Henk Fraser (Paramaribo, 7 juli 1966) is een Nederlands-Surinaams voetbaltrainer en voormalig profvoetballer. Fraser speelde doorgaans als centrumverdediger en kwam uit voor Sparta Rotterdam, FC Utrecht, Roda JC en Feyenoord. Na zijn spelerscarrière werd Fraser trainer. Voorheen schreef hij zijn achternaam als Fräser.

Fraser speelde zes wedstrijden in het Nederlands elftal en was actief op het WK 1990 in Italië.

Spelerscarrière Jeugd Fraser werd geboren in Suriname en verhuisde in 1974 op 8-jarige leeftijd naar Rotterdam-West. Zijn vader heeft als militair gediend in het Surinaams leger en hierdoor kreeg hij in zijn jeugd een strenge opvoeding. Hij begon met voetballen bij RFC Rotterdam en kwam via die club op zijn 16e terecht bij Sparta, waar hij in de jeugd onder andere samenspeelde met Juul Ellerman en John Schuurhuizen. In 1984 voltooide Fraser zijn opleiding tot automonteur, maar in plaats van te gaan werken in een garage tekende hij een profcontract voor 2 jaar bij Sparta.

Sparta Fraser maakte op 3 november 1984 zijn debuut in het betaald voetbal tegen Roda JC en kwam in twee jaar tijd uiteindelijk tot 12 wedstrijden in het eerste elftal. Hij speelde zijn wedstrijden voornamelijk als spits in het tweede. In de voorbereiding op het seizoen 1985-1986 raakte hij geblesseerd aan zijn enkel, waarna trainer Theo Vonk steeds minder interesse toonde in hem. Hij wist mede hierdoor niet door te breken bij Sparta en in de zomer van 1986 tekende hij, na afloop van zijn contract, bij FC Utrecht, dat ongeveer 150 duizend gulden voor hem betaalde.

FC Utrecht Bij FC Utrecht maakte Fraser, in eerste instantie wederom als aanvaller naast John van Loen, snel furore. Hij prees hierbij de invloed van trainers Nol de Ruiter en Wim van Hanegem en de gelouterde profs Ton Pattinama en Bas van Noortwijk, die later zijn zaakwaarnemer zou worden. Nadat Erik Willaarts zich steeds nadrukkelijker in de kijker speelde, verhuisde Fraser van de spitspositie naar die van centrale middenvelder of voorstopper. Hoewel hij met zijn spel opzien baarde en er al snel interesse van andere clubs kwam, vergaarde hij ook de bijnaam Mister Geel, vanwege de grote hoeveelheid gele kaarten, die hij ontving. In zijn tweede seizoen in Utrecht kreeg Fraser te maken met de jonge trainer Han Berger, met wie hij een moeilijke verstandhouding had en weinig ontwikkeling doormaakte. In maart 1988 liep hij een spierscheuring op, waardoor hij langere tijd uit de roulatie was.

Roda JC In de zomer van 1988 haalde Jan Reker de toen pas 21-jarige Fraser naar Roda JC, dat onder financiële injecties van Nol Hendriks stevig aan de weg timmerde. Met de overgang was een bedrag van ongeveer 350 duizend gulden gemoeid. Hij tekende er een contract van 3 jaar. Later wist Fraser ook oud-ploeggenoot Van Loen over te halen naar Kerkrade te komen. In juni 1989 liet Fraser, op aandringen van Reker, de trip naar Suriname van het Nederlands Kleurrijk Elftal, waar hij al langere tijd deel van uitmaakte aan zich voorbij gaan. Deze reis mondde uit in de SLM-ramp waarbij 176 mensen, waaronder 14 voetballers omkwamen. Enige tijd was er verwarring of Fraser ook betrokken was bij het ongeluk, omdat zijn naam wel voorkwam op de passagierslijst. Uiteindelijk bleek Wendel Fräser, een verre neef en speler van RBC, te zijn omgekomen bij de crash.

In augustus 1989 werd Fraser, door bondscoach Thijs Libregts, voor het eerst geselecteerd voor het Nederlands voetbalelftal. Op 6 september maakte hij, evenals Bryan Roy en Stanley Menzo zijn debuut tegen Denemarken. Fraser had Brian Laudrup als directe tegenstander en werd, ondanks het feit dat hij bij een 2-0 voorsprong een penalty veroorzaakte, onder andere door aanvoerder Ruud Gullit, geroemd voor zijn spel. Enkele dagen later maakte Fraser, die zich in de belangstelling had gespeeld van onder andere Montpellier HSC en Ajax, bekend een verbeterd contract bij Roda JC naast zich neer te leggen, om zo de kans op een transfer naar een topclub te verhogen. In oktober 1989 was er concrete interesse van Real Sociedad, maar een bovenbeenblessure, waarvoor hij in december 1989 geopereerd werd, gooide roet in het eten. Groot was de verbazing toen Fraser, terwijl hij onder het mes was, door Libregts geselecteerd werd voor een oefeninterland tegen Brazilië. Op 28 februari speelde hij uiteindelijk zijn tweede interland in Kiev tegen de Sovjet-Unie in de wedstrijd die vooral bekend werd, omdat debutant Marcel Peeper hierin zijn kuit- en scheenbeen brak.

In maart 1990 was Fraser dicht bij een overstap naar Borussia Dortmund, maar vanwege familieomstandigheden bleef een transfer uit. Uiteindelijk was het Feyenoord, dat bereid was de gevraagde transfersom van 2,2 miljoen gulden neer te leggen, waarvan Fraser zelf 400 duizend gulden incasseerde. Hij tekende een contract voor 4 jaar bij de Stadionclub. Hiermee was hij de duurste aankoop van Feyenoord op dat moment.

In de zomer van 1990 werd hij door bondscoach Leo Beenhakker geselecteerd voor het dramatisch verlopen Wereldkampioenschap Voetbal 1990. Fraser speelde er één wedstrijd. In de derde poulewedstrijd tegen Ierland (uitslag 1-1), viel hij in de 59e minuut in voor Richard Witschge.

Eerste jaren bij Feyenoord Toen Fraser zich in 1990 aansloot bij Feyenoord, bevond de club zich in een roerige periode. In het voorgaande jaar was de ploeg, onder leiding van Gunder Bengtsson en Pim Verbeek op de 11e plaats geëindigd. Hierop werd er flink de bezem gehaald door de selectie, waarbij dragende spelers als Marcel Brands en Joop Hiele te verstaan werd gegeven te vertrekken. Ondertussen contracteerde de club naast Fraser onder andere Arnold Scholten van Ajax, Ed de Goey van Sparta, Harry van der Laan van ADO Den Haag en Ioan Sabău van Dinamo Boekarest.

Fraser kende een moeilijke start in Rotterdam. In december 1990 liep een bekerwedstrijd tussen Feyenoord en SC Heracles '74 uit de hand en kreeg Fraser, evenals teamgenoot Sabău, de rode kaart wegens een vechtpartij op het veld. Toen hij in de kleedkamer uit frustratie tegen een muur sloeg, brak hij hierbij zijn hand. Hij kreeg uiteindelijk een schorsing van vier wedstrijden voor zijn aandeel in de vechtpartij. Nog voor Fraser weer hersteld was van de breuk, werden Bengtsson en Verbeek ontslagen ten faveure van Wim Jansen. Onder Jansen ging de club beter spelen. Feyenoord eindigde dat seizoen weliswaar slechts op de 8e plaats, maar wist wel de KNVB beker te winnen. Die zomer was Fraser dicht bij een overstap naar Karlsruher SC, maar een transfer bleef uiteindelijk uit.

In het seizoen 1991-1992 kreeg Fraser te maken met Hans Dorjee, die naast Jansen als technisch manager, zou fungeren als veldtrainer. Dorjee was vanwege een hartoperatie echter zelden in functie, waardoor feitelijk Wim Jansen nog steeds de trainingen leidde. In maart nam Jansen definitief het stokje weer over van Dorjee. In november raakte Fraser geblesseerd aan zijn enkel, waardoor hij van november tot de winterstop uit de roulatie was. Feyenoord speelde dit seizoen lange tijd mee om de titel en eindigde uiteindelijk op de 3e plaats.

Kampioenschap onder Van Hanegem In de zomer van 1992 werd Wim van Hanegem, Frasers oude mentor bij FC Utrecht, trainer van de Rotterdamse club. Hij gaf bij aankomst aan Frasers kwaliteiten te waarderen en posteerde hem regelmatig op het middenveld. Fraser kende een goede seizoensstart en werd, voor het eerst sinds 1990, weer opgeroepen voor het Nederlands elftal. Bij Feyenoord vormde hij in die jaren een stabiele verdediging met onder anderen Ruud Heus, John de Wolf en Ulrich van Gobbel. In oktober liet hij van zich spreken door tijdens een Europa Cup wedstrijd tegen FC Luzern een tegenstander in het gezicht te slaan. De scheidsrechter wees na het incident abusievelijk John de Wolf aan als boosdoener, waarna deze de rode kaart en een schorsing van vier wedstrijden kreeg. Fraser werd door Feyenoord disciplinair gestraft voor zijn misdraging. Later herriep de UEFA de beslissing van de scheidsrechter en kreeg Fraser alsnog een schorsing van drie wedstrijden. Op 10 maart 1993 brak Fraser in een bekerduel tegen FC Zwolle na een ongelukkige botsing met Remco Boere zijn rechterkuitbeen. Later bleek dat hij ook zijn enkelbanden had afgescheurd, waardoor hij de rest van het seizoen, waarin Feyenoord landskampioen werd, miste.

Aan het begin van het seizoen 1993-1994 kwam Fraser wederom in opspraak. Tijdens een wedstrijd op een vriendschappelijk toernooi liep een wedstrijd tussen Feyenoord en het Helders voetbalelftal uit op een massale vechtpartij, waarbij een speler van de Helderse selectie een gebroken kaak opliep. Fraser werd in eerste instantie als schuldige aangewezen, maar bleek later niet verantwoordelijk te zijn voor het letsel. Wel had hij een tegenstander bespuugd en geslagen. Kort hierna brak hij zijn rechterscheenbeen, waarna bij een scan tevens een breuk in zijn kuitbeen geconstateerd werd. Op 17 augustus werd Fraser voor zijn aandeel in de vechtpartij voor vier wedstrijden geschorst, voor spugen. De straf zou pas ingaan nadat hij weer wedstrijdfit verklaard zou worden. In januari 1994 brak hij zijn neus. In april verlengde hij zijn contract tot 1997. Hij speelde uiteindelijk slechts 19 wedstrijden.

Blessureleed Tijdens de voorbereiding op het seizoen 1994-1995 was Fraser volledig weer fit, maar al snel sloeg het blessureleed echter weer toe. Gedurende het jaar was hij meerdere periodes afwezig door diverse blessures, die alle verband hielden met zijn rechterenkel. Tijdens de bekerfinale van dat jaar tegen FC Volendam, eiste hij een negatieve hoofdrol op door tegenspeler Ulrich Wilson te slaan. De actie werd met geel bestraft. Aan het einde van het seizoen moest Fraser vrezen voor zijn carrière, toen de problemen aan zijn enkel en achillespees aanbleven. In de zomer van 1995 liet hij zich opereren aan zijn rechteronderbeen, waarna een lange periode van revalideren en meerdere terugslagen volgden. In oktober van dat jaar werd trainer Van Hanegem ontslagen en vervangen door Arie Haan. Begin 1996 maakte hij zijn rentree in een vriendschappelijk toernooi in Marokko. Op 26 februari 1996 speelde hij zijn enige wedstrijd van dat seizoen tegen PSV. Kort hierna liep hij weer een enkelblessure op.

Aan het begin van het seizoen 1996-1997 was Fraser weer fit. In december pakte hij een rode kaart in een wedstrijd tegen zijn oude club Roda JC na een onnodig harde overtreding op André Ooijer. In maart 1997 verlengde hij zijn contract met twee jaar, nadat ook Sparta Rotterdam interesse had getoond.

Einde carrière Het seizoen 1997-1998 begon Fraser weer als basisspeler en werd hij door Haan verkozen als aanvoerder. Feyenoord draaide echter slecht. In augustus liep hij tegen een rode kaart op toen hij een wedstrijd tegen Sparta de doorgebroken Dennis de Nooijer neerhaalde. Op 5 oktober 1997 viel Fraser geblesseerd uit in een wedstrijd tegen NAC. Kort hierop stapte Haan op bij Feyenoord, hij werd opgevolgd door Leo Beenhakker. Fraser noemde Haan in een reactie "Een van de beste, zo niet de beste, trainer die ik in mijn carrière heb meegemaakt." Nadat Fraser weer bezig was met terugkomen, raakte hij op training zwaar geblesseerd na een botsing met teamgenoot Brad Parker, waarna hij per ambulance het trainingsveld verliet. Uit onderzoek bleek dat hij een drievoudig knieletsel had opgelopen aan zijn linkerknie. De mediale band was afgescheurd, in de voorste kruisband zat een scheur en het kraakbeen in de knie was beschadigd. Het revalidatieproces zou weer enkele maanden duren.