Hendrik I de Vogelaar (Duits: Heinrich der Vogler/der Finkler, Latijn: Henricius Auceps) (rond 876 - Memleben, 2 juli 936) was vanaf 912 hertog van Saksen en vanaf 919 tot aan zijn dood koning van Duitsland. Hij was de grondlegger van de Ottoonse dynastie van Saksische koningen en keizers. Hij wordt algemeen gezien als de stichter en de eerste koning van de middeleeuwse Duitse staat, die voordien bekendstond als het Oost-Frankische Rijk. Als fervent jager verkreeg hij de bijnaam "de Vogelaar",Een vogelaar is iemand die op vogels jaagt. naar men zegt omdat hij net zijn vogelnetten aan het repareren was toen hij de boodschap ontving dat hij tot koning was gekozen.Mogelijk stamt deze anekdote uit de 12e eeuw.
Afkomst en nakomelingen Hendrik was een zoon van de Saksische hertog Otto I en diens vrouw Hedwig van Babenberg. Hedwig was de dochter van Hendrik van Babenberg en mogelijk van Ingeltrude van Friuli, in welk geval zij een achter-achterkleindochter zou zijn van Karel de Grote. Via zijn vaders kant stamde Hendrik zeker van hem af. Otto I was namelijk, via Oda Billung (820-913), een kleinzoon van Aeda Pepijnsdochter van Italië (798-855). Zij was de dochter van Pepijn (777-810) (Karloman, koning van Italië), de zoon van Karel de Grote (748-814).
Hendriks grootvader Liudolf van Saksen wordt als comes (graaf) meerdere keren in de bronnen genoemd. Hij had als zodanig de taak de koninklijke rechten in een bepaalde gouw (een graafschap), een comitatus uit te oefenen.: Heinrich I. Begründer der ottonischen Herrschaft. Darmstadt 2008, blz. 42 De landgoederen van de Liudolfingen lagen op de westelijke uitlopers van het Harzgebergte in de valleien van de rivieren de Leine en de Nette, met de steden Gandersheim, Grone en mogelijk Dahlum en Ahnhausen.: Die Liudolfinger. Aufstieg einer Familie in: Matthias Puhle (ed.): Otto der Große, Magdeburg und Europa. Deel 1, essays, Mainz, 2001, blz. 110-118, hier: blz. 112</ref>
Zijn rijkdom dankte het geslacht voor een groot deel aan zijn nauwe band met het Karolingische koningen van het Oost-Frankische Rijk. Deze band was ontstaan doordat de voorouders van Liudolfs in de Saksenoorlogen van Karel de Grote partij hadden gekozen voor de Frankische, Karolingische kant. De belangrijkste plaats van hun heerschappij en het centrum van hun familiale memoria vormde de abdij voor vrouwelijke religieuzen, die eerst in Brunshausen, maar vanaf 881 in het nabijgelegen sticht Gandersheim gevestigd was. Van de nauwe relatie van de Liudolfingen met het sticht Gandersheim getuigen tal van schenkingen en stichtingen. Zulke schenkingen hadden veelal geen altruïstische inslag maar waren een methode om de zeggenschap over landgoederen en de opbrengst uit hun exploitatie in handen van de familie te houden bij overlijden. Men zette een stroman of -vrouw in als hoofd van de abdij.
Hendrik de Vogelaar trouwde twee keer. Zijn eerste vrouw was Hatheburg, een dochter van Erwin, graaf van Merseburg. Dit huwelijk werd in 906 gesloten en drie jaar later, na de geboorte van een zoon, Thankmar, weer ontbonden; het huwelijk werd ongeldig verklaard. Op 19 september 909 huwde hij Mathilde van Ringelheim, een dochter van Diederik, graaf van Westfalen en Reginhilde. Hun kinderen waren: Otto I, de latere koning en keizer van het Heilige Roomse Rijk; Bruno de Grote, de latere aartsbisschop van Keulen; Hendrik, de latere hertog van Beieren; Gerberga, de latere vrouw van Lodewijk IV van Frankrijk en Lambert I van Leuven Hedwig, de moeder van Hugo Capet, de stichter van het Franse koningshuis van de Capetingen. Hendrik werd begraven in de abdij van Quedlinburg, die was gesticht door Mathilde.
Voorouders Voorouders van Hendrik de Vogelaar (876-936)OvergrootoudersBruno van Saksen (770-)∞ Auda (780-)princeps van Billung (-) ∞ Aida van Italië (789-)Poppo I van Grabfeld (790–)∞ Williswind (-)Eberhard van Friuli (810–866)∞ Gisela (dochter van Lodewijk de Vrome) (821-874)GrootoudersLiudolf van Saksen (806-866)∞ Oda van Billung (806-913)Hendrik van Babenberg (820-886) ∞ Ingeltrude van Friuli (836-867)OudersOtto I van Saksen (850–912)∞ Hedwig van Babenberg (856-903)
Hertog van Saksen Conflict met Franken Toen zijn vader Otto I in 912 overleed, volgde Hendrik hem op als hertog van Saksen. Hij kwam direct in conflict met koning Koenraad I die weigerde hem in alle functies van zijn vader te bevestigen, terwijl Hendrik op zijn beurt weigerde om Koenraad als koning te erkennen. Het conflict concentreerde zich in Thüringen. Hendrik versloeg Eberhard, de broer van Koenraad, in 915 bij Marsberg en viel het hertogdom Franken binnen. Later dat jaar sloten Hendrik en Koenraad in Göttingen vrede.
Koning van Oost-Francië Opvolging Koenraad wees op zijn sterfbed (eind 918) Hendrik aan als zijn opvolger. In mei 919 werd hij in Fritzlar door de edellieden van Frankenland en Saksen als koning gekozen. De twee andere machtige hertogdommen, Zwaben en Beieren, erkenden hem echter niet: Beierse en Oost-Frankische edellieden verkozen Arnulf, hertog van Beieren, tot koning. Arnulf was een stiefzoon van Koenraad en een verwant van de vroegere koning Arnulf van Karinthië. Na enkele veldtochten dwong Hendrik de hertog van Zwaben in 919 om hem trouw te zweren. Na een inval van Hendrik in Beieren gaf ook Arnulf in 921 de aanspraak op de Duitse troon op. Hendrik behandelde zijn hertogen met veel respect en gaf ze een grote mate van autonomie. Doordat hij zich gedroeg als eerste onder zijn gelijken, wist hij opstanden te voorkomen.
Negenjarig bestand met de Magyaren Tegen de invallen van de Magyaren in 924 en 926 stond Hendrik in eerste instantie machteloos. Door een gelukkig toeval slaagde men er in 926 echter in om een Magyaarse prins gevangen te nemen. Klaarblijkelijk was dit een belangrijk persoon, want de Magyaren waren bereid om in ruil voor zijn vrijlating een negenjarige wapenstilstand te sluiten. Tijdens deze periode moest het Oost-Frankische Rijk echter wel de zware schattingen (tributen) aan de Magyaren blijven betalen. Op de Wormse hofdag van 926 werden in november 926 maatregelen getroffen om zich in de toekomst beter tegen de Magyaren te kunnen verdedigen. Men wilde de militaire confrontatie na het verstrijken van de wapenstilstand aankunnen. Widukind van Corveys weergave van dit besluit wordt door een hele reeks van getuigenissen in de geschiedschrijving, in oorkonden en in wonderberichten geschraagd. Dit getuigt ervan dat deze maatregelen in het gehele Oost-Frankische rijk werden doorgevoerd.
De activiteiten van Hendrik en de vorsten zijn tot een in de abdij van Hersfeld bewaarde decretum terug te voeren. De bescherming van de mensen tegen verrassingsaanvallen moest – volgens Carl Erdmanns onderzoeksbijdrage: Die Burgenordnung Heinrichs I. in: Deutsches Archiv für Erforschung des Mittelalters. deel 6, 1943, blz. 59-101 – door een zogenaamde "Burgenordnung" worden gewaarborgd. Bij deze 10e-eeuwse burchten ging het om zogenaamde "ringwallen" die een gebied van tot 15 hectare omheinden.. Heinrich I. Begründer der ottonischen Herrschaft. Darmstadt 2008, blz. 101 Deze burchten zouden met name in de kwetsbaarste grensgebieden zijn gebouwd. Deze zogenaamde "Hendrik-kastelen", die – op bevel van de "Burgenordnung" – speciaal nieuw gebouwd zouden zijn, zijn echter niet aantoonbaar: Heinrich I. Begründer der ottonischen Herrschaft. Darmstadt 2008, blz. 102
Onderwerping naburige Slavische stammen Tijdens de jaren van de vredesakkoord met de Magyaren leidde Hendrik zijn leger in verschillende veldtochten tegen de Slaven. De intensivering van de militaire acties tegen de Slaven stond volgens Widukind in samenhang met de toekomstige gevechten tegen de Magyaren., Sachsengeschichte I, 38. De verhouding tussen de Slaven en de Saksen werd gekenmerkt door wederzijdse wraak- en plundertochten. Voor zover bekend hebben de Saksen zich niet ingespannen om de heidense Slavische stammen in het Oost-Frankische Rijk op te nemen of tot het christelijk geloof te dwingen.. Die Ottonen. Königsherrschaft ohne Staat 2e uitgebreide editie. Stuttgart o.a 2005, blz. 55
Als eerste viel Hendrik de Hevelli aan. Zij leefden nabij het huidige Brandenburg an der Havel. Het militaire bedrijf werd met een wintercampagne in 928/9 en de verovering van de hoofdstad Brennaborg/Brandenburg. Aansluitend viel Hendrik de Daleminzi aan, die in de buurt van het huidige Meißen leefden. Bij de verovering van Gana, een van hun hoofdplaatsen, werden alle volwassenen vermoord en de kinderen tot slaaf gemaakt. Tegenover Hendriks uitgesproken hardheid tegenover vreemdelingen (extraneï) stelt Widukind de mildheid waarmee hij binnenlandse rebellen bejegende.<ref>. Der rächende Herrscher. Über den Umgang mit besiegten Feinden in der ottonischen Historiographie. In: Frühmittelalterliche Studien. deel 36, 2002, blz. 241-253, hier:. blz. 242e.v. Misschien moest het land van de Dalemincië – een potentiële basis voor de Magyaren tegen de Saksen – vooraf worden verzwakt., Heinrich I. Begründer der ottonischen Herrschaft. Darmstadt 2008, blz. 115 Hendrik zou het hierbij om de bescherming van zijn eigen landbezit in Merseburg zijn gegaan.: Die Erweiterung des östlichen Horizonts: Der Eintritt der Slaven in die europäische Geschichte im 10. Jahrhundert. In: Bernd Schneidmüller/Stefan Weinfurter (ed.): Ottonische Neuanfänge. Mainz 2001, blz. 189-211, hier: blz. 119 Met ondersteuning van de Beierse hertog Arnulf trok Hendrik vervolgens naar Bohemen op. Hertog Wenceslaus, die zich in Praag had teruggetrokken, onderwierp zich zonder veel weerstand te bieden en verplichtte zich tot regelmatige tributen. Wenceslaus werd op 28 september 935 vermoord door zijn broer Boleslav, die de troon overnam. In de zomer van 950, jaren na Hendriks dood, onderwierp zijn zoon Otto de Grote de Bohemen en verplichtte hen tot deelname aan veldtochten van het Oost-Frankische leger.
Hendriks militaire acties brachten de Abodriten, Wilzen, Hevelli, Daleminzi, Bohemen en Redariërs in een tribuutplichtige afhankelijkheid. Als vergelding voor de aanvallen van de Saksen vielen de Slaven de burcht Walsleben aan en doodden alle bewoners van deze burcht. Daarop volgde een militaire campagne van de Saksen: op 4 september 929 wist een leger onder leiding van de Saksische graven Bernhard en Thietmar de Redariërs een grote nederlaag toe te brengen in de slag bij Lenzen. Alle gevangenen werden gedood. In het jaar 932 werden de Lausitzer en de Milzenen en in 934 de Ukranen tribuutplichtig gemaakt.
Zwaben