thumb|300px|Historische kaart en stadsgezicht van Leeuwarden uit 1664 De geschiedenis van Leeuwarden betreft de geschiedenis van de hoofdstad van de Nederlandse provincie Friesland.
Eerste bewoners Het is onbekend wanneer mensen zich voor het eerst permanent vestigden waar zich nu Leeuwarden bevindt. Sommige opgravingen duiden erop dat al in de ijzertijd, de 1e eeuw v.Chr., Leeuwarden bewoners kende, al bestaat hierover nog wel enige discussie tussen archeologen. Wel staat vast dat al in de eerste of tweede eeuw n.Chr. Leeuwarden bewoners had. Bij archeologische opgravingen aan de voet van de OldehoveGemeente Leeuwarden 23-3-2005 Wellicht nieuwe inzichten over ontstaan Leeuwarden na aanvullend archeologisch onderzoek op Oldehoofsterkerkhof . Gearchiveerd op 10 maart 2014. werden verschillende vondsten gedaan die duiden op bewoning tijdens de Romeinse tijd in Friesland. Houten palen die gevonden werden maakten onderdeel uit van een gebouw van zo'n drie meter breed. Het pand, van plaggen of hout, werd waarschijnlijk gebruikt als schuur of woning.Leeuwarder Courant 4-1-2006 Palen Romeinse tijd in terp bij Oldehove . Gearchiveerd op 10 maart 2014. Andere paalresten uit de tweede of derde eeuw na Christus maakten onderdeel uit van een huis van zo'n vijf meter lang.Gemeente Leeuwarden 4-2-2006 Huis uit Romeinse tijd opgegraven op Oldehoofsterkerkhof Uit deze Romeinse tijd zijn verschillende voorwerpen aangetroffen. Twaalf fibula's tonen aan dat de stad relatief rijke inwoners had. Vondsten als Romeinse haarspelden en verschillende Romeinse munten bevestigen het vermoeden van archeologen dat in het oude Leeuwarden handel werd gedreven met de Romeinen.Leeuwarder Courant 12-9-2005 Leeuwarden lange tijd eenvoudig boerendorp . Gearchiveerd op 10 maart 2014. Daarnaast waren landbouw en visserij het voornaamste middel van bestaan. De vroege bewoning was niet gecentreerd op één terp, maar bestond voornamelijk uit verschillende boerderijen op een eigen terp.Leeuwarder Courant 12-9-2005 Eerste nederzetting bij Oldehove van voor jaar 0 . Gearchiveerd op 10 maart 2014. In de derde eeuw n.Chr. verlieten de vroege bewoners het gebied dat later Leeuwarden zou heten. De nederzetting verdween toen de stad overstroomd werd door de Middelzee.
Middeleeuwen Vroege middeleeuwen thumb|De drie delen die in 1435 samen Leeuwarden vormden, te zien op een kaart uit 1580 van Braun en Hogenberg, naar een model van J. R. G. Schuur uit 1979.Schuur, J. R. G Leeuwarden voor 1435 - Een poging tot reconstructie van de oudste stadsgeschiedenis. p. 14 (1979) Nijehove (Oud-Leeuwarden) was volgens een oorkonde al in 1285 een stad thumb|Vroeger lag Leeuwarden aan de Middelzee Aardewerk uit de vijfde eeuw duidt erop dat er al snel mensen terugkeerden naar de voet van de Oldehove om zich er te vestigen.Leeuwarder Courant 21-5-2005 Gehoord en Gezien . Gearchiveerd op 10 maart 2014. Uit archeologisch onderzoek blijkt dat rond het jaar 500 weer huizen verschenen op de terp bij de Oldehove. Een wagenwiel dat werd gevonden stamt hoogstwaarschijnlijk uit deze tijd.Leeuwarder Courant 1-6-2005 Gehoord en Gezien . Gearchiveerd op 10 maart 2014. Een plaats van betekenis mag dat oude Leeuwarden zeker niet genoemd worden. In tegenstelling tot de Romeinse tijd is er geen enkele aanwijzing voor handel of rijke inwoners. De vondsten die gedaan werden, duiden op simpele bewoning. Wegens gebrek aan hout werden veel huizen voor de helft in de grond uitgegraven. Daarnaast werden veel plaggen gebruikt. Pas later, in de negende eeuw ontwikkelde Leeuwarden zich tot een handelsnederzetting.
Ontstaan van Leeuwarden De naam Leeuwarden duikt voor het eerst op in een schenkingsakte uit de 8e eeuw. In dit document van de Abdij van Fulda spreekt men van de villa Lintarwde.Meulen, P. v.d. en Talma, K.S. Rondom de Oldehove - Geschiedenis van Leeuwarden en Friesland door de Leeuwarder Geschiedeniscommissie p. 36 (Leeuwarden 1952) Desondanks duurde het nog tot 1190 voor de stad ontstond uit Hoek, Nijehove (Oud-Leeuwarden) en Oldehove. De nederzetting was toentertijd nog een zeestad.Stadsgeschiedenis Leeuwarden, Historisch Centrum Leeuwarden. Het dichtslibben van de Middelzee in de 13e eeuw maakte echter dat Leeuwarden in de loop van de middeleeuwen een landstad werd.Langen, G. de Leeuwarden 750 - 2000 Hoofdstad van Friesland p. 19 (Franeker 1999) De historicus Wopke Eekhoff maakte melding van de kerstening van Leeuwarden rond het jaar 800. Hiertoe voerde Karel op zijne togten eene menigte Priesters en zendelingen met zich, die het Evangelie verkondigden, leerden, doopten en kerken en scholen op de gunstigste en volkrijkste plaatsen stichtten. (..) Omstreeks den jare 800, door Karel den groote of een zijner zendelingen of evangeliepredikers, dáár eene Christenenkerk en eene Leeuwschool zal zijn gesticht.Eekhoff, W. Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden. Deel 1 (hoofdstukken 1 t/m 7) p. 24 (Leeuwarden 1846) Oldehove, dat van oudsher een uithof van de Abdij van Corvey in Duitsland was, had in het midden van de twaalfde eeuw al een kerk, gewijd aan de heilige Vitus. In akten uit de veertiende eeuw komt de Sint-Vituskerk van Oldehove voor onder de naam Liiewardensis. In 1285 stond Leeuwarden al als stad te boek in een Duitse handelsakte.
Andere oude bronnen van Oud-Leeuwarden zijn de munten die er in grote hoeveelheid geslagen zijn in de 11e eeuw. Verder zijn er in buitenlandse archieven oorkonden teruggevonden van een 12e- en 13e-eeuwse Leeuwarden, waarin wordt gesproken over de scheepvaart en handel. Sommige van deze oorkonden hebben echter betrekken op Oldehove. Hier stond de oudste parochiekerk van Leeuwarden. Vandaar dat Oud-Leeuwarden ook wel Nijehove werd genoemd, vanwege de nieuwere kerk.
Toeloop naar samenvoeging Tussen 1200 en 1300 slibde de Middelzee dicht en nam de handel af vanwege het ontbreken van een haven. De nadruk van de handel werd toen meer gelegd op de nabije streek. In 1392 stonden de omringende grietenijen (gemeenten) de magistraat van de stad hoge rechtspraak toe.
In een oorkonde van 1333 blijkt dat oud-Leeuwarden kerkelijk zelfstandig geworden was. Hoek lag langs een zijtak van de Middelzee en daar liep destijds een van de voornaamste handelswegen. De Friese adellijke familie Cammingha had een deel van Hoek in haar bezit. Aan deze kant van Leeuwarden stond later ook de Camminghaburg, waar nu de wijk Camminghaburen nog aan herinnert. De nederzetting van de familie bestond uit een stins met hofstede. Verder hadden ze er een kerk voor de heilige St. Catharina gesticht.Sipma, P. Oudfriese Oorkonden, deel 2 p. 15 ('S-Gravenhage, 1933)
In 1392 werd een deel van Leeuwarden bij een stadsbrand verwoest.
Al was er op 3 augustus 1426 al een oorkonde met het officiële besluit tot samenvoeging, dit besluit werd door het landsbestuur van Oostergo en Westergo genomen. Dat Leeuwarden er al voor 1435 als een stad uitzag blijkt uit het feit dat er al voor 1435 een stadsgracht was, rondom Nijehove, oftewel Oud-Leeuwarden, ook wel aangeduid in de oudere bronnen als Liowerd.
Vereniging van Leeuwarden Op 21 januari 1435 werden Oldehove, dat ten westen van Oud-Leeuwarden lag, en Hoek, dat ten oosten van Oud-Leeuwarden lag, toegevoegd aan Oud-Leeuwarden. Tussen 1484 en 1498 werd de gracht uitgebreid naar het zuiden, en die vormt tot op heden de grens van de binnenstad, de Heerengracht lag tussen het Ruiterskwartier en het Zaailand dat net buiten de stad lag. De vereniging van Leeuwarden werd in twee afzonderlijke verdragen met de toenmalige machthebbers vastgelegd, door de pastoor van Oldehove, en de edelman Pieter van Cammingha uit Hoek. Door deze vereniging kreeg Leeuwarden in 1435 stadsrechten, als een van de laatste steden in Friesland. Oud-Leeuwarden, ook wel Nijehove, werd overigens al in 1285 in een oorkonde als stad genoemd.
Schieringers en Vetkopers De vijftiende eeuw werd beheerst door de strijd tussen Schieringers en Vetkopers. In het algemeen schaarden de steden en het platteland zich achter de Schieringers. Leeuwarden was het bolwerk van de Vetkopers. De partijstrijd leidde tot de bouw van nieuwe verdedigingswerken. De partijstrijd in het verdeelde Friesland en de Groningse bezetting (1492-1498) doet de Schieringers besluiten met Albrecht van Saksen samen te gaan werken om de Vetkopers te verslaan.
Leeuwarden onder de Saksen Op 5 juli 1498 staan de Schieringers onder leiding van Albrecht van Saksen voor de poort van de stad. Na twee dagen geeft de stad zich gewonnen tegenover de grote overmacht, maar niet onvoorwaardelijk. Het stadsbestuur weet te bedingen dat er geen wapens in de stad gebracht mogen worden en dat de bezetting uit niet meer dan zestien man mag bestaan. Willibrord von Schaumberg, die door Albrecht van Saksen wordt aangesteld als Stadhouder, krijgt het zo wel erg moeilijk om de orde te bewaren. Als een poging om wapens de stad binnen te smokkelen mislukt, slaat opnieuw de vlam in de pan. Von Schaumburg vlucht en opnieuw belegert een Saksisch leger de stad. Het beleg van Leeuwarden duurt dit maal negen weken voordat de stad wordt ingenomen.
Albrecht van Saksen doet zijn intrede in de stad in 1499, het jaar dat traditioneel gezien wordt als einde van de Friese Vrijheid. Voorlopig houdt Albrecht het rustigere Franeker aan als hoofdstad. Om de orde in de stad te garanderen begint hij in 1500 wel met de bouw van een dwangburcht, de Blokhuispoort.
Toen de rust was weergekeerd maakte Albrecht van Saksen Leeuwarden tot zetel van het Hof van Friesland dat zich bezighield met bestuur en rechtspraak. Dit college kreeg in 1571 een eigen onderkomen, de Kanselarij. In dezelfde tijd werd in Leeuwarden ook het kerkelijk gezag gevestigd. De Sint-Vituskerk werd de zetel van de deken en de belangrijkste kerk van Friesland.
De Saksische tijd eindigde voor de Leeuwarders in 1515 toen Georg Schenck van Toutenburg de stad veroverde voor keizer Karel V. Op 19 mei 1515 verkocht George van Saksen definitief zijn aanspraken op Groningen en Friesland toen hij deze voor 100.000 gulden verkocht aan keizer Karel V. Net als de rest van Nederland en zelfs een groot gedeelte van de wereld viel Leeuwarden nu onder de Habsburgers. Dat bracht een tijd van voorspoed met zich mee. Leeuwarden was een bestuurscentrum met stevige wallen en een burcht die over de stad waakte. Dat werd eens te meer bevestigd toen de stad in 1524 hoofdstad van de Heerlijkheid Friesland werd. Het enige dat er nog aan ontbrak was een grote kerk. Dat was het symbool dat nodig was om de kracht en de welvaart van de stad en de provincie uit te dragen. Jacob van Aaken kreeg op 28 mei 1529 opdracht van het stadsbestuur om te bouwen aan een kerk die de vitaliteit van de stad vertegenwoordigde: de Oldehove die op de plek van de oude Sint-Vituskerk moest verschijnen. Het mislukken van de bouw hield niet tegen dat in 1559 Leeuwarden tot bisschopszetel verheven werd van het nieuw opgerichte Bisdom Leeuwarden en deze kerk daarvan de kathedraal werd.
Tijd van de Friese stadhouders Tachtigjarige Oorlog De Beeldenstorm, voorbode van de Tachtigjarige Oorlog, bereikte Leeuwarden op 6 september 1566. Desondanks bleef de stad koningsgezind tijdens Oranjes tweede invasie, terwijl bijvoorbeeld Franeker en Stavoren enkele maanden calvinistisch bestuur kenden tot Spaanse soldaten het koninklijk gezag herstelden. In februari 1579 maakten opstandelingen zich meester van de blokhuizen van Leeuwarden, Harlingen en Stavoren, waardoor Friesland aan de zijde van de Opstand komt; in maart sluiten de Friese steden zich aan bij de Unie van Utrecht. Cuneris Petri, de enige bisschop van het Bisdom Leeuwarden, die aangesteld was in 1569, belandde bij de calvinistische machtsovername korte tijd in het gevang en vertrok daarna voorgoed uit Friesland. De Sint-Vituskerk werd in de jaren 1595 en 1596 wegens verregaande bouwvalligheid afgebroken.
Leeuwarden onder Willem Lodewijk