De Groep André was een Nederlandse verzetsgroep in de Tweede Wereldoorlog, actief in het midden van de provincie Noord-Brabant, in de regio de Langstraat. De leden van deze verzetsgroep kwamen met name uit de dorpen Capelle, Vrijhoeve-Capelle en Sprang. Deze dorpen vormden de voormalige gemeente Sprang-Capelle. Verder kwamen diverse leden uit omliggende plaatsen, zoals Waalwijk en waren er leden, die kwamen uit verder gelegen plaatsen, maar in de Langstraat ondergedoken waren. In de loop van de oorlog groeide de verzetsgroep André uit tot een van de belangrijkste verzetsorganisaties in Zuid-Nederland.

De ontstaansgeschiedenis De Groep André is geleidelijk aan ontstaan na de inval van de Duitsers in Nederland in mei 1940. Op 10 mei 1940 kregen de gemeenten de opdracht van de Nederlandse overheid om alle in hun gemeenten woonachtige NSB'ers te arresteren. Burgemeester Adrianus Smit van Sprang-Capelle wilde graag inzichtelijk hebben welke personen dit in zijn gemeente betrof en vroeg hierbij advies aan de plaatselijke elektricien Jos van Wijlen, die hiervan goed op de hoogte was. Op 11 mei 1940 hebben Smit en Van Wijlen enkele NSB'ers gearresteerd en overgebracht naar Fort Altena te Sleeuwijk, waar de NSB'ers opgesloten werden. De officieren van dit fort, dat deel uitmaakte van een verdedigingslinie tegen de Duitsers, waren beperkt op de hoogte van de bewegingen van de Duitse troepen. Voor hen was het van belang om te weten of de Duitsers richting Breda of Keizersveer zouden optrekken. Van Wijlen en Smit wisten met de hulp van een aantal andere personen, die later ook deel uit zouden maken van de Groep André, te achterhalen dat de Duitsers richting Breda aan het optrekken waren. Dit werd telefonisch doorgegeven aan Fort Altena. Kort hierna waren leden van de Groep André betrokken bij de evacuatie van honderden Nederlandse militairen, die gelegerd waren geweest in de Peel en daar verslagen waren door de Duitsers. Zij waren voorzien van burgerkleding en werden met roeiboten overgezet naar de andere kant van de Bergsche Maas, het Land van Heusden en Altena, dat op dat moment nog 'vrij gebied' was. Dit waren de eerste activiteiten van de verzetsgroep André, die dus begon met enkele personen, maar vanaf het voorjaar van 1941 steeds meer leden kreeg door de geleidelijke uitbreiding van de activiteiten. In eerste instantie betrof het werkgebied van de groep het gebied van de Langstraat en het Land van Heusden en Altena. Later breidde zich dit steeds verder uit. Uiteindelijk had de Groep André contacten in heel Nederland.

De naam van de verzetsgroep is afgeleid van de voornaam van André Boesman. Dit lid van de Groep André overleed op jonge leeftijd aan een longontsteking. Dit kwam hard aan bij de leden van de groep en die besloten hierop hun verzetsbeweging te vernoemen naar Boesman.

De leden van de Groep André De kern van de Groep André bestond uit onderstaande leden. Eventuele bijzonderheden zijn toegevoegd. Jacques Antonissen; André Boesman: op jonge leeftijd overleden aan longontsteking (de Groep André is naar hem vernoemd); Jan van Delft (1920-2010): afkomstig uit Waalwijk; Dingeman Dingemans: afkomstig uit De Moer; Mar Draaisma; Sap Draaisma; Rom van Drongelen: afkomstig uit Sprang; Dick Flemming: ondergedoken Delftse student (overleden 20 juli 2009, Zutphen); Piet de Groot: afkomstig uit Capelle. Eigenaar van een schildersbedrijf; Jo Hamburg: afkomstig uit Waalwijk. Was districtsleider van Waalwijk (LO),schuilnaam: Sjef; Cor Hoekstra: afkomstig uit Sprang; raakt zwaargewond bij het Biesbosch crossen; Hans Hoekstra: afkomstig uit Sprang; Dina de Jong: afkomstig uit Capelle; rechterhand van leider Jos van Wijlen; eveneens in loondienst bij het elektrobedrijf van Van Wijlen; Faan Kuijsten: afkomstig uit Sprang; Leen Kuijsten: afkomstig uit Sprang; in loondienst bij elektrobedrijf Van Wijlen; Piet van Loon: afkomstig uit Waalwijk; Berrie van Loon: afkomstig uit Waalwijk; Frans Mulders: afkomstig uit Waalwijk; bijnaam: "Frits van Dongen"; reizend controleur van het distributiekantoor/arbeidsbureau te Waalwijk; Joep Naninck: afkomstig uit Waalwijk; Maarten Schakel: afkomstig uit de Alblasserwaard; bijnaam: "Jan Snor"; na de oorlog burgemeester van Noordeloos, Hoogblokland en Hoornaar en lid van de Tweede Kamer voor de ARP; Jan de Rooij: afkomstig uit Sprang; betrokken bij spionage-activiteiten in het Land van Heusden en Altena; gefusilleerd begin 1945; Hans (Johannes Balthasar) Schaap: afkomstig uit Waalwijk; zoon van notaris Arie Schaap; geboren ca 1920, overleden te 's-Hertogenbosch 9 november 1945. Ad Schoorl: ondergedoken Delftse student; Adrianus Smit: burgemeester van de gemeente Sprang-Capelle; Jan Spijkerman; Jan van Son (1918-2009): voormalig diplomaat (consul der Nederlanden); Cor Verkuil; Vin Weijers: afkomstig uit Waalwijk; werknemer van het distributiekantoor te Waalwijk; Ad van Wijlen: afkomstig uit Capelle; zoon van Jos van Wijlen; Jos van Wijlen: afkomstig uit Capelle; bijnaam: "André"; eigenaar van een elektrobedrijf; leider van de Groep André; Theo Soontiëns

Overigens hebben niet alleen deze leden zich ingezet voor de Groep André. Tot ver in de regio waren mensen behulpzaam bij bijvoorbeeld het onderbrengen van onderduikers en het verlenen van financiële of materiële steun aan de verzetsgroep. Ook diverse pontbazen waren altijd bereid leden van de Groep André en onderduikers bij nacht en ontij over te varen.

Verzetsactiviteiten Propaganda Het verspreiden van de illegale bladen Trouw, Vrij Nederland, Ons Volk en het Parool. Het tegengaan van Duitse propaganda. Zo werd Duits propagandamateriaal verwijderd. Een specifiek voorbeeld was het laten uitvallen van de elektriciteit, zodat een voorstelling van het nazicabaret "Vreugde en Arbeid" niet kon doorgaan.

Sabotage Er werden treinen gesaboteerd die munitie aanvoerden voor de Duitse munitieopslagplaats in de Loonse en Drunense Duinen. Verder werden aanwijzingsborden voor het Duitse leger langs de wegen weggenomen. In 1944 lag de Langstraat in het frontgebied. Om de Duitsers tegen te werken werd de Winterdijk in Capelle op enkele plaatsen opengebroken. Verder werd de Langstraatspoorlijn op diverse plaatsen opgeblazen. In de haven van Waspik werden dertien schepen gevorderd door de Duitsers. Om het uitvaren te voorkomen werd het voorste schip door de Groep André met dynamiet tot zinken gebracht, waardoor de andere schepen niet konden uitvaren. Voor sabotage was dynamiet noodzakelijk. Dit verkreeg de groep van een ingenieur van de Staatsmijnen uit Heerlerheide.

Hulp aan onderduikers Er waren verschillende groepen die wilden of moesten onderduiken. Joden, die wilden ontkomen aan de Jodenvervolging, studenten, die weigerden de Duitse loyaliteitsverklaring te tekenen en hierdoor moesten onderduiken om aan tewerkstelling in Duitsland te ontkomen en personen die de Arbeitseinsatz, de verplichte tewerkstelling in Duitsland, weigerden. Verder waren er de Nederlandse militairen, die niet in Duits krijgsgevangenschap genomen wilden worden. Dit speelde vanaf 1943 toen de Duitsers vreesden dat het voormalige Nederlandse leger zich te zijner tijd bij de geallieerden zou aansluiten. Hierop besloten de Duitsers alle Nederlandse militairen in krijgsgevangenschap te nemen. Vele Nederlandse soldaten doken toen onder.

In totaal regelde de Groep André onderdak voor circa 900 personen. Dit betekende dat voor al deze personen voedsel geregeld moest worden, maar ook een nieuw persoonsbewijs en andere documenten, die hen zouden moeten beschermen tegen de Duitsers. Veel onderduikadressen waren boerderijen, waarop vaak voldoende voedsel aanwezig was. Doordat er echter steeds meer onderduikers kwamen moest de voedselvoorziening ook uit andere bronnen komen. Hiervoor waren distributiekaarten noodzakelijk. Door gebrekkige Duitse controle konden hiervoor in Sprang-Capelle de distributiekaarten gebruikt worden van personen, die tewerkgesteld waren in Duitsland. Verder regelde Vin Weijers, die werkzaam was op het distributiekantoor te Waalwijk, veel bonkaarten. Daarnaast kwamen er veel kaarten van een contactpersoon uit Maastricht. In totaal kon de Groep André hierdoor maandelijks over ongeveer 1300 bonkaarten beschikken, waardoor men ook in staat was om groepen in andere plaatsen te helpen aan bonkaarten. Verder zorgde de Groep André er met collectes voor dat de onderduikadressen financiële steun kregen. Ook de kerken deden hier aan mee.

Hulp aan piloten De Groep André begon in 1943 met pilotenhulp. Steeds meer geallieerde vliegtuigen vlogen over Nederland richting Duitsland, waarbij regelmatig een vliegtuig neergehaald werd of door mankementen neerstortte. De gestrande bemanning werd dan vaak geholpen door de Nederlandse bevolking. Er was een ontsnappingsroute terug naar Engeland: via België, Frankrijk, Spanje en Portugal en dan per boot of vliegtuig terug naar Engeland. De Groep André zorgde ervoor dat de piloten naar de Belgische grens werden gebracht. De meeste gestrande piloten werden vervoerd per trein en het laatste deel van de route ging vaak te voet of per fiets. De piloten moesten zich voordoen als doven, waardoor de taal geen probleem opleverde. Er waren twee routes: aanvankelijk via Gilze, Alphen en Riel en Baarle-Nassau en later een lijn via 's Gravenmoer, binnendoor langs de Duiventoren (in de bossen bij Oosterhout), Bavel, Ulvenhout en via een smokkelpad naar Wernhout. Daarnaast werd op 17 september 1944 door de Groep André hulp geboden aan 28 inzittenden van een bij Loon op Zand vroegtijdig geland Brits zweefvliegtuig, een Airspeed Horsa (Horsa 298), dat onderweg was naar Arnhem voor Operatie Market Garden. Deze groep werd tijdelijk ondergebracht in de Overdiepse polder en op 20 september in de Loonse en Drunense Duinen overgedragen aan een Drunense verzetsgroep. Daar werden ze samengevoegd met een groep van 15 Amerikaanse glider-mannen en nog vier Britten. In oktober is de groep van inmiddels 47 mannen naar de bossen tussen Esch en Boxtel (De Kampina) gebracht waar op dat moment al zo'n 50 geallieerde soldaten (Amerikanen en Britten) verborgen werden door een verzetsgroep uit Boxtel. Na enkele dagen hebben ze zich in Boxtel weer kunnen voegen bij de oprukkende geallieerden. In totaal werden door de Groep André 187 piloten geholpen. Dit is ruim 10% van de in totaal circa 1700 geallieerde piloten, die vanuit Nederland wisten te ontsnappen;

Overvallen Twee gemeentehuizen zijn overvallen om bevolkingsregisters overhoop te halen en om aan persoonsbewijzen te komen: het gemeentehuis van Sprang-Capelle en het gemeentehuis van 's-Gravenmoer. Verder werden bij de distributiekantoren bonkaarten weggenomen.

Spionage Op diverse plaatsen waren geheime zenders geplaatst, waarmee spionageactiviteiten werden verricht. De zenders gingen regelmatig kapot. Deze werden dan gemaakt op het elektrobedrijf van Van Wijlen, waarbij soms ook Philips te Eindhoven ingeschakeld werd om een zender weer operationeel te krijgen. Spionage werd in het bijzonder verricht ten behoeve van de Groep Albrecht. Dit was een spionagegroep, die in 1943 opgezet was door geheim agent Henk de Jonge en die landelijk actief was op het terrein van militaire spionage ten behoeve van de geallieerden.

Acties en Liquidaties Indien noodzakelijk werden verraders en/of Duitsers geliquideerd. De Groep André ondernam diverse acties op dit terrein. Het aantal werd zo beperkt mogelijk gehouden, zowel uit moreel oogpunt als vanwege het gevaar dat het opleverde voor de directe omgeving. Voorbeelden van acties en liquidaties: Eind 1943 zorgde een NSB-lid uit Sprang-Capelle ervoor dat een Duitse Jood werd opgepakt door de Sicherheitsdienst (SD). Hij kreeg van de Groep André een waarschuwing: zijn schuur werd afgebrand. De NSB'er begreep het signaal en zegde zijn lidmaatschap van de NSB op. Voor de zekerheid liet hij zijn opzeggingsbrief lezen door de burgemeester en een aantal anderen, zodat het binnen het dorp bekend was.