miniatuur|De tewaterlating van de O 19 in 1939
De Hr.Ms. O 19 (naamsein: P 19, N 54) was een Nederlandse onderzeeboot van de O 19-klasse. Het schip was de eerste Nederlandse onderzeeboot sinds de M 1 die ook gebruikt kon worden als mijnenlegger. De O 19 stond eerst gepland als K XIX, maar tijdens de bouw door de Wilton-Fijenoord werd het schip hernoemd tot O 19. Daarmee was het de eerste Nederlandse onderzeeboot die niet meer specifiek was gebouwd voor de Nederlandse of koloniale wateren.
Het ontwerp en de bouw De O 19 was de eerste Nederlandse mijnenleggende onderzeeboot gebouwd voor de Nederlandse marine. De eerste mijnenlegger, de M 1, was namelijk een Duitse onderzeeboot die door Nederland was geïnterneerd tijdens de Eerste Wereldoorlog en overgenomen van Duitsland. De bouw van het schip vond plaats bij de Schiedamse scheepswerf Wilton-Fijenoord. Het ontwerp voor de O 19-klasse was afkomstig van de Nederlandse ingenieur G. de Rooij en vertoonde gelijkenis met het ontwerp voor de Poolse Orzełklasse waarvan de schepen ook door Nederlandse scheepswerven waren gebouwd. Het vermoeden bestaat dan ook dat de O 19-klasse is gebaseerd op de Orzełklasse. De O 19 wordt vaak gezien als de eerste onderzeeboot ter wereld die was uitgerust met een snuivershipmotions.nl :: 100 jaar onderzeeboten, maar er zijn bronnen dat onderzeeboten O 2 en K II ook waren uitgerust met een soort van experimentele snuiver. Een snuiver is een pijp waarmee lucht ververst wordt, terwijl de onderzeeboot onder water vaart. Er kan dus onder water op de zuurstof gebruikende dieselmotoren worden gevaren. De eerste experimentele snuivers aan boord van de O 2 en K II diende een ander doel, namelijk het voorzien in zuurstof van de diesels tijdens zwaar weer.
De diesels van de O 19 waren gemaakt door het Zwitserse bedrijf Sulzer, het waren 7 cilinder 2-takt motoren die ieder 2.650 pk leverden. Bij een snelheid van 22,2 km/h (12 knopen) had het schip een actieradius van 18.520 km (10.000 zeemijl). Onder water werd de onderzeeboot aangedreven door een 500 pk elektromotor die de stroom onttrok aan een serie van 2 x 96 accu's. Bij een snelheid van 15,7 km/h (8,5 knopen) kon onder water een afstand van 50,0 km (27 zeemijlen) worden afgelegd, maar door het gebruik van de snuiver kon hij bij rustig weer ook onder water met de dieselmotoren varen.
De hoofdbewapening van de O 19 bestond uit acht 53 cm torpedobuizen, vier aan de voorzijde en vier aan de achterzijde. Voor de onderzeeboot werd gebruikgemaakt van verschillende torpedo's, onder meer de Mk 8, V53 en Mk IV*SD. Daarnaast omvatte het ontwerp van de O 19-klasse twintig mijnenbuizen, tien aan de linkerkant en tien aan de rechterkant van de onderzeeboot. Het ontwerp voor de mijnenbuizen was afkomstig van de Franse scheepswerf Normand-Fenaux. In iedere mijnbuis konden twee zeemijnen worden opgeslagen, wat het totaal aantal zeemijnen dat de O 19 kon meenemen op veertig bracht. De zeemijnen die gebruikt werden door de O 19 waren afkomstig van het Britse Vickers. Verder beschikte de onderzeeboot over een 8,8 cm dekkanon dat ook geschikt was als luchtafweergeschut, ook de 12,7 mm mitrailleur kon worden gebruikt voor dat doel. Daarnaast was de O 19 uitgerust met een 4,0 cm kanon van het merk Bofors.
Beide onderzeeboten van de O 19-klasse waren uitgerust een perifoon-installatie oftewel een geruispeiler van Atlas Werke in Bremen.Museum Waalsdorp heeft de Atlas Werke documenten over de Perifoon-installatie voor de O19 en O20 in haar archief De geruispeiler was een passieve sonar. De O 19 werd tijdens groot onderhoud in het Verenigd Koninkrijk in 1943 uitgerust met ASDIC, een actieve sonar. dutchsubmarines.com :: Armand van Karnebeek
Embleem en motto Voor Nederlandse onderzeeboten was het tijdens de Tweede Wereldoorlog niet gebruikelijk een motto of embleem te hebben. Maar onder commando van Van Karnebeek werd een zelf ontworpen embleem op de voorkant van de toren van de O 19 geschilderd. Het embleem bestond uit een kikker op een blauwe achtergrond omringd door een kabel, boven de kop van de kikker bevond zich een helm met daarover een drietand en een anker met ketting. 'De kikker' was de bijnaam van Van Karnebeek, hij had die tijdens zijn opleiding bij de Marine gekregen vanwege zijn brede mond. Toen het commando van de O 19 werd overgenomen door Drijfhout van Hooff verdween het embleem weer van de voorkant van de toren. dutchsubmarines.com :: Armand van Karnebeek
Commandanten Vijf verschillende commandanten hebben op de O 19 gediend. Knoops het kortst, maar zeven maanden en Bach Kolling het langst, 22 maanden. Van Dongen was de eerste commandant van de O 19 hij had voor het commando van de O 19 kort, in 1933, het commando gevoerd over de O 13. Onder commando van Van Dongen ondernam de O 19 de overtocht naar Nederlands-Indië. Na aankomst nam Knoops het commando over van Van Dongen die terugkeerde naar Europa en daar het commando kreeg van de O 23. dutchsubmarines.com :: Karel van Dongen Voor Knoops wat het de zevende keer dat hij het commando voerde over een onderzeeboot. Nadat hij in december 1941 het commando overdroeg aan Bach Kolling werd hij commandant van de vierde onderzeebootdivisie in Nederlands-Indië. dutchsubmarines.com :: Frederik Johan Adolf Knoops Bach Kolling had twee maal eerder het commando gevoerd over een onderzeeboot, beide schepen waren van de K III-klasse. Hij kwam aan boord van de O 19 vlak na het uitbreken van de oorlog met Japan en vertrok tijdens het groot onderhoud in Schotland. Na zijn vertrek werd hij commandant van de Nederlandse onderzeeboten in Perth. dutchsubmarines.com :: Hendrik Florentijn Bach Kolling In Schotland kwam de O 19 onder commando van Van Karnebeek, die moest in december 1944 in Perth afstand doen van het commando in verband met zijn gezondheid. Het commando werd toen overgenomen door Drijfhout van Hooff. Voor Drijfhout van Hooff was het het derde commando over een onderzeeboot, onder hem werden drie patrouilles uitgevoerd, bij de derde patrouille liep de O 19 op het Laddrif. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Drijfhout van Hooff nog het commando gevoerd over de Dolfijn. dutchsubmarines.com :: Jacob Frans Drijfhout van Hooff
commandant rang begin eindK. van Dongen Ltz. I 03-07-1939 31-05-1941 unithistories.com :: Dutch Submarines (Onderzeeboten)F.J.A. Knoops Ltz. I 31-05-1941 28-12-1941H.F. Bach Kolling Ltz. II 08-12-1941 12-08-1943A. van Karnebeek Ltz. I 12-08-1943 16-12-1944I J.F. Drijfhout van Hooff Ltz. I 16-12-1944 08-07-1945
De O 19 voor de Tweede Wereldoorlog Tijdens proefvaarten van de O 19 in juli 1939 voerde dr. Nieuwenkamp zwaartekrachtproeven uit aan boord van de O 19.ncg.knaw.nl :: Verslag van de rijkscommissie voor geodesie 1939 Er waren al eerder aan boord van Nederlandse onderzeeboten proeven met zwaartekracht uitgevoerd, onder meer door dr. ir. F. A. Vening Meinesz. Van 1931-1935 aan boord van de K XVIII, in 1937 aan boord van de O 12 en O 16 en in 1938 aan boord van de O 13.ncg.knaw.nl :: Verslag van de rijkscommissie geodesie 1941 Op 25 juli 1939 begon de O 19 aan de oversteek naar Nederlands-Indië, het schip nam de route via het Suezkanaal. Op 13 september 1939 arriveerde de O 19 in Nederlands-Indië. dutchsubmarines.com :: O 19. Gearchiveerd op 29 januari 2021.
De O 19 tijdens de Tweede Wereldoorlog miniatuur|Hr.Ms. O 19 op Laddrif De O 19 heeft vrijwel de gehele Tweede Wereldoorlog actief gediend en ging pas juli 1945 verloren doordat het op het Laddrif was gelopen. De bemanning werd gered door de Amerikaanse onderzeeboot Cod.
De verdediging van Nederlands-Indië Tijdens de Duitse aanval op Nederland in 1940 was de O 19 gestationeerd in Nederlands-Indië. Daar patrouilleerde het schip de wateren en legde het mijnenvelden. Toen de oorlog met Japan uitbrak, na de aanval op Pearl Harbor, was de O 19 samen met de O 20 ingedeeld bij de vierde onderzeebootdivisie van het Nederlandse onderzeebootflottielje in Nederlands-Indië en bevond het zich in de Floreszee. Op 11 december 1941 kreeg de vierde onderzeebootdivisie opdracht om op te stomen naar de Riouwarchipel. Na aankomst in de Riouwarchipel vielen de twee onderzeeboten onder Brits commando. Direct na de aankomst in de Riouwarchipel kregen de onderzeeboten de opdracht om naar Singapore door te varen, waar de schepen bevoorraad werden en er enkele kleine reparaties werden uitgevoerd.; Zij vochten op de zeven zeeën; 5de druk Utrecht: W. de Haan N.V., 1964.
Na de korte stop van drie dagen in Singapore begonnen de onderzeeboten aan een oorlogspatrouille, hier scheiden zich de wegen van de twee boten van de vierde onderzeebootdivisie. De O 20 ging naar het patrouillegebied in de Golf van Siam terwijl de O 19 de opdracht kreeg om in het gebied rondom de monding van de Pahang rivier te patrouilleren. In hetzelfde gebied waar ook de Nederlandse onderzeeboten K XI en K XVII actief waren. Tijdens deze patrouille kreeg de O 19 geen mogelijkheid om een vijandig schip tot zinken te brengen. Op 25 december beëindigde de O 19 de patrouille en keerde het terug naar Singapore, om op nieuwjaarsdag 1942 opnieuw voor oorlogspatrouille uit te varen, nu onder commando van Bach Kolling die het commando had overgenomen van Knoops.
Deze keer lag het patrouillegebied weer ten westen van Malakka, ditmaal tussen 7° en 8° N en 102° en 104° O. In het begin van de patrouille was de O 19 onsuccesvol. Zo werd op 5 januari een konvooi van vier vrachtschepen en een Japanse jager gespot, maar de O 19 kon niet in een goede positie komen om aan te vallen. Later, op 10 januari, was er wel succes. Er werden twee Japanse vrachtschepen gespot, maar vanwege de weersomstandigheden had de O 19 moeilijkheden om in een goede positie te komen voor een aanval. Uiteindelijk lukte het om drie torpedo's te lanceren op het kleinste van de twee schepen, waarvan in ieder geval één torpedo het doel raakte. Daarop besloot Bach Kolling weg te duiken en weg te gaan. Op 15 januari keerde het schip terug naar Singapore waar de bemanning te horen kreeg dat de Japanse strijdkrachten hadden gemeld dat op 10 januari twee schepen tot zinken waren gebracht in het patrouillegebied van O 19. De schepen waren de Akita Maru (3.800 ton) en de Taryum Maru (5.400 ton). Het laatste schip, de grotere van de twee, was waarschijnlijk door een afgedwaalde torpedo van de O 19 tot zinken gebracht.
Op 15 januari begon de O 19 aan een nieuwe patrouille, ditmaal in de Straat Makassar tussen de eilanden Borneo en Celebes, omdat er een invasie van Borneo werd verwacht. Aan de Straat Makassar liggen belangrijke plaatsen zoals Balikpapan dat van belang was voor de aardoliewinning. De patrouille werd afgerond op 28 januari. Op 24 februari vond de verwachte invasie van Borneo plaats.
Twee dagen na de invasie van Borneo, op 26 februari, begon de O 19 aan een nieuwe oorlogspatrouille. Ditmaal lag het patrouillegebied in de Javazee. Net als bij de vorige tocht werden tijdens deze patrouille geen schepen tot zinken gebracht. Toen de O 19 in de buurt van het eiland Bawean voer werd het aangevallen door een Japanse torpedobootjager. De jager gebruikte dieptebommen waardoor de O 19 diep moest duiken. Eind februari keerde de O 19 terug naar Soerabaja voor een revisie.
De Japanse strijdkrachten begonnen op 1 maart met de invasie van Java. De geplande revisie van de O 19 kon daarom niet worden uitgevoerd. De onderzeeboot werd ingezet om bij mogelijke landingsplaatsen in de buurt van de Pamoekanklip, die ten westen van Jakarta ligt, te patrouilleren. Op 7 maart was de O 19 de laatste onderzeeboot die Java verliet. In eerste instantie nam de O 19 dezelfde route als de K XII, maar na de Straat Sape ging de O 19 richting Colombo in tegenstelling tot de K XII die uitweek naar Australië. De O 19 arriveerde op 21 maart in Colombo.
Colombo