Ernest Jean Joseph Louis Oscar Bachigaloupi Tourniaire (Amsterdam, 14 maart 1880 – aldaar, 12 november 1939) was een Nederlands acteur en filmregisseur. Hij stamde uit een Frans circusgeslacht en was ruim veertig jaar aan het Amsterdamse toneel verbonden.

Tourniaire werd in 1897 als volontair aangenomen bij de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel, waar zijn vader Ernest Tourniaire toen al een gevierd karakterspeler was. Dertien jaar lang kwam hij niet verder dan figuratie en naamloze bijrollen. De omslag kwam in 1911, toen hij zich meldde bij Willem Royaards; daar groeide hij uit tot een van de voornaamste Nederlandse vertolkers van Shakespeare, met Spoel de wever in Een midzomernachtsdroom en jonker Andries Bibberwang in Driekoningenavond als zijn bekendste creaties.

Hij ambieerde nooit hoofdrollen en werd geroemd om de volledigheid van zijn karakterfiguren. Bij zijn veertigjarig jubileum werd zijn typeerkunst vergeleken met die van Hildebrand in de Camera Obscura, een vergelijking die Menno ter Braak overnam. Na het terugtreden van Royaards speelde hij bij wisselende gezelschappen, onder meer het Nederlandsch Tooneel van Louis Saalborn, het Centraal Tooneel, de Amsterdamsche Tooneelvereeniging en Het Nederlandsch Tooneel van Cor van der Lugt Melsert. In 1919 vierde hij zijn zilveren en in 1937 zijn veertigjarig toneeljubileum.

Naast het toneel werkte hij kort bij de filmfabriek van Nöggerath, waar hij in 1912 de stomme film Roze Kate regisseerde. In 1934 speelde hij mee in De Jantjes, een van de eerste Nederlandse geluidsfilms en later opgenomen in de Canon van de Nederlandse Film. Ruim een week nadat hij voor het laatst in de Stadsschouwburg had gestaan, overleed hij op 59-jarige leeftijd.

Afkomst en jeugd thumb|Het gouden jubileum van Louis Bouwmeester in 1910. Tourniaire staat rechtsachter, als nummer 33 in de bijgevoegde sleutel. Tourniaire was een zoon van de acteur Ernest Tourniaire (1850-1921), verbonden aan de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel, en van Johanna Agatha Dorothea Kremer (1852-1891). Hij was het vijfde kind van zes."Bij den dood van Oscar Tourniaire", Algemeen Handelsblad, 13 november 1939: "toen E. J. J. B. Tourniaire in 1880 een zoon werd geboren, liet hij dit vijfde kind uit zijn huwelijk doopen als Ernest, Jean, Joseph, Louis, Oscar, Bachigaloupi Tourniaire". via Delpher"Oscar Tourniaire speelt veertig jaar tooneel", vraaggesprek, De Indische courant, 27 november 1937: "Het vijfde kind van een zestal". via Delpher Zijn moeder overleed op 9 januari 1891, toen hij tien jaar oud was."Oscar Tourniaire jubileert. Veertig jaar tooneelspeler", De Tijd, 4 november 1937. via DelpherE. J. J. B. Tourniaire, Eenige aanteekeningen uit mijn leven, Amsterdam (De Erven H. van Munster & Zoon) 1893, p. 34. via Google Books Zijn oudste zuster, Hendrika Johanna Francisca Bachigaloupi Tourniaire (1870-1912), trouwde met de operazanger Richard van Helvoirt Pel; zijn jongste zuster, Johanna Ernestine Francisca Georgine Emilie Bachigaloupi Tourniaire (1888-1969), werd als Jopie Tourniaire eveneens actrice.De twee zusters worden wel verwisseld, omdat hun namen sterk op elkaar lijken en beide Francisca als derde naam dragen. Hendrika Johanna Francisca is de negen jaar oudere zuster en de echtgenote van Van Helvoirt Pel; Johanna Ernestine, roepnaam Jopie, is acht jaar jonger dan Oscar.

thumb|Ernest Tourniaire thuis met twee van zijn kinderen, 1908: staand Oscar en zijn zuster Jopie, in de bron Johanna genoemd, die net op de toneelschool was toegelaten. De familie stamde af van het Franse circusgeslacht Tourniaire, bij het overlijden van Oscars vader in 1921 omschreven als "een oud beroemd geslacht van circuskunstenaars"."Ernest Jean Joseph Bachigaloupi Tourniaire. 1867-1907 (1908)", De Prins der geïllustreerde bladen, 25 januari 1908, p. 41: bij de foto van de jubilaris "met twee zijner kinderen (Oscar, al eenige jaren lid van het Ned. Tooneel en Johanna, pas tot de Tooneelschool toegelaten)". Rijksmuseum, KOG-AA-1-56-207"E. J. J. Bachigaloupi Tourniaire", De courant, 21 april 1921. via Delpher Jacques Tourniaire (1772-1829), geboren te Grenoble en opgeleid bij Astley en Franconi te Parijs, trok met een eigen gezelschap door Europa, werd directeur van het keizerlijk Russisch circus en in 1826 erestalmeester van tsaar Nicolaas I; hij stierf in 1829 te Koningsbergen.J. van Doveren, "De circusdynastie Tourniaire", Algemeen Handelsblad, 3 augustus 1963, p. 18. via Delpher Volgens Tourniaire zelf was zijn overgrootvader daarbij tevens in de Russische adel verheven, waarbij hij de naam Bachigaloupi mocht voeren."Oscar Tourniaire", De Maasbode, 9 december 1937: "Czar Nicolaas I benoemde hem tot zijn stalmeester en verhief hem tevens in den Russischen adel, waarbij hij den naam Bachigaloupi mocht voeren." via Delpher Zijn zoon gaf het circusleven op, vestigde zich in Dordrecht en opende daar in 1849 een rijschool.De familieoverlevering, weergegeven in de Nederlandse pers van 1937, verbindt het naamdeel Bachigaloupi aan een verheffing in de Russische adel. De gelijktijdige bronnen bevestigen dat niet. In 1837 adverteerden de zoons van Jacques Tourniaire met een keizerlijk privilege en niet met adeldom, zijn grafsteen te Koningsbergen noemt alleen zijn beroep, en geen naslagwerk kent hem een adellijke titel toe. De combinatie van adelsverheffing en naam verschijnt pas op 17 september 1937 in druk, in een versie die bovendien Nicolaas II noemt, die vijfenzestig jaar na Jacques' dood aantrad. Zie Jacques Tourniaire voor de bronnen. De generatietelling sluit wel op elkaar aan: Oscar noemde Jacques in 1937 zijn overgrootvader, en het overlijdensbericht van zijn vader uit 1921 wijst Jacques aan als de grootvader van die vader. Zijn eigen doopnamen verwijzen naar twee vrienden van zijn vader die hem ten doop hielden: de acteur Louis Bouwmeester en de circusdirecteur Oscar Carré."Oscar Tourniaire †", De Maasbode, 13 november 1939. via Delpher

Nog tijdens zijn schooljaren stond hij al op de planken: twee terugblikken uit 1937 melden dat hij als clown optrad in Circusmenschen, volgens de Nieuwe Tilburgsche Courant als veertienjarige en daarmee ongeveer drie jaar voor zijn debuut bij het toneel. Toen hij de HBS verliet gooide hij volgens tijdgenoten zijn atlas en schoolboeken in de Singelgracht bij de Stadhouderskade, om te tonen dat hij van verdere studie af wilde. Zijn vader verzette zich tegen het toneel: hij had zijn zoon liever musicus zien worden, en anders in de handel. Tourniaire kreeg vioolles, maar die muziekstudie liep naar eigen zeggen op een fiasco uit. Tourniaire kwam eerst als leerling in de boekhandel van Albracht in de Kalverstraat en daarna kort bij het kledingbedrijf Hollenkamp; bij zijn jubileum in 1937 herinnerde de voorzitter van het huldigingscomité aan zijn oorspronkelijke plan om in de confectie te gaan.Menno ter Braak, "Ferdy's bekeering. Blijspel van Frantisek Langer. 40-jarig tooneeljubileum Oscar Tourniaire", Het Vaderland, 16 december 1937, in: Theaterartikelen in Het Vaderland 1933-1940. via DBNL Op de toneelschool is hij nooit geweest: hij werd als kandidaat afgewezen door Johanna Dusault, lerares in stemvorming, "wegens geconstateerd spraakgebrek".

Loopbaan Volontair en figurant, 1897-1911 thumb|Tourniaire in cavaleriekostuum voor de spiegel, 1911 Door bemiddeling van Louis Bouwmeester werd Tourniaire in het najaar van 1897, zeventien jaar oud, als volontair aangenomen bij de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel in de Stadsschouwburg. Hij debuteerde in de kleine rol van Raphaël Marécat in Vrienden van ons van Sardou, in een voorstelling waarin zijn vader de bulderbast Abdallah speelde."Oscar Tourniaire, een kunstenaar van bijzonder formaat", Nieuwe Apeldoornsche courant, 15 november 1939: "in het najaar van 1897 debuteerde Oscar in de kleine rol van Raphael in 'Vrienden van ons' van Sardou". via DelpherTerugblikken uit 1937 en 1939 noemen eensluidend 1897, al lopen ze in de maand uiteen; andere naslagwerken houden 1898 aan. Een contemporaine aankondiging of recensie van de debuutvoorstelling is niet teruggevonden. Zijn salaris bedroeg veertig gulden per maand en zijn aanstelling luidde die van vaste volontair.

Daarna volgden dertien jaar waarin hij vrijwel uitsluitend figureerde. In de bezettingslijsten uit die jaren komt hij voor als bediende, oberkelner, kamerdienaar, knecht en trommelslager."De carrière van Oscar Tourniaire", Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 15 november 1939. via Delpher Alleen wanneer zijn vader ziek was mocht hij diens rollen overnemen.Vraaggesprek bij het zilveren jubileum, De Telegraaf, 23 maart 1919. via Delpher Terugkijkend noemde hij het zelf "dertien lange jaren" van vaste figuratie, en tevreden was hij niet.

Zijn vorming kreeg hij in die jaren buiten het repetitielokaal. De schrijver M. G. L. van Loghem hield zondagochtendbijeenkomsten in een kamer van de Stadsschouwburg, waar hij jonge acteurs klassieke letterkunde onderwees; daar zaten volgens een later levensbericht "Ko van Dijk, Oscar Tourniaire, Willem Hunsche e.a. aan de groote vergadertafel van den raad van beheer".Jacobus Funke, levensbericht van M. G. L. van Loghem, Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 1935, p. 166. via DBNL

Film, 1911-1912 In deze jaren raakte Tourniaire betrokken bij de eerste Nederlandse speelfilms, die werden vervaardigd in de studio van Nöggerath aan de Haarlemmerweg. Hij speelde daar met het kleine gezelschap van Caroline van Dommelen en verliet per 1 maart 1912 de Koninklijke Vereeniging om technisch leider van de filmfabriek te worden."Tourniaire jr.", De courant, 15 januari 1912: "De Jonge Tourniaire verlaat met 1 Maart de Kon. Vereeniging het Nederlandsch Tooneel en treedt dan op als technisch leider van de filmfabriek des heeren Nöggerath." via Delpher In het werk vond hij naar eigen zeggen geen bevrediging.

Hij werkte mee aan twee stomme films. In De bannelingen (1911), geregisseerd door Caroline van Dommelen en Leon Boedels, speelde hij de gevangenisdirecteur, met zijn zuster Jopie eveneens in de cast;"De bannelingen", Filmdatabase, Eye Filmmuseum. filmdatabase.eyefilm.nl Roze Kate (1912) regisseerde hij zelf en hij speelde er tevens in mee.Filmdatabase Eye Filmmuseum, persoonspagina Oscar Tourniaire. filmdatabase.eyefilm.nlHet nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 15 november 1939, kolom "De Gouden Bergen". via Delpher

Ruim twintig jaar later keerde hij voor twee geluidsfilms terug. In De Jantjes (1934) van Jaap Speyer, een van de eerste Nederlandse geluidsfilms en in 2007 opgenomen in de Canon van de Nederlandse Film, speelde hij met Rika Hopper het echtpaar Steenman."Bioscopen. Tivoli. De Jantjes", Leeuwarder courant, 17 maart 1934: "Rika Hopper en Oscar Tourniaire kregen als het echtpaar Steenman weinig kansen". via Delpher"De Jantjes", Nederlands Film Festival: "In 2007 opgenomen in de Canon van de Nederlandse Film." filmfestival.nl In 1936 speelde hij in de Frans-Nederlandse coproductie Klokslag twaalf."Film en bioscoop. 'Klokslag twaalf', een nieuwe Nederlandsche film", Haagsche courant, 30 mei 1936. via Delpher

Bij Royaards, 1911-1925 thumb|Willem Royaards als Grompie, met Tourniaire als zijn bediende Ruddock, 1925