Het Medisch Interventieplan (MIP) is, naast het Psychosociaal Interventieplan (PSIP), het Sanitair Interventieplan (SIP) en het Plan Risico’s & Manifestaties (PRIMA), het belangrijkste onderdeel van het monodisciplinaire interventieplan voor de medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening bij rampen in België. De bedoeling van het Medisch Interventieplan is het regelen van de medische opvang van slachtoffers bij een ramp waarbij de gewone capaciteit van de hulpdiensten tijdelijk overschreden wordt. Ook moet het plan voorkomen dat de dagelijkse werking van de Dringende Geneeskundige Hulpverlening (het 112-systeem) in het gedrang komt of dat ziekenhuizen geconfronteerd worden met een ongecontroleerde toestroom van slachtoffers.
Kader De rampenplannen heten in België officieel de nood- en interventieplannen (NIP's). Alle hulpverleningsdiensten die hulp bieden in het kader van de nood- en interventieplannen zijn onderverdeeld in vijf disciplines. Discipline 2 omvat de medische, sanitaire en psychosociale hulpverlening. Naast de algemene nood- en interventieplannen (ANIP's) die de algemene bepalingen uitzetten voor alle diensten, moet elke discipline ook zijn eigen monodisciplinair interventieplan opstellen. Dat moet ervoor zorgen dat de hulpverleningsdiensten kunnen optreden voordat of zonder dat er een centrale coördinatie ontplooid is. Het Medisch Interventieplan maakt deel uit van het monodisciplinaire plan voor discipline 2.
Afkondiging De Noodcentrale 112 of de medische dispatching van een geïntegreerd 112-centrum is als enige bevoegd om bij noodsituaties formeel het MIP af te kondigen. Daarnaast zijn ook enkele actoren bevoegd het MIP af te kondigen, namelijk de Directeur Medische Hulpverlening (Dir-Med; vroeger afgekort tot DMH) of diens adjunct; de eerste MUG-arts ter plaatse die tijdelijk de functie van Dir-Med waarneemt; de Federale Gezondheidsinspecteur (FGI) of diens adjunct; het diensthoofd dringende hulpverlening van de FOD Volksgezondheid of diens adjunct en het Crisiscentrum van de federale regering of de arts van wacht van de FOD Volksgezondheid (via de Federale Gezondheidsinspecteur of het diensthoofd dringend hulpverlening). Indien zij het MIP afkondigen moet de Noodcentrale 112 of de medische dispatching dit formeel bevestigen. De hulpdiensten ter plaatse (politie, brandweer en ambulance) mogen tevens verzoeken om het Medisch Interventieplan af te kondigen. Belangrijk om op te merken is dat het MIP niet automatisch wordt afgekondigd wanneer het gemeentelijk, provinciaal of federaal nood- en interventieplan wordt afgekondigd. Vooralarm Er zijn twee fases in de afkondiging: 'vooralarm' en 'alarm'. Het vooralarm wordt gegeven bij situaties die potentieel bedreigend zijn voor de volksgezondheid of het milieu. Bij een vooralarm worden de coördinerende verantwoordelijken verwittigd, maar de operationele hulpdiensten worden nog niet opgeroepen. Deze coördinerende verantwoordelijken zijn de Dir-Med en diens adjunct, de Federale Gezondheidsinspecteur en diens adjunct en een Psychociaal Manager (PSM) die de Federale Gezondheidsinspecteur bijstaat. Zij worden gevraagd de situatie te evalueren en de opvolging ervan te garanderen. Zij kunnen hiervoor ter plaatse gaan. Zij kunnen eventueel beslissen de Snel Inzetbare Middelen (SIM's) van het Rode Kruis in vooralarm te plaatsen. Bij een vooralarm worden ook de andere actoren verwittigd die tijd nodig hebben om zich te kunnen mobiliseren.
Alarm Het alarm wordt gegeven als een effectieve inzet van de hulpdiensten noodzakelijk is. Zowel de coördinerende verantwoordelijken als de operationele hulpdiensten worden dan door de Noodcentrale 112 of de medische dispatching opgeroepen. Er zijn drie niveaus in de alarmering: MIP, Uitgebreid MIP en Maxi MIP. Indien uit de informatie verkregen uit een noodoproep blijkt dat aan de criteria voor afkondiging voldaan is kan elk niveau automatisch worden afgekondigd. De twee nieuwe niveaus 'Uitgebreid MIP' en 'Maxi MIP' zijn er gekomen naar aanleiding van de terreuraanslagen in Parijs van 13 november 2015. Het oude MIP dateerde van 2009 en was vooral gericht op grote noodsituaties die zich op een bepaald moment op een bepaalde plaats afspelen (zoals een spoorwegongeval). Het hield echter geen rekening met de mogelijkheid van meerdere aanslagen op meerdere plaatsen op hetzelfde moment. De bedoeling van dergelijke gelijktijdige terreuraanslagen is niet enkel het maken van slachtoffers, maar ook het destabiliseren van het medisch systeem door de hulpverlening in een klein gebied (zoals een stad) meteen te overbelasten. Met deze nieuwe realiteit in gedachten werd een aangepast Medisch Interventieplan uitgewerkt onder de naam Maxi MIP. Tijdens de uitwerking van dit plan vonden de aanslagen in Brussel op 22 maart 2016 plaats, waardoor men al gebruik kon maken van de inzichten opgedaan tijdens de voorbereidingen van het plan. Na de aanslagen werden de ervaringen hieruit ook meegenomen in de herziening. Het nieuwe MIP met de twee nieuwe niveaus kwam er in januari 2017. Naast de twee nieuwe niveaus van opschaling werd in het nieuwe MIP ook aandacht besteed aan de integratie met de psychosociale hulpverlening, de aflossing van de hulpverleners bij langdurige inzet en een verbeterde uitwerking van de hiërarchie en communicatie. Niveau alarmeringCriteria afkondigingMinimaal op te roepen middelenMIP Ten minste 5 zwaargewonden Ten minste 10 gewonden (ongeacht de ernst van hun verwondingen) Ten minste 20 personen in mogelijk gevaar (al dan niet omwille van een evacuatie) Federale Gezondheidsinspecteur en diens adjunct Dir-Med en diens adjunct Een Psychosociaal Manager 3 MUG-teams 5 ambulances Snel Inzetbare MiddelenUitgebreid MIP Ten minste 20 zwaargewonden Ten minste 40 gewonden (ongeacht de ernst van hun verwondingen) Federale Gezondheidsinspecteur en diens adjunct Dir-Med en diens adjunct Een Psychosociaal Manager 10 MUG-teams 20 ambulances Snel Inzetbare Middelen Rode KruisMaxi MIP Ten minste 50 zwaargewonden Ten minste 100 gewonden (ongeacht de ernst van hun verwondingen) Federale Gezondheidsinspecteur en diens adjunct Dir-Med en diens adjunct Alle Psychosociale Managers 20 MUG-teams 40 ambulances Snel Inzetbare Middelen Rode Kruis Bij een evacuatie worden de Snel Inzetbare Middelen enkel opgeroepen na overleg met de coördinerende verantwoordelijken. Het MIP kan ook worden afgekondigd volgens kwalitatieve criteria waarbij rekening wordt gehouden met de pathologie van de slachtoffers of bijzondere situaties (bijvoorbeeld een terreuraanslag of CBRN-incident). Een afkondiging op basis van kwalitatieve criteria zal pas gebeuren na overleg tussen de Noodcentrale 112 of de medische dispatching en de coördinerende verantwoordelijken.
Opschaling Opschaling omvat het verhogen van het aantal ingezette middelen en het versterken van personeel, materiaal of logistieke middelen. Er kan worden beslist tot opschaling door de Noodcentrale 112 of de medische dispatching op basis van de verkregen informatie (zoals eerder gezegd) of door dezelfde actoren die bevoegd zijn het MIP af te kondigen. Indien de middelen onder de bevoegdheid van de Noodcentrale 112 of de medische dispatching onvoldoende zijn voor een Uitgebreid MIP of Maxi MIP (ermee rekening houdend dat de dagelijkse werking van de Dringende Geneeskundige Hulpverlening ook gegarandeerd moet blijven) dan zal beroep gedaan worden op middelen van de naburige provincies. De Noodcentrale 112 of de medische dispatching van de getroffen provincie neemt dan contact op met de Noodcentrale 112 of de medische dispatching van de naburige provincie en vraagt middelen bij voor het Uitgebreid MIP of Maxi MIP. De Noodcentrale 112 of de medische dispatching van de naburige provincie deelt dan onmiddellijk mee welke en hoeveel middelen zij ter versterking kunnen sturen. De middelen die ter versterking worden gestuurd verzamelen zich op een punt binnen hun provincie. Van daaruit vertrekken ze in een colonne naar een Punt Eerste Bestemming (PEB) binnen de getroffen provincie. De middelen worden dan vanaf het Punt Eerste Bestemming verdeeld over de (verschillende) rampsite(s).
Coördinatie Net zoals voor de overige disciplines binnen het kader van de nood- en interventieplannen, is er coördinatie zowel op operationeel als beleidsmatig vlak.
Operationele coördinatie De operationele coördinatie wordt verzorgd vanuit de Commandopost Operaties (CP-Ops), waar de Directeur Commandopost Operaties (Dir-CP-Ops) de algemene leiding heeft. Tot er een Coördinatiecomité is opgestart, draagt de CP-Ops ook de verantwoordelijkheid voor de beleidscoördinatie. De functie van Dir-CP-Ops wordt per definitie waargenomen door de brandweerofficier met de hoogste graad ter plaatse, tenzij de coördinerende overheid een leidinggevende van een andere discipline die meer betrokken is bij de noodsituatie aanduidt. De Dir-Med maakt als leidinggevende over de medische discipline eveneens deel uit van het team in de CP-Ops, waar hij kan bijgestaan worden door een adjunct, een Verantwoordelijke Psychosociale Hulpverlening (V-PSH) of een afgevaardigde van het Rode Kruis. Indien er meerdere rampsites zijn (zoals bij meerdere terreuraanslagen op hetzelfde moment) kan per site een Dir-Med aangesteld worden die zetelt in de CP-Ops van diens site. Er kan bij meerdere rampsites ook een centrale CP-Ops geactiveerd worden voor alle sites, waarbij de Dir-Med van elke site samenwerkt met de Dir-Med in de CP-Ops. De Dir-Med staat onder het administratieve gezag van de Federale Gezondheidsinspecteur. Tot het moment dat de Dir-Med aankomt op het rampterrein wordt diens functie waargenomen door de eerste MUG-arts ter plaatse.
Het Hulpcentrum 100/112 of de medische dispatching staat niet enkel in voor het alarmeren van de ingezette middelen, maar ook voor het verzekeren van de communicatie tussen hen. Ook alarmeert het Hulpcentrum 100/112 of de medische dispatching de betrokken ziekenhuizen, zodat deze hun intern ziekenhuisnoodplan kunnen afkondigen en de nodige maatregelen kunnen treffen om de opvang van de slachtoffers te kunnen verzekeren. Om diens coördinerende rol over de ingezette middelen en een duidelijke communicatie met de CP-Ops te kunnen verzekeren, kan een operator van het Hulpcentrum 100/112 of de medische dispatching als Coördinator Liaison HC 100/112 ter beschikking worden gesteld van de Dir-Med in de CP-Ops. Ook kan aan het Hulpcentrum 100/112 of de medische dispatching gevraagd worden de opdracht van de Coördinator Regulatie op het terrein te ondersteunen of zelfs volledig over te nemen.
Om een optimale onderlinge communicatie te verzekeren is vooraf vastgelegd welke radiogespreksgroepen er moeten zijn en welke functies tot welke groepen toegang moeten hebben. Zo is er een gespreksgroep voor de verantwoordelijken en coördinatoren van de medische keten, voor de middelen ingeschakeld in de grote noria, voor het Hulpcentrum 100/112 of de medische dispatching en de ziekenhuizen, voor de verantwoordelijken van de psychosociale hulpverlening, voor de logistieke functies, voor de CP-Ops en voor het Coördinatiecomité.
Beleidscoördinatie