De geschiedenis van de westerse beschaving valt grotendeels samen met de geschiedenis van Europa en wordt ingedeeld in verschillende periodes. Traditioneel is de meest gebruikte indeling in oudheid, middeleeuwen, nieuwe tijd, nieuwste tijd en eigentijdse tijd.
Definitie Betekenis van 'westers' en 'beschaving' Er is discussie over wat de term 'westerse beschaving' betekent. Dit is mede afhankelijk van wat men geografisch bedoelt met 'het Westen / de Westerse wereld' en cultureel bedoelt met 'beschaving'. Een beschaving kan bijvoorbeeld worden gedefineerd als 'een door de tijd heen coherent cultureel patroon', maar de vraag is of dat geldt voor alle historische situates die onder de noemer 'westerse beschaving' worden geschaard. Sommige geleerden zoals Pearson beweren dat wat in de 21e eeuw 'westers' wordt genoemd niet zozeer 'een geografische notie is, of geen specifieke verzameling van volkeren, rassen, landen', maar dat 'het Westen wordt gedragen door een set van ideeën, gewoonten, geloof, zoals: menselijke gelijkheid en waardigheid, rechtsgelijkheid, democratie, rationaliteit, religieuze tolerantie, geloof in 'vooruitgang', vrijheid van expressie en onderzoek.'
Volgens McKay (2008) is de betekenis van het concept 'het Westen' doorheen zijn lange geschiedenis verschoven, maar heeft het in iedere periode meer dan alleen een geografische locatie betekend. e.a., A History of Western Society (2008), p. 4. Ninth edition. Boston: Houghton Mifflin Harcourt. De Oude Grieken zagen bepaalde oostelijke of 'oosterse' culturen, met name het Oude Egypte en Mesopotamië, als verder gevorderd dan zijzelf. De Grieken hebben ook de namen 'Europa' en 'Asia' van twee Griekse mythologische figuren gekoppeld aan het Griekse vasteland enerzijds en wat tegenwoordig Azië en Afrika genoemd worden anderzijds; hierdoor werden 'Europa' en 'het Westen' vaak gezien als synoniem. De Romeinen erfden deze noties van de Grieken. Zij zag zichzelf als het Westen, maar waren het onderling oneens of de Grieken ook bij dat Westen hoorden of eerder 'oosters' waren. Over het algemeen zagen de Romeinen het Oosten als verder ontwikkeld en beschaafd dan zichzelf, maar soms als 'decadent' en enigszins 'immoreel'. In de 15e eeuw begonnen West- en Noord-Europeanen zich door de renaissance te zien als erfgenamen van de Grieks-Romeinse cultuur en namen hun ideeën over 'westers' en 'oosters' over en exporteerden deze in het tijdperk van de grote ontdekkingen mee naar de overzeese gebieden die ze koloniseerden. Vaak werd ook het christendom, dat zich in de vroege en hoge middeleeuwen in West- en Noord-Europa had gevestigd, als 'westers' bestempeld, terwijl het afkomstig was uit de regio Palestina die toen al tot het Oosten werd gerekend. Door de kolonisatie werd de term 'westers' op den duur gebruikt voor culturen waarin een significant percentage van de bevolking Europese voorouders had, ongeacht waar ter wereld die culturen zich bevonden (zoals Australië en Nieuw-Zeeland). In de vroege 20e eeuw werd 'westerse beschaving' een academisch vak voor studenten in de Verenigde Staten. Daarbij werden het Oude Egypte en Mesopotamië voorgesteld als 'wiegen van de westerse beschaving', hoewel deze culturen al sinds de Oude Grieken waren voorgesteld als 'oosters'. Na de Tweede Wereldoorlog ontstond de Koude Oorlog, die Europa verdeelde in een kapitalistisch 'Westblok' en een communistisch 'Oostblok'; deze Oost-Europese landen werden niet meer als 'westers' gezien tot de val van het communisme in 1989–1991, terwijl Japan ondertussen wél 'westers' werd. Begin 21e eeuw wordt het Westen nog steeds geassocieerd met een kapitalistische economie en culturele noties zoals individualisme en concurrentie, terwijl de band tussen het christendom en het Westen door de secularisering steeds vager is geworden.
Ontstaansvraag Verder is het een belangrijke vraag wanneer deze westerse beschaving zou zijn ontstaan om iets te kunnen zeggen over welke kenmerken zij aan het begin zou hebben gehad en hoe deze zich tot op heden zouden hebben ontwikkeld of in hoeverre deze kenmerken hetzelfde zouden zijn gebleven. Vaak voorgestelde ontstaansperiodes van de 'westerse beschaving' zijn onder meer: De Vruchtbare Sikkel met het oude Mesopotamië en het Oude Egypte: de eerste 'westerse' steden in Sumer, Babylonië en aan de Nijl De klassieke oudheid: het oude Griekenland en het oude Rome (het Romeinse Rijk) (circa 800 v.Chr. – 500 n.Chr.) De Romeinse expansie (de Romeinse Republiek vanaf 300 v.Chr. en daarna het Romeinse Keizerrijk) en de opkomst van het christendom (circa 300 v.Chr. – 1300 n.Chr.) De middeleeuwen: de vorming van de gekerstende wereld, ook wel de christenheid genoemd (circa 500–1500) De renaissance: het renaissance-humanisme (circa 1300–1500) 16e eeuw: samensmelting van West-Europese, Mediterrane en Oosterse culturele en intellectuele erfenis (circa 1500–1600). Het tijdperk van de grote ontdekkingen: Europese 'ontdekking' van Amerika en Europese kolonisatie van Amerika, dat daarmee onderdeel van 'het Westen' werd (circa 1450–1650). De Verlichting: ontwikkeling van democratie en mensenrechten (circa 1650–1800) Het Verdrag van Rome: oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en daarmee het begin van de naoorlogse Europese integratie (1957) De Val van de Berlijnse Muur: de val van het communisme in Oost-Europa en het einde van de Koude Oorlog en de politiek-ideologische verdeeldheid van Europa (1989–1991)
Er is kritiek op de keuze van sommige ontstaansperiodes als de oorsprong van de westerse beschaving. Zo beargumenteert Vanhaute (2008) dat het doortrekken van het 'westen' tot het Oude Nabije Oosten onzin is omdat er met de hedendaagse westerse wereld 'nauwelijks coherentie en continuïteit is'. Zo is de antieke Mesopotamische en Egyptische 'kennis over landbouw, techniek, schrift, geld, wetten en wiskunde ook doorgegeven aan beschavingen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten', die men in de 21e eeuw niet tot het 'westen' rekent. De keuze van de Grieks-Romeinse wereld heeft een 'grotere wetenschappelijke credibiliteit', maar de oude Grieken en Romeinen waren cultureel veel meer gericht op het oosten (het Nabije Oosten) dan het westen (en noorden), dat wil zeggen de rest van Europa; anderzijds had de Grieks-Romeinse cultuur ook veel invloed op het Byzantijnse Rijk, de Arabische wereld, Rusland etc. en dus valt de 'erfenis' van de Grieks-Romeinse wereld niet louter aan (West-)Europa ten deel.
Oudheid
In de Vruchtbare Halve Maan ten zuiden van het hedendaagse Turkije, waar ongeveer 10.000 jaar geleden de landbouw werd uitgevonden, ontstond de Sumerische beschaving (ca. 4500 v.Chr.) Deze wordt als de eerste beschaving ter wereld gezien. In 3300 v.Chr. werd hier het schrift uitgevonden, en er ontstonden de eerste stadstaten. Sargon van Akkad was rond 2300 v.Chr. de eerste persoon in de geschiedenis die een rijk wist op te bouwen. Hierna volgen de rijken elkaar op. De Perzische vorst Cyrus de Grote was de eerste die het hele gebied van de vruchtbare halve maan onder een rijk wist te verenigen. Cyrus' opvolgers, waarvan de bekendste Xerxes is, probeerden tevergeefs Griekenland te veroveren. Griekenland was in die tijd al een ontwikkelde samenleving, waar de grondslagen werden gelegd voor de wetenschap en filosofie. Ook op het gebied van literatuur, politiek, theater, wiskunde, architectuur en krijgskunst was Griekenland bijzonder creatief. Daarom wordt Griekenland wel de wieg van de westerse beschaving genoemd. Het bestond uit stadstaten die elkaar voortdurend bevochten. Alleen een grote externe dreiging, zoals die van Perzië in de tijd van Cyrus en Xerxes uitging, kon de onderlinge tegenstellingen tijdelijk naar de achtergrond dringen. De Grieken, in het bijzonder de Atheners, stichtten koloniën in het hele Middellandse Zeegebied, in Alexandrië, in Zuid Italië, en zelfs het Zuid-Franse Marseille is ontstaan als Griekse kolonie.
Philippus II van Macedonië wist de Griekse stadstaten aan zich te onderwerpen en zijn zoon Alexander de Grote startte een veroveringstocht die pas aan de westoever van de Indus, in het huidige Pakistan, tot staan kwam. Deze veroveringen hadden naast veel slachtpartijen ook een ongekende culturele uitwisseling tot gevolg. De periode die hierop volgt wordt het hellenisme genoemd. Na Alexanders dood (323 v. Chr) verdeelden zijn vroegere generaals zijn rijk onder elkaar en al snel bestreden deze "Diadochen" (Grieks voor opvolgers) elkaar om de opperste macht te veroveren in de hellenistische invloedssfeer. In het westen van het Middellandse Zeegebied was Rome als grote mogendheid opgekomen. Het had Italië veroverd en in drie oorlogen Carthago verslagen en het Carthaagse grondgebied veroverd. In 146 v.Chr. versloegen de Romeinen Macedonië en annexeerden ze Griekenland. In de tweede eeuw voor Christus ontstonden er burgeroorlogen in het Romeinse Rijk. Julius Caesar wist het Romeinse Rijk uit te breiden tot in Gallië en versloeg zijn Romeinse tegenstanders, maar werd in 44 v.Chr. vermoord. Zijn adoptiefzoon Augustus werd de eerste keizer. In 117 onder Trajanus bereikte het rijk zijn grootste omvang. In de derde eeuw begon het rijk onder invallen van de Germanen en interne instabiliteit te verzwakken. Onder Diocletianus werd een administratieve splitsing van het rijk ingevoerd die in later eeuwen een feitelijke splitsing werd. Dit proces werd even tegengehouden onder Constantijn de Grote, die bovendien het christendom toestond (312). Wel verplaatste hij de hoofdstad naar Byzantium in het belangrijkere oostelijke deel van het rijk. Hiermee verloor de stad Rome zijn aloude status als de glorieuze hoofdstad van het Imperium Romanum. Theodosius maakte rond 380 het christendom tot staatsgodsdienst. Na zijn dood in 395 viel het rijk definitief uiteen in twee delen.
Aan het eind van de vierde eeuw zetten de Hunnen de Grote Volksverhuizing in gang waardoor het West-Romeinse Rijk overspoeld werd door Germaanse volkeren die geleidelijk de interne macht overnamen. Het Rijk viel in 476 definitief uiteen in elkaar bestrijdende Germaanse koninkrijken. Het sterkere Oost-Romeinse rijk met als hoofdstad Constantinopel, het vroegere Byzantium, wist de 'barbaren' buiten de deur te houden en beleefde onder Justinianus zelfs een opleving: hij slaagde erin de vroegere Romeinse gebieden om de Middellandse Zee weer te heroveren maar dat was maar voor korte duur. Het 'Oost-Romeinse Rijk' zou echter als Byzantijnse Rijk nog bijna duizend jaar bestaan.
Middeleeuwen, ca. 500-1500
Met de val van het westelijke deel van het Romeinse Rijk begon voor het westen de periode van de middeleeuwen. De uiteindelijke samensmelting van de Romeins-Griekse cultuur, het christendom en de Germaanse cultuur vormt de basis van de huidige westerse beschaving. In West-Europa weten de Franken zich tot belangrijkste macht te ontwikkelen. Karel de Grote breidt het Frankische gebied fors uit en weet het grootste deel van het voormalige West-Romeinse Rijk onder zijn bewind te brengen. Karel laat zich in 800 in Rome zelfs tot keizer kronen. In de negende eeuw wordt het rijk verdeeld in West-Francië, Lotharingen en Oost-Francië. West-Francië evolueert geleidelijk tot Frankrijk, Lotharingen verdwijnt en Oost-Francië wordt het Heilige Roomse Rijk waar uiteindelijk ook de keizerstitel van Karel belandt. Europa wordt intussen weer geplaagd door invallen van 'barbaren': de Vikingen afkomstig uit Noord-Europa houden plundertochten, terwijl de Arabieren vanuit Noord-Afrika Spanje hebben veroverd en de Zuid-Europese kuststreken plunderen. Vanuit het oosten vallen Avaren en Magyaren binnen.