Imperator Caesar Augustus (Rome,Suetonius, Augustus 5.1: Natus est Augustus […] regione Palati ad Capita Bubula, ubi nunc sacrarium habet, aliquanto post quam excessit constitutum. („Geboren is Augustus […] in de regio van de Palatijn bij de Capita Bubula (ossenkoppen), waar men nu een sacrarium (heiligdommetje) heeft, enige tijd nadat hij was overleden opgericht.“) 23 september 63 v.Chr.miniatuur|De keerzijde van een denarius met een capricornus, cornucopia, roer van een schip en AVGVSTVS als legende. 22 september in de pre-juliaanse kalender: IX Kal. Oct. 691 a.u.c. kort voor zonsopgang (paulo ante solis exortum). In de Fasti van de Romeinen werd de verjaardag van Augustus gevierd op 23 en 24 september, verbonden met de ludi Augustales, die tot in de late oudheid als feest ter ere van de Divus Augustus werden voortgezet. Volgens nieuwere astronomische berekeningen werd Augustus onder het sterrenbeeld Libra geboren, daar de oude Romeinse kalender in het jaar 63 v.Chr. met de latere juliaanse grotendeels overeenstemde. Niettemin beklemtoonde Augustus altijd zijn geboorte onder het sterrenteken Capricornus (steenbok) (Suetonius, Augustus 5, 94.12.), waarmee echter de „wedergeboorte“ van Augustus als C. Iulius Divi filius Caesar werd bedoeld (zie verder), die door de verschijning van de Julische ster in conjunctie met Capricornus in ascendenten theopolitisch werd gedefinieerd (, The Comet of 44 B.C. and Caesar's Funeral Games, Atlanta, 1997.). Of zijn geboortedag op grond van de juliaanse kalenderhervorming na gelijkschakeling met de ontbrekende 90 dagen van de oude Romeinse kalender ook daarenboven in de tijd van de steenbok werd gevierd, is niet geweten, maar wel waarschijnlijk, daar de Capricornus altijd een belangrijk element in de Augusteïsche propaganda bleef, vooral op munten (zie afbeelding). Een verdere aanwijzing kan men terugvinden in de verering van Augustus als zonnegod, bijvoorbeeld voorgesteld in de astraalsymboliek van de Divus-Iulius-cultus sinds het verschijnen van de sidus Iulium en in de daarop terug te voeren nimbus (cf. ook Octavianus in Vergilius, Aeneïs 8675 ff.), in het solarium Augusti evenals verder in de algemene identificatie met de god Sol, die later als Sol Invictus nauw met de Romeinse keizers was verbonden en wiens feestdag op 25 december was (cf. ook de beelden van de Divus-Iulius-cultus met de inscriptie Deo Invicto, die in de Sol-Invictus-cultus als Deo Soli Invicto Imperatori werd overgenomen). Daarom is als periode voor de feestdagen van de astrologische geboortedag 23 tot 26 december te veronderstellen. – Nola, 19 augustus 14 n.Chr.), geboren als Gaius Octavius (Thurinus), die zich na zijn adoptie door zijn oudoom Gaius Julius Caesar noemde,, Augustus. From revolutionary to Emperor, Londen, 2015, p. 89. Hij noemde zichzelf na zijn adoptie Gaius Julius Caesar en zo vermelden de bronnen hem. meestal kortweg aangeduid met de door hemzelf niet gebruikte naam Octavianus (voor 27 v.Chr.) of Augustus (na 27 v.Chr.), was de eerste keizer (formeel princeps) van het Romeinse rijk. Door steeds meer verschillende bevoegdheden van republikeinse magistraten naar zich toe te trekken kreeg hij als alleenheerser de feitelijke macht over Rome in handen.

Deze achterneef en voornaamste erfgenaam van Gaius Julius Caesar (Julius Caesar) won de machtsstrijd die volgde op de moord op Caesar op 15 maart 44 v.Chr. en was in 31 v.Chr. de enige die levend uit deze strijd kwam. Vanaf 27 v.Chr. zou hij als princeps (eerste burger) de teugels van het Imperium Romanum in handen houden. Hij maakte een einde aan een eeuw van burgeroorlogen en stichtte in de daaropvolgende periode de Julisch-Claudische dynastie. Onder het mom van het herstel van de republiek (restitutio rei publicae) voerde hij in werkelijkheid een duurzame omvorming tot monarchie (principaat) door. Ook op sociaal-economisch en ander gebied voerde Augustus tijdens zijn regering hervormingen door. Zijn heerschappij zorgde voor een langdurige tijd van interne vrede, die als Pax Romana (soms ook wel Pax Augusta) werd aangeduid.

Levensloop Zijn levensgeschiedenis toont twee ogenschijnlijk volkomen tegenovergestelde persoonlijkheden. Enerzijds was hij de jonge, eerzuchtige, soms wrede politicus, die in de strijd om de hoogste macht zonder scrupules de wet aan zijn laars lapte. Anderzijds was hij de princeps, die – eenmaal in het bezit van de macht – er zeer wijs gebruik van maakte. Met het principaat voerde hij een nieuwe, duurzame staatsinrichting in, ter vervanging van de republiek die in de honderdjarige burgeroorlog geheel verwoest was.

Afkomst en jeugd Augustus was de zoon van Gaius Octavius en Atia Balba Caesonia, een nicht van Gaius Julius Caesar. Bij zijn geboorte ontving hij de naam van zijn vader, Gaius Octavius. De familie van zijn vader behoorde tot de stand van de equites, de Romeinse ruiterstand, en dus tot de nederige, plebejische landadelSuetonius, Augustus 2.1: minores gentis. en stamde uit Velletri. Een voorvader van Augustus zou door de Romeinse koning Tarquinius Priscus in de Romeinse Senaat zijn benoemd. In de 1e eeuw v.Chr. was de familie welgesteld, maar weinig beduidend. Gaius Octavius, die geldschieter zou zijn geweest, werd echter opgenomen in de Senaat en wist zich op te werken tot praetor. Na de dood van zijn vader in 58 v.Chr. werd de jonge Gaius op het landgoed van zijn grootmoeder Julia, de zus van Caesar, in Velitrae verder opgevoed.De sobere kinderkamer van de jonge Octavius, die niet groter was als een voorraadkamer (cella Augusti), was eeuwen later nog steeds een publiek bedevaartsoord voor Romeinen. Augustus werd zozeer met deze kamer geïdentificeerd, dat in het volksgeloof de regio van de stad Velitrae als zijn geboorteplaats werd aangezien (vgl. Suetonius, Augustus 6.). Later zou hij verhuizen naar het huis van zijn stiefvader Lucius Marcius Philippus in Rome. Volgens Suetonius hield hij in 51 v.Chr. de lijkrede voor zijn grootmoeder en nam hij in 49 v.Chr. de toga virilis aan.Suetonius, Augustus 8.1.

Omdat Caesar geen wettige zoon had, nam hij zijn achterneef onder zijn vleugels. Zo werd Gaius Octavius op Caesars voorspraak in 48 v.Chr. in het College van Pontifices opgenomen. In 47 v.Chr. was Octavius praefectus urbi, die de consuls verving die zich tijdens de ludi Latini niet in Rome ophielden. In 46 v.Chr. liet Caesar hem aan zijn triomftocht na zijn zege in de burgeroorlog deelnemen. In het jaar daarop begeleidde de jonge Gaius Octavius zijn oudoom op diens veldtocht tegen de zonen van Pompeius naar Hispania, waar hij op Caesar duidelijk indruk maakte door zijn dapperheid. Hij zou ook als magister equitum (letterlijk "leider van de ruiterij", de rechterhand van een dictator) aan de geplande veldtocht tegen de Parthen hebben deelgenomen. Samen met zijn vrienden Marcus Vipsanius Agrippa en Salvidienus Rufus was hij reeds naar Apollonia in Illyria (het huidige Albanië) vooruitgestuurd. Daar bereikte hem in het voorjaar van 44 v.Chr. het bericht van de moord op Caesar. Tijdens zijn terugreis naar Rome vernam hij dat de dictator hem bij testament had geadopteerd en tot voornaamste erfgenaam van zijn privévermogen had aangeduid.

Opkomst in de politiek. miniatuur|180px|Bronzen buste van Octavianus (gevonden in Meroë, Nubië; nu in het British Museum). De postume, testamentaire adoptie ontbeerde elke juridische grond., Augustus. Eine Biographie, Berlijn, 1998, pp. 35 ff. Gaius Octavius aanvaardde, zodra hij in Rome terug was, desalniettemin het testament alsook alle daarmee verbonden verplichtingen en noemde zich voortaan naar zijn voorgewende adoptievader Gaius Julius Caesar. Hij speelde in het begin geen rol in het conflict tussen diens aanhangers – die zich rond Marcus Antonius schaarden – en de republikeinsgezinde Caesarmoordenaars rond Gaius Cassius Longinus, alsook Marcus Brutus en Decimus Brutus.

Marcus Antonius eiste als onderbevelhebber van Caesar en diens collega in het consulaat voor het jaar 44 v.Chr. de leiding over de factie van Caesar voor zich op. Zo weigerde hij het vermogen van de dictator aan Octavianus weg te geven. Deze betaalde desondanks de in Caesars testament voorziene legaten aan diens veterani en de bevolking van Rome uit. Daarvoor gebruikte hij de in Apollonia in beslag genomen krijgskas, voor de Parthenoorlog voorzien. Hij veilde echter ook zijn eigen bezit om het te kunnen financieren. Zijn optreden bracht hem al snel een groot aantal aanhangers en gaf hem bovendien ook politiek gewicht. De invloedrijke senator en oud-consul Marcus Tullius Cicero, die niet tot de samenzweerders had behoord, maar wel met de republikeinse zaak sympathiseerde, ondersteunde de schijnbaar onervaren jongeman, in de hoop hem als politiek tegengewicht voor Marcus Antonius te kunnen gebruiken. Octavianus ging hierop in, maar gebruikte Cicero's steun voor zijn eigen plannen. Hij steunde daarbij op zijn eigen, ervaren raadgevers zoals de welgestelde Gaius Cilnius Maecenas.

Bondgenootschap met de Caesarmoordenaars Terwijl Antonius in het jaar 43 v.Chr. in Gallië tegen Decimus Brutus streed, bouwde Octavianus in Italië een leger op, bestaande uit veterani van Caesar. Zo maakte hij zich op een manier die veel weg had van een staatsgreep, meester van de stad Rome. Onder militaire druk en op aandrang van Marcus Tullius Cicero bevestigde de Senaat Octavianus' toegeëigende militaire bevelhebberschap, verleende hem de voorrechten van een senator en consul en stond hem toe om alle ambten 10 jaar voor de wettelijk vastgelegde minimumleeftijd te aanvaarden. Octavianus ging nu zelfs een bondgenootschap met de republikeinen aan. Nog in datzelfde jaar belegerde hij Antonius in de Mutinensische oorlog, samen met een senatoriaal leger onder de consuls Aulus Hirtius en Gaius Vibius Pansa.

Beide staatshoofden van de republiek kwamen om in de strijd en Octavianus verlangde er nu naar om voor zichzelf een van de vrijgekomen plaatsen van consul in te nemen. Nadat de Senaat echter had geweigerd hem te laten verkiezen tot consul, dwong Octavianus op 19 augustus 43 v.Chr. met hulp van zijn troepen zijn verkiezing tot consul en de achting van de Caesarmoordenaars af. Intussen had Antonius 19 legioenen onder zijn bevel gebracht na zijn laatste nederlaag. Daarom – terwijl Octavianus op het politieke toneel van Rome nu als "wreker" van zijn adoptievader optrad – wisselde hij van zijde en ging met de leiders van de factie van Caesar een bondgenootschap aan. Naar het voorbeeld van Caesar, Pompeius en Crassus uit 60 v.Chr. richtten Octavianus, Marcus Antonius en de magister equitum Marcus Aemilius Lepidus in oktober 43 v.Chr. een tweede triumviraat op. Ter bekrachtiging van deze overeenkomst huwde Octavianus met Antonius' stiefdochter Clodia.

Het tweede triumviraat

miniatuur|300px|Aureus met aan de voorzijde de triumvir Marcus Antonius en aan de keerzijde Octavianus (41 v.Chr.) De "driemannen voor de herinrichting van de republiek met consulaire macht" (Triumviri Rei Publicae Constituendae Consulari Potestate), zoals de alliantie officieel werd genoemd, berustte zuiver op de militaire macht van de triumviri, op hun zeggenschap over veruit de meeste Romeinse legioenen. Ze lieten zich op 27 november 43 v.Chr. door de senaat voor vijf jaar dictatoriale bevoegdheden toekennen. Zoals in de tijd van Lucius Cornelius Sulla werden nu ook proscriptielijsten uitgevaardigd, die alle daarop vermelde personen vogelvrij verklaarden. Volgens Suetonius zou Octavianus zich in het begin tegen de proscripties hebben verzet, maar ze vervolgens vastbeslotener hebben doorgevoerd dan zijn beide collega's. Op aandringen van Antonius werd tijdens de moorden onder de politieke tegenstanders van de triumviri ook Cicero tot slachtoffer gemaakt.