De Kroon van Castilië was een unie van de koninkrijken León en Castilië.
De Kroon van Castilië als historische entiteit begint, zo neemt men over het algemeen aan, in 1230, met de finale en definitieve unie van de twee koninkrijken. Of de feitelijke unie van hun parlementen enkele decennia later. In 1230 was het de kroning van Ferdinand III "de heilige" tot koning van Castilië en León (dat de oude koninkrijken Galicië en Asturië omvatte).
Twee koninkrijken: León en Castilië Het koninkrijk León ontstond uit het oude koninkrijk Asturië. Het koninkrijk Castilië verscheen oorspronkelijk als een graafschap van het koninkrijk León. Tussen de tweede helft van de 10e eeuw en de eerste helft van de 11e eeuw verschoof het van León naar het koninkrijk Navarra. Korte tijd later werd het een onafhankelijk koninkrijkje.
De koninkrijken León en Castilië waren eerder al bij twee verschillende gelegenheden verenigd: In 1037 werden beide rijken onder Ferdinand I van León voor het eerst verenigd. Na zijn dood werden ze verdeeld onder zijn zoons zoals toen volgens Spaanse traditie de gewoonte was. Van 1072 tot 1157 waren beide weer verenigd onder Alfonso VI en Alfons VII van Castilië. Na de dood van de laatste werden de verscheidene koninkrijken weer onder de zoons verdeeld.
Ferdinand III "de heilige" ontving Castilië van zijn moeder Berenguela van Castilië in 1217 en in 1230 verkreeg hij León van zijn vader Alfons IX van León. Vanaf dan werden beide rijken verenigd onder de naam koninkrijk Castilië en León, later als Kroon van Castilië. Ferdinand III zou vervolgens nog het koninkrijk verder uitbreiden met de vallei van de Guadalquivir terwijl zijn zoon Alfons het koninkrijk Murcia zou veroveren op Al-Andalus.
De koningen van de Kroon van Castilië hielden de titels van koning van Castilië, León, Toledo, Galicië, Murcia, Jaén, Córdoba, Sevilla en heer van het Baskenland. De kroonprins droeg de titel prins van Asturië (het oude kernland van het koninkrijk León).
De Unie van de Cortes Vrijwel ogenblikkelijk na de unie onder Ferdinand III werden de Cortes van beide koninkrijken samengevoegd. In dit samengevoegde parlement zaten drie fracties, overeenkomend met de drie standen: de adel, de kerk en het volk. Er waren vertegenwoordigers van Castilië, León, Galicië, Toledo, Navarra en de Baskische provincies. Het aantal steden dat vertegenwoordigers mocht afvaardigen naar de Cortes varieerde in de loop der jaren, maar na lang aandringen door de steden liet Johan I vastleggen dat de volgende steden afgevaardigden mochten sturen: Burgos, Toledo, León, Sevilla, Córdoba, Murcia, Jaén, Zamora, Segovia, Ávila, Salamanca, Cuenca, Toro, Valladolid, Soria, Madrid, Guadalajara en Granada (na 1492).
Onder Alfons X van Castilië ("de Wijze") was het merendeel van de Cortes van beide koninkrijken voortdurend samen. Toch kwam het tijdens zijn regering nog enkele malen voor dat beide Cortes afzonderlijk vergaderden. Vanaf 1301 eisten de vertegenwoordigers dat de parlementen permanent verenigd zouden worden.
Oorspronkelijk behielden de verschillende rijken en steden hun individuele historische rechten waaronder de oude fuero van Castilië en de verschillende fuero's van de raden van Castilië, León, Extremadura en Andalusië. Maar weldra werd een wet opgesteld die voor het hele koninkrijk zou gelden. Deze wet was gebaseerd op de Siete Partidas (c. 1265), de Ordenamiento de Alcalá (1348) en de Leyes de Toro (1505). Deze wetten bleven in gebruik tot in 1889 een nieuw burgerlijk wetboek (el Código Civil Español) werd opgesteld dat voor geheel Spanje geldt.
De Spaanse taal en universiteiten In de 13e eeuw werden er vele talen gesproken in de koninkrijken van León en Castilië waaronder Castiliaans, Asturisch-Leonees, Baskisch en Galicisch. Maar doorheen de eeuw won het Castiliaans aan belang als de taal voor cultuur en communicatie. Een voorbeeld hiervan is het 'Cantar de Mio Cid'.
In de laatste jaren van de regering van Ferdinand III begon men het Castiliaans ook te gebruiken voor bepaalde documenten maar het was tijdens de regering van Alfons X dat het de officiële taal werd. Van dan af werden alle publieke documenten, evenzo werden alle vertalingen niet langer naar het Latijn maar naar het Castiliaans gedaan. Over het hoe en waarom van deze evolutie bestaat er nog discussie. Langs de ene kant heb je er overtuiging dat dit te danken was aan de kracht van de taal, langs de andere kant is er de stelling dat het kwam door de invloed van de Hebreeuws sprekende intellectuelen die eerder vijandig stonden tegenover het Latijn, de taal van de katholieke Kerk.
Eveneens ontstonden er in de 13e eeuw vele universiteiten in Castilië waarvan sommige, zoals Salamanca en Palencia tot de eersten in Europa behoorden. In 1492 onder het Katholieke koningspaar werd de eerste editie van de Grammatica van het Castiliaans gepubliceerd door Antonio de Nebrija.
14e-15e eeuw: koninkrijk van de Trastamaras thumb|De Kroon van Castilië in 1400.
Troonsbestijging van de Trastamaras Na de dood van Alfons XI ontstond er een dynastiek conflict tussen zijn zoons Peter I en Hendrik dat gerelateerd is aan de Honderdjarige Oorlog. Alfons XI was getrouwd geweest met Maria van Portugal waarmee hij een zoon en erfgenaam had Peter. Doch al vrij snel liet hij zijn vrouw in de steek en ging hij openlijk samenwonen met Leonora de Guzma met wie hij verscheidene kinderen kreeg, waaronder Hendrik, Graaf van Trastamara die zijn halfbroer de troon betwistte.
In deze strijd ging Peter een alliantie aan met Eduard, prins van Wales bijgenaamde de "Zwarte Prins". In 1367 versloeg Eduard Hendrik in de slag bij Nájera. Doch toen Eduard merkte dat Peter zijn afspraken niet kon nakomen liet hij hem in de steek. Hendrik die in ballingschap leefde in Frankrijk rook ondertussen zijn kans. Met hulp van de Franse veldmaarschalk Bertrand du Guesclin kon hij in 1369 Peter verslaan in de Slag bij Montiel, waarna hij zijn halfbroer liet ombrengen.
In 1371 trouwde Jan van Gent - broer van Eduard de Zwarte Prins - Hertog van Lancaster met Constance, de dochter van Peter. In 1388 eist hij vervolgens in naam van zijn vrouw de troon van Castilië op omdat zij volgens de Cortes van Sevilla van 1361 de wettige erfgename was. Toen Jan in A Coruña landde met een leger en oprukte door Castilië, kwam Hendriks zoon Johan met een compromis: hij stelde een huwelijk voor tussen zijn zoon Hendrik en de dochter van Jan Catharina van Lancaster. Speciaal voor hen werd de titel 'prins van Asturië' gecreëerd. Op deze manier versterkte hij het Huis Trastámara en bracht hij vrede tussen Engeland en Castilië.
De relatie met de Kroon van Aragon Gedurende de regering van Hendrik II, bijgenaamd el Doliente (= de Lijder), overschaduwde de koninklijke macht die van machtige Castiliaanse adel die daardoor kort gehouden werden. In de latere jaren van zijn regering delegeerde Hendrik wat van zijn macht naar zijn broer Ferdinand van Antequera die zou optreden als regent samen de koningin Catharina van Lancaster gedurende de minderjarigheid van de kroonprins Johan. Na het Compromis van Caspe in 1412 verliet Ferdinand Castilië om de troon te bestijgen in Aragon.
Na de dood van zijn moeder in 1418 besteeg Johan II op 14-jarige leeftijd de troon en trouwde hij met zijn nicht Marie van Aragon. Door zijn jeugdige leeftijd liet hij veel over aan Álvaro de Luna de minnaar van wijlen zijn moeder. Hierdoor kregen de hovelingen buitenproportioneel macht, waarna een conflict ontstond tussen deze hovelingen en de Castiliaanse adel en het Huis van Aragon. Toen Aragon de oorlog die hierop volgde verloor, werden de leden van de koninklijke familie ervan verbannen uit Castilië.
Johan trad in 1447 (voor de tweede maal) in het huwelijk met Isabella van Portugal (1428-1457), die in 1453 op drastische wijze een einde maakte aan de invloed van de hovelingen. Ook de Luna, die grote populariteit genoot bij de lagere klassen, viel in ongenade: hij werd gearresteerd en onthoofd. Johan II overleed in 1454, en werd opgevolgd door zijn zoon Hendrik IV.
Tweede Successieoorlog Hendrik IV tracht zonder succes de vrede met de adel te herstellen. Hij wordt hierom ook wel de "Machteloze" genoemd. Toen zijn tweede vrouw Johanna van Portugal het leven schonk aan een dochter, eveneens Johanna genaamd, werd algemeen aangenomen dat zij de dochter was van Beltrán de la Cueva, een van de belangrijkste ministers van Hendrik IV, met wie de koningin een affaire had. Onder druk gezet door rellen en eisen van de edelen ondertekende Hendrik een verdrag waardoor de troon naar zijn broer Alfonso zou gaan en Johanna zou worden uitgesloten van de lijn van opvolging. Toen zijn broer na een ongeval stierf volgde een nieuw verdrag waardoor zijn halfzus Isabella hem zou opvolgen in ruil waarvoor hij haar man zou kiezen.
Het Katholieke koningspaar: unie met de Kroon van Aragon thumb|Het katholieke koningspaar: Ferdinand II van Aragon en Isabella I van Castilië. In oktober 1469 trouwden Isabella en Ferdinand, erfopvolger van de troon van Aragon in het geheim in de Palacio de los Vivero in Valladolid. Het gevolg hiervan was de dynastieke unie van de Kroon van Castilië met de Kroon van Aragon toen Ferdinand in 1479 in Aragon de troon besteeg. Deze unie werd pas definitief met hun kleinzoon Karel I(V). Ferdinand en Isabella werden zelfs geëxcommuniceerd vanwege hun nauwe verwantschap en het feit dat ze zonder pauselijke goedkeuring getrouwd waren. Paus Alexander VI gaf hen echter de titel het Katholieke koningspaar (Los Reyes Católicos), nadat zij de Oorlog van Granada (1482-1492) wonnen, en daarmee een einde maakten aan de 8 eeuwen durende Moorse aanwezigheid op het Iberisch Schiereiland.
Hendrik IV, de halfbroer van Isabella beschouwde het huwelijk echter als een inbreuk op het verdrag van Tratado de los Toros de Guisando dat bepaalde dat Isabella de troon zou krijgen mits hij haar echtgenoot uitkoos. Hendrik wilde namelijk eerder een alliantie met Portugal of Frankrijk dan met Aragon. Daarom besloot hij zijn dochter Johanna alsnog als erfgename aan te duiden. Na zijn dood in 1474 brak de Castiliaanse Successieoorlog uit, waarbij Johanna de steun kreeg van Portugal, en Isabella via haar man werd gesteund door Aragon en later ook door Frankrijk. Uiteindelijk kwamen Isabella en haar man in 1479 als overwinnaars uit de strijd.
Na deze overwinning en de troonsbestijging van Ferdinand waren beide kronen verenigd onder dezelfde vorsten. Desondanks bleven beide koninkrijken administratief gescheiden, elk met zijn eigen identiteit en wetten. Ook beide parlementen bleven gescheiden. Het enige gemeenschappelijke instituut zou de Spaanse Inquisitie worden. Hoewel beide vorsten één gemeenschappelijke titel droegen, hield ieder zich louter met zijn eigen gebieden bezig - al werden de beslissingen wel gemeenschappelijk genomen. Door zijn centrale ligging en grotere oppervlakte werd Castilië de dominante partner in de unie.
Dankzij de Reconquista was de Castiliaanse aristocratie zeer machtig geworden. De vorsten moesten echter hun macht over de adel en de clerus doen gelden daar stichtten ze de Consejo de la Hermandad die bekend zou worden als de Santa Hermandad (Heilige Broederschap) die moest dienen als een soort politiemacht om de burgers te beschermen. Verder namen ze maatregelen tegen de adel, ze verwoestten feodale burchten, verboden privé-oorlogen en verminderden de macht van de Adelantados (een gouverneurachtige militaire instelling). De verschillende militaire orden werden in 1495 verenigd onder de Consejo de las Órdenes die de koninklijke macht versterkte boven de feodale en de instelling van de Audiencia als het hoogste rechthof. De vorsten zochten ook de steden beter te controleren. In de Cortes van Toledo in 1480 creëerden ze de corregidores, afgevaardigden van de Kroon om toezicht uit te oefenen op de gemeenteraden.