Algemene kenmerken van de Griekse jambe (begripsverwarring is mogelijk):

De Griekse jambe beduidt vooreerst het metrum dat de vorm heeft van één korte + één lange lettergreep (notitie: υ —). Twee jamben = één jambisch metrum (notitie: υ — υ —). één jambische di-meter = twee jambische metra (notitie: υ — υ — / υ — υ —) één jambische tri-meter = drie jambische metra (notitie: υ — υ — / υ — υ — / υ — υ —) N.B. een jambische trimeter wordt ook weleens "jambische senaar" genoemd Maar de term werd ook gebruikt als aanduiding van een literair genre, nl. het gedicht gebouwd op jambische en trocheïsche metra. Twee trocheeën = één trocheïsch metrum (notitie: — υ — υ — υ). Deze versmaten passen uitstekend bij een verwoording die dicht bij het gesproken woord staat; vooral spotdichten zijn in deze maat geschreven, zodat jambe ten slotte ook spotdicht kan betekenen (zonder dat het daarom nog in jambisch metrum geschreven is).

Vertegenwoordigers: Archilochus – Semonides – Hipponax

Verdere evolutie van de jambische poëzie:

Voor de levendige dialoog was de jambe bij uitstek geschikt, vandaar dat later, in de Klassieke Periode, de gesproken gedeelten van tragedie en komedie in jambische trimeters zijn geschreven. (theoretisch: υ — υ — / υ — υ — / υ — υ —)

Categorie:Versvoet Jambe