Verduistering is het zich opzettelijk wederrechtelijk toeëigenen van een goed dat aan een ander toebehoort welk goed men anders dan als gevolg van een misdrijf onder zich heeft. Het is in Nederland strafbaar gesteld in het Wetboek van Strafrecht, art. 321-325Wetboek van Strafrecht, art. 321 ev bezocht 22 november 2008 en het Wetboek van Strafrecht BES, art. 334-338Wetboek van Strafrecht BES, art. 334 ev en er staat een maximumstraf op van drie jaar of een geldboete van de vijfde categorie.
Verschil met diefstal Verduistering lijkt op diefstal. Het kenmerkende verschil is dat er geen sprake is van het 'wegnemen' van een goed: de verduisteraar heeft het al rechtmatig onder zich. De verduisteraar kan het goed bijvoorbeeld geleend of gehuurd hebben van de eigenaar of om andere, rechtmatige redenen onder zich hebben.
Een voorbeeld van verduistering is het lenen van een boek uit de bibliotheek, waarbij de lener besluit op een gegeven moment het boek nooit meer terug te brengen en het voor zichzelf te houden.
Verzwarende omstandigheden Wie voor zijn beroep de goederen van de werkgever in beheer heeft en zich die wederrechtelijk toe-eigent, maakt zich schuldig aan verduistering in dienstbetrekking. Dit geldt in Nederland als een gekwalificeerd misdrijf en wordt dus strenger bestraft, en wel met een gevangenisstraf van vier jaren of een geldboete van de vijfde categorie. Ook kan men uit zijn beroep ontzet worden. Eveneens gekwalificeerd is verduistering door iemand, die door de wet is aangewezen als bewaarder, waarbij te denken is aan de voogd, de curator of de vereffenaar van een nalatenschap. De maximum gevangenisstraf wordt dan vijf jaar.
Categorie:Fraude Categorie:Misdrijf