Marie Cécile Armande Ghislaine de Menten de Horne (Elsene, 10 april 1908 – Esneux, 19 september 1995) was een Belgische edelvrouw en kunstenares. Ze maakte deel uit van het geslacht De Menten de Horne dat bekend werd in verzetskringen.

Familie Ghislaine de Menten de Horne was de dochter van ridder Adelin de Menten de Horne (1876-1960) en van Marcelle Pirlot (1883-1975). Zij bewoonden eerst het ouderlijke kasteel uit 1735 in Meerhout, bij Antwerpen, voordat het echtpaar naar Elsene, Brussel, verhuisde. Daar werden in 1907 haar oudste zus Christiane en in 1908 Ghislaine geboren.Burgerlijke Stand van de gemeente Meerhout. Uit de burgerlijke stand blijkt dat Adelin en zijn echtgenote eerst in het kasteel van Meerhout woonden (bij vader de Menten de Horne), voordat ze werden uitgeschreven naar Elsene, Brussel; om enkele jaren nadien weer naar Meerhout te komen. Ghislaine verbracht vebracht veel tijd bij haar grootvader in Meerhout, maar heeft er nooit gewoond. Het huwelijk van Adelin en Marcelle verliep erg moeilijk. Uiteindelijk zijn ze ieder hun eigen weg gegaan.

Het leven van Ghislaine was dat van een in een aristocratische familie geboren vrouw, die – tegen de volledige onverschilligheid van haar ouders en later ook van haar echtgenoot – haar schilderstalenten ontplooide. Twee grote thema's beheersten haar leven: de zoektocht naar de pure esthetiek en de drang naar vrijheid. Deze thema's lagen aan de grond van haar experimenten met verschillende schilderstijlen en graveer- en beeldhouwtechnieken en aan haar actieve deelname aan het verzet tegen de Duitse bezetter. Haar ouders hechtten weinig belang aan de familiale ontwikkeling van hun kinderen. Haar moeder Marcelle Pirlot bracht de meeste tijd door in Parijs, waar ze een mondain leven leidde, terwijl haar vader druk bezig was met zijn carrière in het Belgische leger en met zijn paarden. Marcelle Pirlot was een erg mooie en elegante, maar egoïstische vrouw, die veel succes had in het Parijse uitgaansleven. Adelin de Menten begreep maar weinig van het familieleven.

Eerste opleiding In het disfunctionele huwelijk van Adelin de Menten pasten zeker geen kinderen. Daarom werd Ghislaine al vroeg naar het buitenland gezonden, zodat Adelin en Marcelle er geen omkijken naar hadden en elk hun eigen weg konden gaan. Op achtjarige leeftijd (1916) belandde ze in een school in Parijs, waarna ze van de ene kostschool naar de andere werd gestuurd: 1917-1918 Parijs; 1918-1919 Lausanne; 1919-1921 Flône; 1921-1922 Jupille; 1922-1923 Parijs, Cours Dupanloup; 1923-1925 Colmar; 1925-1926 te Brugge bij de "Dames Anglaises" (ook bekend onder de naam " Engels Klooster "). thumb|Parijs, Cours Dupanloup in het zestiende arrondissement.

Artistieke opleiding en de vooroorlogse jaren Na haar middelbare opleiding werd Ghislaine door haar familie naar Lausanne gestuurd, waar ze in de kostschool "Les Fougères" als studentenbegeleidster werkte (1926-1927). Het is op deze school dat Ghislaine haar eerste kunstlessen in grafiek genoot, linosnede. Een gesigneerde en gedateerde lijnets uit 1925, een zicht op een kanaal, bewijst echter dat Ghislaine al veel vroeger met deze techniek bezig was.

In 1928 verhuisde Ghislaine naar Parijs en trok ze in bij haar moeder. Ze studeerde er kort aan de in de rue de Berry gelegen Académie Julian, waar ze haar eerste lessen in olieverf genoot. Tezelfdertijd nam ze aan de École des Beaux Arts lessen in houtgravure. De lessen aan deze school waren een ontgoocheling. De studenten werden aan hun lot overgelaten en van de docent was weinig te bespeuren.

In 1929 was de verhouding tussen Ghislaine en haar moeder zo verslechterd, dat Marcelle Pirlot haar dochter verzocht een lange reis naar Brazilië te maken. Waarschijnlijk botsten de sterke karakters van Marcelle Pirlot en Ghislaine met elkaar en kon Ghislaine het niet langer vinden met het frivole leven van haar moeder.

In april 1929 reisde Ghislaine van Parijs naar Rio de Janeiro. Ze vierde haar eenentwintigste verjaardag tijdens de oversteek, zonder haar familie. In Brazilië maakte ze enkele olieverfschilderijen, die echter allen verdwenen zijn. Brazilië beviel haar slecht en in de herfst van 1929 keerde ze terug naar Parijs.

Terug in de Franse hoofdstad, studeerde ze kort aan de Académie de la Grande Chaumière nabij de Jardins du Luxembourg. De symptomen van een in Brazilië opgelopen malaria-infectie flakkerden kort na haar aankomst weer op. Een tuberculose-onderzoek in Parijs wees tevens op de mogelijkheid dat Ghislaine aan tuberculose leed. Haar moeder stuurde haar daarom onmiddellijk naar een kuuroord in Montana (1930) (Zwitserland), waar al gauw werd vastgesteld dat de malariainfectie de tuberculinetesten verstoord had.

Marcelle Pirlot zag haar dochter liever niet naar Parijs terugkeren en zorgde ervoor dat Ghislaine nog een jaar in het kuuroord werd gehouden. In mei 1931 keerde Ghislaine terug naar Parijs en studeerde er schilderkunst en houtgravure in het atelier van schilder en graveur Paul Bornet (1878).

In de periode 1929 – 1931 kwam een groot aantal prenten tot stand. In 1930 graveerde ze de illustraties voor het boek van Chateaubriand, "Atala". Deze illustraties werden op het Parijse Salon des Indépendants van 1931 tentoongesteld.

De verhouding met haar moeder verslechterde steeds meer en in de zomer van 1931 vertrok Ghislaine naar het ouderlijke kasteel in Meerhout. Tijdens haar verblijf bij haar vader, kreeg Ghislaine een brief van haar moeder met het verzoek nooit meer naar de Franse hoofdstad terug te keren. De Menten was toen 24 jaar en besloot om in Brussel aan de "Académie Royale des Beaux Arts" in de Zuidstraat haar grafische technieken te verbeteren.

Volgens het "Régistre Matricule" van deze Academie, werd Ghislaine op 5 oktober 1931 toegelaten in de klas "Dessin Antique" (in 1932 behaalde ze in deze klas de vierde prijs) en in de avondklas "Modellage Tête Antique" (in 1932 behaalde Ghislaine in deze klas de "Eerste Prijs" voor haar tekening van de "Slaaf" van Michelangelo, naar een plaasteren model dat zich vandaag nog steeds in de Brusselse academie bevindt). Het jaar daarop (1932-1933) behaalde ze de eerste prijs in de cursus "Dessin Modèle Alterné" en de vierde prijs in de eerste klas - "Section Inférieure" – "Peinture/Décoration" van Emile Fabry (1868-1966). In 1933-1934 behaalde ze in dezelfde klas – "Section Supérieure" de "Tweede Prijs". Na haar studietijd aan de Brussels Academie schetste Ghislaine regelmatig in het atelier van beeldhouwster "Mademoiselle" M. Sigart aan de Louisalaan. Hier leerde ze de Belgische schilders Louis-Henri De Villez (1855-1941) en Marguerite PutsageMarguerite Putsage was een Belgische kunstenares, geboren te Mons in 1868 en overleden te Brussel in 1946. Ze studeerde bij de schilder Auguste Danse en bij Louis de Devillez. Ze schilderde voornamelijk landschappen, stillevens en portretten. Over haar leven en werk is weinig gekend. (1868-1946) kennen. Ook leerde ze er de Franse filosofe Marie-Anne CochetGeschriften van Marie-Anne Cochet: Marie-Anne Cochet, Idéale SemenceParis, Éditions Gastein-Serge, 1908; Marie-Anne Cochet, Maya: Poèmes et pensées, avec cinq eaux-fortes de Gh. de Menten de Horne, 1938, ASIN:B0018G6X1K ; Marie-Anne Cochet, Essai sur l'emploi du sentiment religieux comme base d'autorité politique du IIIe au XXe siècle, concours Crouzet, 1923, ASIN:B001D5GAUU ; Marie-Anne Cochet, L'Intuition et l'amour, essai sur les rapports métaphysiques de l'intuition et de l'instinct avec l'intelligence et la vie, 1920, ASIN:B0018G3HNM. kennen, die in 1925 voor haar ‘Le Solipsiste" schreef, een filosofisch geschrift over de eenzaamheid. Ghislaine kon zich in dit geschrift erg goed herkennen. De eenzaamheid – die haar haar hele leven zou begeleiden - leerde ze al op heel jonge leeftijd kennen.

In 1935 raakte ze bevriend met Paul Valéry en illustreerde de Menten een luxe uitgave (een herdruk) van zijn gedichtenbundel La Jeune Parque met zestien aquatinten. Als dank schreef Valéry aan de Menten: "Mademoiselle, J'ai examiné avec le plus vif intérêt la suite de planches que vous avez bien voulu me remettre et que vous destinez à illustrer le texte de La Jeune Parque. Ces belles épreuves en couleurs témoignent d'une possession peu commune du difficile métier de l'aquatinte. Dans certains d'entre elles la taille et la morsure très nettes et fermes s'accordent particulièrement bien avec la finesse des tons et le subtil emploi des grains. Cette technique complexe vous a permis de réaliser des compositions d'ordonnance très noble, dont chacune s'inspire directement d'un vers du poème, et l'interprête avec la sincerité d'un primitif. Il y a de l'ancienne Flandre dans votre vision de la Jeune Parque et je trouve cette combinaison très savoureuse. Veuillez Mademoiselle, agréer tous mes compliments pour votre oeuvre, avec mes remerciements et mes hommages. (get.) Paul Valéry". Uitgever Goosens vroeg de Menten om ook Valéry's werk l'Album de Vers Anciens te illustreren. Door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en onmiddellijk na de oorlog haar "expatriëring" naar Belgisch Congo, zag deze uitgave nooit het licht. De originele zink- en koperplaten voor deze uitgave waren toen wel reeds gemaakt.

In 1938 studeerde Ghislaine een jaar schilderkunst in het Brusselse atelier van de in 1922 naar Parijs gevluchte Russische schilder Leonid Frechkop (1897-1982), voor wie de Menten verschillende malen als model diende. Hij zou op het latere werk van de Menten grote invloed uitoefenen. In hetzelfde jaar illustreerde De Menten het boek "Poèmes et Pensées" van voornoemde Marie-Anne Cochet, met vijf kopergravures.

Halverwege de jaren 30 leerde Ghislaine in Meerhout het echtpaar Marie van GilseMarie van Gilse is geboren te Baarle-Hertog en overleden in Turnhout, België. Ze genoot haar eerste opleiding aan de Rooms Katholieke Leergangen, die aanvankelijk gevestigd waren in 's-Hertogenbosch, maar in 1918 naar Tilburg verhuisden. De kern van deze leergangen vormden de lerarenopleidingen, maar er was ook een Academie voor Beeldende Kunsten aan verbonden. Marie bleef in 1918 in 's-Hertogenbosch en nam particuliere lessen bij Jan van Delft en bij haar latere echtgenoot Frans Slager. Ze schilderde vooral landschappen, portretten en stilleven. en Frans SlagerFrans Slager (1876-1953) werd geboren te 's-Hertogenbosch en is overleden te Meerhout. Hij kreeg zijn eerste opleiding van zijn vader, ging nadien naar de Koninklijke School te ´s-Hertogenbosch, de Koninklijke Academie te Antwerpen en studeerde later aan het Hoger Instituut van de Koninklijke Academie te Antwerpen. Hij schilderde landschappen en stadsgezichten, vooral op 's-Hertogenbosch Hij was een van de oprichters van de "Het Brabants Landschap". leren kennen. Beiden waren schilders. Marie gaf op "De grote Hoeve", een oude, uitgestrekte bezitting met landerijen en pachtboerderijen die Marie van haar vader geërfd had, teken- en schilderlessen. Zo-ook aan Ghislaine. Er zijn ook een aantal leuk geïllustreerde brieven uit de jaren 1936-1938 van Frans Slager aan Ghislaine, waaruit blijkt dat Frans bijzonder op haar gesteld was. Gedurende twee jaar is Ghislaine er regelmatig met Marie Slager-van Gilse op uit getrokken om in en om Meerhout landschappen en portretten van boeren te schilderen, waarbij haar stijl steeds meer door de Slagers werd beïnvloed.

Het verzet De Tweede Wereldoorlog onderbrak voorlopig haar artistieke loopbaan: in april 1942 gaf ze nog een tentoonstelling, in de nu verdwenen "Galerie de la Tois d'Or" aan de Louizalaan in Brussel. Haar afkeer voor het dictatoriale en aculturele regime dat zich tijdens de eerste jaren van de Tweede Wereldoorlog in België had gevestigd was zo groot dat ze reeds in het begin van de oorlog contact had gezocht met de verzetsbeweging en uiteindelijk aansloot bij het LUC-MARC netwerk. Deze verzetsgroep had met de vlucht van verzetsman Leclercq naar Londen in 1942 te kampen met verbindingsproblemen tussen het Verzet en Londen.