miniatuur|Afgebeeld als volksvertegenwoordiger. "Vrijheid is mijn grootste passie." thumb|250px|Fabert School in Metz, waar Tocqueville leerling was van 1817 tot 1823. Andere bekende leerlingen zijn Jean-Victor Poncelet, Robert Schuman en Joachim von Ribbentrop. thumb|250px|John Stuart Mill. Toen Tocqueville en zijn vriend Gustave de Beaumont in 1833 het rapport Du système pénitentiare aux États-Unis publiceerden, maakte Mill hen in Groot-Brittannië bekend. thumb|250px|Bladzijde van het manuscript 'Democratie in Amerika. "Van alle nieuwe dingen die mijn aandacht trokken tijdens mijn verblijf in de VS, maakte niets zo’n sterke indruk op mij als de gelijkheid in leefomstandigheden", schrijft hij na zijn reis naar Amerika. thumb|250px|Tocqueville als jongeman. Auteur en datum onbekend Alexis-Charles-Henri Clérel, burggraaf de Tocqueville (Verneuil-sur-Seine, 29 juli 1805 – Cannes, 16 april 1859) was een Frans aristocraat, politiek filosoof en socioloog, historicus en staatsman. Hij geldt als een belangrijk denker van het moderne politieke liberalisme.

Familiegeschiedenis Tocqueville kwam uit een oude Normandische adellijke en katholieke familie die meestreed in de Slag bij Hastings (1066) en leed onder de Franse Revolutie. Zijn overgrootvader aan moederszijde, Chrétien-Guillaume de Lamoignon de Malesherbes, verdedigde Lodewijk XVI en stierf onder de guillotine, samen met een reeks neven, nichten, ooms en tantes. Zijn ouders ontkwamen ternauwernood aan dit lot door de val van Robespierre in 1794. Zijn vader werd, volgens de overlevering, in gevangenschap in één nacht grijs. Napoleon Bonaparte, die de orde herstelde, was voor Tocqueville een megalomane usurpator en parvenu. Zijn familiegeschiedenis leek Tocqueville voor te bestemmen voor het kamp van de restauratie. Het waren echter de doctrinairen, de liberale royalisten die onder leiding van Pierre Paul Royer-Collard de monarchie wilden verzoenen met de revolutie, die de jonge Alexis beïnvloedden. Hij begreep dat, ondanks alle ontsporingen, de democratie blijvend zou zijn en dat een terugkeer Frankrijk opnieuw in een orgie van geweld zou storten. Het doel dat hij zich stelde bij zijn Amerikaanse reis was het verdwijnen van de standen en het in goede banen leiden van de gelijkheid. Centraal stond voor hem de vraag hoe een democratie werkt en welke gevolgen ze heeft voor de samenleving.

Vroege leven Tocqueville studeerde rechten en werd in 1827 aangesteld als onderzoeksrechter in Versailles. De colleges van François Guizot wekten zijn interesse voor politiek. Met zijn vriend Gustave de Beaumont (1802-1866) bezocht hij in 1831 de Verenigde Staten om het gevangeniswezen en de samenleving er te bestuderen.Het bezoek aan de VS diende om de woelige politieke ontwikkelingen in Frankrijk te ontvluchten. Na de Julirevolutie in 1830 nam Lodewijk Filips de plaats in van de verdreven koning Karel X. Magistraten dienden trouw te zweren aan de koning en Tocqueville vond die ‘burgerkoning’ maar niets. Zijn eedaflegging noemde Alexis een van de ongelukkigste dagen uit zijn leven. De Julimonarchie beloofde weinig goeds voor zijn carrière. Als zoon van een prefect uit de restauratieperiode en telg van het geslacht van de Bourbons leek het raadzaam afstand te nemen. Frankrijk dacht na over een herziening van het gevangeniswezen en lonkte naar het Amerikaanse model. De twee vrienden boden zich aan bij de minister van Binnenlandse Zaken en kregen een officieel mandaat maar geen budget. Op 2 april 1831 vertrokken ze uit Le Havre en toerden negen maanden rond in Noord-Amerika: ze bezochten bibliotheken en archieven, spraken hoogwaardigheidsbekleders, zwarte slaven en opgejaagde indianen, kwamen in salons en boshutten. Gustave voerde vaak de openhartige gesprekken terwijl Alexis alles in kladschriftjes noteerde.

Na een klein jaar keerden ze terug en publiceerden ze in 1833 het rapport Du système pénitentiare aux États-Unis, et de son application en France (Over het gevangeniswezen in de V.S. en de toepassing ervan in Frankrijk). In Frankrijk en de Verenigde Staten stapelden de lovende recensies zich op en in Groot-Brittannië gaf John Stuart Mill Tocqueville bekendheid. Beaumont publiceerde later Marie, ou l'esclavage aux États-Unis, een kritische beschouwing over de slavernij en rassenscheiding in Amerika. Tocqueville schreef in 1835 zijn hoofdwerk De la démocratie en Amérique. In 1840 volgde een tweede deel. Hierin vergelijkt hij het aristocratische, ongelijke en hiërarchische maatschappijtype met de door gelijkheid gekenmerkte democratie.

In augustus en september 1833 reisde Tocqueville naar Londen en naar Zuid-Engeland om de revolutionaire gevolgen van de politieke onrust te bestuderen. Hij maakte er kennis met de liberale graaf Radnor en Nassau Senior, een hoogleraar economie in Oxford. Nassau Senior maakte deel uit van een overheidscommissie die de armenwetgeving onderzocht. Radnor nam hem mee naar rechtszittingen van armenzaken. In 1835, even voor zijn dertigste, noteerde hij zijn bevindingen in zijn Mémoire sur le paupérisme als een voordracht voor het Koninklijk Academisch Genootschap van Cherbourg. Tocqueville zag hierin het pauperisme niet als een morele of economische kwestie, maar als een historisch, politiek probleem.

Over de democratie Tocqueville bewonderde de democratie vanwege de maatschappelijke gelijkheid voor allen. In de Verenigde Staten bestudeerde hij de gelijkheid in een maatschappij waar ze op dat moment het meest ontwikkeld was. Voor- en tegenstanders van de democratie volgden de Verenigde Staten met argusogen. Door heel de geschiedenis haalde die meestal een slechte pers. Zowel klassieke auteurs als verlichtingsdenkers stonden afwijzend tegenover het idee dat het volk zichzelf kon besturen. De Franse Revolutie leek het gelijk van de sceptici te bewijzen: democratie ontaardde in anarchie en dictatuur. Desalniettemin herkende Alexis de Tocqueville in Europa een democratiseringsbeweging, een proces dat hij als onvermijdelijk beschouwde.

Hij waarschuwde voor de democratische schaduwzijden: Vrijheid en gelijkheid staan op gespannen voet met elkaar. Een te grote vrijheid gaat ten koste van de gelijkheid en andersom De tirannie van de meerderheid kan minderheden verdrukken waardoor die hun toevlucht zoeken in geweld De meerderheid kan hier eveneens het slachtoffer van worden door de neiging tot conformisme, centralisatie en de individualisering.

Het idee dat een 'democratie zich democratisch kan opheffen' is terug te vinden in Tocquevilles werken, alsmede De Republiek van Plato. Om een absoluut en despotisch regime te vermijden, stelt Tocqueville maatregelen voor. Zo moet het bestuur niet volledig in handen van de overheid zijn, maar deels uitgevoerd worden door tijdelijk verkozen bestuursambtenaren. Vereniging van burgers, persvrijheid en onafhankelijke rechtspraak zijn belangrijk om te grote staatsmacht te voorkomen.

Op 2 maart 1839 werd hij als afgevaardigde voor het departement La Manche verkozen, om tot 1852 actief te blijven in de landelijke politiek, met herkiezingen in 1842 en 1846, maar ook nog in de Tweede Republiek. De staatsgreep van 2 december 1851 door de latere Napoleon III zou hem ertoe dwingen zijn zetel af te staan. Als politicus zou hij zich speciaal inzetten voor slavernij, waar hij overigens wenste dat vrijgelaten slaven géén grond kopen konden zodat zij in dienst bij hun vroegere meesters zouden blijven. Heel veel energie zou hij steken in de op de Ottomanen veroverde kolonie Algerije in 1830. Daarover hieronder meer.

Gelijkheid van man en vrouw

Zoals zoveel andere reizigers naar de Verenigde Staten stelt hij vast dat – in tegenstelling tot het victoriaans Europa – vrouwen er belangrijk zijn, zowel in hun oordeel als in hun klachten. Als vroege chroniqueur van de vrouwenemancipatie laat hij zich met verbazing uit over de bewegingsvrijheid van meisjes en vrouwen en het feit dat ze ervaren reizigers zijn, in Louisiana kennen ze recht op briefgeheim en steken mannen met hun kunstkritieken naar de kroon. Echtparen beslissen er samen en mannen hebben er zelden een maîtresse.KNIBIEHLER Y. Lichaam en hart, de vrouw als burger, openbaar en privé. In: DUBY G. & PERROT M. Geschiedenis van de vrouw. De Negentiende Eeuw, Agon, Amsterdam, 1993, p. 288; PERROT M. Buiten de cirkel. In: DUBY G. & PERROT M. Geschiedenis van de vrouw. De Negentiende Eeuw, Agon, Amsterdam, 1993, p. 387. Het beeld dat hij schetst zei niet alleen iets over de V.S., maar ook iets over wat men in Europa "normaal" vond.

Even verder richt Tocqueville zijn pijlen op Frankrijk waar een "bijna kloosterlijke opvoeding" vrouwen verlegen en terughoudend maakt, "zoals ten tijde van de aristocratie, om hen dan plotseling zonder gids en steun los te laten te midden van de chaos. De Amerikanen zijn consequenter."Alexis de Tocqueville. Over de democratie in Amerika. Integrale editie met alle tekstvarianten, Boek I (1835) & Boek II (1840). Lemniscaat, 2012, p. 636 en 641. De publieke vijandigheid richt zich in Europa onophoudelijk op de zwakheden van vrouwen, schrijft hij verder. Filosofen en staatslieden klagen over de losse vrouwelijke zeden en de literatuur suggereert het dagelijks. In Amerika daarentegen veronderstellen alle boeken dat vrouwen kuis zijn. Niemand vertelt er liefdesavonturen en de reden hiervoor ligt volgens Tocqueville in de gelijkheid.

Waardering als socioloog Een doorbreking van de bestaande maatschappelijke indeling sinds de middeleeuwen als gevolg van de Franse Revolutie vormde de grondslag voor een nieuw waardeoordeel en een nieuw perspectief in de publicaties van Claude Henri de Saint-Simon. Deze maakte in 1814 een onderscheid tussen economisch actieve groepen, zoals fabrikanten, arbeiders, boeren, beoefenaars van wetenschap enerzijds en de maatschappelijk inerte groeperingen, adel en geestelijkheid anderzijds. De bijdragen van de actieve burgers waren meetbaar, feitelijk, ofwel positief. Verder op deze gedachte ging Auguste Comte, die de natuurwetenschappen als vertrekpunt nam om bij de wetenschap over mens en samenleving uit te komen. Een onderzoek, dat hij ‘sociologie’ noemde, naar het Griekse woord ‘logos’ voor kennis en het Latijnse ‘socius’ voor ‘metgezel’. Een begrip eerder gebruikt door een denker uit de tijd van de Franse revolutie, Emmanuel Joseph Sieyès. De meetbaarheid van menselijke gedragingen en hun mogelijkheid tot ontwikkeling werd rond 1835 door de Belgische astronoom, wiskundige en statisticus, Adolphe Quetelet, beschreven in een boek, waarin hij uitging van een ‘gemiddelde mens ‘. Het meer intuïtief herkennen van algemene patronen was al praktijk bij sommige denkers uit de Oudheid, Plato, Confucius en met name bij de Arabische Ibn Khaldun. Deze schreef in de veertiende eeuw een boek over de verschillen in geloof en samenleving door de tijd heen, die bij een beschrijving van de geschiedenis geanalyseerd moesten worden.