Pyrrhus I of Pyrrhos I (Grieks: , Purrhos), geboren rond 318 v.Chr. en gestorven in Argos in 272 v.Chr., was koning van Epirus en wordt gezien als een van de beste generaals uit zijn tijd.
Pyrrhus had net als zijn neef Alexander de Grote erg grote ambities. Hij was een van de meest te duchten tegenstanders uit het begin van het oude Rome. Nadat hij het grondgebied van Epirus uitgebreid had, werd hij koning van Macedonië en Thessalië, maar gaf deze gebieden later weer op. Daarna ging hij op expeditie tegen de Romeinen, tegen wie hij de Slag bij Heraclea (280 v.Chr.) en de Slag bij Asculum (279 v.Chr.) won. Hij marcheerde naar de stad Rome zelf, en bereikte bijna de capitulatie van de stad. Ondertussen werden de Grieken op Sicilië echter bedreigd door de Carthagers, en ze riepen zijn hulp in. Ook hier had Pyrrhus veel succes, maar uiteindelijk besloot hij om zijn veldtocht tegen de Romeinen verder te zetten. De Slag bij Beneventum (275 v.Chr.) eindigde echter onbeslist en Pyrrhus keerde terug naar Epirus. Toen hij een veldtocht tegen Sparta begon, werd hij teruggedreven van de stad en gedood in Argos.
Biografie Jeugd thumb|left|De jonge Pyrrhus wordt gered, François Boucher, musée des beaux-arts de Rennes thumb|left| De jonge Pyrrhus wordt gered, Nicolas Poussin, Louvre
De vader van Pyrrhus, Aeacides, de koning van Epirus, zei dat hij afstamde van Achilles en gaf zijn twee dochters en zoon ook de namen die de held aan zijn kinderen had gegeven: zijn oudste dochter heette Deidamia, zijn jongste dochter Troas en zijn zoon Pyrrhus. De moeder van Pyrrhus, Phthia, was de dochter van Menon van Thessalië, een held uit de Lamische Oorlog. Toen Aeacides verdreven werd uit zijn koninkrijk, werd de jonge Pyrrhus van nog maar 2 jaar oud ondergebracht bij Glaucias, een koning van Illyrië. Glaucias zorgde voor Pyrrhus tussen zijn eigen kinderen. Pyrrhus kende tussen 317 tot 307 v.Chr. zonder zijn koninkrijk en buiten zijn vaderland het harde leven van de Illyriërs, maar hij was niet blij met zijn ballingschap; het is waarschijnlijk dat Pyrrhus in die tijd het idee kreeg dat hij wraak moest nemen.
Glaucias liet Pyrrhus later naar het hof van Antigonos I Monophthalmos en Demetrius Poliorcetes gaan. Op twaalfjarige leeftijd, tussen 307 en 306 v.Chr., werd hij door hen opnieuw op de troon geholpen. Daarna trouwde de zus van Pyrrhus, Deidamia, met Demetrius. Vier jaar later werd Pyrrhus echter opnieuw gedwongen in ballingschap te gaan; toen Pyrrhus als gast was bij het huwelijk van een dochter van Glaucias, kwamen de Epiroten in opstand tegen hun koning, jaagden zijn aanhangers op en plunderden zijn schatkist. Zijn neef Neoptolemus, die eerder zijn vader van de troon gestoten had, kreeg de macht. Pyrrhus ging opnieuw naar Antigonos en Demetrius, zijn schoonbroer. Hier voltooide Pyrrhus zijn politieke en militaire opleiding, en hij werd ingeleid in de Macedonische legertactieken. Hij vocht aan hun zijde tijdens de Slag bij Ipsus (301 v.Chr.), waar hij zijn moed en waarde toonde, en zich aankondigde als een groot legeraanvoerder. Demetrius stelde hem daarom aan als gouverneur van Argolis, Arcadië en Achaea.
Om het wantrouwen van zijn tegenstanders te verminderen werd Pyrrhus in 298 v.Chr. als gijzelaar naar Egypte gestuurd in verband met het vredesverdrag tussen Demetrius en Ptolemaeus. Pyrrhus kon zich goed vinden in de verfijnde levenswijze aan het Egyptische hof van Alexandrië. Hij blonk uit met zijn atletische prestaties in het gymnasion. Hij verkreeg de gunst van koningin Berenice I, van wie hij mocht trouwen met haar dochter Antigone. Antigone gaf Pyrrhus een zoon, Ptolemaeus, maar stierf waarschijnlijk bij de geboorte. Op politiek gebied verkreeg Pyrrhus dankzij deze huwelijksalliantie van Ptolemaeus financiële hulp en troepen om zijn koninkrijk te heroveren, maar dit was wel op voorwaarde dat hij in de toekomst Demetrius zou tegenwerken. Pyrrhus keerde terug naar Epirus in 297 v.Chr.; Neoptolemus, geïntimideerd door de versterkingen en subsidies van de Egyptische koning, zag zich gedwongen de macht met Pyrrhus te delen. Kort daarna, in 296 v.Chr., in de angst dat hij vergiftigd zou worden, liet Pyrrhus Neoptolemus vermoorden tijdens een ceremonie. Niemand veroordeelde deze moord. Pyrrhus werd enige koning van Epirus en bleef het van 296 tot 272 v.Chr. In 295 v.Chr. trouwde hij met Lanassa, de dochter van de tiran van Syracuse, Agathocles. Dankzij dit huwelijk verkreeg hij de eilanden Leukas en Korkyra. Later kreeg hij een zoon met haar, Alexander.
Eerste jaren van heerschappij Als koning nam Pyrrhus eerst de binnenlandse aangelegenheden van Epirus onder handen. Hij stelde hetzelfde rechtssysteem als dat van Athene in. Hij beval de herders in de bergen een keuze te maken tussen welke soorten ze zouden hoeden en hij verbood het dat kinderen onder de vier jaar zelf een kudde hoedden. Deze maatregelen bereikten het beoogde effect: de economie rond de herders kende een zekere welvaart, en Epirus kreeg een erg grote veestapel. Het is waarschijnlijk dat Pyrrhus ook beroep deed op de bergbewoners om in zijn leger te dienen. Hij hervormde ook het leger zelf; waar de soldaten vroeger enkel lichtbewapend waren met werpsperen, werd er een falanx gevormd naar Macedonische stijl. Pyrrhus integreerde ook krijgsolifanten in zijn leger. Uiteindelijk leerde hij zijn soldaten ook versterkingen op te zetten, die misschien op hetzelfde model gebaseerd waren als de Romeinse kampen.
In 295 v.Chr. waren er interne strubbelingen in Macedonië. De twee zonen van Kassander, Antipater en Alexander wilden beide de kroon. Deze laatste deed een beroep op Pyrrhus, die zich liet meeslepen in de daaropvolgende burgeroorlog. Door te helpen in de oorlog kon Epirus Parauia, Atintanië, Tymphaia, de kust tussen Apollonia en Epidamnos, Athamanië, Amphilochië, Acarnanië en de stad Ambracia annexeren. Pyrrhus maakte van deze laatste stad de hoofdstad van zijn rijk. Zo werd het grondgebied van Epirus van 8000 tot 20.000 vierkante km uitgebreid. Nu Epirus beschikte over een lange kust met veel havens en de schepen die zijn vazalstaat Korkyra gaf, kon het relaties onderhouden met de Grieken in Magna Graecia en Syracuse. Dankzij dit werd het land veel minder afhankelijk van Macedonië en werd het veel rijker. Pyrrhus was, net als de meeste hellenistische heersers, polygaam; hij trouwde in 292 v.Chr. met Bircenna, de dochter Bardylis II, een heerser van Illyrië. Hierna trouwde hij met een dochter van Audoleon, de koning van de Paeoniërs, waardoor ook de band met de landen aan zijn grenzen verstevigd werden. Pyrrhus kreeg bij Bircenna zijn derde zoon, die hij Helenus noemde. Omdat Lanassa het niet kon verdragen dat Pyrrhus nu ook 'barbaarse' vrouwen had, scheidde ze van hem, en in 290 v.Chr. trouwde ze met Demetrius Poliorcetes.
Op dat moment begon Pyrrhus, die toen hoogstens 10.000 soldaten onder zijn bevel had, zijn expansiepolitiek. Hij keerde zich tegen zijn oude bondgenoot Demetrius, die net Alexander van Macedonië had laten vergiftigen en diens land was binnengevallen. Met de hulp van de opstandige Thebanen en Aetoliërs versloeg Pyrrhus in 290 v.Chr. Pantauchus, een generaal van Demetrius. Deze slag vond plaats ergens in Aetolië. In deze slag werd Pyrrhus' moed nog maar eens duidelijker. Daarna stak hij de pas van Metsovo over, bereikte het meer van Castoria, veroverde Edessa en maakte zich zo meester van de helft van het koninkrijk Macedonië. In de lente van 288 v.Chr. verbrak Pyrrhus de vrede die hij enkele maanden daarvoor gesloten had met Demetrius, en bij Beroia deserteerden Demetrius' soldaten en sloten zich aan bij de Epiroot. Enkele maanden later kwam hij Athene binnen als bevrijder; de Atheners gaven hem een standbeeld. In de lente van 287 v.Chr. viel Pyrrhus Thessalië binnen, waar hij de troepen van Antigonus Gonatas, de zoon van Demetrius, op de vlucht joeg. Zo werd Pyrrhus, de koning van Epirus, in 286 v.Chr. ook koning van Macedonië en Thessalië.
Maar deze snelle veroveringen van een verdeeld land verzwakte de macht van Pyrrhus: in 285 v.Chr. slaagde de koning van Thracië, Lysimachus, erin Oost-Macedonië en Thessalië te veroveren. Daarna wijdde Pyrrhus zich aan het verder perfectioneren van zijn leger. Nadat Lysimachus verslagen was door Seleucus, werd Ptolemaeus Ceraunus koning van Macedonië in augustus/september 281 v.Chr., nadat hij zelf Seleucus had vermoord. Pyrrhus kreeg van hem genoeg geld om 5.000 infanteristen, 400 cavaleristen en twintig olifanten te financieren. Pyrrhus gebruikte ze tijdens de winter van 281/280 v.Chr. om een groot invasieleger op de been te brengen: de Tarentijnen, bedreigd door de uitbreidende Romeinse Republiek, stuurden een delegatie naar Epirus en overhaalden hem om hen te helpen. Zoals Plutarchus zegt: "aangezien hij degene was van alle koningen die het meest tijd had en het meest voor oorlog voelde." De Griekse biograaf beschrijft de gebeurtenissen die tot de alliantie tussen de koning van Epirus en de Grieken uit Magna Graecia leidde:
Voor deze alliantie kunnen de troepen van Pyrrhus al 26.000 infanteristen, 2.000 boogschutters, 5.000 slingeraars en 50 olifanten bedragen hebben.
Oorlog tegen Rome thumb|Magna Graecia in 280 v.Chr.
Pyrrhus was voor de keuze gesteld: ofwel de kampioen van het hellenisme worden tegen de barbaren uit het westen, ofwel een rijk voor zichzelf opbouwen in Italië. Pyrrhus besloot dat laatste te doen en tussenbeide te komen in Magna Graecia. De filosoof Cineas probeerde hem echter op andere gedachten te brengen. Daarop volgde de beroemde dialoog die verteld werd door Plutarchus in zijn Leven van Pyrrhus. De Epirotische koning bleef echter achter zijn besluit staan. Hij begon zijn leger voor te bereiden op de nakende veldtocht: nadat hij de Epirotische contingenten en de Macedoniërs die gestuurd waren door Ptolemaeus Ceraunus getraind had, verzamelde hij in Korkyra oorlogs- en transportschepen op zijn leger over te zetten naar Italië. Verder was hij ook nog bezig met diplomatie met zijn Tarentijnse bondgenoten. Uiteindelijk slaagde hij erin hen te overhalen een Epirotisch garnizoen in de citadel van de stad toe te staan. Hij stuurde ook Cineas als ambassadeur naar die stad. Hij verkreeg ook schepen van Antigonus Gonatas en geld van Antiochus. Hij ging zelfs naar het orakel van Delphi, dat hem een schijnbaar positief antwoord gaf, maar eigenlijk was het dubbelzinnig: "Ik zeg, Aeacide, dat je de Romeinen kan overwinnen." ofwel het omgekeerde: "Ik zeg, Aeacide, dat de Romeinen je kunnen overwinnen." ("Aio te, Aeacida, Romanos vincere posse", Quintus Ennius). Pyrrhus vertrok naar Italië in mei 280 v.Chr. Zijn vloot kwam in een storm te zitten, waardoor enkele schepen uit koers geraakten en de hoofdvloot niet meer konden terugvinden. Toen Pyrrhus echter aankwam in Tarentum, wierf hij de jonge Tarentijnen aan in zijn leger, sloot het gymnasion en het theater van de stad, verbood symposia en legde de stad erg impopulaire belastingen op. Verschillende stammen, waaronder de Lucaniërs, Bruttii en Messapiërs sloten zich bij hem aan, waardoor maximum 35.000 man aan Pyrrhus' leger toegevoegd werd.