Antoinette M. Spaak (Etterbeek, 27 juni 1928 – Elsene, 28 augustus 2020) was een Belgisch politica voor het FDF.

Levensloop Politieke carrière Spaak groeide op in een bevoorrechte familie. Haar overgrootvader Paul Janson was een progressief-liberaal parlementslid dat zich inzette voor het algemeen stemrecht en de invoering van de leerplicht, haar grootmoeder Marie Spaak-Janson was voor de socialisten de allereerste vrouwelijke senator van België en haar oudoom Paul-Emile Janson was voor de liberalen verschillende keren minister en van 1937 tot 1938 eerste minister. Haar vader Paul-Henri Spaak was voor de socialisten jarenlang minister van Buitenlandse Zaken, leidde als premier vier regeringen en was tevens secretaris-generaal van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). Haar broer Fernand Spaak was ambtenaar en diplomaat en haar grootvader Paul Spaak advocaat en schrijver.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef haar vader met de Belgische regering in Londen, terwijl Antoinette Spaak met de rest van haar gezin in België bleef. Antoinette Spaak, haar moeder en zus werden even opgepakt door de Gestapo, maar werd vrijgelaten op voorspraak van diplomaat burggraaf Jacques Davignon, die goede contacten had met Alexander von Falkenhausen, de militaire gouverneur van het bezette België. Later werd moeder Spaak via een telefoontje van de vrouw van een collaborateur gewaarschuwd dat een commando rexisten haar en haar dochters wilde vermoorden, waarop de drie tot het einde van de oorlog ondergedoken leefden in een kelderverdieping.

Na de oorlog studeerde Spaak filosofie en letteren aan de Université Libre de Bruxelles; ze behaalde haar kandidatuur. Ze begon daarna aan een rechtenstudie, maar brak deze af toen ze in 1950 huwde met oogarts Pierre Danis (1920-2004), die later universiteitsprofessor werd en met wie ze twee kinderen kreeg. Terwijl haar echtgenoot carrière maakte, legde Spaak zich als huisvrouw toe op de zorg van haar gezin.Antoinette Spaak: 'Gevoel dat ik tot een bevoorrechte familie hoorde, BRUZZ, 18 januari 2017. Na het einde van haar huwelijk werd Etienne Davignon haar levenspartner.

Antoinette Spaak kreeg de politiek met de paplepel ingegoten en besloot zich na de dood van haar vader in 1972 politiek te engageren voor de Fransgezinde partij FDF. In haar politieke loopbaan legde ze zich toe op het verdedigen van de belangen van de Franstaligen in België. Als progressieve liberaal was ze tevens een overtuigd voorstander van de depenalisering van abortus, het toelaten van euthanasie en de legalisering van het homohuwelijk. Voorts ijverde ze voor een versterking van de Europese Unie en het omvormen van België tot een federale staat.

Voor het FDF zetelde Spaak van maart 1974 tot juli 1994 voor het arrondissement Brussel in de Kamer van volksvertegenwoordigers, waar ze zitting had in de commissies Cultuur (1974-1977), Landsverdediging (1974-1977 en 1981-1983), Volksgezondheid en Gezin (1974-1979, vanaf 1977 tevens bevoegd voor Leefmilieu) en Herziening van de Grondwet (1979-1980). Van 1974 tot 1977 zetelde ze tevens in de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad.

Van juni 1977 tot januari 1983 was Antoinette Spaak partijvoorzitter van het FDF. Ze werd zo de eerste vrouwelijke partijvoorzitter in de Belgische geschiedenis en onderhandelde in die functie mee over het Egmontpact, dat België moest omvormen tot een federale staat, maar uiteindelijk strandde door de weerstand aan Vlaamse zijde over de ruime uitbreiding van de taalfaciliteiten voor Franstaligen in de Brusselse Rand. In 1983 benoemde koning Boudewijn haar tot Minister van Staat. Begin jaren negentig zette ze zich met de Franstalige liberale kopstukken Louis Michel en Jean Gol in voor een nauwere samenwerking tussen het FDF en de PRL, die in 1993 werd bezegeld met de stichting van een kartel. PRL en FDF vormden later een federatie met de MCC, een afsplitsing van de christendemocratische PSC, die in 2002 resulteerde in de oprichting van de partij MR.

Door het toen bestaande dubbelmandaat combineerde Spaak haar Kamerlidmaatschap twintig jaar lang met het lidmaatschap van de Cultuurraad voor de Franse Cultuurgemeenschap, de voorloper van de in 1980 gestichte Raad van de Franse Gemeenschap. In deze assemblee zetelde ze van 1974 tot 1984 in de commissie Schone Kunsten en was ze van 1985 tot 1987 ondervoorzitter van de commissie Gezin en Sociale Bijstand. Van februari 1988 tot januari 1992 was Spaak voorzitter van de Franse Gemeenschapsraad, functies die ze combineerde met het voorzitterschap van de commissies Algemene Zaken (1988-1989) en Onderwijs, Opleiding en Onderzoek (1989-1991). Van die laatste commissie was Spaak vervolgens van 1992 tot 1993 gewoon lid. Ten slotte was Spaak van 1993 tot 1994 voorzitter van de commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Toerisme.

Antoinette Spaak zetelde eveneens gedurende twee legislaturen in het Europees Parlement: van juni 1979 tot juni 1984 en van juni 1994 tot juni 1999. In haar eerste termijn als parlementslid was ze lid van de commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Consumentenbescherming en in haar tweede zittingsperiode maakte ze deel uit van de commissie Institutionele Zaken. Van juni 1989 tot januari 1991 was Spaak daarnaast lid van het pas opgerichte Brussels Hoofdstedelijk Parlement, waar ze toetrad tot de commissie Financiën, Begroting, Openbaar Ambt, Externe Betrekkingen en Algemene Zaken. In juni 2009 werd Spaak op 81-jarige leeftijd opnieuw verkozen tot lid van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement. Ze besloot te zetelen en zat als oudste gekozen lid van het Brusselse Parlement de openingszitting van het parlement voor, maar nam zich vanwege haar hoge leeftijd voor om niet de hele legislatuur te zetelen. Ze nam zitting in de commissie Economische Zaken, Werkgelegenheidsbeleid en Wetenschappelijk Onderzoek en nam in januari 2010 alweer ontslag als parlementslid, waarna ze door Emmanuel De Bock werd opgevolgd.81-jarige Antoinette Spaak verlaat eind dit jaar Brussels parlement, Het Nieuwsblad, 15 oktober 2009.

Op lokaal politiek niveau was Antoinette Spaak van januari 1983 tot september 2001 gemeenteraadslid van Elsene.

Ze werd daarenboven onderscheiden als Grootofficier in de Orde van Leopold II.

Nevenfuncties In 1991 werd ze lid van de Haut Conseil de la Francophonie, het taalcollege voor de Franse taal waarin alle Franstalige landen en regio's verenigd zijn. Van de tegenpool van de Franse Gemeenschap, de Hoge Raad voor de Franse taal van de Franse Gemeenschap, was ze vanaf 1999 eveneens lid.Benoemingsbesluit van het Ministerie van de Franse Gemeenschap In het verlengde van deze activiteiten voor de Franse taal was ze van 2000 tot 2005 voorzitster van het Maison de la Francité,Maison de la Francité de Franstalige tegenpool van het Huis van het Nederlands in Brussel. In Europese kringen pleitte ze tevergeefs, met een Comité pour la Langue du Droit Européen (CPLDE), voor de erkenning van het Frans als taal van het Europees recht. Een ander initiatief van haar, om een Museum van Europa (Musée de l'Europe) op te richten ter nagedachtenis aan het gedachtegoed van de EU-grondleggers Robert Schuman en Jean Monnet in de nieuwbouw van het Europees Parlement aan het Luxemburgplein sneuvelde in 2002 in het Europees Parlement op de torenhoge begroting daarvoor.

Ook werd ze lid van het Comité van Aanbeveling van de Internationale Vereniging voor de Verdediging van Religieuze Vrijheid.Comité d'honneur de l'Association Internationale pour la Défense de la liberté religieuse

Daarnaast werd ze lid van de raad van bestuur van de Fondation Paul-Henri SpaakFondation Paul-Henri Spaak die zich bezighoudt met de Europese integratie en de Atlantische relaties. Ze was ook bestuurder van de Fondation Hubert Pierlot.

In februari 2007 keeg ze de onderscheiding Trophée d'Honneur in de 3e editie van het RTBF-programma "Les femmes de cristal",Perspectives Francophones nr. 36 - pagina 14 een programma waarin Belgische vrouwen onderscheiden worden.

Manifest voor de Franstalige eenheid Begin maart 2007 schreef Spaak met gewezen parlementariër Serge Moureaux van de PS mee aan een "Manifest voor de Franstalige eenheid""Manifeste pour l'unité francophone" als reactie op het (Derde) Lentemanifest 2007. Vier hoogleraren van de UCL voltooiden het stuk in maart 2007. De teneur van het manifest was dat de Franstaligen zich moesten verenigen tegen te verregaande Vlaamse eisen inzake een staatshervorming en tegen de vermeende trek van de Vlaamse ondernemers verenigd in de VEV en in In de Warande naar het Vlaams Belang, dat vergeleken werd met de steun van Duitse grootindustriëlen aan de NSDAP in de jaren dertig. Voorafgaand werd een analyse gemaakt van de stand van zaken waarbij het "confederalisme" resulterend in de tweetaligheid in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Vlaanderen "onterecht" vele banen in het Brusselse opleverde en ook andere ongelijkheden tussen de Gemeenschappen volledig in Vlaams voordeel wist uit te buiten. Ook zou het zeer slecht gaan met de Vlaamse economie.

Bibliografie 2001 - Les frontières de l'Europe / Elie Barnavi, Paul Goossens, Antoinette Spaak en Karel Van Miert

Voetnoten

Categorie:FDF-politicus Categorie:Brussels volksvertegenwoordiger Categorie:Lid van de Franse Cultuurraad Categorie:Voorzitter van de Raad van de Franse Gemeenschap Categorie:Belgisch volksvertegenwoordiger Categorie:Belgisch Europarlementariër Categorie:Belgisch Franstalig partijvoorzitter Categorie:Belgisch minister van staat Categorie:Gemeenteraadslid van Elsene