Met de term Nederlands in Nederland wordt gedoeld op de variant van het Standaardnederlands dat gebruikt wordt in Nederland. Het Nederlands wordt behalve in Nederland onder andere gesproken in (delen van) België, Suriname, Frankrijk, Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Het Nederlands in België verschilt van dat wat wordt gesproken in het noorden; de verschillen tussen deze 'soorten' Nederlands maken het mogelijk elke variëteit van het Nederlands apart te identificeren. Een Nederlandssprekende uit Vlaanderen, Suriname of Nederland zal, ook als hij geen dialect spreekt, aan diverse kenmerken in zijn spraak herkenbaar zijn.
Behalve op taalgebied onderscheidt het Nederlands in Nederland zich ook van andere soorten Nederlands door zijn bereik, zijn status en zijn eventuele wettelijke erkenning. Een vergelijking met vooral het Nederlands in België geeft beter inzicht in de bijzonderheden van het Nederlands in Nederland.
Verspreidingsgebied In Nederland wordt het Nederlands algemeen gesproken. Alle Nederlanders worden geacht het te kennen en de taal wordt dan ook op alle Nederlandse onderwijsinstellingen gebruikt. In de provincie Friesland en in Caribisch Nederland (de BES-eilanden) worden ook andere talen dan het Nederlands gesproken, het Fries, het Papiaments en het Engels. Toch wordt in deze gebieden ook het Nederlands gebruikt en ook Friezen en inwoners van de BES-eilanden worden geacht het Nederlands te beheersen.
De term 'Nederlands' is een ruim begrip. Bijna elke streek in Nederland kent een eigen dialect en veel van deze dialecten wijken zo sterk af van het Standaardnederlands, dat er sprake is van diglossie. Net als in het tweetalige Friesland spreken de bewoners ook twee 'talen', enerzijds hun dialect, anderzijds het Standaardnederlands. In de provincie Limburg is het Limburgs erkend als streektaal en in de oostelijke provincies van Nederland is het Nedersaksisch erkend als taal.
De standaardtaal De officiële vorm van het Nederlands is het Standaardnederlands of Algemeen Nederlands (AN). Voorheen heette dit Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN), maar deze term heeft tegenwoordig niet de voorkeur. Het woord 'beschaafd' zou zogezegd kunnen indiceren dat regiolecten 'onbeschaafd' waren. De ontwikkeling van deze Standaardtaal is sterk verbonden met het gewest Holland, vanouds het economisch belangrijkste gewest van Nederland. Hoewel de huidige Standaardtaal ook een groot aantal Brabantse (en dus Belgisch/Vlaamse) kenmerken bevat, is zij te beschouwen als een vorm van Hollands.
Bepaalde kenmerken van het AN zijn waarschijnlijk zelfs 'verzonnen' door de voorvechters ervan. Zo komt de open aa oorspronkelijk noch in de Hollandse noch in de Brabantse dialecten voor, en is ook de ei een klank die in het dialectlandschap zeldzaam is. Hetzelfde geldt voor de ui. Deze klanken werden alle beschaafder geacht dan de varianten ao/ae, aai/ai/e en oi/owe.
Positie Hoewel er dus zeker lokale variatie is, heeft het 'Standaardnederlands' of 'Algemeen Nederlands' (AN) in Nederland een belangrijke positie ingenomen in het dagelijks leven. Voor veel mensen is het de omgangstaal. Dit geldt in het speciaal voor het Nederlands in de IJsselmeerpolders. In grote delen van Nederland verdringt het AN het dialect of heeft het dat reeds verdrongen.
Deze sterke positie van het AN heeft niet alleen met het onderwijs te maken; in Vlaanderen wordt het AN immers ook onderwezen, maar toch heeft het daar niet dezelfde sterke positie als in Nederland. Factoren die maakten, dat het AN in Nederland zo sterk staat, zijn onder andere: de origine van de Standaardtaal, die grotendeels gebaseerd is op Hollandse dialecten en derhalve voor veel inwoners van Nederland niet 'vreemd' is, terwijl ze dat voor veel Vlamingen om dezelfde reden juist wel is de Randstad Holland is in korte tijd enorm uitgebreid door een toevloed van migranten uit andere provincies. Ongeveer een derde van de totale Nederlandse bevolking woont en werkt hier. Door deze migratie heeft een groot deel van de bevolking een verschillende (dialect-)achtergrond, zodat het AN als omgangstaal de enig overgebleven optie is. Overigens ontwikkelt zich in de Randstad snel een eigen variant op het AN (zie onder).
Bereik De verspreiding van het AN in Nederland geschiedde oorspronkelijk door middel van het onderwijs. Door het instellen van een officiële spelling werd van hogerhand min of meer de norm aangegeven. Als geschreven taal was het AN in veel (protestantse) huisgezinnen al langer bekend in de vorm van de Statenbijbel; uit deze Bijbel werd vanouds elke dag een deel voorgelezen. Bij kerkdiensten werden de preken doorgaans in de Standaardtaal uitgesproken.
Deze manier van verspreiden was niet ideaal; vaak sprak de onderwijzer of de dominee zelf geen behoorlijk AN. Er waren ook geen geluidsopnamen of dergelijke beschikbaar die konden helpen bij het verspreiden van de 'beschaafde' uitspraak. De omgangstaal bleef het dialect.
Dit veranderde drastisch met de opkomst van de massamedia. Eerst was er de radio; nagenoeg alle radio-uitzendingen waren in het AN. Met de opkomst van de televisie kwam er een tweede medium waarop de Standaardtaal te horen viel. De enorme populariteit van deze media maakte dat het AN doordrong in het leven van alledag.
Het AN in Nederland is de gebruikelijke taal in bijna alle media. Wel is er een Friestalige omroep. Behalve het AN verspreidt ook het Engels zich razendsnel via de media, aanvankelijk via radio en tv, tegenwoordig ook via het internet. Wanneer het Engels het Nederlands als voertaal in het bedrijfsleven, het hoger onderwijs en de media vervangt, kan dat leiden tot domeinverlies van het Nederlands.
Wettelijke erkenning Hoewel het AN in heel Nederland wordt gebruikt, heeft het een beperkte wettelijke erkenning. Anders dan in België, waar het Nederlands in de Grondwet is vastgelegd, heeft het Nederlands in Nederland geen grondwettelijke erkenning. Wel staat in de Algemene wet bestuursrecht in 'Afdeling 2.2: Gebruik van de taal in het bestuurlijk verkeer' onder andere het volgende:
Het kabinet-Balkenende IV heeft in februari 2010 een wetsvoorstel doen uitgaan om het Nederlands als officiële taal in de Grondwet op te nemen.Nederlandse taal wordt verankerd in grondwet. Rijksoverheid.nl, 12 februari 2010 De Raad van State adviseerde echter later dat jaar een dergelijke grondwetsaanpassing niet door te voeren. Er zouden geen 'dwingende' redenen voor zijn, aangezien het 'niet ter discussie staat' dat Nederlands de taal van Nederland is. Ook zou het 'sobere karakter' van de Grondwet aangetast kunnen worden door een algemene taalbepaling (die volgens het kabinet overigens ook het Fries in Friesland moet omvatten). Het orgaan oordeelde echter ook dat er geen 'klemmende redenen' zijn om de bepaling niet op te nemen.Raad van State tegen Nederlands in grondwet. Trouw, 22 september 2010 De status van het Nederlands in Nederland is bijna nergens juridisch vastgelegd en na een lange reeks parlementaire en maatschappelijke discussies om het Nederlands de officiële taal van Nederland te maken werd het voorstel in februari 2018 door de regering weer ingetrokken.
De Nederlandse Taalunie beschouwt het Nederlands als de voertaal van Nederland. De wettelijke besluiten aangaande de Nederlandse spelling en de inburgeringsexamens suggereren wel dat de Nederlandse regering het Nederlands, meer bepaald het Standaardnederlands, als de sociaal wenselijke norm beschouwt.
Naast het Standaardnederlands Behalve het Standaardnederlands/AN worden er in Nederland dialecten, regiolecten en sociolecten gesproken die in meer of mindere mate van het AN afwijken, en verschillende talen, waaronder migrantentalen en natuurlijk het Fries.
Deze taalvormen beïnvloeden soms de Standaardtaal en sommige ervan worden weleens ervaren als een bedreiging voor de Standaardtaal.
Dialect
Het Nederlandse taalgebied kent een relatief grote dialectverscheidenheid. Oorspronkelijk had elk dorp zijn eigen dialect, en nog steeds herkennen Nederlandstaligen in elkaars spraak zonder veel problemen elkaars afkomst. Toch worden veel dialecten langzaam door het AN verdrongen. Het sterkst gebeurt dit in het kerngebied van Nederland, de Randstad en de streken die aan de Randstad grenzen.
De Nederlandse dialecten mogen dan van dorp tot dorp verschillen, ze vertonen wel degelijk samenhang onderling. Een groep verwante dialecten wordt wel aangeduid als een Streektaal. Belangrijke streektalen in Nederland zijn het Limburgs, het Nedersaksisch (beide officieel erkend), het Zeeuws, het Brabants en het Westfries.
De invloed van deze talen op het AN is niet groot. Wel zijn bepaalde streektalige constructies in het AN gesproken door streektaalsprekers waarneembaar. Zo hoort men in Twente uitdrukkingen als "ik heb de band lek" ("ik heb een lekke band") en gebruiken veel Noord-Hollanders constructies met te: "ik ga(an) te bollenpellen" ("ik ga bollen pellen"). Deze vormen worden gezien als regionaal en substandaard.
Iets vergelijkbaars geldt voor bepaalde uitspraken. Sprekers uit het noorden en oosten van Nederland spreken de slot-n in woorden als lopen en rijden meestal uit, terwijl deze klank in de Standaardtaal normaliter niet wordt uitgesproken. Omdat de 'noordelijke' uitspraak beter lijkt te kloppen met de spelling, wordt ze door sommige Nederlanders als standaard aanvaard.
Een aparte plaats neemt het Nederlands zoals gesproken in de Randstad in. Ook het Fries heeft, door zijn erkenning als taal, een bijzondere positie.
Randstadnederlands Nederlands zoals het wordt gesproken in de Randstad, wijkt veel minder af van het AN dan de meeste andere varianten. Dit heeft natuurlijk te maken met de ontstaansgeschiedenis van het AN, dat gebaseerd is op de dialecten van het oude gewest Holland, dat grofweg de huidige Randstad (met uitzondering van Utrecht) omvat.
De Randstad vormt in meerdere opzichten de kern van Nederland. Derhalve heeft de taal van de Randstad een hogere status dan andere streektalen. Dit verschijnsel is niet nieuw; door de loop der eeuwen heeft Holland en zijn spreektaal de andere gewesten beïnvloed. Deze zogenaamde Hollandse expansie, beschreven door de bekende taalkundige Kloeke, krijgt tegenwoordig vooral gestalte in de massamedia.
Kenmerken van het gesproken Randstadnederlands zijn: Diftongering. In de Randstad worden de oo en de ee sterk tot tweeklanken vervormd, die ongeveer klinken als oow en eej. Deze diftongering komt in meerdere dialecten voor, maar is nergens zo sterk als in de Randstad. Vooral het Haags en het Rotterdams zijn op dit vlak typisch. Ook de eu in bijvoorbeeld leuk wordt gediftongeerd: leujk. Vocaalverkorting. In het AN is het onderscheid tussen lange vocalen (aa, uu) en korte vocalen van belang (a, u). Het woord baan klinkt langer dan ban. In het Randstadnederlands verdwijnen deze lange vocalen langzamerhand, en klinken baan en ban even lang (of kort). Het klankonderscheid tussen de open a en de gesloten a blijft wel behouden. De r. In de Randstad klinkt veelal de bekende Gooise r. In de oorspronkelijke dialecten van de Randstad is de r echter niet algemeen; het Rotterdams en het Leids gebruiken wel (varianten van) de Gooise r, het Haags en het Amsterdams juist niet. Tegenwoordig is de r echter ook in Den Haag en Amsterdam veel in gebruik. De l. De l en de r zijn klanken die een vergelijkbare articulatie hebben; het zijn beide liquidae. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ook de l aan het einde van een lettergreep in de Randstad anders klinkt. Vaak beweegt deze klank richting een w: school klinkt dan (met vocaalverkorting) als schow. De g. De 'harde' g geldt als typisch voor veel Nederlandse tongvallen. In de Randstad heeft de g zich in de laatste decennia ontwikkeld tot een zeer 'harde' schraapklank, en is daarmee nog veel opvallender dan de overige 'harde' g's die in Nederland voorkomen. Vooral de Haagse g geldt als typisch.