Deze pagina beschrijft de Rooms-katholieke klerikale kledij, gedragen door leken, seminaristen, diakens, priesters, prelaten, bisschoppen, kardinalen en de paus van de Rooms-Katholieke Kerk. Er zijn duidelijke verschillen tussen de situatie van voor en na het Tweede Vaticaans Concilie. Ook zijn er verschillen tussen landen, zelfs in twee dicht bij elkaar gelegen gebieden zijn soms grote verschillen in wat gebruikelijk is. Ten slotte zijn er verschillende kledingvoorschriften voor de vele rangen en standen binnen de Kerk en zijn er verschillen in dagelijkse kleding, in koorkleding en in liturgische kleding. De verschillen in kledij zijn soms subtiel, maar wel wezenlijk voor het aanzien en gezag van de drager. Men kan aan de kledij precies de rang en stand van een functionaris zien. Dit geldt in hoge mate voor het hoofddeksel van de niet religieuzen, de bonnet.
Onder koorkleding wordt verstaan: De kleding die wordt gedragen door alle geestelijken en leken die een taak hebben binnen de viering, maar niet de hoofdcelebrant zijn. Dit omvat onder andere misdienaars, lectors en leden van het koor. Deze personen bevinden zich tijdens de viering in het koorgedeelte van de kerk, waarnaar de kleding is vernoemd.
Onder liturgische kleding wordt verstaan: De kleding die wordt gedragen door de celebrant (de priester of bisschop) en eventuele concelebranten tijdens de mis of andere sacramentele vieringen. Deze verrichten liturgische handelingen, waarnaar de kleding is vernoemd.
De dagelijkse kledij van religieuzen wordt in dit artikel buiten beschouwing gelaten. Er zijn zo veel verschillende ordes en congregaties met ieder hun eigen voorschriften dat het ondoenlijk is alles in één artikel te verwerken.
Dagelijkse dracht Tot het Tweede Vaticaanse Concilie was wereldwijd de soutane met het priesterboord gebruikelijk. Na dit concilie werd in Nederland een donker pak met zwart overhemd en clericale boord voorgeschreven.Toepassingsbesluiten bij de Codex Iuris Canonici van de Nederlandse bisschoppenconferentie, 31 januari 1989.
De soutane wordt door sommigen nog gedragen bij bijzondere gelegenheden. Jonge priesters, die na circa 1980 gewijd zijn, kleden zich over het algemeen met clericale boord. Tegen de bepalingen van de bisschoppenconferentie in dragen oudere priesters meestal burgerkleding, al of niet met een klein kruisje. Er is sprake van een heropleving van het gebruik van de soutane, de priesterboord en de bonnet door jonge priesters. Enkele seminaries schrijven de soutane voor aan seminaristen.30 seminaristen ontvangen tonsuur en soutane Op zaterdag 24 oktober hebben in totaal 30 seminaristen van de twee seminaries [Wigratzbad (D) en Denton (VS)] van de priesterbroederschap Sint Petrus (FSSP) de tonsuur ontvangen. Bovendien hebben zij hun burgerlijke kleding afgelegd en dragen vanaf nu een soutane. Nieuwsbericht, Sint-Agneskerk Amsterdam, 30 oktober 2009.
Niet gewijde personen Leken Een leek is iemand die geen wijding heeft ontvangen. Dit kunnen zowel mannen als vrouwen zijn. Leken kunnen op verschillende wijze assisteren in de liturgie. Zij kunnen zelfs een gebedsdienst leiden als een gewijde bedienaar niet beschikbaar is. Voor de kleding zijn er drie mogelijkheden, die niet officieel zijn vastgelegd: De leek draagt zijn eigen kleding. Meestal is dit het geval wanneer een leek een Schriftlezing leest, of de voorbeden verzorgt. De leek verblijft dan ook maar korte tijd op het koor. De leek draagt een rode of zwarte toog met superplie. Dit is meestal het geval bij de misdienaars, maar soms ook bij aangestelde lectoren en acolieten. Omdat aangestelde lectoren en acolieten een bisschoppelijke opdracht hebben, zijn zij net een rang hoger dan leken die dit niet hebben. Dragen zij een toog met superplie, dan is de toog altijd zwart, nooit rood. De leek draagt een albe, al dan niet met cingel. Soms dragen misdienaars een albe, in plaats van een toog met superplie, maar meestal zijn het de aangestelde lectoren, de acolieten, de catechisten of de pastoraal werkers die een albe dragen.
Het is leken niet toegestaan een dalmatiek, kazuifel, stola en dergelijke te dragen. Zelfs niet als zij de dienst leiden, bijvoorbeeld een woord- en communiedienst. Soms dragen pastoraal werkers een soort driehoekige stola, dit is echter officieel niet toegestaan. Een schoudervelum mag wel door een leek worden gedragen, bijvoorbeeld bij de uitstelling van het Allerheiligste.
Koster-Voorzanger-Orgelist Koster en voorzanger dragen vaak een zwarte albe die de mogelijkheid moet bieden om gemakkelijk te gaan zitten, zonder gehinderd te worden door de lange soutane en/of een koorhemd, de rochet-albe. Voor de orgelist is dat ook om de pedalen van het orgel te kunnen bespelen zonder verstrikt raken van de voeten in de zoom van deze gewaden. Daarover een wit roket of rochet of roket-albe met lange mouwen. Er werd ook een zwart hoedje gedragen: een rond cilindervormig zwart hoofddeksel, van ongeveer 6 à 8 cm hoogte. Zangers en zangkoren dragen meestal lange alben of lange soutanes in veel verschillende kleuren, waaronder rood, groen, fuchsia, koningsblauw en zwart toch het meest voorkomen. Soms is het bedoeld als uniform om het verschil tussen mannen en vrouwen te vervagen, soms is het echt nodig tegen de kou in vele kerken en basilieken.
Seminaristen Seminaristen zijn leken en daarom geldt voor hun liturgische kleding hetzelfde als bovenstaande kleding. In traditionalistische kringen dragen deze priesters in opleiding ook wel een bonnet. Als dagelijkse kleding droegen seminaristen vroeger een geheel zwarte soutane en zwarte bonnet, maar zonder zwarte sjerp en mozetta. Na het Tweede Vaticaans Concilie is dit in onbruik geraakt, maar niet verboden. Met name in Italië dragen de seminaristen vaak een priesterhemd of een soutane. Het priesterhemd is meestal zwart, maar het kan ook grijs, wit of nog een andere kleur zijn, maar geen paars. Een paars hemd met priesterboord is (zij het onofficieel) gereserveerd voor de bisschop. Draagt een seminarist een soutane, dan is deze volledig zwart (dus ook met zwarte zoom en zwarte knopen).
Vóór het Tweede Vaticaans Concilie kreeg een seminarist de wijding tot subdiaken. De subdiaken droeg in de liturgie een albe, met daarover een tunica of tuniek. Wanneer vroeger een "mis met drie heren" werd gelezen, waren de celebranten de priester, de diaken en de subdiaken, al werden al deze functies in de praktijk meestal waargenomen door priesters. De wijding tot subdiaken wordt tegenwoordig alleen nog toegediend in religieuze gemeenschappen die alleen de Tridentijnse vorm van de liturgie gebruiken. Wel kan de liturgische rol van de subdiaken in andere gemeenschappen worden vervuld door de aangestelde acoliet. Deze draagt dan ook de tunica. Hetzelfde geldt voor zogenaamde troondiakens tijdens de eucharistische aanbidding.
Gewijde personen Gewijde personen komen voor in drie 'rangen': de diaken, de priester en de bisschop. Vroeger waren er zelfs acht wijdinggraden. De drie hoogste van deze zijn overgebleven. Gewijde personen zijn altijd mannen. Het is gewijde personen verplicht herkenbaar te zijn voor gelovigen. Zo is ook de hele geschiedenis van klerikale kleding (soutane en clericale boord) ontstaan.
Diakens Het diaconaat is de enige wijding die toegankelijk is voor gehuwde mannen. Hoewel ze in alle opzichten gelijke zijn, is er een verschil tussen de "transeunt diaken" en de "permanent diaken". Een permanent diaken mag bij zijn wijding gehuwd zijn, maar er zijn ook ongehuwde permanent diakens. Een transeunt diaken is een seminarist (derhalve ongehuwd) die ter afronding van zijn studie gedurende enkele maanden (soms langer) parochiestage loopt als diaken. Daarna volgt de wijding tot priester. Voor zowel de transeunt diaken als de permanent diaken geldt:
Dagelijkse kleding Eigen burgerlijke kleding. Meestal door de permanent diaken. Omwille van de herkenbaarheid vaak een diakenkruisje. Priesterhemd met priesterboord. Sinds het Tweede Vaticaans Concilie is dat een verouderde benaming. Het is een hemd voor ieder die tot de clerus behoort, voor zowel diaken, priesters als bisschoppen. Het wordt gedragen door diakens (transeunt en permanent) en is onder meer belangrijk vanwege de kerkelijke presentie. Soms ter onderscheiding van een priester een diakenkruisje. Geheel zwarte soutane met zwarte zoom en - knopen (gelijk aan de seminarist), aangevuld met een zwarte sjerp, zwarte solideo, zwarte bonnet met zwarte pluis.
Iedere diaken, transeunt of permanent mag een clericale boord of soutane dragen. In de praktijk dragen gehuwde permanent diakens op beperkte schaal een priesterboord of een soutane. Het is echter toegestaan en daar is een goede reden voor. De permanente diaken is zowel gehuwd als gewijd en is blij en trots met beide ontvangen sacramenten. Uiteraard mag hij zijn bijzondere situatie uitdragen en hoeft hij deze niet te verstoppen. Zo helpt hij anderen aan de bewustwording van de nieuwe mogelijkheid die de Kerk zelf biedt (sinds Vaticanum II, 1962-1965).
Koorkleding Geheel zwarte soutane met zwarte sjerp, superplie en stola, maar geen zwarte mozetta. Eventueel met zwart solideo en/ of zwarte bonnet. Albe, cingel, amict, stola in de liturgische kleur. Eventueel met zwarte solideo en/ of zwarte bonnet.
Liturgische kleding De diaken draagt tijdens de Mis een albe, amict, stola in de liturgische kleur. In Nederland is het gebruikelijk dat de diaken een dalmatiek draagt (ook in de liturgische kleur). In Vlaanderen wordt de dalmatiek vrijwel alleen gedragen tijdens hoogmissen. De manipel is in onbruik geraakt, behalve tijdens een Mis in de Tridentijnse vorm. Bij bijvoorbeeld een lof, kan de diaken ook de koorkap dragen.
De stola wordt door de diaken schuin over de linkerschouder gedragen. In Vlaanderen komt het weleens voor dat de stola over de rechterschouder wordt gedragen. Dit is niet toegestaan, de stola wordt 'over het hart' gedragen.
Priesters Gewone priesters Dagelijkse kleding Eigen burgerlijke kleding. Omwille van de herkenbaarheid vaak een kruisje. Dit is echter niet toegestaan, maar het gebeurt nog vaak. Priesterhemd met priesterboord. Zoals gezegd is het priesterboord verplicht. Geheel zwarte soutane met zwarte zoom en - knopen (gelijk aan de seminarist), aangevuld met een zwarte sjerp, zwarte solideo, zwarte bonnet met zwarte pluis. Een priester die pastoor is van een basiliek, mag een zwarte bonnet met paarse pluis dragen; ook in de liturgie. Slechts 27 priesters in Nederland valt deze eer toe.
Een en ander hangt van de persoon van de priester af. Sommige priesters lopen dagelijks in soutane en andere hebben er niet eens een. Heel algemeen kan met voor Nederland en Vlaanderen het volgende zeggen: de oudere Nederlandse priesters en Vlaamse priesters dragen hun eigen kleding. De jongere Nederlandse priester draagt clergyman. De soutane is voor plechtige gelegenheden.
Koorkleding Geheel zwarte soutane met zwarte sjerp, superplie, zwart mozetta en stola. Eventueel met zwart solideo en/ of zwarte bonnet. Albe, cingel, amict, stola, eventueel zwart solideo en/ of zwarte bonnet. Eventueel met zwarte solideo en/ of zwarte bonnet.
Liturgische kleding De priester draagt tijdens de Mis een amict, albe, met recht over de beide schouders een stola in de liturgische kleur. Daarover draagt de priester een kazuifel in de liturgische kleur. Soms dragen priesters weleens een stola over het kazuifel. Dat mag, mits er onder het kazuifel ook een stola wordt gedragen. Dat laatste wordt vaak vergeten. De manipel is in onbruik geraakt, maar wordt af en toe nog weleens gedragen.
Met name in warme landen dragen priesters liever geen zwarte soutane. Wat dan voorkomt is een witte soutane, maar dan wel met zwarte zoom en zwarte knopen. Ook de sjerp, solideo en de bonnet zijn zwart. Men ziet ook weleens een witte soutane met witte knoppen en witte zoom, maar dat is voorbehouden aan de paus en leden van sommige orden en congregaties.