De volgende lijst bevat Arabische termen in het Arabisch uit zowel de islam als uit de Arabische wereld. Deze lijst moet het zoeken vergemakkelijken van bepaalde begrippen en geeft een korte uitleg. Om die reden bevat het artikel veel dubbele links.
Sommige begrippen zijn verweven met de Arabische cultuur, maar hebben soms ook een specifieke, islamitische betekenis. Daarnaast kan een woord verschillende betekenissen hebben. De transliteratie van het Arabische alfabet levert zijn eigen problemen op. Getracht wordt de internationale schrijfwijze aan te houden of de schrijfwijze zoals deze reeds in een bestaand artikel bestond.
A Abd (عبد ‘Abd) dienaar, slaaf. Moslims beschouwen zich als dienaar of slaaf van God. Zo betekent de naam Abdallah (of Abdullah) letterlijk Dienaar van God. Abd wordt vaak gebruikt als voornaam in combinatie met een van de namen van God. Adab (أدب ’Adab) vaak gebruikt in de betekenis van etiquette, zoals beleefdheid een vorm van adab is. Ahad (أحد ’Aḥad) letterlijk één. Binnen de islam wordt dit woord gezien als een van de 99 Schone Namen van God, omdat God als de Ene wordt gezien. Ahkam (أحكام ’Aḥkām) regels opgesteld volgens de Koran en de Soennah met 5 gradaties: fard, mustahab, halal, makruh, en haram. Ahl al-Bayt (أهل البيت ’Ahl al-Bayt) de leden van het Huis van Mohammed. Ahl al-Fatrah (أهل الفترة, ahlu-l-fatratu) mensen die in onwetendheid zijn over de islam. Ahl al-Kitab (أهل الكتاب ’Ahl al-Kitāb) Mensen van het Boek, de mensen die reeds voor de komst van Mohammed in God geloofden en een Boek ontvingen: joden, christenen en hânifs. Akhirah (آلآخرة Al-’Ākhirah) het leven na de dood en de verantwoording die men aflegt voor zijn of haar daden. Akhlaq (أخلاق ’Akhlāq) Het in de praktijk laten zien van deugden. Alamin (عالمين ‘Ālamīn) al hetgeen bestaat, waaronder de mens, de djinn en de engelen. Alhamdoelillah (الحمد لله Al-Ḥamdu li-l-Ḷāh) Alle Lof is voor God; God zij geprezen Allah (الله) God Allahoemma (اللَّهُمَّ) Oh God. Allahoe akbar (الله أكبر Al-Ḷāhu ’Akbar) God is de grootste. Alim (عالم ‘Ālim) Hij die weet, meervoud Oelema Amanah (أمانة ’Amānah) het vertrouwen dat de mens kreeg van God en daarmee de vrije wil. Amien (آمين ’Āmīn) Amen, bedoeld als O God, verhoor onze gebeden! Aminah bint Wahab (آمنة بنت وهب) de moeder van Mohammed. Ansaar (أنصار Anṣār) "Helpers", de tot de islam bekeerde inwoners van Medina, die de moslims uit Mekka na de hidjra hielpen. Aqidah (عقيدة ‘Aqīdah) de zuilen van geloof, de getuigenis van de islam, voor soennieten bestaande uit zes zuilen: het geloof in de eenheid van God, de engelen, de geopenbaarde Boeken, de profeten en de boodschappers, de Wederopstanding en de Laatste Dag en de voorbeschikking Gods. Arkan (ركن/أركان) de vijf zuilen van de islam: de geloofsgetuigenis, de rituele gebeden, het geven van aalmoezen, het vasten tijdens ramadan en de pelgrimstocht naar Mekka. Asjoera (عاشوراء ‘Āshūrah) tiende dag van de maand muharram; de dag waarop de soennieten gedenken dat God de profeet Musa en de kinderen van Israël redde uit Egypte. Sjiieten herdenken de dood van imam Hoessein. Asjaratoe moebasjsjirun (العشرة المبشّرون) de tien metgezellen van Mohammed die een plaats in het Paradijs is beloofd. Asr (العصر Al-‘Aṣr) het namiddaggebed dat onderdeel is van de vijfmaaldaagse salat. As-Salamoe Alaykum (السلام عليكم As-Salāmu ‘Alaykum) letterlijk: de vrede zij met jou, groet die moslims onderling gebruiken Astaghfiroellah (أستغفر الله ’Astaghfiru l-Ḷāh) Ik zoek vergeving bij God., uitdrukking Awdhu billah (أعوذ بالله ’A‘ūdhu bi-l-Ḷāh) Ik zoek mijn toevlucht tot God, uitdrukking. Awliya' (أولياء ’Awliyā’) vrienden, beschermers, helpenden (enkelvoud: wali) Awrah (عورة ‘Awrah) het gedeelte van het lichaam dat bedekt dient te worden. Aya (آية ’Āyah) (meervoud ayaat, آيات) een teken, meer specifiek, een gedeelte of vers van de Koran Ayatollah (آية الله ’Āyat al-Ḷāh) letterlijk: Teken van God, titulatuur voor hooggeplaatste geestelijken binnen het sjiisme; Azan (أذان Ādhān) de oproep tot het rituele gebed door de muezzin. Azl (عزل ‘Azl) coitus interruptus, letterlijk: isolatie
B Baitullah (بيت الله) Huis van God, een moskee of ook wel de Ka'aba. Barakah (بركة) een zegen, ook de spirituele overdracht van kennis Barzakh (برزخ) periode tussen iemands dood en zijn wederopstanding op de Dag des oordeels. Het wordt gezien als een soort slaaptoestand. Bid'ah (بدعة) letterlijk: iets nieuws. Binnen de islam is het een innovatie in het geloof of de aanbidding. Dit is binnen de islam ten strengste verboden. Bint (بنت) dochter van Bismillah ar-Rahman, ar-Raheem (بسم الله الرحمن الرحيم bismi-llāhi -r-raḥmāni -r-raḥīmi) In de naam van God, de Erbarmer, de Meest Barmhartige, uitdrukking en de eerste aya van alle soera's van de Koran, op een na.
C Choel de 'onverenigbaarheid van karakters' tussen een man en een vrouw, die een geldige reden is om te kunnen scheiden.
D Dadjaal (دجّال) letterlijk: leugenaar, figuur binnen de islam, vergelijkbaar met de Antichrist. Dar al-amn (دار الأمن) vertaald als huis van de veiligheid, refereert aan moslims die in de westerse wereld leven. Dar ad-dawa (دار الدعوة) vertaald als huis van de uitnodiging, refereert aan gebieden waar de islam recentelijk is geïntroduceerd. Dar al-harb (دار الحرب) vertaald als huis van de oorlog, refereert aan de landen die geen deel uitmaken van de islamitische wereld. Dar al-islam (دار الإسلام) vertaald als huis van de vrede, refereert aan de landen die deel uitmaken van de islamitische wereld. Daroed een kleine zegenspreuk Dawah (الدعوة) uitnodiging tot bekering tot de islam Derwisj (درويش) islamitische mysticus, gebruikt binnen het soefisme. Dhabiha (ذَبِيْحَة) term voor het aanduiden van de door de islam voorgeschreven wijze van slachten. Dhikr (ذكر) herinnering aan God, met name binnen het soefisme sterk ontwikkeld. Dhimmi (ذمّي) inwoner van een islamitisch land aangeduid die geen moslim is. Aanvankelijk verstond men onder dhimmi's alleen de zogeheten 'mensen van het Boek'. Dhuhr (الظهر) het middaggebed dat onderdeel is van de vijfmaal daagse salat Dien (الدين) de Weg, een manier van leven, vaak gebruikt als aanduiding van de islam, maar ook voor de andere Abrahamitische religies. Djenna (جنة) Paradijs, plaats waar zij die in Allah en de Laatste Dag geloven na hun dood heen gaan. Djinn (جن) onzichtbaar wezen, genoemd in de Koran, dat bezit kan nemen van mensen. Djuz' (جزء) een dertigste deel van de Koran. Dua (دعاء) persoonlijk gebed (smeekbede) waarvoor geen regels bestaan en dat niet verplicht is. Dunya (دنيا) de wereld of het leven, in tegenstelling tot het hiernamaals.
E Eid (عيد) feest Eid ul-Adha (عيد الأضحى) Offerfeest. Het wordt gevierd ter nagedachtenis aan de profeet Ibrahim, die bereid was zijn zoon te offeren in opdracht van God. Eid ul-Fitr (عيد الفطر) Suikerfeest. Het einde van het vasten tijdens de maand ramadan wordt gevierd. Emir (أمير amīr) letterlijk: commandant, aanvoerder, adellijke of vorstelijke titel gebruikt in islamitische landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.
F Fajr (فجر) het ochtendgebed dat onderdeel is van de vijfmaaldaagse salat. Fard (فرض) religieuze plicht, een categorie uit de fiqh: men wordt gestraft bij verwaarlozing. Fatwa (فتوى) is een juridisch advies in de islam, die door een godsdienstige wetspecialist wordt uitgevaardigd met betrekking tot een specifieke kwestie. Fiqh (فقه) jurisprudentie van de sharia. Letterlijk betekent dit het goede inzicht in iets hebben, het weten en het begrijpen van wat iets betekent. Fi sabil Allah (في سبيل الله) op het pad van God, (omwille van God) uitdrukking Fitna (فتنة) periode van chaos, evenzo de tijd van de apocalyps of beproeving. Fitra (فطرة) vergelijkbaar met het besef van goed en kwaad, het geweten. Moslims geloven dat kinderen met de aanleg voor deze gave zijn geboren.
G Ghusl (غسل) grote rituele wassing die in bepaalde gevallen door moslims verricht wordt
H Hadath akbar (حدث أكبر) grote, rituele onreinheid Hadath asghar (حدث أصغر) kleine, rituele onreinheid Hadd (حد)(meervoud حدود hudūd) letterlijk: grens, binnen de islam de grens die God aan de mens gaf. Op basis van de Koran wordt overtreding bestraft. Hadith (حديث) meervoud ahādīth: de islamitische overleveringen over het doen en laten en de uitspraken van Mohammed. Via deze overleveringen kent men de soenna, de manier van de profeet. Voor de overgrote meerderheid van de moslims vormen de Ahadith een aanvulling op de Koran. Hadj (الحجّ) de bedevaart naar Mekka, voor soennieten een van de vijf zuilen van de islam. Hafiz (حافظ) letterlijk: bewaker, binnen de islam iemand die de Koran uit het hoofd kent. Halal (حلال) rein, toegestaan, een categorie uit de fiqh: men wordt voor deze handelingen niet gestraft, maar ook niet beloond. Hanif (حنيف) letterlijk 'zuiver'. Iemand die al voor het ontstaan van de islam een monotheïstisch geloof aanhing, zoals Ibrahim (Abraham) en Isa (Jezus). Haqq (حق) waarheid, een van Gods Schone Namen. Harakat (حركات) letterlijk: beweging, het plaatsen van klinkertekens in een Arabische tekst. Haram (حرام) onrein, een categorie uit de fiqh: verboden Hasan (حسن) goed, mooi. Eveneens een categorisatie van een Hadith die acceptabel is. Hidaya (هداية) leiding (door God) Hidjab (حجاب) letterlijk bedekking, binnen de islam: hoofddoek, gedragen door vrouwen. Hidjra (الهجرة) de migratie van Mohammed en zijn volgelingen van Mekka naar Medina in 622. Begin van de islamitische kalender. Hizb (حزب) de helft van een djuz', een zestigste deel van de Koran Hoeri (حورية hūrīya, meervoud hūrīyāt (حوريات)) prachtige, jonge jongens en meisjes die in het Paradijs de gelovigen op hun wenken zullen bedienen.
I Ibadah (عبادة) aanbidding, uit zich niet alleen in rituelen, maar in alle goede daden, zoals een aalmoes of bescheidenheid. Iblis (إبليس) een ongehoorzame djinn (geen engel, zie Soerat al-Kahf 50), verbannen naar de hel, ook bekend als Satan. Ifriet (عفريت) een type djinn in de Arabische mythologie Iftar (إفطار) maaltijd na zonsondergang, gedurende de vastenmaand ramadan. Ihram (إحرام) toestand van reinheid gedurende de hadj, de bedevaart naar Mekka. Hiervoor zijn kledingvoorschriften. Ihsan (إحسان) perfectie in de aanbidding, zodanig alsof men God ziet. God ziet alles, waarmee men rekening dient te houden. Ijaz (إعجاز) niet-imiteerbaarheid en het unieke van de Koran. Idjma (إجماع) consensus van rechtsgeleerden, een van de vier bronnen van de fiqh, de jurisprudentie van de islamitische wetgeving Ijtihad (إجتهاد) de rede, een van de aanvullende principes op de vier bronnen van de fiqh, de jurisprudentie van de islamitische wetgeving. Voor de meeste moslims zijn de 'poorten van de ijtihad' gesloten verklaard in de 10e eeuw. Ilah (إله) god, niet noodzakelijkerwijs God Imam (إمام) een voorganger in de salat, het rituele gebed. Voor sjiieten is het een geestelijk leider met Goddelijke inspiratie die autoriteit heeft voor tafsir, Koranexegese. Iman (إيمان) het geloof dat iemand zelf heeft. Indjil (الإنجيل) een van de openbaringsboeken waar in de Koran met respect over gesproken wordt. Indjil wordt doorgaans gelijkgesteld met het Evangelie, maar de inhoud van de Indjil is niet bekend vanuit de Koran. Geopenbaard aan Isa. Insha'Allah (إن شاء الله) bij Gods wil!, uitdrukking. Iqamah (إقامة) de tweede oproep tot het salat, bijna gelijkluidend aan de azan. Isa (عيسى) de zoon van Maryam. Isa wordt in de Koran genoemd als een belangrijk profeet en boodschapper van God. Volgens de moslims heeft Isa geen vader en hij wordt dus, in tegenstelling tot in het christendom, niet gezien als de zoon van God. Isha (عشاء) het nachtgebed dat onderdeel is van de vijfmaaldaagse salat (al-)Isra (الإسراء Al-’Isrā’) de Nachtreis van Mohammed, ook de naam van een soera, Soera De Nachtreis. Islam (الإسلام) overgave aan God. Het grondwoord betekent overgave, vrede, gehoorzaamheid en zuiverheid.