Lijst van geslachten Acanthocardia J.E. Gray, 1851 Acrosterigma Dall, 1900 Afrocardium Tomlin, 1931 Americardia Stewart, 1930 Cardium Linnaeus, 1758 Cerastoderma Poli, 1795 Ciliatocardium Kafanov, 1975 Clinocardium Keen, 1936 Corculum Röding, 1798 Ctenocardia Adams, 1857 Dinocardium Dall, 1900 Fragum Röding, 1798 Fulvia Gray, 1853 Goethemia Lambiotte, 1979 Hippopus Lamarck, 1799 Laevicardium Swainson, 1840 Nemocardium Meek, 1876 Papillicardium Sacco, 1899 Papyridea Swainson, 1840 Parvicardium Monterosato, 1884 Plagiocardium Cossmann, 1886 Serripes Gould, 1841 Trachycardium Mørch, 1853 Tridacna Bruguière, 1797 Trigoniocardia Dall, 1900 Vepricardium Iredale, 1929 Cardiidae zijn een familie tweekleppige schelpsoorten waartoe de hartschelpen, de kokkels en de doopvontschelpen behoren.

Beschrijving Schelpkenmerken Over het algemeen hebben kokkels een ronde, hartvormige schelp waarover geprononceerde radiale ribben lopen. Op deze ribben staan bij veel soorten knobbels, stekels of schubben. Kokkels hebben een cardinaal slot.

Dier De mantel heeft drie openingen, twee voor de in- en uitstroomsifon en een voor de voet. Via de sifo's wordt water naar binnen en vervolgens weer naar buiten gepompt. Voedsel (plankton) wat zich in het water bevindt, wordt uit het water gefilterd. Kokkels zijn dus filteraars. Ingegraven soorten gebruiken de voet om zich in het sediment te graven en te verankeren. Sommige soorten kunnen ook 'springen' door de voet beurtelings te verkorten en te strekken. Kokkels zijn hermafrodiet.

Habitat en levenswijze De meeste soorten leven in zee ingegraven in los sediment. Aanhechting aan de ondergrond of de vegetatie komt ook voor (vaak met behulp van byssusdraden). Veel soorten zijn zeer tolerant ten opzichte van het zoutgehalte en kunnen grote schommelingen van het zoutgehalte verdragen (euryhaliene soorten). Andere groepen hebben zich volledig aan een leven in het brakke en zelfs zoete water aangepast zoals verschillende soorten in de Zwarte - en in de Kaspische Zee. Zij verdragen juist geen hogere zoutgehaltes meer.

Natuurlijke vijanden Een van de grootste vijanden is de mens die kokkels als een delicatesse beschouwt. Afgezien daarvan hebben kokkels veel natuurlijke vijanden. Zij vormen het voedsel van veel vissoorten, terwijl invertebraten zoals zeesterren, krabben en slakken kokkels ook op het menu hebben staan. Kokkels die in het getijdenzone leven worden gegeten door foeragerende vogels. In dit biotoop kunnen extreem hoge zowel als lage temperaturen veel schade aan de kokkelpopulaties toebrengen.

Soorten Voorouders van de kokkels komen sinds het Carboon voor, de modernere kokkels zijn zich sinds het Triastijdperk beginnen te ontwikkelen. Er zijn thans meer dan 200 levende soorten. Daarnaast zijn er nog vele die alleen fossiel bekend zijn.

Areaal Kokkels zijn in alle oceanen en hun randzeeën, dus wereldwijd, verspreid. Ze komen van het arctische gebied tot in de tropen voor. Schelpen spoelen op stranden over de hele wereld aan. In Noordwest-Europa komen 14 levende kokkelsoorten voor. Op Noordzeestranden komt de (Gewone) Kokkel (Cerastoderma edule) het meest algemeen voor.

Verhouding tot de mens Kokkels worden wereldwijd in gerechten verwerkt en gegeten. Lege kokkelschelpen worden gevist voor gebruik in de kalkwinning, als wegverharding, maar ook als sieraden, etc.

Onderfamilies en geslachten Goethemia Lambiotte, 1979 Maoricardium Marwick, 1944 Discors Deshayes, 1858 Fuscocardium Oyama, 1973 † Hedecardium Marwick, 1944 † Cardiinae Lamarck, 1809 Bucardium J.E. Gray, 1853 Cardium Linnaeus, 1758 Dinocardium Dall, 1900 Vepricardium Iredale, 1929 Clinocardiinae Kafanov, 1975 Ciliatocardium Kafanov, 1974 Clinocardium Keen, 1936 Keenocardium Kafanov, 1974 Serripes Gould, 1841 Fraginae Stewart, 1930 Americardia Stewart, 1930 Apiocardia Olsson, 1961 Corculum Röding, 1798 Ctenocardia H. Adams & A. Adams, 1857 Fragum Röding, 1798 Lunulicardia J. E. Gray, 1853 Microfragum Habe, 1951 Papillicardium Sacco, 1899 Parvicardium Monterosato, 1884 Plagiocardium Cossmann, 1886 † Trigoniocardia Dall, 1900 Laevicardiinae Keen, 1951 Frigidocardium Habe, 1951 Fulvia J. E. Gray, 1853 Keenaea Habe, 1951 Laevicardium Swainson, 1840 Lophocardium P. Fischer, 1887 Lyrocardium Meek, 1876 Microcardium Thiele, 1934 Nemocardium Meek, 1876 Pratulum Iredale, 1924 Pseudofulvia Vidal & Kirkendale, 2007 Trifaricardium Kuroda & Habe, 1951 Lahilliinae Finlay & Marwick, 1937 † Lahillia Cossmann, 1899 † Lymnocardiinae Stoliczka, 1870 Acanthocardia J.E. Gray, 1851 Adacna Eichwald, 1838 Cerastoderma Poli, 1795 Didacna Eichwald, 1838 Hypanis Ménétries, 1832 Monodacna Eichwald, 1838 Orthocardiinae Schneider, 2002 Afrocardium Tomlin, 1931 Europicardium Popov, 1977 Freneixicardia Schneider, 2002 Protocardiinae Bronn, 1849 † Protocardia Beyrich, 1845 † Trachycardiinae Stewart, 1930 Acrosterigma Dall, 1900 Dallocardia Stewart, 1930 Papyridea Swainson, 1840 Trachycardium Mörch, 1853 Vasticardium Iredale, 1927 Tridacninae Lamarck, 1819 Hippopus Lamarck, 1799 Tridacna Bruguière, 1797

Zie ook Lijst van Mollusca Termen in gebruik bij de beschrijving van schelpen

Fotogalerij

Externe links Taxonomy, National Center for Biotechnology Information Systema naturae 2000 (classification) - Taxon: Cerastoderma edule Family: Cardiidae (Cockles), Gladys Archerd Shell Collection Superfamily Cardioidea, Bivalve Seashells of Western North America, Coan, Valentich Scott en Bernard, 2000, www.sbnature.org