Estland (Estisch: Eesti), officieel de Republiek Estland (Eesti Vabariik), is een land in Noord-Europa, dat in het westen wordt begrensd door de Oostzee, in het noorden door de Finse Golf, in het oosten door Rusland en in het zuiden door Letland. Het is het noordelijkste en kleinste van de drie Baltische landen, en het onderscheidt zich van de andere Baltische landen Letland en Litouwen door onder andere de taal, die Finoegrisch is en niet Baltisch. De hoofdstad van Estland is Tallinn. Op 1 januari 2011 werd de Estische kroon vervangen door de euro. Estland is lid van de EU en lid van de NAVO.

Geschiedenis

miniatuur|Rakvere, Noord-Estland. Oorspronkelijk Wesenberg, burcht van de Duitse Orde

Vanaf de 8e eeuw werden de Estlandse kusten bezocht door Vikingen, zowel voor plundertochten als handelsmissies.100 Vikingzwaarden gevonden in Estland zijn de grootste ontdekking tot nu toe, Heritage Tribune, 15 november 2020. Gearchiveerd op 2 juni 2023.Zweedse broers kwamen om op eerste Vikingtocht, Historia, 8 oktober 2020. Gearchiveerd op 1 juni 2023. In 1202 werd Estland bezit van de Zwaardbroeders, een aan de Duitse Orde verwante geestelijke ridderschap, die de heidense bevolking met geweld kerstende (Noordelijke Kruistochten). Het zuidelijk deel bleef met het huidige Letland onder gezag van de Orde, maar het noordelijk deel kwam in 1224 onder de Deense koning, Waldemar II van Denemarken, en ging in 1346 over aan de Orde (Waldemar IV van Denemarken verkoopt het hertogdom Estland). Inmiddels waren naast de hoofdstad Reval (nu Tallinn) een tiental burchten en daarbij kleine steden gesticht, van waaruit het land militair en economisch werd beheerst. De steden behoorden tot het Verbond van de Hanze en werden bevolkt door een burgerij die oorspronkelijk afkomstig was uit het noorden van het Rooms-Duitse Rijk. Na de Reformatie ontwikkelde de ridderschap zich tot een kaste van grootgrondbezitters die negen tiende van het landoppervlak bezat. De stedelijke burgerij bleef Duits van cultuur en luthers wat haar godsdienst betreft. De culturele invloed van Rusland was sinds de 19de eeuw ook groot.

Na de invoering van de lutherse reformatie werd de 'Ordensstaat' geseculariseerd. Dit veroorzaakte een zodanige verzwakking dat in 1561 het noordelijk deel van Estland (hertogdom Estland (1561-1721)) onder de Zweedse, en het zuidelijk deel, samen met het huidige Letland, onder de Poolse koning kwam. Dat veranderde de interne verhoudingen weinig. De pogingen tot rekatholicering door Polen boekten nauwelijks resultaat. In 1621 moest het verzwakte Polen zijn deel afstaan aan Zweden en waren het huidige Estland en Letland een Zweedse provincie geworden. Na de Grote Noordse Oorlog veroverde Rusland het gebied in 1721. De Duitstalige elite (Baltische Duitsers of ‘Deutschbalten’) bleef echter haar machtspositie behouden tot aan het einde van de 19e eeuw. Zij bestuurde de Russische provincie Estland, het noorden van het huidige Estland, als een autonome provincie, en dat was ook het geval met de provincie Lijfland, waarvan het noordelijk deel sinds 1918 ook tot het huidige Estland behoort, en het zuidelijk deel tot het huidige Letland. In deze twee provincies bekleedden de Baltische Duitsers als dienaren van de tsaar hoge functies in bestuur en leger, terwijl de Esten lijfeigenste boeren waren en in de steden de onderklasse vormden. In de laatste decennia van de 19de eeuw ontwikkelde zich langzaam een nationaal-Estische burgerij naast die van de Duitse Balten. De aanstoot daartoe werd gegeven vanuit de kring van lutherse theologen en predikanten, zelf als regel Baltische Duitsers. De Esten versterkten daarmee hun nationale bewustwording zonder die met de kerk te verbinden. Immers, voor hen was de lutherse kerk een onderdrukkend machtsinstrument in handen van de Duits-Baltische Ritterschaft, die de ontwikkeling van een Estische en lutherse kerk blokkeerde, zodat enkele tienduizenden Esten zich uiteindelijk tot de Russische orthodoxie lieten bekeren, nadat het Tsarenregime hen daarvoor rechtspositionele en materiële voordelen toezegde. De emancipatie van de Esten en van de Estische taal kwam pas vanaf 1860 van de grond onder invloed van het moderne nationalisme. Tot 1918 werd deze emancipatie onderdrukt door de russificeringspolitiek. Na 1918 werd Estisch de nationale taal. Na 1944 bleef dat pro forma ook het geval, maar het Russisch nam in feite de rol van dominante taal over.

Estland is pas vanaf 1918 een zelfstandige staat. Het onafhankelijke Estland werd in 1940 door Sovjet-troepen en daarna in 1941 door Duitse troepen bezet. Daaraan voorafgaand werden vrijwel alle Baltische Duitsers en daarna ook nog de Zweden geëmigreerd. Talrijke Esten traden als vrijwilliger toe tot Estische eenheden van de Waffen-SS om zo aan de zijde van Duitsland, de onafhankelijkheid van hun land tegen de Sovjet-Unie te bevechten. Na verdrijving van de Duitse troepen werd Estland eind 1944 opnieuw door de Sovjet-Unie ingelijfd. Enkele honderdduizenden Esten vluchtten naar het westen en soortgelijke aantallen Esten werden in strafkampen geïnterneerd. Een groot deel van hen kwam nooit terug uit deze kampen en hun plaatsen werden ingenomen door Russen die uiteindelijk meer dan een derde deel van de bevolking gingen vormen; in de steden liep dat op tot de helft. De Sovjetrepubliek Estland herkreeg in 1991 zijn onafhankelijkheid als soevereine democratische republiek.

Estland is op 1 mei 2004 toegetreden tot de Europese Unie en werd op 9 december 2010 lid van de OESO.

Geografie Estland heeft in totaal 561 kilometer aan landsgrenzen. De kustlijn meet 3794 km. Er zijn drie grote rivieren: de Emajõgi, de Pärnu en de Narva. Alleen de Emajõgi en de Narva worden bevaren.

Estland is een overwegend vlak land, waarvan de noordkust op veel plaatsen steil uit zee oprijst. Het vlakke land gaat in het zuidoosten over in heuvelland. Hier ligt dan ook het hoogste punt van Estland, Suur Munamägi (Grote Eierberg, 318 m), die vergelijkbaar is met het hoogste punt van Nederland. De oostgrens met Rusland wordt grotendeels gevormd door het Peipusmeer (3555 km²) en het Meer van Pskov, en noordelijker door de rivier de Narva. Alleen in het zuiden heeft Estland geen natuurlijke grens.

Westelijk en noordelijk van Estland liggen honderden eilanden, waarvan het overgrote deel onbewoond is en waarvan sommige door de Sovjet-Unie als militair terrein zijn gebruikt. De grootste eilanden zijn Saaremaa en het dichtbeboste Hiiumaa, beide met een herkenbaar eigen karakter. Deze beide eilanden vormen eigen provincies. Kleinere bewoonde eilanden zijn Muhu, Vormsi, Vilsandi, Abruka, Kihnu en Ruhnu.

Bevolking De Esten vormen met 69,1% de meerderheid van de bevolking. Daarnaast bevindt zich er een grote Russische minderheid (23,7%) en kleinere minderheden van Oekraïners (2,1%), Wit-Russen (0,9%) en Finnen (0,6%). Ongeveer 47% van de inwoners van de hoofdstad Tallinn bestaat uit niet-Esten. In het, tijdens het Sovjet-regime geïndustrialiseerde noordoosten van het land, rondom de stad Narva, vormen Russen een zeer grote meerderheid van de bevolking. Van de Russen bezit twee derde deel overigens wel een Estisch paspoort. Daarnaast zijn er nog kleine restanten van de Estlandzweden (±300), wier voorouders zich in de 14de eeuw als vissers aan de Estische kusten vestigden, en van de Baltische Duitsers die vanaf de 13de eeuw tot aan het einde van de 19de eeuw het land domineerden. Duitse en Zweedse Balten verlieten tussen 1939 en 1945 het land. De Seto vormen een minderheid in het zuidwesten.

+ Bevolking van Estland naar etnische herkomst 1922-2006. Gearchiveerd op 8 juli 2014. Etnischeherkomst 19221 19341 19591 19701 19791 19891 20002 20062 20213 Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Aantal % Esten 969.976 87,6 992.520 88,1 892.653 74,6 925.157 68,2 947.812 64,7 963.281 61,5 935.884 68,2 921.908 68,6 919.711 69,1 Russen 91.109 8,2 92.656 8,2 240.227 20,1 334.620 24,7 408.778 27,9 474.834 30,3 354.660 25,8 345.168 25,7 315.252 23,7 Oekraïners — 92 0,0 15.769 1,3 28.086 2,1 36.044 2,5 48.271 3,1 29.259 2,1 28.321 2,1 27.828 2,1 Wit-Russen — — 10.930 0,9 18.732 1,4 23.461 1,6 27.711 1,8 17.460 1,3 16.316 1,2 11.606 0,9 Finnen 401 0,0 1.088 0,1 16.699 1,4 18.537 1,4 17.753 1,2 16.622 1,1 11.974 0,9 11.163 0,8 8.543 0,6 Wolga-Tataren — 166 0,0 1.534 0,1 2.204 0,2 3.195 0,2 4.058 0,3 2.610 0,2 2.500 0,2 1.938 0,1 Letten 1.966 0,2 5.435 0,5 2.888 0,2 3.286 0,2 3.963 0,3 3.135 0,2 2.345 0,2 2.230 0,2 3.827 0,3 Polen 969 0,1 1.608 0,1 2.256 0,2 2.651 0,2 2.897 0,2 3.008 0,2 2.212 0,2 2.097 0,2 1.845 0,1 Joden 4.566 0,4 4.434 0,4 5.433 0,5 5.282 0,4 4.954 0,3 4.613 0,3 2.178 0,2 1.939 0,1 1.852 0,1 Litouwers 436 0,0 253 0,0 1.616 0,1 2.356 0,2 2.379 0,2 2.568 0,2 2.131 0,2 2.097 0,2 2.097 0,2 Duitsers 18.319 1,7 16.346 1,5 670 0,1 7.850 0,6 3.944 0,3 3.466 0,2 1.878 0,1 1.895 0,1 2.701 0,2 Zweden 7.850 0,7 7.641 0,7 — 435 0,0 254 0,0 297 0,0 300 0,0 — — Andere 11.467 1,0 4.266 0,4 6.116 0,5 6.883 0,5 9.042 0,6 13.798 0,9 9.480 0,7 9.068 0,7 34.624 2,6 Totaal 1.107.059 1.126.413 1.196.791 1.356.079 1.464.476 1.565.662 1.372.071 1.344.684 1.331.824

Russisch sprekende minderheid Net als in Letland bevindt zich in Estland, grotendeels ten gevolge van een vanuit Moskou gestimuleerde immigratie ten tijde van de Sovjet-Unie, een omvangrijke Russischtalige minderheid. Deze kwam vrijwillig naar het gebied vanwege de iets hogere lonen en omdat er meer te koop was dan in de rest van de Sovjet-Unie. Ook hadden ze veel privileges. De Estische taal werd ten tijde van de Sovjet-Unie sterk ontmoedigd; iedereen werd geacht Russisch te spreken, waardoor Estische inwoners zich tweederangs burgers voelden. Tussen 1959 en 1989 steeg het percentage Russen van 22% naar 35%. De Russisch sprekende minderheid is geconcentreerd in de hoofdstad Tallinn (34% van de bevolking van 438.000 inwoners) en in enkele industriesteden in Noordoost-Estland, waarvan Narva en Kohtla-Järve de belangrijkste zijn. In deze steden is 87, resp. 74% van de bevolking Russischsprekend. In de tweede stad van het land, Tartu (bevolking tot voor kort 114.000, nu iets meer dan 95.000), woont maar een kleine Russischsprekende minderheid (13%). Veel Russen bleven vanwege de betere sociale voorzieningen in Estland.

Volgens het Estische Ministerie van Bevolkingszaken waren in december 2005 136.533 inwoners (ongeveer 10%) van Estland geen Estisch staatsburger, en zij vormen een derde deel van de Russischtalige minderheid.Estische Ministerie van Bevolkingszaken Estonia: Number of naturalized people climbs above that of residents of undefined citizenship Een van de belangrijkste voorwaarden voor het verkrijgen van de Estische nationaliteit is de Estische taal te spreken of een taalexamen af te leggen. De Russische minderheid en kleinere minderheden van Wit-Russen, Oekraïners en Finnen, worden dus geacht de Estische taal te leren. Voor het verkrijgen van een beroep in Estland is de Estische taal vereist in verschillende gradiënten; voor sommige beroepen, zoals arts, is veel Estische taalkennis vereist, voor andere beroepen als productiewerk is een beperkte Estische woordenschat voldoende. Veel fabrieken waar de Russen werkten zijn echter failliet gegaan en er heerst daardoor hoge werkloosheid onder deze bevolkingsgroep. In Litouwen is destijds gekozen voor het naturaliseren van alle in het land woonachtige Russen, maar daar ging het slechts om 6% van de bevolking.