Dit artikel geeft een overzicht van de geschiedenis van Nijmegen sinds wat algemeen als het ontstaan van deze stad wordt beschouwd.
De aan de huidige stad Nijmegen toegeschreven geschiedenis begint in de oudheid. Een eerste echte nederzetting op deze plek moet er al in de Romeinse tijd zijn geweest, waarschijnlijk net voor het begin van de christelijke jaartelling. Hoewel er alleen indirecte aanwijzingen voor zijn, lijkt deze plaats omstreeks het jaar 100 van de Romeinse keizer Hadrianus voor de eerste keer stadsrechten te hebben gekregen. Nijmegen is daarom – naast Maastricht, Voorburg en Heerlen – een van de vier steden in Nederland die aanspraak maken op het predicaat "oudste stad".
Oudste sporen (prehistorie) miniatuur|160px|Gezichtsurn uit de eerste eeuw n.Chr. Museum Het Valkhof De alleroudste bewaard gebleven sporen van bewoning in en nabij het huidige Nijmegen dateren uit het neolithicum, de midden- en late bronstijd en – ten noorden van de Waal – uit de midden- en late ijzertijd. Ze zijn teruggevonden in het gebied van Nijmegen-Oost. Het gaat onder meer om teruggevonden grafheuvels en urnenvelden.Zie bijv. Archeologisch onderzoek Berg en Dalseweg 464, J. van Hemert, 2016, p.4 In de late bronstijd en vroege ijzertijd groeide dit gebied namelijk uit tot een echt grafveld. Bij sommige van deze graven zijn wapens gevonden, zoals ijzeren speren en de resten van een strijdwagen. De strategische ligging van de plek werd blijkbaar ook toen al ingezien.
Aan de noordzijde van de Waal, bij Lent en Oosterhout, zijn eveneens prehistorische bewoningssporen gevonden. Deze gaan terug tot in de achtste eeuw voor Christus: aardewerken spinklosjes, kuilen en paalkuilen, een vuurstenen sikkel en een urnenveld. Waarschijnlijk betrof dit een kleine nederzetting. Ook uit de midden-ijzertijd zijn hier sporen gevonden: onder andere "De man van Lent", een goed bewaard gebleven skelet van een man van middelbare leeftijd (naar huidige begrippen) die met oor- en vlechtringen werd begraven. Tevens zijn kadavers van diverse huisdieren gevonden, waarvan sommige zonder kop.
Er is wel geopperd dat omstreeks 50 v.Chr. de eerste Bataven vanuit het oosten (de streek Hessen) kwamen en zich in deze tijd aan de Waal hebben gevestigd. De Waterstraat (in de huidige wijk Waterkwartier) zou toen ook al in gebruik zijn geweest, dit is een van de alleroudste nog altijd bestaande wegen in wat nu Nederland is.
De teruggevonden sporen van bewoning sinds de midden-bronstijd tot na de Romeinse tijd zijn soms op meerdere manieren te duiden. Er is onder meer uit opgemaakt dat de Bataven voornamelijk ten noorden van de Waal en ten zuiden van de Rijn woonden. Of er sinds de oudste tijd daadwerkelijk sprake is geweest van continue bewoning, blijft echter – op grond van wat er tot op heden aan archeologisch materiaal voorhanden is – een open vraag. Migratie zal zeker een demografische factor zijn geweest. Verschillen in begrafenisrituelen (crematie versus begraven) en stilistische kenmerken van aardewerk kunnen echter ook culturele invloeden van buitenaf zijn, zonder dat grootschalige migratie hier ook een rol hoeft te spelen.
Romeinse tijd miniatuur|Schematische weergave van Oppidum Batavorum/Batavodurum (eerste eeuw) miniatuur|Schematische weergave van Ulpia Noviomagus Batavorum (tweede eeuw)
Eerste eeuw Ten tijde van het Romeinse Rijk moet het gebied van het huidige Nijmegen en omstreken tot het noorden van Germania Inferior, een van de noordelijke provincies van het rijk, hebben behoord. De oudste teruggevonden resten die getuigen van Romeinse aanwezigheid alhier hoorden bij een groot legerkamp op de Hunnerberg. Deze overblijfselen worden gedateerd op 16 of 15 v.Chr.. Hier waren twee Romeinse legioenen gehuisvest, die in totaal uit zo'n 12.000 man bestonden. Dit castrum lijkt slechts enkele jaren te zijn gebruikt, waarna het werd vervangen door een commandocentrale op het Kopse Plateau.
Vaak wordt verondersteld dat de beroemde veldheer Drusus hier tijdens zijn laatste levensjaren heeft verbleven, alhoewel daarvoor geen rechtstreekse duidelijke aanwijzingen zijn. Ook keizer Augustus zou omstreeks 13 v. Chr. nog op de plek van het huidige Nijmegen geweest moeten zijn, of in ieder geval ergens hier in de buurt in Germania.Volgens onder meer Paul van der Heijden
Oppidum Batavorum
De Romeinse geschiedschrijver Tacitus vermeldt in diens Historiae de nederzetting Oppidum Batavorum ("stad/vesting van/voor de Bataven"). Uit Tacitus' tekst is opgemaakt dat deze nederzetting kort vóór het begin van de christelijke jaartelling door de Romeinen aan de Waal werd gesticht. Deze nederzetting wordt daarom veelal gezien als de vroegste voorloper van de huidige stad Nijmegen, en als belangrijkste argument om Nijmegen aan te wijzen als de oudste stad op het grondgebied van het huidige Nederland.Onder anderen W. A. van Spaen en Johannes Smetius meenden dat Tacitus hiermee geen andere Bataafse plaats bedoeld kan hebben. Als mogelijke "tegenkandidaten" zijn Batenburg en het huidige Wijk bij Duurstede ook wel genoemd.
Op grond van aangetroffen restanten van aardewerk (terra sigillata dat oorspronkelijk uit Italia kwam) en munten uit deze tijd is geconcludeerd dat Oppidum Batavorum in ieder geval vóór 10 v. Chr. moet zijn gesticht. De nederzetting zou uiteindelijk een maximale omvang bereiken van 20 hectare. De locatie van de nederzetting werd vermoedelijk begrensd door het gebied vanaf het tegenwoordige Valkhof tot net ten oosten van het huidige Keizer Traianusplein, en in het westen tot de Korte Nieuwstraat. De nederzetting moet tevens omringd zijn geweest door een gracht, al werd die naar het zich laat aanzien pas enige decennia later door de Romeinen aangelegd, wellicht omstreeks de Bataafse Opstand.
Nadat met de verpletterende Romeinse nederlaag in het Teutoburgerwoud (9 n.Chr.) de Romeinse verovering van Germanië was stukgelopen, werd duidelijk dat de Rijn voorlopig de noordgrens van het Romeinse Rijk zou blijven. Oppidum Batavorum werd hiermee een belangrijke Romeinse grenspost, die verder versterkt moest worden. Er werd een permanent legerkamp op het Kopse Plateau opgezet, dat echter kleiner was dan het oorspronkelijke Hunnerbergse castrum.
Tussen 10 n.Chr. en 69 n.Chr. ontwikkelde de plaats zich vermoedelijk van vooral een Romeins bestuurlijk centrum tot een nederzetting van en voor Gallo-Romeinse handwerkslieden, handelaren, ambtenaren en magistraten. Er bevonden zich nog meer Bataafse nederzettingen ten noorden van de Waal bij Lent en Oosterhout, waar vele vondsten uit de Romeinse tijd zijn gedaan.
Een zeer bekende vondst in Nijmegen is de Godenpijler. Keizer Tiberius moet hier in de periode 14-17 na Christus deze erezuil hebben laten neerzetten, ter herinnering aan een geslaagde strafexpeditie tegen de Germanen.Nijmegen – Oppidum Batavorum, Spannende Geschiedenis De Maastrichtse stadsarcheoloog Titus Panhuysen dateerde dit op 17 n.Chr., wat overeenkomt met het beëindigen van de campagnes van Germanicus tegen de Cherusken. Uit deze zuil en de vondsten op het Kopse Plateau is geconcludeerd dat er toentertijd hier in de nabijheid een belangrijke Romeinse commandocentrale heeft gestaan. Ook de resten van het – voor zover tot nu toe bekend – oudste stenen huis in Nederland zijn in 2005 hier in de omgeving gevonden, aan de St. Josephhof. Dit huis dateert naar schatting uit het jaar 40 en hoorde waarschijnlijk ook bij Oppidum Batavorum.
Tijdens de Bataafse Opstand onder aanvoering van Julius Civilis in 69 n.Chr. werd Oppidum Batavorum door de opstandige Bataven zelf in brand gestoken. Hetzelfde gebeurde met het Romeinse hoofdkwartier op het Kopse Plateau (de praetorium). Uit een vermelding bij Tacitus is opgemaakt dat het Legio II Adiutrix omstreeks het jaar 69, toen de opstand nog bezig was, tijdelijk hier in de omgeving is neergestreken. Onduidelijk is echter waar (gedacht is aan de plek waar Oppidum Batavorum had gelegen).
Tiende Legioen vanaf 71 n.Chr.
Na de Opstand van de Bataven werd op de Hunnerberg vanaf 71 n.Chr. Legio X Gemina (het Tiende Legioen) permanent gestationeerd, dat vanuit Hispania hierheen kwam om het hiervoor genoemde Legio II Adiutrix te vervangen. Het Tiende Legioen zou hierna dertig jaar op deze plek blijven. Van één missie die het Legioen tijdens de permanente stationering op de Hunnerberg heeft ondernomen zijn gegevens overgeleverd; in januari 89 gingen ze naar Mogontiacum (Mainz) om daar een opstand tegen Domitianus te bezweren. Algemeen wordt aangenomen dat er in dezelfde tijd net iets westelijker een nieuwe Romeinse nederzetting tot wasdom kwam, de latere stad Ulpia Noviomagus.
Omstreeks 104 verliet het Tiende Legioen de Hunnerberg definitief, om aanvankelijk naar Aquincum te worden overgeplaatst. Op de Hunnerberg kwam hierna eerst een vexillatio uit Britannia, dat hier zou blijven tot 121. Negen jaar later verbleef ook nog een deel van Legio IX Hispania korte tijd hier. Hierna had de Hunnerberg als Romeinse legioenplaats geen serieuze betekenis meer. Mogelijk heeft het Dertigste Legioen, Legio XXX Ulpia Victrix, er nog wel nog korte tijd verbleven.
Van het Tiende Legioen zijn relatief veel archeologische sporen teruggevonden.
Romeinse stad (tweede-derde eeuw)
thumb|Een stuk van de overgeleverde kopie van de Tabula Peutingeria. Hierop is o.a. de plaats Noviomagus te zien, die wordt gelijkgesteld aan Romeins Nijmegen. Ook zichtbaar zijn hier: Ceuclum (dit zou Cuijk zijn) en Blariacum (dit zou Blerick zijn).
Op de plek van het huidige Nijmegen zijn uit de tijd dat het Tiende Legioen op de Hunnerberg verbleef vier kampdorpen bekend. Een vijfje kampdorp, met een potten- en pannenbakkerij, lag op de plek waar nu Holdeurn is (gemeente Berg en Dal). Ook zou er toen al een haven zijn geweest, die nog dateerde uit de tijd van Oppidum Batavorum.
De nieuwe nederzetting die na de Bataafse Opstand ontstond langs de Waal moet deels op de plek van het huidige Waterkwartier hebben gelegen. De bewoners hiervan waren vermoedelijk weer (deels) Bataven. In het oosten lagen de Romeinse castra op de Hunnerberg en het Kopse Plateau die toezicht moesten houden, zodat de nederzetting strategisch heel handig lag ingeklemd.Geschiedenis van het Valkhof, valkhof.nl De nieuwe plaats lijkt tussen 98 en 104-105 n.Chr. van de Romeinse keizer Trajanus in ieder geval marktrechten te hebben gekregen (uit het feit dat het Tiende Legioen toen weer uit deze streek wegtrok, is afgeleid dat de plaats in economisch opzicht voldoende zelfstandigheid had gekregen). Ook het toekennen van de Romeinse stadsrechten gebeurde misschien toen al, al kan dit ook pas een eeuw later zijn geweest.
Vanaf deze tijd lijken er in Elst, Wijchen en Cuijk secundaire woonkernen te zijn ontstaan.
Naam Vanaf de tijd dat ze Romeinse stadsrechten bezat, zou de plaats Municipium Batavorum hebben geheten, terwijl daarnaast de naam Noviomagus in gebruik bleef. Deze laatste naam, die letterlijk "Nieuwmarkt" betekent, is van oorsprong Keltisch en werd in gelatiniseerde vorm aan meerdere plaatsen en steden binnen het Romeinse Rijk gegeven. Een plaats met de naam Noviomagus staat ook aangegeven op de Tabula Peutingeriana (een 3e- of 4e-eeuwse Romeinse reiskaart waarvan een middeleeuwse kopie bewaard is gebleven), het lijkt hier dus om Nijmegen te gaan.