De Amerikaanse New Deal was een omvangrijk sociaal en economisch hervormingsprogramma van de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt, ook wel bekend als FDR, om de Verenigde Staten uit het slop van de Grote Depressie te trekken. Er werd alom aangenomen dat de depressie veroorzaakt werd door de inherente instabiliteit van de markt en dat interventie door de overheid noodzakelijk was om de economie te rationaliseren en te stabiliseren. Roosevelt geloofde dat het de taak van de overheid was om het Amerikaanse volk bij te staan in economisch moeilijke tijden.

Oorsprongen van de New Deal thumb|De ontwikkeling van de reële economische groei van de VS in de periode 1910-1960. In lichtroze de periode van de grote depressie (1929-1939) thumb|De Amerikaanse werkloosheid in de periode 1910–1960. De jaren 1929–1939 zijn in lichtroze aangegeven. Vanaf 1939 wordt de werkloosheid accuraat gemeten.

Grote Depressie en het belang van de verkiezingen van 1932 Op 24 oktober 1929 luidde de crash van de Amerikaanse aandelenbeurs – sindsdien bekend als Zwarte donderdag – het begin van een wereldwijde financiële crisis in. In de periode 1929-1933 nam de werkloosheid in de Verenigde Staten toe van 3 procent van de beroepsbevolking tot ruim 25 procent. Tegelijkertijd liep de industriële productie terug met ruim een derde van het totaal.

In zijn acceptatietoespraak voor de Democratische presidentiële nominatie (2 juli 1932) beloofde Roosevelt "a new deal for the American People" ("een herschudden van de kaarten voor het Amerikaanse volk"). Deze zinsnede sloeg aan en is sindsdien altijd een motto geweest voor zijn regering en haar vele binnenlandse successen. Ondertussen probeerden andere overheden over de gehele wereld hun weg naar economisch herstel te vinden door het invoeren van restrictief, autarkisch beleid (hoge invoerbelastingen, invoerquota en handelsovereenkomsten) en door te experimenteren met nieuwe planning voor hun interne economieën. Het Verenigd Koninkrijk voerde verregaande maatregelen in ten behoeve van het ontwikkelen van een nationale planeconomie. In nazi-Duitsland werd economisch herstel gezocht in herbewapening, dienstplicht en publieke werken. In het Italië van Mussolini werden de economische teugels van zijn industriestaat strakker aangetrokken. Economische waarnemers in de gehele wereld zagen in het grootschalige programma van economische planning en staatseigendom van de Sovjet-Unie iets wat leek op een depressie-resistent economisch systeem en een oplossing voor de crisis in het kapitalisme.

Oorsprongen van de New Deal In tegenstelling tot vele wereldleiders in de jaren dertig, aanvaardde Roosevelt zijn nieuwe ambt zonder zich te binden aan één bepaalde ideologie of plan van aanpak aangaande de Depressie. Zijn "New Deal" zou vaak intern tegenstrijdig zijn, alsmede pragmatisch en experimenteel. Wat velen echter zagen als tegenstrijdigheid in de ideologie van de New Deal was in feite het aanwezig zijn van vele ideologieën, gebaseerd op programma's en ideeën die in de Amerikaanse politieke traditie allemaal al eens waren geprobeerd.

De New Deal, die sterk steunde op de ervaringen van zijn leiders, weerspiegelde de ideeën en werd beïnvloed door de programma's die Roosevelt en de meeste van zijn vroege medewerkers hadden opgedaan in hun politieke jeugd in het begin van het progressieve tijdperk (Progressive movement). Deze hadden ze opgedaan onder de regering-Wilson en tijdens hun loopbaan in het begin van de jaren twintig. Uit het progressieve tijdperk leenden de New Dealers het verzet uit dat tijdperk tegen monopolies en de tendens richting regulering door de overheid van de economie en werden ze beïnvloed door het verwerpen van oude ideeën over persoonlijke, morele gebreken als oorzaak van armoede in plaats van armoede als resultaat te zien van de combinatie van onpersoonlijke sociale en economische invloeden. Uit het tijdperk van de regering-Wilson stamden de ideeën over mobilisatie van de overheid, die gemodelleerd waren op de inspanningen van destijds om de economie te mobiliseren voor de Grote Oorlog. En uit de beleidsexperimenten uit de jaren twintig haalden de New Dealers hun inspiratie aangaande het harmoniseren van de economie door het opbouwen van samenwerkingsverbanden tussen de verschillende onderdelen van die economie.

De New Deal bestond uit vele verschillende pogingen om de Grote Depressie ten einde te brengen en de Amerikaanse economie te hervormen. De meeste van deze pogingen mislukten, maar er waren genoeg successen om de New Deal in de geschiedenisboeken bij te schrijven als de belangrijkste gebeurtenis in de twintigste eeuw in de opbouw van de moderne Amerikaanse samenleving.

Eerste honderd dagen (Eerste New Deal) thumb|Amerikanen staan in de rij om hun geld van de bank te halen.

"Banking holiday" en "Emergency Banking Act" De wanhopige economische situatie in combinatie met de substantiële Democratische winsten in de verkiezingen van 1932 maakten dat Roosevelt uitzonderlijke invloed had over het Amerikaanse Congres gedurende de eerste maanden van zijn regering. Hij gebruikte deze invloed om snel een aantal uitzonderlijke maatregelen door te drukken om het wankelende banksysteem te stutten, de beurs te hervormen, de werklozen te hulp te komen en herstel van landbouw en industrie te bewerkstelligen. Met een dreigende crisis onder de banken en het Congres in een wanhopige stemming en bereid om alles te doen wat de nieuwe president maar voorstelde, had Roosevelt hard in kunnen grijpen door bijvoorbeeld tot nationalisatie van het bankwezen over te gaan. In plaats daarvan zette hij zich in om de bestaande financiële instellingen te ondersteunen en het vertrouwen in de economie nieuw leven in te blazen.

Op 6 maart 1933, twee dagen nadat hij zijn ambt aanvaardde, vaardigde hij een proclamatie uit waarin hij alle banken vier dagen sloot, totdat het Congres in speciale zitting bijeen kon komen. Normaal gesproken zou een dergelijke handeling enorme paniek veroorzaken. Maar in dit geval zorgde de actie voor enorme opluchting. Ten eerste hadden vele staten zelf de banken al voor de 6e maart gesloten. Ten tweede had Roosevelt er wijselijk (en eufemistisch) voor gekozen om de zaak een "bank holiday" (een "officiële vakantieperiode") te noemen. En ten derde, de onderneming toonde aan dat de regering aan het ingrijpen was om het alarmerende patroon van faillissementen onder de banken een halt toe te roepen.

Drie dagen later, op 9 maart, diende Roosevelt bij het Congres een wetsvoorstel in voor de Emergency Banking Act (de Noodwet voor het Bankwezen) – een vrij conservatieve regeling, voornamelijk opgesteld door mensen die nog onder de regering-Hoover gediend hadden, die voornamelijk bedoeld was om grotere banken ervoor te behoeden meegesleurd te worden met het ten onder gaan van de kleinere. De Noodwet bepaalde dat de Treasury Department (het Ministerie van Financiën van de Verenigde Staten) alle banken zou inspecteren voordat ze hun deuren weer zouden mogen openen en voorzag in overheidssteun van de Federale Overheid voor wankelende instellingen en in stevige reorganisaties van die instellingen die in de grootste nood verkeerden. Een verward en angstig Congres stemde binnen vier uur na indiening in met het voorstel. Driekwart van de banken in het Federal Reserve System openden binnen drie dagen hun deuren en ruim $1 miljard aan opgeslagen valuta en goud vloeiden terug in hun kluizen in de daaropvolgende maand. De onmiddellijke crisis in het bankwezen was ten einde.

Economy Act De morgen na het goedkeuren van de Emergency Banking Act stuurde Roosevelt zijn Economy Act naar het Congres. Dit wetsvoorstel was bedoeld om het publiek – en vooral ook de zakenwereld – ervan te overtuigen dat de Federale regering niet in handen was gevallen van één of andere radicaal. Het voorstel bestond uit het in balans brengen van de overheidsuitgaven door de salarissen van ambtenaren te verlagen en de pensioenen van veteranen met maximaal 15 procent te verlagen.

Mocht het voorstel niet aangenomen worden, zo waarschuwde Roosevelt, dan wachtte de Verenigde Staten een staatsschuld van $1 miljard. Het wetsvoorstel toonde duidelijk aan wat Roosevelt altijd had beweerd: dat hij op fiscaal gebied fundamenteel net zo conservatief was als zijn voorganger. En, evenals de Banking Act, vloog het voorstel door het Congres – ondanks stevige protesten van een aantal progressieve leden.

Tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog bleven deze overheidssaneringen voortduren, tot een bepaald moment na de Tweede Wereldoorlog, waar men uiteindelijk toch koos voor een Keynesiaanse oplossing voor de depressie en begon aan een reusachtige 'deficit spending', zoals Keynes het voorzag. Hierop kwamen heel wat klassieke economen in het verzet, en Roosevelt bleef schipperen tussen de twee stellingen. Sterker nog, in de aanloop naar de presidentiële verkiezingen van 1932 had Roosevelt zijn tegenstander Herbert Hoover zwaar aangevallen op het feit dat deze een tekort opgebouwd had en hij had dan ook plechtig beloofd de boekhouding in orde te maken als hij zou winnen.

Agricultural Adjustment Act (AAA) De gevierde eerste honderd dagen van de regering-Roosevelt brachten ook een federaal programma voort om de Amerikaanse boeren te beschermen tegen de onzekerheden van de markt door middel van subsidies en productiebeperkingen: de Agricultural Adjustement Administration (Agricultural Adjustement Act). Deze werd in mei 1933 door het Congres goedgekeurd. De AAA was een afspiegeling van de wensen van de leiders van de verschillende boerenorganisaties en van Roosevelts minister van Landbouw, Henry A. Wallace.

Het relatieve inkomen van boerderijen was al decennia aan het zakken. De AAA behelsde onder meer aangepaste versies van lang beloofde programma's voor ondersteuning van boeren, die zij al decennia wilden hebben. De belangrijkste regeling binnen de AAA was de regeling voor de beperking van hoeveelheden gewassen – het "binnenlandse quota-systeem" van het voorstel, die bedoeld was om de prijzen van landbouwgoederen op te drijven. Onder dit systeem zouden producenten van zeven basisgoederen (maïs, katoen, zuivelgoederen, varkens, rijst, tabak en tarwe) productie-limieten instellen voor hun gewassen. De overheid zou dan, door de AAA, aan de boeren meedelen hoeveel ze moesten inzaaien en zou hen subsidies verstrekken als ze een deel van hun land niet gebruikten. Een voedsel-verwerkingsbelasting leverde het benodigde geld op voor de nieuwe uitgaven. Productieprijzen zouden tot aan pariteit gesubsidieerd worden.

Het meest controversiële deel van het anti-deflationaire quota toekenningssysteem was de vernietiging op grote schaal van bestaande gewassen en dieren om de overschotten terug te brengen. In een tijd waarin veel families leden aan ondervoeding en soms zelfs honger, was het een zware maatregel. Maar wel succesvol: het bruto-inkomen van boerderijen nam in de eerste drie jaar van de New Deal met 50 procent toe en de positie van boeren verbeterde voor het eerst in twintig jaar aanzienlijk.

De AAA was het eerste programma op zo'n enorme schaal ten behoeve van de slecht draaiende economie van het boerenland en het bracht een belangrijke en langdurige rol voor de federale overheid teweeg in de planning van de gehele landbouwsector van de economie.

Andere initiatieven thumb|Poster van de PWA uit 1935