Apeiron (Oudgrieks: ἄπειρον) is een begrip komt uit de presocratische natuurfilosofie en werd voor het eerst gebruikt door Anaximander van Milete (ca. 610-546 v.Chr.). Zijn filosofie is slechts fragmentarisch bekend via andere schrijvers. Letterlijk betekent a-peiron 'zonder grens, begrenzing'. Aristoteles (Fysica, 203b7, De Caelo, 303b10), Theophrastus en Simplicius (Fysica 24, 13) interpreteerden het woord als 'oneindig'. Mogelijk doelde Anaximander zelf echter op 'zonder bepaling' oftewel 'het onbepaalde'. De oermaterie (archè) is ongedifferentieerd en zonder innerlijke verdeelbaarheid. De materie waaruit de kosmos is ontstaan, is dan onbepaald. Een andere mogelijkheid is dat voor Anaximander de ruimte aanvankelijk onbepaald was, en kon die dus niet geïdentificeerd worden met elementen die andere presocraten als oersubstantie aanduidden: vuur, water en lucht. Anaximanders apeiron suggereert onbegrensde omvang en duur, en dus een allesbevattend karakter en goddelijke onsterfelijkheid.Kirk & Raven 1975, blz. 108-110.

Een van de weinige, moeilijk interpreteerbare fragmenten die van Anaximander zijn overgeleverd, gaat juist over dit begrip. In de beroemde vertaling van Diels (Die Fragmente der Vorsokratiker, Berlin 1903, I, p.15): Een modernere Nederlandse vertaling luidt:

Het is Friedrich Nietzsche geweest die dit fragment weer aan eeuwenlange vergetelheid (met Hegel als kleine uitzondering) ontrukte in de voordracht Die vorplatonische Philosophen mit Interpretation ausgewählter Fragmente aan de universiteit van Bazel in 1870.

In muziek De componist Johannes Maria Staud heeft zijn compositie gebaseerd op dit begrip.

Categorie:Filosofische terminologie Categorie:Presocratische filosofie