In de bedrijfskunde en het bedrijfsleven (in ruime zin) komen zeer veel woorden voor die binnen dat vakgebied een specifieke betekenis hebben, en daarbuiten niet worden gebruikt, of in een heel andere betekenis. De gegeven betekenis is hier erg kort gedefinieerd, in het algemeen zal in een artikel zelf, als dat er is, meer staan. Veel bedrijfskundige termen zijn door de Anglo-saksische invloed Engelse leenwoorden, hoewel er soms Nederlandstalige synoniemen bestaan.

Accountant Iemand die de (financiële) handelingen en rapportages van organisaties controleert. Dit kan zowel een interne als een externe accountant betreffen. Accountmanager Werknemer die verantwoordelijk is voor het contact tussen een klant en het bedrijf. Afschrijving De boekhoudkundige waardevermindering van een actief tijdens diens economische levensduur, vergelijkbaar met slijtage. Back Office Een in de financiele wereld met name bij banken gangbare term voor de bedrijfsafdelingen die infrastructurele ondersteuning bieden zoals IT, Operations, clearing en settlement, HR. Zij staan zelfs niet indirect in contact met klanten of de core business, en dergelijke taken worden soms uitbesteed. Bandbreedte Het door minimum en maximumsalaris begrensd bereik dat een onderneming hanteert voor verschillende functies en niveau´s van senioriteit. Bedrijfsresultaat De omzet minus de kosten. Bedrijfsonderdeel / Departement Een afgebakend onderdeel van een onderneming met eigen taken en verantwoordelijkheden. Belastbare of fiscale winst De ondernemingswinst waarover het belastingtarief wordt toegepast, na bedrijfseconomische vaststelling en belastingtechnische correcties. Benchmarking Vergelijkende test van de verschillende spelers in een markt. Boardroom Vergaderruimte. Beschermingsconstructie Juridische maatregelen die een vijandige overname moeten voorkomen dan wel bemoeilijken, bijvoorbeeld het certificeren van aandelen. Boekhoudschandaal Een situatie waarin blijkt dat een jaarrekening een te rooskleurig beeld van de stand van zaken in een onderneming heeft gegeven. Business angel Vermogende particulier die startende ondernemingen kapitaal verstrekt. business process outsourcing uitbesteding van bedrijfsprocessen Business Continuity Management Voorbereidingsmaatregelen, waaronder procedures en processen, instructies, verzekeringen, backup IT-capaciteit en kantoorruimte etc., ter verzekering van de continuïteit van een onderneming in geval van een gebeurtenis die deze kan bedreigen (overstroming, brand, aardbeving, epidemie, terroristische aanslag, cyberaanval, etc.). Bonus Een meestal aan het eind van het jaar vallende extra beloning bovenop het juridisch afdwingbare salaris, vaak betaald uit de jaarwinst of winstreserves, evenals als het dividend. Hieraan ligt een bonuspool ten grondslag, het deel van de winst dat voor bonusuitkeringen gereserveerd is. Caroussel Een structuur waarin dezelfde vennootschappen meerdere malen transacties met elkaar verrichten. Dit kan een frauduleuze achtergrond hebben. Cashflow De geldstromen die een onderneming binnenkomen en verlaten. CEO (Chief Executive Officer) Engelse term voor algemeen directeur van een bedrijf. CFO (Chief Financial Officer) Engelse term voor financieel directeur van een bedrijf. COO (Chief Operational Officer) Engelse term voor directeur die het primaire proces van een bedrijf leidt (de 'operations'), waarin de producten en diensten worden voortgebracht die aan de klanten worden geleverd. CCO (Chief Commercial Officer) Engelse term voor de commercieel directeur van een bedrijf. Chasen Het contact leggen met iemand teneinde deze persoon eraan te herinneren dat hij of zij nog iets moet doen (bijvoorbeeld debiteuren bellen teneinde ze te overreden hun uitstaande rekeningen te betalen). Churning Diensten (veelal ongevraagd) verrichten die voor de klant geen toegevoegde waarde hebben teneinde meer te kunnen factureren. Compliance 1. Het geheel aan procedures waarmee wordt verzekerd dat een organisatie werkt in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving. 2. De bedrijfsafdeling die zich hiermee bezighoudt. Compliance officer Een werknemer, meestal in een managementfunctie, die de eindverantwoordelijkheid draagt voor compliance van een organisatie. Deze dient onafhankelijk te opereren en mag in principe geen contact met klanten hebben, ten einde belangenverstrengeling te vermijden. Concern (ook wel groep) : Een groep gelieerde entiteiten die samen een onderneming uitoefenen. Debiteurenbeheer / Debiteuren / Credit control Bedrijfsafdeling die zich met debiteurenbeheer bezighoudt, oftewel het bewaken van uitstaande facturen. Demotie of degradatie Een werknemer overplaatsen naar een lagere functie. Dividend De winstuitdeling voor de aandeelhouders. Directeur Bestuurder van een onderneming, of een bestuurder in een naamloze vennootschap. Dit kan zowel een bestuurder in juridische zin of een manager in de hiërarchie van de onderneming betekenen. Een variant is de Managing Director (MD) die meestal aan het hoofd van een kantoor staat. Disciplinaire sanctie Een sanctie, opgelegd door een werkgever aan een werknemer in het kader van zijn arbeidsovereenkomst, ten gevolge van misstappen. Bij deze misstappen kan men denken aan misdragingen, misbruik van bedrijfseigendom, lekken van informatie, nalatig of opzettelijk handelen in strijd met policies, procedures of de wet, diefstal, herhaaldelijk te laat komen, etc. Bij maatregelen kan men denken aan een verplichte training, berisping of waarschuwing in verbale of geschreven vorm, onbetaald verlof, demotie en ontslag (in het ernstigste geval op staande voet en gepaard gaand met aangfte bij de politie). Dochtermaatschappij Vennootschap wiens aandelen door een andere vennootschap worden gehouden. EBITDA Afkorting voor Earnings Before Interest, Taxes, Depreciation and Amortization, de brutowinst minus aftrek van overheadkosten van een bedrijf. Zie ook EBIT en EBT. Emolumenten Beloningen die buiten de primaire arbeidsbeloning (het salaris) vallen. Dit betreft meestal voordelen in natura. Finance De bedrijfsafdeling die zich met bedrijfsfinanciën bezighoudt. First-, Second- en Third Line of Defense (ook wel LoD1, -2 en -3) De metaforische ´verdedigingslinies´ tegen non-compliance of regulatoir risico: LoD1 omvat het Front Office, oftewel alle werknemers de contact hebben met de klant. Zij worden geacht opmerkzaam te zijn op risico´s en deze waar nodig te signaleren en te managen. LoD2 wordt gevormd door Risk Management en Compliance, dat apart hierop controleert. LoD3 wordt gevormd door de interne audit, die controle achteraf voltrekt. Vaak wordt ook gesproken van een Fourth Line of Defence, dit is regulator of supervisor die de onderneming controleert en waar nodig corrigeert. Dit model is een uitvloeisel van het principe dat compliance de verantwoordelijkheid is van iedere werknemer in de onderneming. LoD1 zijn de fee earners, LoD2 en LoD3 zijn ondersteunend, en LoD4 is extern. Fixed fee Ook wel bekend als vaste vergoeding. Een beloningssysteem waarbij een dienstverlener of leverancier per prestatie een vaste vergoeding ontvangt. Zie ook stukloon. Freelancer Iemand die werkzaamheden voor verschillende opdrachtgevers verricht bij wie hij niet in dienstbetrekking is. Front Office Een in de financiele wereld met name bij banken gangbare term voor de bedrijfsafdelingen die direct contact met de klant hebben. Dit komt meestal overeen met de fee-earners en vaak zijn hier de best betaalde en meest prestigieuze banen. Fusie Het samengaan van twee of meer bedrijven waarbij de bedrijfskundige term, anders dan de juridische, inhoudt dat er min of meer gelijkwaardigheid bestaat tussen de partners. Zo niet, dan spreken we van een overname. In economische spreekt men van aandelenfusies (ook wel share deal, de koop van alle aandelen van een vennootschap), bedrijfsfusie (of asset deal, de overname van alle activa en passiva), en de juridische fusie (het juridisch samensmelten van twee entiteiten). In economische zin is er juridisch vaak sprake van een herstructurering aan de top. Gardening leave Eufemischische term voor het naar huis sturen van een werknemer tijdens de opzegtermijn van zijn ontslag, bijvoorbeeld omdat hij niet meer gemotiveerd is, de atmosfeer zal verstoren, of ter voorkoming van wraakacties. De letterlijke vertaling is: verlof om in de tuin te werken. Golden Parachute Beding dat een vertrekkende bestuurder bij gedwongen vertrek een zeer riante ontslagvergoeding toekent. Gouden handdruk (Riante) ontslagvergoeding. Greenfield Een nieuwe vestiging openen zonder een bestaand bedrijf over te nemen. De vestiging wordt dus "vanaf het groene veld" opgebouwd door de onderneming. Haircut Korting die crediteuren (moeten) accepteren op betaling op hun uitstaande vordering jegens een in financiele moeilijkheden of faillissement verkerende onderneming. Dit kan neerkomen op gedeeltelijke kwijtschelding. Holding of houdstermaatschappij Een vennootschap die aandelen (en vaak de controle) in andere vennootschappen houdt. Humanresourcemanagement (HRM of Personeelsbeleid) Het bedrijfsonderdeel of de wetenschap die zich bezighoudt met het personeel en alle aspecten die daarbij komen kijken, zoals werving en binding, afvloeiing en ontslag, en salariëring. IT De bedrijfsafdeling die zich met IT bezighoudt. Deze omvat meestal een IT-helpdesk waar werknemers met problemen met hun computer, bedrijfstelefoon of laptop terecht kunnen. Joint Venture Samenwerkingsverband tussen twee of meer ondernemingen waarbij beiden iets inbrengen, maar hun zelfstandigheid behouden. Junior Een beginnende werknemer, vaak met minder dan 5 jaar ervaring. Juridische zaken / Legal De bedrijfsafdeling die de juridische zaken van het bedrijf bewaakt. Deze wordt meestal geleid door een bedrijfsjurist (inhouse counsel). Kasgeldvennootschap of cashbox Een vennootschap die voornamelijk liquide middelen houdt, bijvoorbeeld omdat deze alle activa verkocht heeft in het kader van beëindiging van de onderneming. Kasrondje Het circuleren van liquide middelen tussen dezelfde vennootschappen, vaak met fiscale of soms frauduleuze motieven. Kartel Marktverdelende samenwerking tussen twee of meer ondernemingen. Dergelijke afspraken zijn in delen van de wereld verboden. Kengetal Een getal dat de verhouding tussen bepaalde financiële posten uit de (jaar)cijfers weergeeft. Kernactiviteit of core business De activiteit van een onderneming waarmee het zijn inkomen verdient. Werknemers binnen deze activiteit worden ook wel aangeduid met ´free earners´. KPI (Key Performance Indicator) Een doelstelling (target) aan de hand waarvan het functioneren van iemand of iets wordt beoordeeld. Kredietrating Indicatie van de kredietwaardigheid van een onderneming, nationale overheid of obligatielening. Belangrijkste verstrekkers van ratings zijn Fitch, Standard & Poor's en Moody's. Manager Werknemer met een leidinggevende positie, of een bestuurder in een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. De managers worden gezamenlijk aangeduid met management, waarbij men soms onderscheid maakt tussen hoger management (managers die leiding geven aan andere managers) en middenmanagement (managers die leiding geven aan uitvoerend niet-leidinggevend personeel). Een tweede betekenis van de term management is de aansturende activiteiten die een manager verricht. Marketing Het planmatig bij elkaar brengen van bestaande of potentiële producenten van een product of dienst met bestaande of potentiële klanten. Medior Een werknemer met enige ervaring, vaak 3 tot 6 jaar. Middle Office Een in de financiele wereld met name bij banken gangbare term voor de bedrijfsafdelingen die directe ondersteunende taken verrichten voor de dienstverleners. Zij staan hooguit indirect in contact met de klant of de core business.