Henriëtte Ronner-Knip (Amsterdam, 31 mei 1821 – Elsene, 28 februari 1909) was een Nederlands-Belgisch kunstschilderes en animalier gespecialiseerd in romantische dierschilderingen. Ze is vooral bekend door haar schilderijen van katten, die erg geliefd waren aan het eind van de 19e eeuw.Teylers museum, bijschrift bij het schilderij Pianoles, 1895 Zij signeerde haar schilderijen na haar huwelijk met "Henriëtte Ronner".

Levensloop thumb|Kat (1897)

Henriëtte werd geboren in 1821 in Amsterdam en had een broer, de kunstschilder Augustus Knip (1819–1861). Zij was het tweede kind van de Brabantse kunstschilder Josephus Augustus Knip (1777–1847) bij zijn Amsterdamse maîtresse Cornelia van Leeuwen (1790–1848). Cornelia woonde samen met Josephus maar was niet zijn echtgenote; de echtgenote, de Franse dierenschilderes Pauline Knip-Rifer de Courcelles, leidde een afzonderlijk leven en Josephus en Pauline zouden pas in 1824 scheiden. Haar ouders bleven ongehuwd.

Knip verhuisde nog als baby met haar ouders mee naar 's-Hertogenbosch. In 1823 trok haar vader met zijn gezin naar Parijs om pas in 1827 naar Nederland (Vught) terug te komen. Inmiddels was hij blind geworden aan één oog.

Jeugd, opleiding Ondanks zijn zwak zicht verzorgde Ronner-Knips vader, met ijzeren discipline, zelf de artistieke opvoeding van zijn dochter en die van haar broer August, en wel vanaf hun vijfde levensjaar. In 1833 verhuisde het gezin Knip na een kort verblijf in Den Haag, naar Beek (Nijmegen). Enkele jaren later ging het gezin terug naar Noord-Brabant, omstreeks 1837 naar Heeze, vervolgens naar ’s-Hertogenbosch, en ten slotte rond 1841 naar Berlicum (nabij ’s-Hertogenbosch). Gaandeweg nam Knip de zorg van de financiën en het huishouden op zich.

Wellicht bleef Henriëtte tot na de dood van haar moeder in 1848 te Berlicum wonen; daarna verhuisde ze naar Amsterdam. Hier werd ze het eerste vrouwelijke lid van het genootschap Arti et Amicitiae. Te Beek, ’s-Hertogenbosch en Berlicum werkte Ronner-Knip vooral naar de natuur; vee, huisdieren, hoeven, velden, bossen, e.d., eerst in potlood en aquarel en gaandeweg ook in olieverf. Haar eerste serieuze werkstuk ontstond in 1835 en werd uitgevoerd in samenwerking met haar broer August: De boerderij van de Prins van Oranje nabij Tilburg.

Onmiddellijk succes Vanaf 1836 stuurde ze met groot succes schilderijen in naar de salons: Noord-Brabantse landschappen, dorpsmarkten, hoevetaferelen, stallingen, scènes met huisdieren, vee, duiven, jachthonden en apen, alles in een romantische stijl. Voorbeelden daarvan zijn: Wit poesje tuurt een hommel na bij het venster (Düsseldorf, Salon 1836), Het park te Heeze (Amsterdam, Tentoonstelling van Levende Meesters, 1838), Landschap met koeien en schapen en Landschap met meisje dat schapen en een geit hoedt (Antwerpen, Salon 1840).

Huwelijk thumb|De Pianoles (1897), Teylers Museum

Henriëtte Knip huwde op 14 maart 1850 te Amsterdam met Feico Ronner (1819–1883) uit Dokkum. Ze hadden zes kinderen:

Marie-Thérèse (1851–1852) Alfred Feico (1852–1901) – kunstschilder Edouard (1854–1910) – advocaat Marianne-Mathilde (1856–1946) Alice (1857–1957) – kunstschilder Stéphanie-Emma (1860–1936) – kunstschilder

In 1850, kort na hun huwelijk, verhuisden Henriëtte Knip en haar man Feico Ronner naar de het eerste van een hele reeks Brusselse adressen. Henriëtte Ronner-Knip woonde te Brussel op de adressen: Regentschapsstraat 7 in Sint-Joost-ten-Node (ca. 1850–'54), Rogierlaan 157 (ca. 1854–'56), Etterbeeksesteenweg 172 (ca. 1856-'71), Maelbeekstraat (1871–'73), Verlaatstraat 19 (1873–'78), dan haar belangrijkste adres te Elsene, Vleurgatsesteenweg 51 (1878–1903), en ten slotte inwonend bij haar dochters in de Gachardstraat 43 (1903–'09).

Honden- en kattenperiode

Ronner-Knips verhuizing naar Brussel valt ongeveer samen met een duidelijke verenging van haar onderwerpskeuze: zij legde zich voortaan voornamelijk toe op taferelen met hondenkarren, honden en later salonpoezen. Voorbeelden zijn: De dood van een vriend, een groot doek van 180 bij 250 cm met de sentimentele voorstelling van een dode trekhond (Brussel, Salon 1860); De mens en zijn vrienden en Jachthonden (Antwerpen, Salon 1861).

Het grootste deel van haar beroemde taferelen met langharige poezen in burgersalons ontstonden pas na 1870, samenvallend met de toegenomen belangstelling voor 'salonkatten' in de kattenliefhebberij; de eerste kattententoonstellingen en de start van het fokken van raskatten. Het zijn vooral deze taferelen met hun fenomenale textuurweergave en hun anekdotisch karakter, die Ronner-Knip haar blijvende roem bezorgden. Die poezenscènes zijn eerder accessoirestillevens, verlevendigd met lieve, speelse poezen en kattenjongen.

Echtgenoot Feico zorgde voor de administratie en regelde de geldzaken en de briefwisseling. Het was uiterst ongebruikelijk in deze tijd dat vrouwelijke schilders met hun werk de kost konden verdienen voor hun gezin, iets wat Ronner-Knip wel voor elkaar kreeg met haar salondierenkunst. Knip was tegelijk een gereputeerde portrettist van honden en poezen en vereeuwigde als zodanig de schoothondjes van bijvoorbeeld koningin Maria Hendrika en van Maria van Hohenzollern-Sigmaringen, gravin van Vlaanderen. Schilderessen konden zich destijds richten op de genres van bloemstukken en stillevens, hogere schilderkunst was alleen voor mannen weggelegd. Dit maakt het werk van Ronner-Knip vrij uniek in de tijdsgeest.

miniatuur|Schilderend in haar atelier met poezen in een glazen foyer des artistes (na 1870)

Aan haar tijdgenoot, de kunstkenner J. Gram, danken we enige gegevens over haar levenswijze op latere leeftijd, toen ze reeds aan de Vleurgatsesteenweg woonde. In de grote tuin achter haar huis hield ze tal van (jacht)honden, poezen en een papegaai in speciaal ingerichte verblijven. Geregeld werden de dieren naar het atelier gehaald om te poseren, hetzij vrij rondlopend, hetzij geplaatst in een glazen kooi, de foyer des artistes. Eens de voorstudies met de gewenste poses voorbij, zette Ronner-Knip de contouren van de dieren om in grove papieren sculpturen en ze zette die op de gewenste plaatsen in de montage voor het schilderij, die meestal uit antieke meubels, gedrapeerd textiel, spiegels en allerlei antiquiteiten bestond. Ook hield ze een inventaris van haar productie bij in de vorm van kleine waterverfschetsen, die een soort Liber Veritatis van haar oeuvre vormen. Haar persoon deed Gram aan de musicus Franz Liszt denken: een mannelijk type met fel-witte haren en een zware stem.

Leerlingen en samenwerking Kunstschilder Marcel Jefferys (1872–1924) was een leerling van Ronner-Knip en haar dochter Alice Ronner.

Er zijn schilderijen bekend waarin Ronner-Knip samenwerkte met de Belgische kunstenaar David Col (1822–1900).

Nalatenschap en eerbetoon Ze ontving heel wat zilveren en gouden eremetalen; in 1874 een Koninklijke Medaille ter beschikking gesteld door Koning Willem III in 1887 werd ze ridder in de Leopoldsorde in 1901 werd ze ridder in de Orde van Oranje-Nassau

In de Nieuwe Pijp in Amsterdam-Zuid zijn in 1921 het Henriëtte Ronnerplein en de (nabijgelegen) Henriëtte Ronnerstraat naar haar vernoemd. In de wijk Stevenshof in Leiden is een Ronner-Knipstraat.

Tentoonstellingen miniatuur|Portret van Henriëtte Ronner-Knip (ca. 1900)

Knip had heel wat succes op de driejaarlijkse 'salons' in België en de Tentoonstelling van Levende Meesters in Nederland, maar ook in andere grote steden in Europa, Noord-Amerika en Australië. Ter illustratie enkele titels van saloninzendingen : Gelukkige familie (Antwerpen, 1855); Een verhuis (Antwerpen, 1858); De mens en zijn vrienden en Jachthonden (Antwerpen, 1861); Vos in het kippenhok en Hondenspan (Antwerpen, 1873); De schilderschool en Jacht in de Kempen (Gent, 1880); Schaak en mat en Waar kan men beter zijn (Gent 1883); De indringer (Antwerpen, 1888); Een invasie en Het wachten (Gent, 1889); Schelmen (Antwerpen, 1894).

De ouderdom bracht enige vieringen mee: zo richtte de Rotterdamse Kunstkring in 1886 een solotentoonstelling met 80 werken in n.a.v. haar 65e verjaardag. De Fine Arts Society in Londen volgde in 1890 met een retrospectieve met 113 werken, Paintings of the Animal Life by H. Ronner. In 1898 had ze een dubbeltentoonstelling met dochter Alice Ronner in de Kunsthandel Oldenzeel in Rotterdam. Ook in het prachtige lokaal van de Cercle Artistique aan de Antwerpse Arenbergstraat, had zij een tentoonstelling samen met dochter Alice (nà 1894).

Atelierverkoop Na haar overlijden te Elsene in 1909 werd Ronner-Knips atelier geveild in Pulchri Studio te ’s-Gravenhage (8–9 maart 1911) en bij Frederik Muller & Co. te Amsterdam (21 oktober 1919). Deze veilingen omvatten niet alleen werken van Ronner-Knip zelf (olieverfschilderijen, voorstudies, tekeningen e.d.), maar ook werken van haar vader, broer en tante.

Werken

Galerij (selectie werk)

Locaties

Ook de koning van Portugal, de Duitse keizer Wilhelm I en de gravin van Vlaanderen (Marie von Hohenzollern) bezaten werk van Ronner-Knip.

Genealogie familie Ronner-Knip Ronner-Knip en haar broer waren de derde generatie schilders in de familie Knip.

Zie ook Women Painters of the World Lijst van Nederlandse kunstschilders Lijst van Belgische kunstschilders Lijst van kattenschilders

Categorie:Belgisch kunstschilder Categorie:Nederlands kunstschilder