thumb|Twee varianten van kue lapis Kue lapis, kuih lapis of kwee lapis (kue (spelling sinds 1972), kwee of koeé is Indonesisch voor 'koek', 'gebak' of 'taart'; lapis is Indonesisch voor 'laag' of 'laagje') is een Zuidoost-Aziatische traditionele, gestoomde, zoete lekkernij of dessert, vervaardigd van een gestoomd beslag van santen en tapioca (cassavemeel) of rijstmeel, waarmee het een beetje het midden houdt tussen koek en pudding. Als met erg dunne laagjes gewerkt wordt, heeft het eindproduct wel wat weg van de Indische spekkoek, maar die wordt bereid met andere ingrediënten niet gestoomd, maar gebakken. De benaming kue (糕) komt oorspronkelijk uit de Chinese Min Nan-talen.
Kue lapis wordt vooral geassocieerd met de Peranakan-keuken (Chinezen in Nederlands-Indië) en is wijdverspreid in Indonesië, Maleisië, Singapore, Brunei en Thailand. Vanwege migratie en koloniale banden is het ook populair in Suriname (waar het simpelweg 'lapis' heet) en Nederland.
Oorsprong De oorsprong ligt bij immigranten uit Zuid-China, die gestoomde rijstcakes zoals 'jiu ceng gao' (九层糕, "negenlagenkoek") introduceerden. Dit recept werd aangepast met lokale ingrediënten zoals kokosmelk, pandan en tapiocameel, resulterend in de huidige Zuidoost-Aziatische versie. De term "kuih/kue" is afgeleid van het Hokkien/Teochew-woord voor gestoomde cakes van rijstmeel.
In de Peranakancultuur (mengcultuur van Chinese en Maleise invloeden) kreeg het een eigen identiteit. Het aantal lagen is traditioneel vaak negen, maar varieert.
Ingrediënten en bereiding Het gerecht bestaat uit laagjes in twee of meer afwisselende kleuren. De gebruikelijkste varianten bevatten ongekleurde witte lagen en groene laagjes (met pandan) en/of roze laagjes (rozensiroop of bietensap). Regenboogvarianten komen ook voor.
De cake bestaat uit tapioca- rijst- of sagomeel, santen (kokosmelk), suiker, zout en kleurstoffen. Soms wordt vanille toegevoegd. Elke laag wordt apart gestoomd om menging van kleuren te voorkomen. Bij de bereiding begint men doorgaans met een ongekleurde laag die in de vorm gegoten wordt (een ovenschaal of springvorm bijvoorbeeld) en gaar gestoomd, waarna een gekleurde laag erop wordt gegoten (gescheiden met wat olie) en ook weer wordt gaar gestoomd enzovoorts. Dit resulteert in een pudding-achtige, veerkrachtige maar kleverige textuur.
Het wordt meestal op kamertemperatuur geserveerd, in vierkantjes of ruitjes gesneden, en is populair op markten, feesten en als takjil (ramadan-ontbijt).
Kue lapis verschilt van lapis legit (spekkoek); de laatste is een gebakken, rijkere variant met boter, eieren, bloem en specerijen (vaak met meer dan 18 lagen), een erfenis uit de Nederlandse koloniale tijd. Kue lapis is gestoomd, vochtiger en puddingachtig.
Culturele betekenis Bij Peranakan-gemeenschappen symboliseert de gelaagde structuur vooruitgang ("ladder naar succes") en welvaart, vooral tijdens Chinees Nieuwjaar. Het wordt ook gebruikt bij voorouderlijke offers (bijv. Qingming Festival) en staat voor continuïteit en generaties. In Myanmar heet het 'kway lapay'.
Variaties Regenboog- of veelkleurige versies: met kunstmatige of natuurlijke kleurstoffen. Regionale varianten: in Maleisië/Singapore vaak 'kuih lapis'; in Sarawak meer complexe patronen (kek lapis Sarawak). Andere smaken: bijvoorbeeld met yam, matcha, chocolade of espresso in moderne interpretaties.
Categorie:Indische keuken Categorie:Indonesische keuken Categorie:Maleisische keuken Categorie:Thaise keuken Categorie:Nagerecht Categorie:Gebak