thumb|300px|Uitzicht op het oude centrum van Tegelen vanuit de nieuwe wijk het Maasveld (2008) Dit artikel behandelt de geschiedenis van het dorp Tegelen vanaf de prehistorie tot het heden.

Al tijdens de steentijd gebruikten de bewoners van Midden-Limburg de klei in de ondergrond bij Tegelen om aardewerk te maken en toen de Romeinen zich er vanaf het begin van de jaartelling vestigden, ontstond in Tegelen een bloeiende keramische industrie. Rond 1970 was Tegelen een van de grootste producenten van grofkeramische producten in Nederland. Bij de grootschalige kleiwinning kwamen regelmatig fossielen naar boven, waardoor Tegelen uitgroeide tot een bekende vindplaats van fossiele zoogdieren. Het geologisch tijdvak Tiglien is naar Tegelen genoemd.

In de middeleeuwen was Tegelen een heerlijkheid, die door de heren van Tegelen werd bestuurd vanuit Kasteel de Munt en later vanuit Kasteel Holtmühle. Door de komst van de keramiek- en metaalindustrie veranderde Tegelen van een agrarisch dorp in een drukke industriegemeente. Tegelen heeft lange tijd tot Gulik en later Pruisen behoord en kwam pas in 1817 bij het Koninkrijk der Nederlanden. Tegelen was tot 2001 een zelfstandige gemeente waartoe ook het kloosterdorp Steyl behoorde. Sindsdien hoort het bij de gemeente Venlo. Met een grondoppervlak van 10,4 km² en een inwonertal van circa 19.000 was Tegelen tot de herindeling een van de dichtstbevolkte gemeentes in Limburg. De om de vijf jaar opgevoerde Tegelse Passiespelen behoren tot de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed en Steyl is sinds 2008 een beschermd dorpsgezicht.

Oude geschiedenis Geologie en prehistorie

thumb|Fossiel van Eucladoceros ctenoides; het grote Tegelse hert. Het naar Tegelen genoemde geologisch tijdvak TiglienNaturalis, TNO, Vrije Universiteit Amsterdam, Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, Geologie van Nederland - Tegelen Geraadpleegd op 2011-06-07. is een tijdvak in het vroeg Pleistoceen van circa 2,4 tot 1,8 miljoen jaar geleden toen de voorouders van de mens (in het Tiglien waren dit voornamelijk de Homo habilis en Homo erectus) zich nog tot Afrika beperkten. In het Tiglien werd het grootste gedeelte van de klei afgezet die in latere tijden de grondstof was voor de Tegelse pottenbakkers en keramische industrie. Overigens gebeurde dat toen nog door de Rijn die haar stroomgebied ook tot Tegelen uitstrekte; de Maas was in het Tiglien een zijrivier die bij Aken in de Rijn uitmondde.

Paleontoloog Eugène Dubois maakte in 1904 bekend dat bij Tegelen fossiele zoogdieren waren gevonden en begin twintigste eeuw groeide Tegelen uit tot een klassieke vindplaats; de enige Nederlandse vindplaats waar grote aantallen zoogdierfossielen in situ gevonden zijn.Natuurinformatie.nl: Tegelen, een beroemde Nederlandse vindplaats van fossiele zoogdieren geraadpleegd op 2014-15-08 In de Tegelse klei werden resten gevonden van onder andere Cervus rhenanus, in Nederland ook bekend als het Kleine Tegelse hert, Eucladoceros ctenoides (Grote Tegelse hert)Natuurhistorisch Museum Maastricht - Herten Geraadpleegd op 2012-16-01., Trogontherium cuvieri (Tegelse bever)Natuurhistorisch Museum Maastricht - Bevers Geraadpleegd op 2012-16-01., Mammuthus meridionalis (Zuidelijke olifant), Fysisch-geografisch onderzoek: thema's en methoden (Assen 1997), p. 171 en een makaak.Naturalis, TNO, Vrije Universiteit Amsterdam, Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, Geologie van Nederland - Makaak van Tegelen Geraadpleegd op 2012-16-01.. Gearchiveerd op 29 augustus 2014. Deze Macaca florentina leek veel op de hedendaagse berberaap (Macaca sylvanus). Nooit eerder werden zo ver noordelijk fossielen van makaakapen aangetroffen.

Tegelen ligt in een langgerekt, van oorsprong moerassig gebied dat zich van Pont tot Roermond uitstrekt. Het is een oude bedding van de Maas, evenwijdig lopend met de huidige Maas. Woonsporen beperkten zich tot ver in de middeleeuwen hoofdzakelijk tot hogere droge gebieden zoals zandruggen langs de huidige Maasoever, waar de oude kern van Tegelen ligt, en het hoogterras.

In Tegelen zijn verspreid stenen werktuigen gevonden uit het mesolithicum (midden steentijd) en neolithicum (nieuwe steentijd). Deze waren van waarschijnlijk tijdelijke bewoners zoals jagers en verzamelaars die hier hun kampementen opsloegen. In de steentijd werden in Tegelen al potten gebakken. Dat bewijst de vondst van verschillende misbaksels uit 3000–1200 v.Chr. De eerste vaste bewoners van wie sporen zijn gevonden waren Keltische boeren uit de bronstijd en vroege ijzertijd, waarschijnlijk Eburonen of Menapiërs. In Tegelen werden bijlen, messen, aardewerk, bronzen zwaarden en een bronzen ketel uit de La Tène-periode gevonden, wat de aanwezigheid van de Kelten in prehistorisch Tegelen bevestigt.

De Romeinen thumb|Romeinse dakpan met stempel van het Legio XXX Ulpia Victrix, gevonden in Forum Hadriani (Voorburg). Dergelijke pannen werden ook in Tegelen gebakken. Door de komst van de Romeinen in Nederland onder leiding van Julius Caesar werden de Kelten grotendeels verdreven. Op uitnodiging van de Romeinse bezetter vestigden zich op het grondgebied van het huidige Limburg Germanen, waarschijnlijk afkomstig uit de omgeving van de Rijn. In deze tijd ontstonden plaatsen als Blerick (Blariacum) en Tegelen., Geschiedenis van Limburg (Maastricht 1934), p. 17, 25 Onder Caesars geadopteerde zoon keizer Augustus werd het gebied van het huidige Nederland en België ingelijfd bij het Romeinse Rijk. Het grootste deel van dit gebied, waaronder Tegelen, werd onderdeel van de Romeinse grensprovincie Germania Inferior (Neder-Germanië) waarvan de provinciehoofdstad Colonia Claudia Ara Agrippinensium was, het huidige Keulen. Tijdens de Romeinse overheersing werden vele wegen aangelegd, waaronder de wegen van Atuatuca Tungrorum (Tongeren) naar Noviomagus (Nijmegen) en de weg van Coriovallum (Heerlen) naar Castra Vetera (Xanten). Bij Tegelen was in de Maas een doorwaadbare plaats en dus werden hier twee verbindingswegen (diverticula) aangelegd richting Mediolanum (Pont) en Mederiacum (Melick)., Geschiedenis van Tegelen (Tegelen 1952), p. 16, 65, 125

De naam "Tegelen" is waarschijnlijk een verbastering van het oude Latijnse woord tegula, een platte Romeinse dakpan., Calendarium van de Nederlandse taal: De geschiedenis van het Nederlands in jaartallen (Den Haag 2006), , p. 21 Dankzij de grote kleivoorraden lag hier een Romeins kamp, waarbij zich dakpannen- en plavuizenovens (tegularia) bevonden. Het kampement groeide na verloop van tijd uit tot een klein dorp. In Tegelen zijn resten van verscheidene Romeinse pannenovens gevonden: aan de Kaldenkerkerweg tegenover Villa Maria, bij de grens met Kaldenkerken, bij Abdij Ulingsheide, in het oude centrum, bij de Rochuskerk en bij Kasteel Wylre. De Mulbeek liep in het centrum van Tegelen door een bed van Romeinse pannen en bestond dus al in de Romeinse tijd. Er zijn in Tegelen ook drie Romeinse begraafplaatsen gevonden, bij de Erkenkamp, bij de Potkuilen en in Steyl., Tijd voor Venlo 8: Romeins Venlo, Blerick en Tegelen (Venlo 2009), , p. 75 In Tegelen en omstreken zijn Romeinse dakpannen met inscriptie LEG XXXVV (Legio XXX Ulpia Victrix) gevonden. Dit verwijst naar het Romeinse legioen met die naam, geformeerd door keizer Trajanus, vermoedelijk in het jaar 105. Dit legioen verving in 122 het Legio VI Victrix, dat naar de Britse eilanden werd gestuurd. Legio XXX Ulpia Victrix was meer dan 100 jaar gelegerd in Germania Inferior. Hun hoofdkwartier was gevestigd in Castra Vetera, nabij het huidige Xanten.

Tot en met de 2e eeuw was het redelijk rustig in het Romeinse gebied dat later de Nederlanden zou worden genoemd, maar dit veranderde tijdens de crisis van de derde eeuw. Toen werd het Rijk geteisterd door binnenlandse onrust, waarbij Germaanse plunderaars uit de streken ten oosten van de Rijn geregeld de verzwakte grenzen overstaken op zoek naar buit. De Franken waren een van de machtigste bendes onder de plunderaars en ze namen uiteindelijk de macht over in het westelijke Rijnland. De laatste krachtdadige keizers Constantijn en Diocletianus wisten de orde rond 290 voor korte tijd te herstellen, maar de vroegere welvaart keerde in dit gebied niet meer terug.

De middeleeuwen De Franken In de nadagen van het Romeinse Rijk (dat omstreeks 395 definitief in een Westelijk - en een Oostelijk deel uiteen gevallen was) drongen Germaanse stammen die oostelijk van de Rijn leefden steeds vaker het Romeinse Rijk binnen, het begin van de Grote Volksverhuizing. In de 5e eeuw stortte het West-Romeinse Rijk in snel tempo ineen en hield in 476 op te bestaan. De binnengevallen Germanen stichtten eigen koninkrijkjes in het door hen bezette stuk van het Rijk. De provincie Germania Inferior kwam in handen van het Frankische Rijk van de Merovingen. Na de dood van de Frankische koning Clovis I in 511 werd zijn koninkrijk verdeeld onder zijn vier zonen. Lange tijd viel Tegelen onder Austrasië, totdat in 751 Pepijn de Korte het Frankische Rijk herenigde. Het Frankische Rijk was verdeeld in marken en gouwen, waarbij Tegelen tot de Hettergouw behoorde.

Toen deze uiteenviel kwam Tegelen bij de Mulgouw. Vanuit het Tegelse kasteel de Munt werd deze gouw bestuurd. De bestuurder werd momber genoemd of in het Latijn muntboro en het momberschap werd in het Latijn mundebordium of mundium.GTB (Geïntegreerde Taalbank); Woordenboek der Nederlandsche Taal: Momber Geraadpleegd op 2014-08-07. Het kasteel van waaruit de muntboro bestuurde werd ook mundium en later de Munt genoemd., Tijd voor Tegelen 4: Van Aalberse tot Zwanebloem: Straatnamen in Tegelen en Steyl (Venlo 2009), , p. 58, 64 De Mulgouw is waarschijnlijk genoemd naar de Mulbeek, die de omgrachting rondom het kasteel voedde. Tot in de 16e eeuw kende Tegelen zijn eigen gerecht, gebaseerd op het Frankisch recht. Op moord, straatroof en verkrachting stond de doodstraf, die werd uitgevoerd door middel van ophanging op de openbare strafplaats de "Twee Heuvels" nabij het Galgenven, ten oosten van kasteel Wambach.

In de 8e eeuw bekeerde de bevolking zich massaal tot het christendom, daartoe gedwongen door de Frankische machthebbers. Omstreeks 720 werd de Sint-Martinuskerk gesticht door de heilige Plechelmus van Sint Odiliënberg. Dit houten kerkje was een zogenaamde ecclesia matrix oftewel moederkerk; de Martinuskerk van Venlo, de kerk van Kaldenkerken en de (veel later gestichte) kerk van Belfeld waren dochterkerken van de parochie Tegelen. Tot de bouw van een eigen kerk rond 760 woonden de Venlonaren de dienst in Tegelen bij., De geschiedenis en beschrijving van Venloo (Venlo 1843), Deel I, p. 10

thumb|Kasteel Holtmühle.

Heren van Tegelen