De Slag bij Beachy Head (Frans: Bataille de Béveziers of Bataille du cap Béveziers; traditionele Nederlandse naam: Slag bij Bevesier) was een zeeslag nabij het Zuid-Engelse Beachy Head die op 10 juli 1690 als onderdeel van de Negenjarige Oorlog werd uitgevochten. De Engels-Nederlandse geallieerde vloot stond onder het commando van de Engelse admiraal Arthur Torrington, de Franse vloot onder leiding van Anne de Tourville.

De strijd eindigde in een grote Franse overwinning op hun Engelse en Nederlandse tegenstanders. Het Nederlandse eskader onder leiding van de Zeeuwse admiraal Cornelis Evertsen de Jongste werd vrijwel vernietigd. Slechts drie van de tweeëntwintig Nederlandse schepen konden na deze slag opnieuw ingezet worden. In totaal verloren de geallieerden tijdens de slag zo'n acht linieschepen. Op een na waren dit allemaal Nederlandse schepen. De Fransen verloren tijdens de slag geen enkel schip. Hoewel de Fransen nu de controle over de zee hadden, lieten zij de twee Engelse eskaders en de restanten van het Nederlandse eskader naar de monding van de Theems ontsnappen.

Tourville werd verder zwaar bekritiseerd omdat hij er na zijn grote overwinning niet in slaagde om dit voordeel op betekenisvolle wijze uit te buiten. Hij werd daarop van zijn commando ontheven. De Engelse admiraal Torrington had in eerste instantie geadviseerd de strijd tegen de superieure Franse vloot te ontlopen. Hij kreeg van het Engelse oorlogskabinet onder leiding van koningin Maria echter de uitdrukkelijke opdracht de strijd aan te gaan. Na afloop van de verloren slag werd hij opgesloten in de Tower van Londen en voor een krijgsraad gedaagd. Hij werd er van beschuldigd het Nederlandse eskader onder Cornelis Evertsen de Jongste op criminele wijze in de steek te hebben gelaten. Hoewel hij werd vrijgesproken werd hij door koning Willem III als bevelhebber van de Engelse vloot ontslagen.

Achtergrond Koning Jacobus II voerde een campagne in Ierland als eerste stap in een uiteindelijk mislukte poging om zijn troon terug te winnen na zijn afzetting tijdens de 'Glorious Revolution'. In augustus 1689 was maarschalk Schomberg vanuit Engeland gestuurd om de protestantse troepen die loyaal waren aan koning Willem te versterken, maar de voortgang Schombergs leger was tijdens de winter van 1689-1690 als gevolg van een gebrekkige logistieke voorbereiding, ziekte en desertie tot stilstand gekomen. Al in januari 1690 was het voor koning Willem III van Oranje duidelijk dat hij met aanzienlijke versterkingen persoonlijk naar Ierland zou moeten komen, om de situatie daar te redden.: The Defeat of James Stuart's Armada 1692, blz. 41.

De belangrijkste geallieerde vloot onder admiraal Torrington werd in Het Kanaal gestationeerd; een substantieel deel van de vloot was in het Middellandse Zeegebied onder viceadmiraal Henry Killigrew. De graaf van Nottingham, Willems Secretary of State en gekozen adviseur voor vlootzaken, hoopte dat deze Middellandse zeevloot het Franse smaldeel in Toulon zou neutraliseren. Sir Cloudesley Shovell bleef in de Ierse Zee, maar zijn eskader was veel te klein om te verhinderen dat de Fransen deze wateren zouden controleren, mochten zij daarvoor kiezen. De Fransen kozen er echter voor om hun vloot niet in te zetten als ondersteuning voor de Ierse campagne; koning Lodewijk XIV zette in plaats daarvan zijn marine in tegen Torrington in het Kanaal.: The Influence of Sea Power on History, 1660–1783 Hoewel er op 17 maart 6.000 Franse soldaten onder commando van de graaf van Lauzun succesvol werden overgezet naar Ierland om Jacobus te helpen, keerde de Franse vloot onder bevel van de graaf de Tourville op 1 mei terug naar Brest. Terwijl de grote vloot zich verzamelde bleef de Franse vloot tijdens de maanden mei en juni inactief.

Deze Franse passiviteit gaf Willem de gelegenheid waarop hij had gewacht. Op 21 juni scheepte Willem zijn troepen in Chester in op 280 transportschepen. Deze vloot werd slechts begeleid door zes oorlogsschepen onder bevel van Shovell. Op 24 juni landde Willem, ongehinderd door de Franse vloot, in Carrickfergus met 15.000 man voor zijn Ierse campagne, tot grote consternatie van James' lord deputy in Ierland de graaf van Tyrconnel, die later schreef "Het ontbreken van een Frans smaldeel van oorlogsschepen in het Sint-Georgekanaal is onze ondergang geweest ...": The Wars of Louis XIV, 1667–1714,, blz. 215.

Voorspel 300px|thumb|Zeeslag bij Beachy Head, 10 juli 1690. Tourville behaalde een duidelijke overwinning, maar slaagde er niet in zijn succes strategisch uit te buiten. Na Killigrew bij Cadiz ontweken te hebben voegde het smaldeel van de Levantvloot uit Toulon onder bevel van Château-Renault zich op 21 juni bij de vloot van Tourville.: The Defeat of James Stuart's Armada 1692., blz. 48. Tourville voerde nu het commando over de gecombineerde Franse vloten uit Brest en Toulon met in totaal 75 linieschepen en 23 branders. Deze vloot zeilde op 23 juni het Kanaal in; op 30 juni lagen de Fransen bij de Lizard. Torrington zeilde met zijn vloot de Theems, terwijl hij er al van overtuigd was dat de Franse vloot sterker was: The Command of the Ocean,, blz. 145. – een groot deel van de Royal Navy was elders ingezet om de Engelse maritieme handel tegen kapers te beschermen; de geallieerde vloot bestond uit slechts 56 Engelse en Nederlandse linieschepen, met in totaal 4.153 kanonnen. Tourvilles vloot beschikte over 4.600 kanonnen.: The Wars of Louis XIV, 1667–1714, blz. 214.

Torringtons vloot bereikte het eiland Wight en kreeg daar gezelschap van een Nederlands eskader onder commando van Cornelis Evertsen de Jongste. Op 5 juli kreeg Torrington de Franse vloot in het vizier. Hij berekende hun sterkte op bijna 80 linieschepen. Niet in staat om verder westwaarts te varen en zo verbinding te maken met de eskaders van Shovell en Killigrew (die op weg naar huis was), maakte Torrington zijn intentie bekend dat hij van plan was om zich terug te trekken op de Straat van Dover, dit in verband met de superieure Franse vloot. Hij was van mening dat het mogelijk verlies van de fleet in being — een term die hij bij deze gelegenheid bedacht en die een vloot aanduidt die een strategische betekenis heeft door er simpelweg te zijn — in deze situatie een strategisch te groot risico was.: The Wars of Louis XIV, 1667–1714, blz. 215

In Willems afwezigheid haastten koningin Maria en haar adviseurs – de 'Raad van Negen' – zich om maatregelen te nemen om het land te verdedigen.De 'Raad van Negen' bestond uit: koningin Maria, die in Willems afwezigheid Engeland regeerde; zij werd geadviseerd door: Devonshire, Dorset, Mordaunt, Russell, Carmarthen, Nottingham, Pembroke, Sir John Lowther, en voor militair advies de graaf van Marlborough. Carmarthen dacht dat het raadzaam was om te vechten; net zoals Nottingham en admiraal Russell, die er niet van overtuigd was dat de Fransen zo sterk was als Torrington had gemeld. Hij oordeelde dat alleen de admiraals pessimisme, defaitisme of verraad zijn verslagen kon verklaren.

Terwijl de twee vloten zich langzaam door het kanaal bewogen (waarbij Torrington er zorgvuldig voor zorgde buiten bereik van de Franse vloot te blijven), gaf Russell de opdracht om te vechten.: The Defeat of James Stuart's Armada 1692, blz. 49. Medeondertekend door Nottingham bereikten deze orders de admiraal op 9 juli, die op dat moment met zijn vloot net buiten Beachy Head lag. Torrington besefte dat wanneer hij weigerde om slag te leveren hij zich schuldig maakte aan directe ongehoorzaamheid; maar hij realiseerde zich ook dat wanneer hij wel slag leverde hij een groot risico op een nederlaag liep. Kortom een weinig te benijden situatie.: The History of England, Volume III, hfdstk. XV. Torrington riep vervolgens een oorlogsraad van al zijn vlagofficieren bijeen; daarin kwam men tot de conclusie dat zij geen andere keuze hadden dan aan deze order te gehoorzamen.: The Command of the Ocean, blz. 145. De notulen van deze oorlogsraad bestaan niet meer, en we weten niet zeker wat Torringtons gevechtsplan was. Het is ook niet duidelijk of Evertsen Torringtons intenties wel goed begreep.

Verloop van de slag De volgende dag, 10 juli, trok Torrington net buiten Beachy Head, in de buurt van Eastbourne, met de geallieerde vloot in slaglinie in de richting van Franse vloot op. Hij plaatste het Nederlandse witte eskader met 21 schepen – onder bevel van luitenant-admiraal Cornelis Evertsen de Jongste met als viceadmiraals Gerard Callenburgh en Carel van de Putte – in de voorhoede. Torringtons eigen rode smaldeel vormde het centrum; het achterste blauwe eskader onder bevel van viceadmiraal Ralph Delaval bestond zowel uit Engelse als Nederlandse schepen.

De Franse admiraal verdeelde zijn vloot over de gebruikelijke drie eskaders, met respectievelijk wit-blauwe, witte en blauwe wimpels. Tourville commandeerde aan boord van het Soleil Royal in het centrum het witte eskader.: The Wars of Louis XIV, 1667–1714, blz. 214: Samen met de Royal Louis was de Soleil Royal het grootste schip dat tijdens het koningschap van Lodewijk XIV werd gebouwd; het schip had 120 kanonen en woog 2.400 ton. Het blauwe Franse eskader onder bevel van Château-Renault vormde de voorhoede, terwijl Victor-Marie d'Estrées van het wit-blauwe eskader het bevel voerde over de achterhoede. In beide vloten bevonden de eskadercommandanten zich in het centrum van hun respectievelijke eskaders en bevonden de divisievlagofficieren zich in het centrum van hun divisies.

thumb|De Franse vloot voer noordnoordwest in de richting van de Engelse kust. Het Franse centrum liet de linie precies inzakken, waar het eskader van de graaf van Tourville was gestationeerd. Om ongeveer 08:00 's ochtends voeren de geallieerden, die de wind mee hadden, zij aan zij naar het zuidwesten. Bij nadering van de Franse vloot spreidden zij zich in langwerpige linie uit om zo de gehele Franse vloot af te dekken en om verdubbeling aan beide uiteinden te voorkomen. Het Nederlandse eskader streek neer op het leidende Franse eskader om op een parallelle koers de strijd aan te gaan, maar liet de leidende divisie van Château-Renaults eskader ongedekt. Deze divisie kruiste Evertsens pad en kon na het Nederlandse eskader van achteren omvat te hebben, Evertsens schepen zware verliezen toebrengen.

Viceadmiraal John Ashby van het rode eskader verzuimde om de Nederlanders te hulp te schieten, aangezien de markies van Villette-Mursay er vooruitvarend in slaagde op te loeven. Hierdoor sneed hij Ashby de pas af en plaatste hem tussen twee vuren. Toen Torrington de rest van de rode eskadron in actie bracht, had hij moeite om dicht genoeg in de buurt van het Franse centrale eskader te komen vanwege het inzakken van de Franse lijn. Hij kwam niet dichter dan twee keer de afstand die een kanon kon dragen. Admiraal Tourville bevond zich daarvoor zonder veel tegenstand in het centrum, Hij maakte daar gezwind gebruik van door zijn eigen voorste schepen, die door Torringtons acties zonder tegenstanders waren, snel naar voren te dirigeren om de Franse aanval om de achterste Nederlandse schepen te versterken. De Nederlanders werden nu door het gehele eskadron van Château-Renaults eskader en door de centrumdivisie van Tourvilles eskader beschoten.