Ary (Adriaan) Jan Jozef Delen (Leuven, 10 maart 1883 - Antwerpen, 17 juni 1960) was een Vlaamse schrijver en kunsthistoricus die in 1915 assistent en in 1919 adjunct-conservator werd van het Museum Plantin-Moretus te Antwerpen. Hij werkte destijds direct onder Maurits Sabbe, die conservator was. Van 1936 tot 1944 was Delen conservator van het Stedelijk Prentenkabinet te Antwerpen en nadien weer hoofdconservator van het Museum voor Schone Kunsten.

Ary Delen zat met Willem Elsschot in de laagste klas van het Atheneum en bleef daarna heel zijn leven met hem bevriend. Hij bracht Elsschot in contact met andere schrijvers, onder wie Lode Baekelmans, Karel van den Oever en Victor de Meyere. In het tijdschrift Alvoorder, dat op initiatief van Baekelmans verscheen, publiceerden Elsschot en Van den Oever hun eerste gedichten.

Delen is de auteur van Teekeningen van Vlaamsche meesters (1943).. Hij schreef ook laat-naturalistische romans waarvan de stijl en thema's sterk doen denken aan het werk van Willem Elsschot: Prinskensdag (1910), Het donkere huis (1952) en Niemand ontsnapt aan zijn noodlot (1953).

Bibliografie 1910 - Prinskensdag. Bevat tevens: Ratten en fokken; Meezenvangers; Een zomersche zondag (Digitale versie) 1916 - Dit is iets over de geschiedenis van het poppenspel in Vlaanderen en in 't bizonder over den alom vermaarden Antwerpschen poesje, mitsgaders 't een en 't ander over de poesjenellen bij de vreemde volkeren als daar zijn: Grieken, Romeinen, Franschen, Engelschen, Hollanders, Italianen, Duitschers, Turken, Javanen, Brusselaars en Luikenaars, bijeenverzameld en beschreven door Ary Delen; hier is bijgevoegd, De hartroerende en schoone historie van Oursson en Valentijn, zooals die in de Antwerpsche poppencomedie is te hooren en te zien, ...; alles versierd met schoone prenten door René P. Leclercq 1922 - Rik Wouters. Zijn leven, zijn werk, zijn einde 1924-1935 - Histoire de la gravure dans les anciens Pays-Bas et dans les Provinces Belges, des origines jusqu'à la fin du XVIIIe siècle. Première partie: Des origines à 1500. 1924; Deuxième partie: Le XVIe siècle; : Les graveurs-illustrateurs. 1934. 197 p., bl. pl.; : Les graveurs d'estampes. 1935. 187 p., bl. pl. 1927-1928 - Rubens en zijne eeuw door Floris Prims ... et al. 5 delen 4: De vlaamsche schilderkunst vóór, tijdens en na Rubens 1933 - Het huis van Pieter Pauwel Rubens. Wat het was, wat het werd, wat het worden kan 1938 - Catalogue des dessins anciens. Écoles Flamande et Hollandaise. Bd. 1: Texte; Bd. 2: Planches 1940 - Het huis van P. P. Rubens. De invloed van Rubens op de Vlaamsche barokarchitectuur 1942 - Walter Vaes 1942 - Le visage d'Anvers dans l'art 1943 - Oude Vlaamsche graphiek. Studies en aanteekeningen 1944 - Christophe Plantin. Imprimeur de l'Humanisme 1945 - Oude kunst en graphiek. Verzamelde opstellen 1946 - De Vlaamsche kunst (Digitale versie) 1948 - Beknopte catalogus 1948 - Beschrijvende catalogus. Koninklijk museum voor schone kunsten 1: Oude meesters 1949 - Antoon van Dijck, de mens en de meester 1951 - Gids voor Antwerpen, Brussel, Gent en Brugge door Frederik Clijmans en A.J.J. Delen (Digitale versie) 1952 - Het donkere huis. Roman (Digitale versie) 1953 - Niemand ontsnapt aan zijn noodlot. Roman (Digitale versie) 1956 - De grafische kunsten door de eeuwen heen 1956 - De schilders der Schelde 1957 - Verzen

Externe link

Categorie:Vlaams schrijver Categorie:Belgisch conservator