thumb|upright=1.4|Sinornithoides De Troodontidae zijn een groep theropode dinosauriërs, behorend tot de Maniraptora.

De groep bestaat uit kleine roofsauriërs die leefden van het Barremien tot het Maastrichtien van Azië en Noord-Amerika. Ze waren bevederd en warmbloedig en hadden voor die tijd erg grote hersenen. Ze droegen een opgetrokken sikkelklauw aan de tweede teen, een kenmerk dat ze deelden met de dromaeosauriërs, hoewel hun klauwen kleiner waren. Hun verwantschap is zeer omstreden, want ze delen bepaalde synapomorfieën met de vogels, zodat ze erg geavanceerd lijken; aan de andere kant zijn er ook overeenkomsten met ten opzichte van vogels meer basale Maniraptora.

Definitie De familie Troodontidae werd het eerst benoemd door Charles Whitney Gilmore in 1924 om Troodon een plaats te geven hoewel op dat moment niemand een duidelijk beeld had van wat voor een beest dit eigenlijk was; de inhoud van het begrip is sinds 1924 nogal gewijzigd. Tussen 1924 en 1946 viel het materieel samen met de Pachycephalosauria.

De eerste definitie als klade was in 1997 door David Varricchio: de groep bestaande uit Troodon, Sinornithoides, Saurornithoides, Borogovia en alle Coelurosauria die dichter bij deze soorten staan dan bij de Ornithomimidae, de Oviraptorosauria of andere welgedefinieerde taxa. Deze definitie was aan de ene kant te vaag en aan de andere kant overdreven precies door alle toen bekende troödontiden op te noemen.

In 1998 gaf Paul Sereno een simpeler definitie: alle Deinonychosauria die nauwer aan Troodon verwant zijn dan aan Velociraptor. Deze definitie vooronderstelde dat de Troodontidae en de Dromaeosauridae zustergroepen zijn, net als een overeenkomende definitie van Mark Norell uit 2004, die ook de soortnamen gaf.

Voorzichtiger was een definitie van Philip Senter uit hetzelfde jaar: de groep bestaande uit Troodon en alle soorten nauwer verwant aan Troodon dan aan Ornithomimus, Mononykus, Therizinosaurus, Velociraptor, Oviraptor, of Aves.

In 2005 gaf ook Sereno een voorzichtiger definitie maar die alleen die groepen uitsloot waarvan de Troodontidae in werkelijke kladistische analyses als zustergroep beschouwd werd (de vogels, de dromaeosauriërs en de Ornithomimosauria — dit laatste onder Thomas Holtzs Bullatosauria-hypothese): de groep bestaande uit Troodon formosus en alle soorten nauwer verwant aan Troodon dan aan Velociraptor mongoliensis, Ornithomimus edmontonicus en de huismus Passer domesticus.

In 2009 gaven Hu Dongyu e.a. een eenvoudiger definitie: de groep bestaande uit Troodon formosus en alle soorten nauwer verwant aan Troodon dan aan Deinonychus antirrhopus en de huismus Passer domesticus. In 2012 wijzigde Alan Turner dat in: de groep bestaande uit Troodon formosus en alle soorten nauwer verwant aan Troodon dan aan Velociraptor mongoliensis en Passer domesticus. In 2013 kozen Pascal Godefroit e.a. voor weer een andere dromaeosauride en werd het: de groep bestaande uit Troodon formosus en alle soorten nauwer verwant aan Troodon dan aan Dromaeosaurus albertensis en Passer domesticus. Materieel verschillen deze laatste definities niet.

Evolutie thumb|Anchiornis laat wellicht zien hoe de eerste troödontide eruitzag De oorsprong van de Troodontidae is omstreden daar hun precieze verwantschappen onduidelijk zijn. Volgens de traditionele interpretatie zijn ze binnen de Eumaniraptora de zustergroep van de Dromaeosauridae waarmee ze een Deinonychosauria vormen. Volgens sommige recente analyses zijn ze echter de zustergroep van de eumaniraptore Avialae, de vogels en hun directe verwanten. Zeker in dat laatste geval moeten de Troodontidae zich al vroeg hebben afgesplitst omdat de vogels al minstens 155 miljoen jaar oud zijn. Inderdaad is er een soort, Anchiornis, waarvoor een ouderdom geclaimd wordt van 160 miljoen jaar en die dus uit het vroege Boven-Jura, het Oxfordien, zou stammen. Volgens sommige studies is dit echter geen troödontide maar een aviaal. Dezelfde onduidelijkheid doet zich voor ten aanzien van de evenoude soort Eosinopteryx en de iets jongere Xiaotingia. De onzekerheid over hun precieze positie weerspiegelt het feit dat vroege vogels en de eerste troödontiden slechts in geringe details van elkaar verschilden. In beide gevallen ging het om bevederde warmbloedige dieren van een geringe lichaamsomvang, niet meer dan een paar honderd gram zwaar, met lange armen die voorzien waren van echte vleugels. Bij Anchiornis, Eosinopteryx en Xiaotingia bevinden zich ook lange slagpennen aan de achterpoten zodat er eigenlijk vier vleugels aanwezig zijn. Zo'n lichaamsbouw kan erop duiden dat de dieren boombewoners waren en minstens in staat waren tot een glijvlucht. Wellicht stammen alle Eumaniraptora af van een vliegende voorouder. Door de geringe verschillen is het moeilijk aan te geven wat eigenlijk de onderscheidende eigenschappen, synapomorfieën, van de Troodontidae zijn. Ze lijken sterk op basale vogels door een lichtgebouwd skelet, puntige snuit, grote oogkassen, gepneumatiseerde botten en een naar achteren gericht schaambeen. Een typisch oorspronkelijk eumaniraptoor kenmerk is het bezit van een optrekbare sikkelklauw aan de tweede teen. left|thumb|Jinfengopteryx Hoewel mogelijke boombewoners, waren de eerste Troodontidae toch nog steeds uitstekend in staat zich op de bodem voort te bewegen. Hun lange achterpoten, nuttig voor een afzet als men het luchtruim wilde kiezen, maakten ook een snelle ren mogelijk. De volgende troödontiden waarvan goede resten bekend zijn, stammen uit het vroege Krijt van China en betreffen dieren die althans in hun volwassenheid te zwaar moeten zijn geweest om echt te vliegen en waarvan de armen niet meer zo heel groot waren. De meest basale vormen daaronder zijn de nog tamelijk kleine Jinfengopteryx en Mei. Ze hebben enkele kenmerken die typerend zouden zijn voor ook latere troödontiden zoals het bezit van een groot aantal nauw aaneengesloten tanden en een horizontale groeve voor de openingen van aderkanalen op de onderkaak. Wat hoger in de stamboom staand maar wellicht toch ouder zijn Sinusonasus en Sinovenator die ongeveer een meter lang werden. Al deze vroege soorten komen uit Azië. Het is mogelijk, maar gezien het aaneengesloten zijn van de landmassa's in het supercontinent Pangea niet waarschijnlijk, dat de Troodontidae tijdens het Jura alleen daar voorkwamen. Voor het vroege Krijt is dat al wat plausibeler omdat de continenten toen al uit elkaar waren beginnen te vallen. De eerste Troodontidae hadden ongekartelde tanden maar latere soorten bezitten vaak kleine kartelingen op de achterrand; Sinusonasus toont voor het eerst kartelingen op de voorrand. Bij Sinovenator treedt het verschijnsel op dat de snuit erg begint te verlengen en een meer buisachtig karakter krijgt met een vooraan afgeplat neusbeen. In de zijkant van de snuit wordt overeenkomstig de opening van de fenestra maxillaris langer en ontwikkelt zich daarvóór soms ook een fenestra promaxillaris. thumb|Byronosaurus In het midden van het Krijt zijn vondsten nogal zeldzaam. Uit Centraal-Azië is Urbacodon bekend.

De meeste bekende troödontiden leefden in jongere tijdsneden van het late Krijt. Azië is dan nog steeds het continent waar de vindplaatsen zich concentreren. Wat ouder is Xixiasaurus. Dicht daarbij in de stamboom moet Byronosaurus gestaan hebben. Bij deze soorten wordt de snuit nog langer. Het traanbeen ontwikkelt overeenkomstig bovenaan een langere voorste tak. Het bovenkaaksbeen maakt deel uit van het neusgat. De hersenpan pneumatiseert verder door allerlei uithollingen en luchtholten. Jonger zijn Gobivenator, Linhevenator, Philovenator, Saurornithoides en Sinornithoides. In de laatste tijdsnede van het Krijt, het Maastrichtien, leefden in Azië Borogovia, Tochisaurus en Zanabazar. Op dat moment bevonden zich ook Troodontidae in Noord-Amerika. Vermoedelijk waren die, op zijn laatst, in het Campanien over een landbrug van Azië uit naar dat continent gemigreerd. Een veel eerder arriveren wordt gesuggereerd door Koparion uit het Jura en Geminiraptor uit het Onder-Krijt. Hun evolutie is enigszins te volgen aan de hand van tanden die de naam Paronychodon of Pectinodon kregen maar ook zijn er delen van skeletten gevonden die benoemd zijn als Troodon, het geslacht waar de hele groep naar genoemd is. Lange tijd werden alle Amerikaanse vondsten daar maar ondergebracht maar recent onderzoek wijst erop dat het materiaal in feite verschillende soorten borg waarvan er een benoemd is als Talos. Deze latere vormen tonen het "klassieke" beeld van de Troodontidae. Ze hebben grote kartelingen op de achterrand van de tanden, een zwelling ofwel bulla aan de onderste voorkant van de hersenpan, uitzonderlijk grote hersenen voor dinosauriërs die geen vogels zijn, asymmetrische oorplaatsing, een schaambeen dat weer naar voren gericht is, een middenvoet waarin het derde middenvoetsbeen onderaan sterk uitsteekt maar bovenaan juist wordt toegeknepen en een vierde middenvoetsbeen dat krachtiger en langer is dan het tweede en robuuster dan het derde. Daarbij is hun lichaamsgrootte weer toegenomen. Troödontide tanden die in Alaska zijn gevonden wijzen op exemplaren die drieënhalf à vier meter lang werden en tussen de honderd en honderdvijftig kilogram moeten hebben gewogen. Ook bij de Troodontidae lijkt dus de Wet van Cope te gelden dat groepen grotere vormen voortbrengen naarmate ze langer bestaan. Deze "wet" moet echter niet worden gezien als een "trend": het weerspiegelt voornamelijk het simpele gegeven dat gedurende een langer tijdsbestek de kans nu eenmaal toeneemt dat er zich extremen zullen voordoen. Ook is het allerminst zeker dat de grote troödontiden aan het eind van het Krijt afstammen van de middelgrote vormen uit het Onder-Krijt; het kan ook zijn dat er een verborgen stamlijn van boombewonende kleine Troodontidae is blijven voortbestaan waarvan steeds weer bodembewonende takken afsplitsten.

Voor zover bekend hebben de Troodontidae de landmassa's van Gondwana nooit bereikt. Uit Europa, vooral het Iberisch schiereiland, zijn tanden bekend die onder de naam Euronychodon benoemd zijn en wellicht aan troödontiden toebehoren. thumb|De Dinosauroid Direct op de Krijt-Paleogeengrens zijn geen hele troödontide skeletten gevonden en het is mogelijk dat de Troodontidae een zeldzamer deel van de fauna begonnen uit te maken, hoewel er geen goede redenen zijn om aan te nemen dat ze al voor de grote catastrofe aan het eind van het Krijt, zesenzestig miljoen jaar geleden, helemaal waren uitgestorven. Uitzonderlijk genoeg hebben veel wetenschappers speculatieve beschouwingen gewijd aan de hypothetische evolutie van de Troodontidae voor het geval ze niet waren uitgestorven. Carl Sagan besprak namelijk in 1977 de mogelijkheid dat de dinosauriërs, als ze waren blijven voortbestaan, intelligente technologische soorten zouden hebben kunnen voortgebracht. De Canadees Dale Alan Russell meende dat de Troodontidae, die hij bestudeerd had onder de toen gangbare naam Saurornithoididae, gezien hun grote hersenen de meest voor de hand liggende kandidaten waren om de Dinosauroid voort te brengen, de denkbeeldige intelligente dinosauriër, en maakte daar zelfs een model van.

Fylogenie De verwantschappen van de Troodontidae worden berekend door middel van kladistische analyses. Deze leveren, al naargelang de erin betrokken vondsten en kenmerken, verschillende uitkomsten op.

Een vrij traditionele stamboom, ofwel kladogram, laat een studie van Turner uit 2012 zien:

Ontdekkingsgeschiedenis thumb|De illustratie uit Leidy (1860) van het holotype van Troodon dat de duidelijke vertandingen toont