Yellow Submarine is een in 1968 uitgebrachte, geanimeerde avondvullende film, gebaseerd op de muziek van The Beatles. Het is eveneens de titel van het muziekalbum van de film, dat deel uitmaakt van het muzikaal oeuvre van de Beatles. De film werd geregisseerd door de in Canada geboren animatieproducer George Dunning, en geproduceerd door United Artists en King Features Syndicate. De echte Beatles zelf verschijnen pas in de eindscène van de film.

De film werd een hit in de bioscopen en ook de critici waren enthousiast. Zij prezen met name de vernieuwingen op het gebied van animatie. The Beatles zelf, die een soort Disneyfilm hadden verwacht, waren aangenaam verrast door het resultaat van Yellow Submarine en besloten om die reden om zelf op te treden in de eindscène.

Verhaal

Pepperland is een vrolijk, muziek-liefhebbend paradijs dat zich "80 000 leuga's onder de zee" bevindt, genoemd naar en beschermd door Sergeant Pepper van de Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Het wordt aangevallen door de muziekhatende Blue Meanies die de Band opsluiten in een muziekloos gebied en daarna de inwoners van Pepperland veranderen in standbeelden en de kleur uit het land doen verdwijnen.

Het hoofd van Pepperland (de Lord Mayor) zendt Old Fred weg in een gele onderzeeër op zoek naar hulp. In Liverpool smeekt Fred om hulp bij de depressieve en doelloze Ringo Starr, die wil helpen en zijn drie maten optrommelt: Paul McCartney, John Lennon en George Harrison. De vijf keren terug naar Pepperland in hun onderzeeër, en doorkruisen: de Zee der Tijd (Sea of Time) - waar ze in de tijd reizen en "When I'm Sixty-Four" zingen; de Zee der Wetenschap (Sea of Science) - waar ze "Only a Northern Song" zingen; de Zee der Monsters (Sea of Monsters) - waar het gevreesde "vacuümfles"-dier het volledige landschap opzuigt, waarna hij aan zichzelf ten prooi valt; de Zee van Niets (Sea of Nothing) - waar ze een eerder nuttige "nowhere man", genaamd Jeremy Hilary Boob oppikken en ze het gelijknamige lied zingen; de uitlopers van "Headlands" of Zee der Hoofden (Sea of Heads) - waar ze van de onderzeeër gescheiden worden en John "Lucy in the Sky with Diamonds" zingt; de Zee der Gaten (Sea of Holes) - waar Jeremy gevangengenomen wordt door de Blue Meanies. Wanneer Ringo in een groen gat springt, waarbij de Zee van Gaten verandert in de Zee van Groen, arriveren zij eindelijk in Pepperland.

Wanneer ze weer allemaal samen komen, imiteren ze Sgt. Pepper's Band en stoken ze het volk op tot opstand. Jeremy wordt bevrijd, kleuren en bloemen bloeien opnieuw, de originele Sgt. Pepper's Band wordt vrijgelaten en de harmonie in Pepperland wordt weer hersteld. Op het einde sluiten de helden vrede met de Blue Meanies en leeft iedereen nog lang en gelukkig.

Nadien pronken de echte Beatles, die terug naar huis gekeerd zijn, met hun souvenirs. John ziet "nieuwere en blauwere" Meanies in hun nabijheid en merkt vrolijk op dat er slechts één ding rest: zingen. Het kwartet gehoorzaamt met een herneming van "All Together Now", hetgeen eindigt met verscheidene vertalingen van de titel die in de aftiteling verschijnen.

Stemmen De stemmen in de film zijn - behalve in de laatste scène - niet die van de echte Beatles. Om ze zo echt mogelijk te laten lijken en omdat de echte stemmen van de Beatles erg op elkaar lijken, werden de bestaande verschillen extra overdreven. Zo heeft John in de film een overdreven John-uitspraak. Hetzelfde geldt voor elk van de andere Beatles. Wel zijn de Beatles te horen in de verschillende liedjes van de film. De gesproken stemmen zijn echter van andere stemacteurs, die ook de stemmen van andere personages inspraken: Paul Angelis – Ringo / Chef van de Blue Meanies / George John Clive – John, Sgt Pepper John Dick Emery – Jeremy (Nowhere Man) / Lord Mayor / Max Geoffrey Hughes – Paul Lance Percival – "Jonge/Oude" Fred Aanvankelijk was Peter Batten aangetrokken om de stem van George in te spreken. Terwijl Batten halverwege de film was met het inspreken van zijn personage werd hij gearresteerd. Het bleek dat hij, terwijl hij enkele jaren terug met het Britse leger gelegerd was in Duitsland, gedeserteerd was. Paul Angelis die al de stem van Ringo insprak, nam het inspreken van het personage George van hem over.

Voorgeschiedenis Een contract voor drie films In 1963 benaderde de Amerikaanse filmstudio United Artists de manager van The Beatles Brian Epstein voor een contract voor het maken van een aantal films rondom de groep. Epstein zag de deal als een goede manier om The Beatles te promoten en hun muziek te verkopen. United Artists was met name geïnteresseerd in het geld dat zou binnenkomen via de verkoop van de muziekalbums. The Beatles stonden in de VS onder contract bij Capitol Records, maar die overeenkomst sloot muziek van albums uit. De studio wist dat de verkoop van het album altijd geld zou opleveren, zelfs als de film zou floppen, dus zag men de filmdeal met The Beatles als een overeenkomst waarbij ze niet konden verliezen. Aan de andere kant was de deal die United Artists met Epstein sloot, weinig gunstig voor The Beatles. Epstein was geen goede onderhandelaar en in veel financiële zaken een amateur. Weliswaar waren The Beatles in die tijd nog niet op hun hoogtepunt qua populariteit (zeker niet in de VS), maar ook binnen die context was het een teleurstellend contract. Hij had geen idee van de normale winstpercentages die bedongen kon worden dus stelde hij een aandeel van 7,5 % voor. De studiobazen van United Artists konden hun geluk niet op, ze waren bang geweest voor harde onderhandelingen en misschien wel een hoger percentage dan 25% en nu kwam Epstein met de lachwekkende 7,5 procent. Ze sloten gelijk een deal voor drie films. Niet lang daarna schoot de populariteit van The Beatles door het dak (ook in de VS) en maakte Richard Lester van de eerste Beatlefilm A Hard Day's Night een van de meest succesvolle films aller tijden. The Beatles liepen hierdoor niet alleen miljoenen aan inkomsten mis. Ze zaten ook vast aan een financieel teleurstellend filmcontract dat als een molensteen om hun nek zou gaan hangen.

De derde film De tweede film die The Beatles voor United Artists maakten was Help!, ook onder regie van Lester. Hoewel de film net zo'n succes was als zijn voorganger waren de Beatles weinig enthousiast over het eindresultaat. Ze waren bang om vast te komen zitten in het format van ‘de vrolijke avonturen van de Beatles’. Maar Brian Epstein had in 1963 een contract gesloten met United Artists en de filmproductiemaatschappij eiste een derde film. Er werden allerlei ideeën opgeworpen, zoals een filmbewerking van The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien met Ringo als Frodo en John als Gandalf, maar de derde film bleef uit. In 1967 dachten de vier Beatles dat ze zelf wel konden regisseren en maakten de televisieproductie "Magical Mystery Tour". De tv-film werd door de BBC in zwart-wit uitgezonden en door de kijkers en de critici met afgrijzen ontvangen. Hierna zakte de belangstelling voor films bij The Beatles tot een dieptepunt. Hun manager Brian Epstein kwam met de oplossing. Hij werd benaderd door Al Brodax, het hoofd van King Features Syndicate, met het idee een avondvullende animatiefilm te maken rond een aantal Beatlenummers. Het idee was gebaseerd op de tekenfilmserie rond The Beatles die vanaf 1965 werd uitgezonden. TVC maakte deze serie, waarbij steeds een tekenfilmavontuur werd gemaakt rondom een Beatlenummer. The Beatles waren enthousiast omdat ze geen bijdrage aan de film hoefden te leveren. Maar juist om die reden wees United Artists Yellow Submarine af als derde film. Pas met de documentaire Let it Be voldeden de Beatles aan hun contractuele verplichtingen.

Scenario

Een kinderliedje over Pepperland Uitgangspunt voor de film was het liedje "Yellow Submarine". Paul McCartney schreef het als een van de nummers die drummer Ringo Starr met zijn beperkte zangstem kon zingen. Het was bedoeld als een kinderliedje met simpele teksten en dito melodie. Latere beschuldigingen dat ‘yellow submarines’ een codenaam waren voor gele pillen, en wel Nembutol-capsules, zogenaamde ‘downers’ (vandaar 'submarine': onderzeeër) werden door McCartney van de hand gewezen. Producent Lee Minoff baseerde zich op het idee van een kinderliedje en schreef de eerste opzet van het verhaal. Al snel werkten diverse scenaristen aan het scenario. Men besloot een aantal recente Beatlenummers op te nemen naast ‘Yellow Submarine’. Een aantal van die nummers kwam van het album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Dit in 1967 verschenen album van de Beatles veroorzaakte een sensatie in de muziekwereld. Het idee achter het album was dat The Beatles getransformeerd waren tot de fictieve popgroep Sgt. Pepper's Lonely Heart Club Band. Op de hoes zijn te zien in satijnen militaire uniformen in felle kleuren. Dit was de prikkel voor het idee om in de film ook een Sgt. Pepper op te voeren die met zijn band in Pepperland woont.

Het scenario heeft een vijand nodig Op zeker moment circuleerden er zo'n twintig versies van het scenario. Een van de schrijvers was Roger McCough, een dichter uit Liverpool, die veel bijdroeg aan de dialogen met hun typische dubbelzinnigheden, uitdrukkingen uit Liverpool en privégrapjes van The Beatles. McCough kreeg 500 pond voor zijn bijdrage, maar geen vermelding op de aftiteling. Wel vermelding kregen Jack Mendelsohn en Erich Segal. Mendelsohn had meegewerkt aan de tekenfilmserie van de Beatles, maar Segal was in 1967 nog onbekend met de filmbusiness. Hij was werkzaam in Yale als assistent van de hoogleraar klassieke talen. Hij werd door Brodax naar Londen gehaald om uit de grote hoeveelheid materiaal, soms slechts bestaande uit fragmenten een coherent scenario samen te stellen. Segal werkte onder een dreigende deadline enige weken onafgebroken aan het scenario. Hij kreeg amper toestemming om zijn hotelkamer te verlaten om te joggen. Segal kon echter profiteren van een briljante inval van hoofdontwerper Heinz Edelmann. Tijdens een productiebespreking kwamen de medewerkers tot een verontrustende conclusie: het scenario miste een vijand. Pepperland was een paradijs zonder slang. Edelmann kwam hierop met het concept van de Blue Meanies en hun aanval op alles wat naar muziek rook. (Overigens waren de meanies aanvankelijk rood, geheel in het kader van de koude oorlog. Een fout van de assistent van Edelmann zorgde ervoor dat de kleuren werden omgewisseld en de meanies blauw werden.) Ondanks alle creatieve bijdragen leed ook het scenario van Yellow Submarine aan het gegeven dat de muziek het verhaal overschaduwde en dat het verhaal werd aangepast aan de liedjes. Het leverde wel een modern sprookje over de hippiegeneratie van 1967 op.

Productie

De animatoren Met ruim tweehonderd medewerkers werkten hoofdontwerper Heinz Edelmann en regisseur Charles Dunning gedurende elf maanden aan de film. De animatoren kwamen uit Engeland, maar ook uit de VS en andere landen van Europa. Ze werden geselecteerd door TVC en stonden onder leiding van de animatieregisseurs Bob Balser en Jack Stokes. Bekende animatiemedewerkers waren Alan Ball, Ron Campbell, John Challis, Hester Coblentz, Geoff Collins, Rich Cox, Duane Crowther, Tony Cuthbert, Malcolm Draper, Paul Driessen, Cam Ford, Norm Drew, Arne Gustafson, Tom Halley, Dick Horne, Arthur Humberstone, Dennis Hunt, Diane Jackson, Charlie Jenkins, Anne Jolliffe, Dave Livesey, Reg Lodge, Geoff Loynes, Lawrence Moorcroft, Ted Percival, Mike Pocock, Gerald Potterton, en Bob Sewell. De achtergronden van de verschillende scènes werden gemaakt door Alison de Vere en Milicent McMillan.

Het uiterlijk van Strawberry Fields