd direct worden opgeheven zodra het gevaar is geweken. Aan het behandelplan diende een dwangbehandelplan te worden toegevoegd.

Andere vormen, genoemd in de Wet Bopz Hiernaast bestond de mogelijkheid post te controleren op meegezonden voorwerpen en om "huisregels" op te stellen en toe te passen: de regels werden gebruikt om het gedrag van cliënten te begrenzen en in te perken. Te denken valt hierbij aan het beperken van contact met anderen (telefoonverkeer en bezoek), het beperken van de bewegingsvrijheid in en om het huis en het beperken van persoonlijke bezittingen. Algemene huisregels in het kader van de BOPZ konden nadelig werken voor groepsgenoten; voor hen was een dergelijke maatregel niet noodzakelijk, maar zij werden hier toch mee geconfronteerd (bijvoorbeeld met een afgesloten keuken). Ook dit diende in het zorgplan van de betreffende cliënt vermeld en geregistreerd te worden.

Vrijwillige opname en Middelen en Maatregelen Bij cliënten die vrijwillig verbleven binnen een Bopz-instelling, mochten middelen en maatregelen in het kader van het behandelplan alleen worden toegepast wanneer met de cliënt zelf hierover overeenstemming was bereikt. In dezen was toestemming van de ouder of wettelijk vertegenwoordiger niet voldoende (bijvoorbeeld bij wilsonbekwaamheid): was Middelen en Maatregelen bij vrijwillige opname toch noodzakelijk, dan was een IBS, Rechterlijke Machtiging of (in de meeste gevallen) een beoordeling door de Bopz-indicatiecommissie vereist (CIZ).

Nieuwe wetgeving Per 1 januari 2020 werd de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) vervangen door twee nieuwe wetten, de Wet verplichte ggz (Wggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd).

De Wet verplichte ggz is gericht op het voorkomen van verplichte zorg en het kiezen voor minder dwang binnen de geestelijke gezondheidszorg. Een belangrijke verandering is verplichte zorg ook buiten een ggz-instelling mogelijk te maken, zodat het minder belastend is voor cliënt, bijvoorbeeld verplichte begeleiding thuis of in een polikliniek. Een versterking van het patiëntenrecht is dat deze voldoende invloed heeft tijdens de periode van verplichte zorg. De cliënt heeft het recht aan te geven welke zorg en behandeling de voorkeur heeft.dwangindezorg.nl - Wet verplichte ggz (Wvggz)

De Wet zorg en dwang regelt tevens de rechten van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met een psychogeriatrische aandoening (zoals dementie) die onvrijwillige zorg krijgen.dwangindezorg.nl - Wet Zorg en Dwang (Wzd)

Zie ook Dwangverpleging Terbeschikkingstelling (Nederlands strafrecht) oftewel tbs Patiëntenrecht

Externe link Website van het Nederlandse Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over Dwang in de zorg

Categorie:Nederlandse wetgeving Categorie:Zorg in Nederland Categorie:Dwangverpleging