Protoceratops is een geslacht van uitgestorven plantenetende ornithischische dinosauriërs, behorend tot de Neoceratopia, dat tijdens het Laat-Krijt leefde in het huidige gebied van Mongolië en de Volksrepubliek China.
Vondst en naamgeving Protoceratops andrewsi Het eerste fossiel van Protoceratops is op 2 september 1922 gevonden bij Sjabarach Oesoe in Mongolië door James Blaine Shackelford, een filmer die deel uitmaakte van de expeditie door het American Museum of Natural History onder leiding van Roy Chapman Andrews. Bij een korte wandeling ontdekte hij een kleine schedel die op een pilaar van zandsteen als het ware gepresenteerd werd. De schedel werd dat jaar naar Amerika gezonden maar het team onderzocht het gebied verder niet. Op 4 mei 1923 benoemden en beschreven Walter Granger, de enige professionele paleontoloog van de expeditie, en William King Gregory de typesoort Protoceratops andrewsi. De geslachtsnaam betekent 'voorloper van de Ceratopia'. Protoceratops bleek achteraf echter geen voorouder van deze groep maar een vroeg lid. Het meervoud van de naam is 'protoceratopia'. De soortaanduiding eert Andrews.
Het holotype AMNH 6251 is gevonden in de Bayn Dzak-afzetting van de Djadochtaformatie die dateert uit het Laat-Campanien, ongeveer drieënzeventig miljoen jaar oud. Het bestaat uit de oorspronkelijke schedel met onderkaken, waaraan de snuitpunt en de schedelkraag ontbreken, van een relatief jong dier. left|thumb|upright=1.7|De Flaming Cliffs bij de vindplaats Al in 1922 werd het belang van de vondst door het AMNH onderkend. Granger kreeg van Henry Fairfield Osborn opdracht het volgende jaar met een meer gekwalificeerde ploeg terug te keren naar de locatie die een van de rijkste vindplaatsen van dinosauriërfossielen ter wereld bleek te zijn. Tussen 8 juli en 12 augustus 1923 en opnieuw in 1925 voerde Granger, samen met onder andere Peter Kaisen, George Olsen en Albert Johnson, verdere opgravingen uit waarbij uiteindelijk een zestigtal schedels van volwassen individuen en verder fossiel materiaal geborgen werd. Het werd geprepareerd door Otto Falkenbach. Drieënveertig losse schedels, meestal met de onderkaken erbij, bevinden zich nog in de collectie van het AMNH. Het betreft de specimina AMNH 6409, AMNH 6423, AMNH 6425, AMNH 6429, AMNH 6408, AMNH 6413, AMNH 6414, AMNH 6428, AMNH 6430, AMNH 6431, AMNH 6432, AMNH 6434, AMNH 6439, AMNH 6444, AMNH 6447, AMNH 6448, AMNH 6461, AMNH 6489, AMNH 6491, AMNH 6433, AMNH 6437, AMNH 6438, AMNH 6440, AMNH 6441, AMNH 6442, AMNH 6443, AMNH 6445, AMNH 6446, AMNH 6449, AMNH 6458, AMNH 6458, AMNH 6451, AMNH 6472, AMNH 6473, AMNH 6477, AMNH 6480, AMNH 6486, AMNH 6487, AMNH 6488, AMNH 6495, AMNH 6496, AMNH 6485, AMNH 6637, AMNH 6638 en AMNH 6639. Deze fossielen verschillen sterk in volledigheid en kwaliteit en niet alle zijn uitgeprepareerd. Deze opsomming vertegenwoordigt echter niet de totaliteit van de schedelvondsten. Het museum had zoveel exemplaren dat ze geruild werden tegen fossielen van andere musea. AMNH 6420 ging in 1926 naar het Field Museum te Chicago; AMNH 6427 in 1934 naar de University of California, AMNH 6456 in 1927 naar het Muséum national d'histoire naturelle te Parijs; AMNH 6457 en AMNH 6641 in 1933 naar de Bayerische Staatssammlung für Paläontologie und Geologie te München, AMNH 6476 ging in 1927 naar het Nationaal Museum van Mongolië in Oelan Bator. thumb|Een fossiel in de positie waarin het werd aangetroffen De verdere fossielen zijn zeer divers. Soms werden alleen onderkaken gevonden: AMNH 6459, AMNH 6460, AMNH 6463 en AMNH 6497. Soms delen van skeletten zonder schedel: AMNH 6274, AMNH 6424, AMNH 6453, AMNH 6475, AMNH 6474, AMNH 6478, AMNH 6479, AMNH 6484, AMNH 6490, AMNH 6492, AMNH 6493, AMNH 6494 en AMNH 6640. Soms een klein deel van het skelet: AMNH 6481 bestaat uit een bekken, AMNH 6482 uit een hand en een voet. AMNH 6436 is een partij tanden. De meest informatieve exemplaren bestonden uit een skelet met schedel: AMNH 6416, AMNH 6417, AMNH 6418, AMNH 6426, 6450, AMNH 6454, AMNH 6465, AMNH 6466, AMNH 6467, AMNH 6459, AMNH 6470, en AMNH 6636. Daarvan was AMNH 6467 het meest complete specimen en het werd in het museum opgesteld. Ook van dit soort materiaal ging een gedeelte naar andere musea: de voet AMNH 6455 ging naar München; het gedeeltelijke skelet AMNH 6452 in 1934 naar Californië; het complete skelet AMNH 6435 naar Chicago, het fragmentarische skelet met schedel AMNH 6464 naar Mongolië en AMNH 6471 in 1945 naar het Carnegie Museum in Pittsburgh waar het nu het inventarisnummer CM 9185 draagt.Kay, J.L., 1946, "Protoceratops comes to town", Carnegie Magazine, 19: 241 left|thumb|Specimen CM 9185 in het Carnegie Museum Heel bijzonder waren de resten van jonge dieren, die van veel andere dinosauriërsoorten onbekend zijn. De specimina AMNH 6273, AMNH 6421 en AMNH 6483 bestaan uit schedels en bijpassende onderkaken van onvolwassen dieren. AMNH 6498 is de linkeronderkaak van een zeer klein individu. AMNH 6419, AMNH 6422 en AMNH 6644 zijn skeletten met schedel van jonge dieren. Eén zo'n skelet werd naar Beijing in China gestuurd, specimen AMNH 6415. Het meest speciaal was specimen AMNH 6499, de rechteronderkaak van een embryo, slechts drieëntwintig millimeter lang. De resten werden in 1925 meer compleet beschreven door Gregory en Charles Craig Mook die zich voornamelijk baseerden op de zeer gave schedel AMNH 6408.Gregory, W.K., and C.C. Mook, 1925, "On Protoceratops, a primitive ceratopsian dinosaur from the Lower Cretaceous of Mongolia", American Museum Novitates, 156 : 1–9 In 1940 publiceerde Barnum Brown, die zelf nooit in Mongolië geweest was, een zeer gedetailleerde beschrijving van het materiaal.Brown B., Schlaikjer E.M., 1940, "The structure and relationships of Protoceratops", Annals of the New York Academy of Sciences 40: 133–266
Met al die vondsten was Protoceratops in één klap de best bekende dinosauriër uit Azië. Dat kwam ook doordat de botten goed bewaard waren gebleven in vrij zachte duinzandafzettingen, hoewel ze soms kort na het sterven wat beschadigd zijn door vraat van keverlarven.Kirkland J.I., Bader K., 2010, "Insect trace fossils associated with Protoceratops carcasses in the Djadokhta Formation (Upper Cretaceous), Mongolia", In:, Ryan M.J., Chinnery-Allgeier B.J., Eberth D.A., (editors), New perspectives on horned dinosaurs. Indiana University Press, Bloomington. pp. 509–519 Bijna het hele skelet is gevonden, met uitzondering van het puntje van de staart. thumb|Protoceratops hellenikorhinus in Brussel Van de jaren zestig af worden de vondstgebieden in de Gobiwoestijn opnieuw bezocht door expedities uit de Sovjet-Unie, Polen, JapanHanda, N., Watabe, M. and Tsogtbaatar, Kh., 2012, "New specimens of Protoceratops (Dinosauria: Neoceratopsia) from the Upper Cretaceous in Udyn Sayr, southern Gobi area, Mongolia", Paleontological Research 16(3): 179-198 en de Verenigde Staten van Amerika. Dit leverde een oogst op van weer vele tientallen exemplaren waarvan het merendeel nog niet is beschreven en zelfs geen inventarisnummer heeft. Protoceratops is een van de meest algemene gewervelde fossielen in het gebied en men neemt vaak niet eens de moeite de skeletten te bergen van het 'schaap van het Mesozoïcum'. Al in 2004 werd geschat dat het totaal aan opgegraven fossielen boven de honderd lag. In 2014 sprak men van enkele honderden exemplaren.
In 2006 stelde Peter Makovicky dat Bainoceratops Tereschenko & Alifanov 2003 een jonger synoniem was van Protoceratops andrewsi.Makovicky, P.J. & M.A. Norell, 2006, "Yamaceratops dorngobiensis, a new primitive ceratopsian (Dinosauria: Ornithischia) from the Cretaceous of Mongolia", American Museum Novitates 3530: 1-42
Ook Nederland bezit een authentiek protoceratopsfossiel, het enige niet-ceratopide ceratopisch materiaal in dat land. Toen de oude collectie van het geologisch museum van Delft naar Naturalis werd verplaatst, ontdekte Kees de Jong dat er zich een schedel met onderkaken tussen bevond, specimen RGM 818207, een jongvolwassen dier. Het moet ergens tussen 1940 en 1972 door de Technische Universiteit Delft van het AMNH zijn verworven.Spiekman, S.N.F.; Bastiaans, D. & Schulp, A.S. 2015. "A partial skull of Protoceratops andrewsi from the Central Asiatic Expeditions in the Naturalis collections (Leiden, the Netherlands)". European Association of Vertebrate Palaeontologists
Protoceratops kozlowskii In 1975 benoemden Teresa Maryańska en Halszka Osmólska een tweede soort: Protoceratops kozlowskii, op grond van de resten van een jong dier gevonden bij Choelsan, het skelet zonder schedel ZPAL MgD-I/117. De soortaanduiding eert de Poolse paleontoloog Roman Kozłowski. Andere exemplaren werden aan de soort toegewezen: MgD-Ij116, een schedel met onderkaken van een jong dier; MgD-Ij 118, een fragmentarisch skelet met onderkaken van een jong dier; MgD-Ij119, een voorste stuk onderkaak en drie wervelbogen van de rug; MgD-IjI20, twee voorste onderkaken met losse tanden; MgD-JjI21, een stuk bovenkaaksbeen met vier tanden van een jong; en MgD-JjI22, een partij tanden.Maryańska, T.; Osmólska, H., 1975, "Protoceratopsidae (Dinosauria) of Asia", Palaeontologica Polonica 33: 133–181 Later bleken alle vondsten echter vermoedelijk of identiek te zijn aan Bagaceratops rozhdestvenskyi of een eigen geslacht te vertegenwoordigen: Breviceratops.
Protoceratops hellenikorhinus
In 1995 en 1996 leverde het geslacht toch iets nieuws op toen een Chinees-Belgische expeditie negen exemplaren vond in de Bayan Mandahu-formatie van Binnen-Mongolië. In 2001 benoemden en beschreven Olivier Lambert, Pascal Godefroit, Li Hong, Shang Changyoung en Dong Zhiming een derde soort: Protoceratops hellenikorhinus. De soortaanduiding betekent 'met een Griekse neus' vanuit het Nieuwgrieks ελληνικός, ellenikos, 'Grieks', en het Oudgrieks ῥίς, rhis, 'neus', en verwijst naar de hogere gekromde neushoorn. O. Lambert, P. Godefroit, H. Li, C.-Y. Shang, and Z.-M. Dong, 2001, "A new species of Protoceratops (Dinosauria, Neoceratopsia) from the Late Cretaceous of Inner Mongolia (P. R. China)", Bulletin de l'Institut Royal des Sciences Naturelles de Belgique, Science de la Terre 71(supplement): 5-28
Het holotype van deze soort is IMM 95BM1/1, een schedel. Het paratype is IMM 95BM1/4, een schedel van het 'vrouwelijke' type. De zeven andere exemplaren zijn toegewezen en omvatten de specimina IMM 96BM1/1, een schedel van een volwassen dier; IMM 96BM5/5, een schedel van een volwassen dier; IMM 96BM5/2, een fragmentarische schedel met squamosum, quadratum, vier tanden, en het dentarium van de rechteronderkaak; IMM 96BM1/7, een schedel van een volwassen dier; IMM 96BM2/1, een schedel van een jong dier; IMM 96BM5/3, een gedeeltelijke schedel van een zeer jong dier; IMM 96BM6/4, een fragmentarisch skelet met het linkerbovenkaaksbeen, het linkerjukbeen, de rechterachterpoot en een reeks staartwervels.
Beschrijving Grootte, algemene bouw en onderscheidende kenmerken
Protoceratops is middelgroot voor een basale neoceratopiër. Gregory S. Paul schatte in 2010 de lichaamslengte op tweeënhalve meter en het gewicht op 175 kilogram. Tweeënhalve meter is ook de lengte die Peter Dodson in 1996 gaf aan het grote exemplaar AMNH 6466. Edwin Harris Colbert bepaalde het gewicht van het door Brown bestudeerde AMNH 6424 via waterverplaatsing van een speelgoedmodel op 177 kilogram. Dodson extrapoleerde dat voor AMNH 6466 naar 260 kilogram wat hemzelf overigens te hoog leek. left|thumb|Een vergelijking in grootte met een mens