Oeroeg is een Nederlands-Belgisch-Indonesische film van de Nederlandse regisseur Hans Hylkema, die in Nederland op 10 juni 1993 in de zalen verscheen. In België en Indonesië verscheen de film in november 1993. De film is gebaseerd op het boek Oeroeg (1948) van Hella S. Haasse. De film heeft een looptijd van 114 minuten en kreeg als internationale titel Going Home.

Oeroeg is een film die een kijk geeft op de Nederlanders in Indonesië, van het uitroepen van de zelfstandigheid in 1945 tot de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949. In de film worden gebeurtenissen van uit de jeugd van de hoofdpersoon afgewisseld met de periode van de politionele acties.

Verhaal

Johan ten Berghe (Rik Launspach) keert in 1947 terug naar Indonesië, zijn geboorteland. Hij is luitenant in het Nederlands leger dat de opdracht krijgt de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd neer te slaan. Ten Berghe komt echter gedesillusioneerd aan: het land waar hij is opgegroeid herkent hij nauwelijks. Flashbacks laten zien hoe Johan en zijn inheemse vriend Oeroeg (Martin Schwab) samen opgroeien in West-Java. Hoewel Johan de zoon is van een plantagehouder (Jeroen Krabbé) en Oeroeg de zoon is van Deppoh, de hoofdtoezichter van die plantage, vervagen de koloniale verschillen en hebben de twee kinderen een vriendschappelijke band. De twee groeien door de jaren heen geleidelijk aan steeds verder uit elkaar. Flashbacks tonen dat Johan en Oeroeg ongelijk behandeld worden. Zo wordt Oeroeg tijdens Johans verjaardagsfeestje eerder als knecht behandeld dan als een gelijke. Tijdens hun bezoek aan de cinema worden de twee verzocht apart te gaan zitten, de ene is immers blank en de andere is een inlander. Deze vriendschap komt uiteindelijk op de helling te staan als Deppoh sterft. Hij zou gestorven zijn toen hij Johan van een verdrinkingsdood wou redden, al blijkt dit later niet te kloppen. Oeroeg beschuldigt Johans vader van ouderlijke nalatigheid. Johan zal vlak voor de Tweede Wereldoorlog naar Nederland vertrekken omwille van zijn studies.

Na de oorlog keert hij terug, maar deze keer als militair. Het Nederlands leger moet de opstandelingen, die strijden voor onafhankelijkheid, onder de duim houden. Wanneer Johan naar zijn ouderlijk huis terugkeert, wordt hij onder schot gehouden door een inlander die uiteindelijk vlucht. Hierna ziet hij het lijk van zijn vader liggen. Johan vermoedt dat die man Oeroeg is en ook de moordenaar van zijn vader. Hierna besluit hij om op onderzoek te gaan. Terwijl de oorlog in volle gang is, hoopt Johan Oeroeg te vinden. Ondertussen wordt hij door het Indonesisch leger gevangen genomen. Hij ontdekt dat Oeroeg op het moment dat zijn vader vermoord werd, zelf krijgsgevangene was, en beseft dat zijn jeugdvriend niet schuldig kan zijn. Niet veel later vindt er een uitwisseling plaats tussen Nederlandse en Indonesische krijgsgevangenen. Johan wordt omgeruild voor twaalf Indonesiërs. Johan merkt op dat Oeroeg hierbij zit. Op de brug vraagt hij aan Oeroeg of ze nog vrienden zijn. Zolang het leven van een Nederlander gelijk is aan twaalf Indonesiërs niet, antwoordt Oeroeg. Toch zullen ze altijd broeders blijven. Ze gaan allebei hun eigen richting uit, maar Johan loopt nog even terug om zijn jeugdvriend de horloge van Johans vader te geven. Johans vader verloor zijn horloge toen hij zijn zoon uit het water redde. Deppoh stierf een verdrinkingsdood toen hij spontaan achter het horloge dook.

Rolverdeling

!colspan=2|Hoofdrollen |- |||Johan ten Berghe |- |||Oeroeg |- |||Kleine Johan |- |||Kleine Oeroeg |- |||Henegouwen Van Bergen |- |||Twan |- |||Lida |- |||Rita |- |||Satih |- |||Van Woerkom |- |||Hendrik Ten Berghe

Productie Het budget van de film bedroeg meer dan 8 miljoen gulden of 150 miljoen frank, ongeveer 3,7 miljoen euro.Kunstredactie. (1992, 21 juli). Filmopnamen ‘Oeroeg’ inmiddels afgerond. Nieuwsblad van het Noorden, p. 8. Geraadpleegd van https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011019998:mpeg21:p008 Om dit te bekostigen werd de film een coproductie tussen Nederland, België, Duitsland en Indonesië, met steun van de NOS, de BRTN (voorloper VRT), het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en het Europese fonds Eurimages onder anderen.Uit making of, setopnames en interviews door Jord Den Hollander en Dirk Teenstra, bij Provoost, E. (Producent), Voorthuysen, P. (Producent), & Hylkema, H. (Regisseur). (1993). Oeroeg [Film]. Nederland: Lime-Lights Pictures.

Een halfjaar voor de start van de opnames reisden hoofdrolspelers Rik Launspach en Martin Schwab, Johan en Oeroeg in de film, af naar Indonesië om locaties als Jakarta (Batavia) en Bogor (Buitenzorg) te verkennen en zich voor te bereiden op hun rollen.Van Lierop, P., & GPD. (1993, 10 juni). Rik Launspach, volgens Jeroen Krabbé een nieuwe Paul Newman: ‘Oeroeg is een verhaal als van een stuklopend huwelijk’. Leidsch Dagblad, p. 19. Geraadpleegd van https://web.archive.org/web/20241127043119/https://leiden.courant.nu/issue/LD/1993-06-10/edition/0/page/19?query

De opnames van de film vonden plaats gedurende de zomer van 1992 over een periode van vijftig dagen, al verliepen deze door omstandigheden niet altijd even vlot. Het filmproces werd onder andere geteisterd door langdurige stortregens, temperaturen boven de 40 °C en een diarree-epidemie bij de meer dan 80 acteurs en 2000 figuranten.Kunstredactie. (1992, 23 juli). Filmopnamen voor 'Oeroeg' na veel ongemakken klaar. Geraadpleegd van https://www.trouw.nl/home/filmopnamen-voor-oeroeg-na-veel-ongemakken-klaar%7Eaeaf5d9d/ Daarnaast waren er ook verkiezingen gaande en werd de ontwikkelingshulp van minister Jan Pronk, verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerking, door de Indonesische regering stopgezet.Detiger, T. (1993, 18 juni). Martin Schwab in NOS-documentaire: “Het conflict zit in Oeroeg zelf”. De Telegraaf, p. 2. Geraadpleegd van https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010691817:mpeg21:p002

Ook bij het werken met de plaatselijke bevolking ondervond de crew moeilijkheden. Zo gaf regisseur Hylkema in een interview aan dat werken met bevelen op set, van essentieel belang in zulke kostelijke producties, als zeer onbeleefd ervaren werd in Indonesië en niet mogelijk was. Daarnaast sprong volgens Hylkema de lokale bevolking dikwijls te los om met tijdsafspraken voor opnames. Desondanks waren de cast en crew in het algemeen aangenaam verrast door de vlotte medewerking van Indonesiërs aan de ambitieuze film, in het bijzonder bij scènes die onaangename herinneringen zouden kunnen oproepen, zoals wanneer een inlander gemarteld wordt. Ondanks twijfels van cast en crew voor de opnames, bleken de Indonesiërs hier geen probleem van te maken, waren ze verrassend aardig en ontstond er volgens regisseur Hylkema tijdens sommige opnames de sfeer van een popconcert. Tot meer dan 2000 toeschouwers applaudisseerden spontaan bij enkele scènes, zelfs wanneer in een scène Nederlandse troepen door een stad vol anti-Hollandse leuzen rijden.GPD. (1993, 18 juni). Boeiende documentaire over veelbesproken film. Leidsch Dagblad, p. 13. Geraadpleegd van https://web.archive.org/web/20250219233904/https://leiden.courant.nu/issue/LD/1993-06-18/edition/0/page/13?query

Bij de montage bleek de ambitieuze structuur van de film, met haar regelmatige flashbacks, echter minder goed te werken dan aanvankelijk gedacht. Hylkema beschrijft dan ook dat ten opzichte van het scenario flashbacks “in de montage ettelijke keren verschoven, verspreid, opgeknipt of aaneengezet” werden. Waarschijnlijk de meest voorname verandering hierbij is de scène aan het meer, die uiteindelijk veel eerder werd gemonteerd om als een motorisch moment te dienen.Verhage, G., & Willemsen, D. (1993). Hans Hylkema over Oeroeg, een Europees project. Het Nederlands scenario, 13, 6

Tijdens de montage ontstond ook enige controverse bij veteranen in Nederland naar aanleiding van een interview met Jeroen Krabbé, Hendrik Ten Berghe in de film, afgenomen door Pieter Van Lierop. “Wij hebben ons daar als nazi's misdragen”, stelde hij in dit interview, een uitspraak die bij de veteranen in het verkeerde keelgat schoot. Verontwaardigd richtten de veteranen zich tot toenmalig minister van Defensie, Relus ter Beek, en schreven in een brief dat ze vreesden dat de film “contraproduktief” zou kunnen zijn voor het veteranenbeleid. Producent Voorthuysen stelde toen dat de verontwaardiging onterecht was en oorlogsacties getrouw weergegeven werden. Toen de film aan hen getoond werd, voelden ze zich wel gerustgesteld.Duursma, M. (2011, 5 januari). OEROEG – Filmkrant. Geraadpleegd op 22 oktober 2018, van http://filmkrant.nl/recensies/oeroeg

Ten slotte bleek ook de muziek een heikel punt tijdens de productie, door onenigheid tussen regisseur Hylkema en producent Voorthuysen. Zo vond Voorthuysen de originele compositie van Tristan Keuris ‘te weinig meezingbaar’ en weigerde hij de film op die manier uit te brengen. Hylkema, niet zinnens veranderingen aan te brengen, schakelde zijn advocaat in. Na overleg, waarbij Keuris aanvankelijk aanbood zich terug te trekken, is de muziek uiteindelijk voornamelijk verzorgd door Keuris, met enkele composities van Henny Vrienten, de zanger van de groep Doe Maar.Ruiter, T. (1993, 4 juni). Hoe het goed kwam met de Oeroeg-score. De Volkskrant, p. 20. Geraadpleegd van https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ABCDDD:010866355:mpeg21:p020

Context en ontstaansgeschiedenis Hans Hylkema verfilmde Oeroeg, gepubliceerd door Hella Haasse in 1948, in 1993. Hylkema interesseert zich in de Nederlandse politiek en geschiedenis. In die lijn kan hij niet om Nederlands-Indië heen omdat het een grote rol heeft gespeeld in de Nederlandse geschiedenis. Het duurde 45 jaar eer een film werd gemaakt over dit verhaal. Hylkema verklaart dat Nederlandse filmmakers te weinig affiniteit met Indië hebben omdat het een zwarte bladzijde is in de Nederlandse geschiedenis, "betrokkenen praten slechts met grote moeite over de afloop van de Nederlandse aanwezigheid in Indië". De opnames van Max Havelaar verliepen toen moeizaam. Hierdoor hadden Nederlandse producenten weinig enthousiasme om nog in Indonesië aan de slag te gaan met een film. Tjalie Robinson en Rob Nieuwenhuys verweten Hella Haasse niet Indisch genoeg te zijn. Hylkema heeft geen affiniteit met Indië, behalve dat een vader van een nicht daar heeft gevochten. Hij had één enkel doel voor ogen: het maken van een film.

Merkwaardig genoeg is Oeroeg de eerste Nederlandse film die handelt over deze tijdsperiode. Een bezoek van Koningin Juliana had toen een politieke bijsmaak, en werd door sommigen aanschouwd als een spijtbetuiging. Al verklaart Hylkema dat het verleden voor hen geen rol speelt, ze waren daar enkel om een film te maken. Een vriendin van de regisseur woonde al een geruime tijd in Indonesië en de briefwisseling tussen beide hebben hem aangezet tot het nadenken over het Nederlands koloniaal verleden. Hylkema begon te reflecteren over het maken van een film en het boek Oeroeg leek hem een interessant en passend richtsnoer, "de vermenging van het persoonlijke drama en de maatschappelijke ontwikkelingen" spraken hem uitermate aan.

Na Hylkema's film, De Mannetjesmaker, was hij op zoek naar nieuw materiaal voor een volgende film. Hij was al geïnteresseerd in de laatste uren van de Nederlandse aanwezigheid in Indonesië, maar deze interesse werd aangewakkerd door briefwisseling met bevriende journalisten, Peter Schumacher en zijn vrouw. Ook keek hij in 1969 naar Achter Het Nieuws, zijn zus werkte samen met journalist Joop Hueting. Al deze omstandigheden zette Hylkema tot denken. Hij wilde sindsdien een film maken die handelt over Indonesië. Ondanks het gebrek aan een band met Indië, vond Hylkema wel dat zijn film mocht tonen wat ze sinds die tijd te weten zijn gekomen over de koloniale oorlog. Anders zou zo'n film geen bevredigend einde hebben.