Het Rijksmuseum in Amsterdam is een van de zestien rijksmusea in Nederland. De collectie biedt een overzicht van de Nederlandse kunst en geschiedenis met onder andere werken van 17e-eeuwse Nederlandse meesters als Rembrandt, Vermeer en Hals. Het museum is sinds 1885 gevestigd in het Rijksmuseumgebouw dat ontworpen werd door de Nederlandse architect Pierre Cuypers.

Geschiedenis Den Haag (1800) thumb|Cornelis Sebille Roos, 1815 De kunstverzameling die de stadhouderlijke familie door de eeuwen had opgebouwd vormt de basis van de collectie van het Rijksmuseum. Nadat de laatste stadhouder het land in 1795 ontvlucht was nam de Bataafse Republiek de overgebleven kunstverzameling in beslag. Het grootste deel werd door de Fransen naar Parijs verscheept. Op 19 november 1798 werd op initiatief van de agent van financiën, Alexander Gogel, besloten de resterende verzameling, bestaande uit Italiaanse kunst, portretten van de Oranjes en vaderlandse rariteiten, onder te brengen in een nationaal museum naar Frans voorbeeld. Onder de naam Nationale Konst-Gallery opende dit museum op 31 mei 1800 zijn deuren in het eveneens in beslag genomen Huis ten Bosch, nabij Den Haag. De Amsterdamse kunsthandelaar Cornelis Sebille Roos (1754-1820) was de eerste museumdirecteur en was als zodanig, in samenwerking met Gogel, verantwoordelijk voor de eerste aankopen, waaronder De bedreigde zwaan van Jan Asselijn. Toen in 1806 Lodewijk Napoleon de troon besteeg van het 'Koningrijk Holland', kreeg het de naam Koninklijk Museum.

Amsterdam (1808) thumb|Adriaan van der Hoop In 1808 verhuisde het museum in opdracht van Lodewijk Napoleon naar Amsterdam, waar het vanaf 1809 samen met de kunstverzameling van Amsterdam – waaronder De Nachtwacht – werd ondergebracht op de bovenverdieping van het Paleis op de Dam. De nieuwe directeur, Cornelis Apostool, werd belast met het samenstellen van een catalogus van objecten.Zie Cornelis Apostool, Rijksmuseum. In 1817 verhuisde de collectie van het Rijks Museum, zoals het inmiddels na de troonsbestijging van Willem I heette, naar het 17e-eeuwse Trippenhuis. Na de val van Napoleon in 1815 kwam hier ook een belangrijk deel terecht van de kunstwerken, die door de Fransen vanaf 1795 naar Parijs waren overgebracht, en door Nederland waren teruggeëist. Ook werd hier de prentenverzameling uit Den Haag in ondergebracht, terwijl de historische voorwerpen verplaatst werden naar het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden, opgericht in 1820 in Den Haag. Anders dan onder zijn voorganger Roos, werden onder het directeurschap van Apostool (van 1808 tot 1844) nauwelijks grote aankopen gedaan.Verbouwing, Rijksmuseum.

De verwerving van de verzameling, die de Amsterdamse bankier Adriaan van der Hoop in 1854 aan de gemeente Amsterdam naliet, was dan ook allerminst vanzelfsprekend. Men geloofde niet in het belang van de 224 schilderijen voor het aantrekken van vreemdelingen naar Amsterdam. Het stadsbestuur stelde als voorwaarde dat door vrijwillige particuliere bijdragen ƒ 40.000 van de ƒ 50.000 voor de successierechten zou worden opgebracht. Hadden enkele welvarende burgers, zoals Johan Carl Zimmerman en Piet van Eeghen, de 224 schilderijen niet voor het land willen behouden, dan waren de meesterwerken naar het buitenland verdwenen.

Rijksmuseumgebouw (1885) thumb|Polygoonjournaal uit 1935. Minister van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen Jan Rudolph Slotemaker de Bruine spreekt ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Rijksmuseum, afgewisseld met shots over de geschiedenis van het museum en de collectie. In 1885 werd het huidige Rijksmuseumgebouw naar ontwerp van P.J.H. Cuypers voltooid. Dit gebouw bood niet alleen plaats aan de collectie van het Rijksmuseum, ook de verzameling werken van levende meesters, die zich vanaf 1838 in het Museum van Levende Nederlandsche Meesters in Haarlem bevond, en het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst in Den Haag werden in het nieuwe gebouw ondergebracht.Geschiedenis van het Rijksmuseum, Rijksmuseum. De Nederlandsche Oudheidkundige Bond bracht in 1918 de brochure Over hervorming en beheer onzer musea uit. Hierin werd gepleit voor een splitsing van het Nederlandsch Museum voor Geschiedenis en Kunst in een kunst- en een historisch museum. Deze splitsing kwam in 1927 daadwerkelijk tot stand.

Tweede Wereldoorlog thumb|Mussert bekijkt de tentoonstelling Michiel de Ruyter (1942). Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de collectie elders in veiligheid gebracht. In de leeggekomen ruimte werden tentoonstellingen gehouden met hedendaagse kunst, zoals de expositie Onze kunst van heden in 1939-1940. In april 1942 werd een groot deel van de collectie van het Rijksmuseum opgeslagen in een speciaal daartoe gebouwde kluis in de onderaardse gangen van de Sint-Pietersberg bij Maastricht. Hierna kwam ruimte vrij om de collectie van het Nederlands Spoorwegmuseum in de oostelijke vleugel tentoon te stellen.NVBS: Op de Rails. J.J.K.: Het Spoorwegmuseum in het Rijksmuseum. 1942. In de oorlogsperiode hield het Rijksmuseum diverse Duits-vriendelijke tentoonstellingen als Westfaalsche-Nederrijnsche Kunst van Heden (augustus 1941), Frauenschaffen in Deutschland, Deutsche Frauen arbeiten für ihr Volk (oktober 1941), Das Deutsche Buch der Gegenwart (februari 1942) en Kunst der Front (januari 1943).Foto van de opening van de tentoonstelling ‘’Das Deutsche Buch der Gegenwart’’ in het Rijksmuseum, 3 febr. 1942

Verzelfstandiging thumb|Polygoonjournaal uit 1950. Achter de schermen van het Rijksmuseum. thumb|Polygoonjournaal uit 1958. 150-jarig jubileum van het Rijksmuseum te Amsterdam. In 1995 werd het museum verzelfstandigd. Voorheen was het een rijksmuseum met ambtenaren in dienst, vanaf 1995 wordt het museum geleid door de stichting Het Rijksmuseum, waarbij het gebouw en een deel van de collectie in handen van het Rijk zijn.

Restauratie en verbouwing (2003-2013) In de loop der jaren werd het museumgebouw vele malen verbouwd, waardoor van binnen een groot deel van het oorspronkelijke karakter verloren ging. Mede door de toenemende bezoekersaantallen voldeed het museum niet meer aan de behoeften van een internationaal leidend museum. In 2003 werd gestart met een grote verbouwing; nooit eerder had een nationaal museum een zodanig grote verbouwing ondergaan.

Vanaf 18 maart 2003 ging het hoofdgebouw dicht voor een verbouwing die aanvankelijk enkele jaren zou gaan duren, maar door diverse vertragingen bijna tien jaar in beslag zou nemen. Na ruim tien jaar gesloten te zijn geweest, ging het vernieuwde hoofdgebouw op 13 april 2013 weer open. Tijdens de verbouwing waren de 17e-eeuwse topstukken van december 2003 tot 17 maart 2013 voor het publiek te zien in de Philipsvleugel. Hier werden ook kleine wisselende tentoonstellingen gehouden. Tussen 2003 en 2013 ontving de Philipsvleugel 8,5 miljoen bezoekers.

De kosten van de totale verbouwing, renovatie en vernieuwing van het Rijksmuseum bedroegen € 375 miljoen. Het Rijksmuseum droeg € 45 miljoen bij en werd daarin gesteund door stichters Philips, ING en de BankGiro Loterij. Bij deze grote ingreep zijn veel oorspronkelijke elementen uit de tijd van Cuypers weer tevoorschijn gehaald, in oude staat hersteld of gereconstrueerd, waardoor het gebouw veel van zijn oude glorie terugkreeg. De restauratie van de Cuypers-decoraties en Sturm-schilderingen stond onder leiding van prof. Anne van Grevenstein-Kruse. Tegelijk werd een aantal nieuwe gebouwen toegevoegd, zoals het Ateliergebouw, waardoor het hoofdgebouw volledig als tentoonstellingsruimte benut kan worden.

De officiële heropening door koningin Beatrix vond plaats op 13 april 2013 en vanaf de dag erna was het vernieuwde Rijksmuseum geopend voor het publiek.Rijksmuseum opening voor iedereen, Rijksmuseum, 5 maart 2013. In de twaalf maanden na de heropening kwamen er 2,7 miljoen bezoekers, van wie ongeveer twee derde uit Nederland. Van de circa 1 miljoen buitenlandse bezoekers waren de Amerikanen in de meerderheid, gevolgd door de Duitsers. Dit aantal was circa 30 procent hoger dan voor de heropening.

Het museum ontving op 16 mei 2015 de European Museum of the Year Award, een prijs voor musea die de afgelopen twee jaar zijn opengegaan, vernieuwd of uitgebreid. De jury prees de nieuwe indeling van het Rijksmuseum, de restauratie van de muurschilderingen, het Aziatische paviljoen en de meertalige informatie voor bezoekers. Naast de titel bestond de prijs uit het bruikleen voor één jaar van het beeld The Egg van Henry Moore.

Nieuwe beeldentuin Het Rijksmuseum maakte in januari 2026 bekend een gift van zestig miljoen euro te hebben ontvangen van de Amsterdamse Stichting DQ (DQ staat voor Don Quixote) voor onder meer de inrichting van een beeldentuin met de naam 'Don Quixote Pavilion and Garden at the Rijksmuseum' in het nabij het Rijksmuseum gelegen Carel Willinkplantsoen. Architect Norman Foster werd gevraagd om de beeldentuin te ontwerpen. Het was de grootste financiële donatie die het museum ooit kreeg. Een bedrag van tien miljoen euro werd voor de beeldentuin zelf gereserveerd. De rest werd bestemd voor het programmeren van tentoonstellingen, transport, veiligheid en onderhoud. De stichting, opgericht door miljardair Rolly van Rappard, schonk het museum in 2013 al een bedrag van 12,5 miljoen euro. De opening van de beeldentuin is gepland voor later in 2026.Anne Moraal & Danielle Schenking van 60 miljoen euro voor nieuwe beeldentuin Rijksmuseum: ‘Zonder schenkingen zou het museum er heel anders hebben uitgezien’, nrc.nl, 13 januari 2026Rijksmuseum ontvangt grootste gift ooit voor nieuwe beeldentuin, www.nos.nl; 13 januari 2026.Michiel Kruijt & Anna van Leeuwen Dankzij een miljardair krijgt het Rijksmuseum een nieuw beeldenpark: een deal die veel vragen oproept, volkskrant.nl, 12 maart 2026

Directeuren van het Rijksmuseum Cornelis Sebille Roos (1800-1808) Cornelis Apostool (1808-1844) Jan Willem Pieneman (1844-1847) beheer door Raad van Bestuur (1847-1875) Johann Wilhelm Kaiser (1875-1883) Frederik Obreen (1883-1896) Barthold van Riemsdijk (1897-1921) Frederik Schmidt Degener (1921-1941) Max Dittmar Henkel (1941-1944, wnd) C.M.A.A. Lindeman (1943-1945, wnd.) David Röell (1945-1959) Arthur van Schendel (1959-1975) Simon Levie (1975-1989) Henk van Os (1989-1996) Ronald de Leeuw (1996-2008) Wim Pijbes (2008-2016) Taco Dibbits (2016-)

Huisvesting thumb|De bibliotheek van het Rijksmuseum Amsterdam; 2015 Het Rijksmuseumgebouw met ruim 80 zalenFeiten & Cijfers Rijksmuseum ligt tussen de Stadhouderskade en het Museumplein in Amsterdam-Zuid. Aan de zijde van het Museumplein bevindt zich de Zuidvleugel, waarin tijdelijke tentoonstellingen worden gehouden, dat bestaat uit het fragmentengebouw en de Druckeruitbouw. In de tuinen bevindt zich het entreegebouw, de Teekenschool en de voormalige directeurswoning, tegenwoordig het kantoor voor de conservatoren. Aan de overzijde van de Hobbemastraat is de Directeursvilla en het Ateliergebouw gevestigd, waarin de onderzoeks- en restauratieafdeling gevestigd is.

Depots Ondergronds zijn de gebouwen verbonden met transport- en depotruimten. Hierin worden in ieder geval de prenten en de kostuumcollectie bewaard die niet tentoongesteld zijn. Het Rijksmuseum beschikt daarnaast over depotruimte in CollectieCentrum Nederland (CC NL) in Amersfoort, waarvoor het de opdrachtgever was en de formele eigenaar is. Dit depotgebouw wordt ook gebruikt door andere instellingen.

Dependance Schiphol