Ángel Nieto Roldán (Zamora, 25 januari 1947 – Ibiza, 3 augustus 2017) was een Spaanse motorcoureur. Hij werd in het seizoen 1969 de eerste Spaanse wereldkampioen in de wegrace. Hij werd 13 (de bijgelovige Nieto sprak altijd van 12 + 1) keer wereldkampioen: 6 × in de 50cc-klasse en 7 × in de 125cc-klasse. Toen hij in 1986 afscheid nam van de professionele motorsport had hij negentig GP-overwinningen op zijn naam.

Algemeen Ángel Nieto was de zoon van Ángel Nieto en Teresa Roldán. Toen hij 1 jaar oud was verhuisde het gezin van Zamora naar de Madrileense wijk Vallecas, waar zijn vader een poelierszaak opende. De jonge Nieto wilde zijn vader niet opvolgen in de zaak en ook geen opleiding volgen. In plaats daarvan ging hij al op jonge leeftijd als leerlingmonteur in de motorzaak van Tomas Diaz Valdes werken. 's Avonds reed hij stiekem met motoren van klanten door Vallecas.

Op dertienjarige leeftijd ontmoette hij Paco Bultó, de eigenaar van Bultaco, tijdens een parkrace in Madrid. Nieto besloot bij zijn tante in Barcelona te gaan wonen, omdat in die stad de hele Spaanse motorfietsindustrie geconcentreerd was met merken als Bultaco, Derbi, Montesa, Ossa en Sanglas. Nieto had zijn hoop gevestigd op Bultaco, dat hem echter niet meer aanbood dan een baantje als hulpje voor de fabriekscoureur José Medrano. Nieto reisde met Medrano langs de Spaanse circuits en sliep in een Renault Dauphine, maar toen het seizoen voorbij was had hij geen werk meer. Hij had weliswaar mensen van Ducati ontmoet die geïnteresseerd waren in de jonge en lichte coureur, maar zij hadden slechts 125cc-machines, die voor Nieto te zwaar waren. Nieto ging naar Derbi, dat 50cc-racers had. miniatuur|Het Derbi-team in 1963: Ángel Nieto, Jan Huberts, Jacques Roca, Paco Tombas en Josep Maria Busquets WK-carrière 1964 50 cc Met Derbi startte hij samen met Josep Maria Busquets in het seizoen 1964 in de Grand Prix van Spanje, waar hij vijfde werd. De Derbi bleek niet opgewassen tegen de snelle Kreidler van Hans Georg Anscheidt en de Suzuki RM 64 van Hugh Anderson. Bovendien werd het seizoen van Nieto afgebroken door een ernstig ongeval in Frankrijk. 1965 In het seizoen 1965 scoorde Nieto zijn eerste overwinning in Spanje. Hij werd Spaans kampioen 125 cc, maar reed ook even aan de leiding van de GP van Duitsland, waar hij in de 50cc-race vijfde werd, en de Spaanse GP, waar hij zowel in de 50- als de 125cc-klasse uitviel. 1966 50 cc In het seizoen 1966 werd hij opnieuw vijfde in de Grand Prix van Spanje. Dat was de enige WK-race waarin hij aan de start kwam. 1967 50 cc In het seizoen 1967 werd hij Spaans kampioen 50- en 125 cc en hij scoorde zijn eerste podiumplaats in het wereldkampioenschap wegrace door in de TT van Assen achter Yoshimi Katayama tweede te worden nadat de Suzuki-fabrieksrijders Stuart Graham en Hans Georg Anscheidt waren uitgevallen. Dit was het eerste tamelijk volledige seizoen voor Nieto, die ook punten scoorde in Spanje, Frankrijk en België, maar het 50cc-wereldkampioenschap werd nog volkomen beheerst door Honda en Suzuki. 1968 50 cc Het seizoen 1968 was een keerpunt in het 50cc-wereldkampioenschap. Honda was twee jaar eerder al uitgestapt (hoewel er nog steeds privérijders met de Honda CR 110-productieracer aan de start kwamen) en Suzuki maakte in maart 1968 bekend ook met racen te stoppen. Toch kwamen er nieuwe kapers op de kust: Martin Mijwaart en Paul Lodewijkx met hun Jamathi en een groot aantal Kreidler-rijders. Nieto kreeg in de Australiër Barry Smith een nieuwe teamgenoot, hoewel Smith op privébasis al jaren met Derbi's reed. Nieto reed in de Grand Prix van Spanje een sterke thuisrace (en de snelste ronde), door na een slechte start tweede te worden achter Hans Georg Anscheidt, maar tijdens de Isle of Man TT viel hij al in de eerste ronde waarbij hij een been brak. Daarom sloeg hij de TT van Assen over, maar in de Belgische Grand Prix was hij weer fit en daar werd hij derde. Smith won overigens de 50 cc TT en eindigde als derde in het wereldkampioenschap. Nieto werd vierde, maar had in beide races die hij had uitgereden op het erepodium gestaan. In de 125cc-klasse werd hij opnieuw kampioen van Spanje. miniatuur|De Derbi GP 50 waarmee Ángel Nieto zijn eerste wereldtitel behaalde. 1969, eerste wereldtitel 50 cc Het seizoen 1969 in de 50cc-klasse was erg spannend en bleef dat tot in de laatste race. Het aantal wedstrijden was verdubbeld van vijf naar tien, maar slechts zes resultaten daarvan telden. Dat leverde Ángel Nieto uiteindelijk zijn eerste wereldtitel op, maar hij had slechts zes resultaten, met in totaal 76 punten. Aalt Toersen (Van Veen-Kreidler) had 93 punten, maar zijn zes beste resultaten leverden slechts 75 punten op. In dit jaar was ook Santiago Herrero aan het Derbi-team toegevoegd. In de GP van Spanje moesten Herrero, Smith en Nieto halsbrekende toeren uithalen om Toersen te volgen. Alleen Nieto slaagde daarin, hij werd tweede, terwijl zijn teamgenoten allebei ten val kwamen. In de Duitse GP werd Smith derde, maar Nieto haalde de finish niet. In de GP van Frankrijk werd Nieto tweede, maar Toersen won zijn derde GP op rij. Met slechts zes tellende resultaten was hij letterlijk halverwege de wereldtitel. Nieto viel uit in de TT van Assen én in de Belgische Grand Prix, die beiden gewonnen werden door Barry Smith, met Aalt Toersen beide keren op de derde plaats. In de GP van de DDR had Toersen een slechte start en Nieto en Herrero vochten voortdurend om de leiding. Nieto won, Toersen werd derde. Op dit moment in het seizoen was Barry Smith de grootste bedreiging voor Aalt Toersen, maar alle Derbi's gingen steeds beter presteren. Dat bleek tijdens de GP van Tsjecho-Slowakije, waar Smith in gevecht ging met Paul Lodewijkx, terwijl Nieto op de derde plaats lag. Nieto moest echter een pitstop maken omdat de centrale elektrode van zijn bougie afbrak. Hij vocht zich toch nog terug naar het podium, terwijl Toersen slechts vierde werd. In de Ulster Grand Prix vocht Nieto met Lodewijkx om de koppositie, terwijl Toersen met een verstopte benzineleiding uitviel. Nieto's achterwiel brak uit, waardoor hij Lodewijkx torpedeerde, die met zijn motorfiets over een aarden wal en een heg vloog. Nieto kon echter wel verder in won de race. Aalt Toersen kreeg voor de GP des Nations een nieuw, watergekoeld-motorblokje. Ángel Nieto viel uit, maar Toersen kon slechts acht punten scoren omdat Paul Lodewijkx en Barry Smith hem voor bleven. Met nog één race te gaan had Aalt Toersen 93 punten, maar slechts de zes beste resultaten telden, waardoor hij feitelijk slechts 75 punten had. Nieto had nu 64 punten en kon Toersen theoretisch nog verslaan. Voor Nieto zou elk resultaat in de Grand Prix-wegrace van de Adriatische Zee tellen, want hij had nog maar vijf resultaten gescoord. Hij moest echter eerste of tweede worden om aan 76 punten te komen. Toersen kon zijn resultaat ook alleen verbeteren door eerste of tweede te worden. Aalt Toersen viel echter al in de tweede ronde uit met een uitgelopen big-end lager. Ángel Nieto pakte met zijn tweede plaats 12 punten en dat was nét genoeg om wereldkampioen te worden met 1 punt voorsprong op Toersen. Na de eerste ronde leidde Jan de Vries, gevolgd door Lodewijkx, Nieto en Smith. Lodewijkx nam al snel het initiatief over en begon samen met Nieto weg te lopen van de rest van het veld. Nieto kreeg een sein van Santiago Herrero, die langs de kant stond met een stuk karton met de tekst "TORS ↓" en wist dat Toersen eruit lag en dat hij aan de tweede plaats genoeg zou hebben voor de wereldtitel. 1970, tweede wereldtitel Ángel Nieto, die slechts 52 kg woog, profiteerde vanaf het seizoen 1970 van een nieuw reglement voor de 50cc-klasse, waardoor het minimum gewicht voor coureurs werd teruggebracht van 60- naar 50 kg. Hij hoefde vanaf nu geen ballast meer mee te nemen. Ook Aalt Toersen (54 kg) profiteerde hiervan. Naast de 50cc-klasse reed Nieto nu ook een volledig seizoen in de 125cc-klasse. 50 cc Nieto bereidde zich goed voor op de eerste race door wekenlang bij de Nordschleife te kamperen. Op het onbekende circuit kon hij in het slechte weer de concurrentie gemakkelijk voorblijven. Hij won daarna ook de Franse en Joegoslavische GP's én de TT van Assen, ondanks het feit dat hij bijna steeds een slechte start had. Aalt Toersen, inmiddels op Jamathi, had al een nieuwe motor met oliepompsmering gekregen en hiermee wist hij Nieto in de GP van België op pure snelheid te verslaan. Toersen won vervolgens ook de GP van de DDR en de GP van Tsjecho-Slowakije. Tijdens de Ulster Grand Prix kregen Ángel Nieto en Salvador Cañellas snellere Derbi's. Nieto had opnieuw een slechte start, maar passeerde Toersen in de tweede ronde. Cañellas was enorm belangrijk in deze race. Doordat hij Toersen van de tweede plaats afhield hoefde Nieto nog slechts één keer tweede te worden om de wereldtitel veilig te stellen. Die beslissing viel al in de eerste ronde van de GP des Nations, toen er een valpartij ontstond waarbij Jos Schurgers, Aalt Toersen en Salvador Cañellas betrokken waren en waarna Schurgers en Toersen moesten opgeven. Ook Nieto moest opgeven toen hij viel door heet koelwater dat over zijn been stroomde. Dat maakte voor de wereldtitel echter geen verschil meer. 125 cc In 1970 waren de belangrijkste (Japanse) fabrieksteams uit de 125cc-klasse gestapt. De machines mochten niet meer dan twee cilinders hebben, waardoor dure viercilinders als de Yamaha RA 31 overbodig waren geworden. Suzuki was in 1967 gestopt met de ontwikkeling van 125cc-racers, maar er waren nog drie Suzuki RT 67-tweecilinders in het veld: één in handen van Dieter Braun, één in handen van Henk Viscaal, die er Aalt Toersen als coureur mee liet rijden en één bij Stuart Graham, die er in de GP van Spanje Barry Sheene mee liet debuteren in het wereldkampioenschap. Regerend wereldkampioen Dave Simmonds gebruikte een ook al verouderde Kawasaki KA-1. Derbi had de ontwikkeling van haar 125cc-racer met twee krukassen gestaakt en bouwde een meer conventionele 125cc-twin met enkele krukas. Nieto's nieuwe machine had in het begin van het seizoen betrouwbaarheidsproblemen, waardoor hij in de Duitse GP slechts dertiende werd en in de Franse GP uitviel. In de GP van de Adriatische Zee liep hij de overwinning mis door benzinegebrek. Derbi sloeg de TT van Man over, maar daar won Dieter Braun vóór Börje Jansson (Maico) en Günter Bartusch (MZ). Tijdens de TT van Assen leidde Nieto, maar hij viel in de Stekkenwal en werd uiteindelijk veertiende. Braun behaalde zijn vierde overwinning op rij, terwijl Nieto slechts zes punten (uit Joegoslavië) op zijn conto had. Tijdens de GP van België leek het tij te keren: Braun viel uit en Nieto won met overmacht. Tijdens de GP van de DDR klopte Nieto Braun nipt, tot teleurstelling van het publiek want de (juist in de DDR) populaire Braun had door te winnen al wereldkampioen kunnen worden. In de GP van Tsjecho-Slowakije verscheen Gilberto Parlotti plotseling met een nieuwe 125cc-Morbidelli. Parlotti had in dit seizoen alleen twee wedstrijden met een 50cc-Tomos gereden, maar won nu met gemak de Grand Prix, ten koste van Dieter Braun, die weer langer moest wachten op zijn wereldtitel. Nieto was toen al gestopt door een slecht lopende motor. In de GP van Finland werd Dieter Braun alsnog wereldkampioen. Hij viel weliswaar uit, maar dat overkwam Ángel Nieto ook, en daardoor kon deze Braun niet meer inhalen. Nieto won nog wel de laatste twee GP's, maar werd tweede in het wereldkampioenschap 125 cc. 1971, derde wereldtitel 50 cc