Bewustzijn is het geestesvermogen dat het individu in staat stelt de buitenwereld waar te nemen en te verwerken, oftewel een beleving of besef te hebben van het eigen ik, ingebed in zijn omgeving.

Het individuele bewustzijn verwerkt opgedane zintuiglijke indrukken van de natuurlijke omgeving, van mensen, van voorwerpen, en reflecteert op de emoties, gedachten of behoeften die bij het individu door deze indrukken worden opgeroepen. Het bewustzijn is het weten of ervaren van wat er zintuiglijk en cognitief in het eigen ik omgaat, met eventueel het vermogen om daarover te communiceren. Andere begrippen die met het begrip 'bewustzijn' worden geassocieerd, zijn: waakzaamheid, geestesgesteldheid, arousal, gevoel, intentionaliteit, geheugen, geweten en begrijpen.

De filosofie van de geest poogt het concept 'bewustzijn' nader te definiëren. Dit filosofische vakgebied onderzoekt het lichaam-geestprobleem, dat wil zeggen de nog niet opgehelderde wisselwerking tussen hersenactiviteit en bewustzijnservaring. Ook een vraag als of, en in hoeverre, er sprake is van bewustzijn bij dieren en bij kunstmatige intelligentie, houdt de filosofie, biologie, neurologie en psychologie bezig.

Er bestaan daarnaast verschillende metafysische standpunten met betrekking tot het bewustzijn, met name het dualisme en het monisme. Het monisme is sinds de eerste helft van de 20e eeuw sterk in opkomst. Ook zijn er oosterse stromingen die het bewustzijn proberen te verklaren.

Mede dankzij technologische ontwikkelingen is er vanaf 1980 sprake van sterk toegenomen wetenschappelijk onderzoek naar het bewustzijn binnen vooral de psychologie en de geneeskunde. De term 'bewustzijn' vervangt in de wetenschap en de filosofie de wetenschappelijk verouderde termen 'ziel', 'geest' en 'psyche'.

Het bewustzijn wordt door de psychologische wetenschap onderverdeeld in een uitwendig (naar buiten gericht) leven: gedragingen met betrekking tot andere mensen en de omgeving, en een inwendig (naar binnen gericht) leven: de individuele gedachten of gevoelens. De psychologie onderzoekt wijzigingen/beperkingen van het normale bewustzijn, veroorzaakt door psychische aandoeningen, hersenletsel of druggebruik. Dit onderzoek betreft met name de experimentele psychologie, de neuropsychologie en de cognitieve psychologie.

In de geneeskunde is de beoordeling van het bewustzijn praktisch gericht op genezing. Het gaat daarbij om de mate waarin iemand al dan niet bij bewustzijn is, bij bewustzijnsstoornissen als coma of locked-in-syndroom, of bij verwardheid of een delier.

De cognitieve neurowetenschap is erin geslaagd toetsbare verklaringsmodellen op te stellen van de 'neurale correlaten van bewustzijn': het wetenschappelijk aantoonbare verband tussen neurologische activiteit in de hersenen en het bewustzijn.

Omtrent de evolutionaire ontwikkeling en oorsprong van het bewustzijn bestaan diverse wetenschappelijke opvattingen. Zo zijn er binnen uiteenlopende natuurwetenschappelijke disciplines als de kwantummechanica, het elektromagnetisme en de wiskundige natuurkunde noëtische (wetenschappelijk-intuïtieve) verklaringsmodellen of hypothesen over het bewustzijn voorhanden. Ook verschillende spirituele, esoterische en religieuze stromingen definiëren het bewustzijn ieder op hun eigen manier.

Terminologie De term bewustzijn heeft in de dagelijkse omgangstaal diverse betekenissen, die (gedeeltelijk) overlappen met die van geest, ziel en psyche. Anders dan voornoemde termen heeft 'bewustzijn' geen uitsluitend theologische of dualistische connotatie; de term 'bewustzijn' wordt ook gebruikt in de wetenschap. Verwante begrippen, elk met verschillende connotaties, zijn: waakzaamheid, ervaring, geestesgesteldheid, arousal, gevoel, subject, subjectiviteit, alertheid, intentionaliteit, beseffen, geheugen, geweten, weten en begrijpen. Verder idiomatisch gebruik van de term 'bewustzijn': 'bij bewustzijn': wakend, niet bewusteloos, en 'buiten bewustzijn': bewusteloos of slapend. Gerelateerde termen en concepten zijn alertheid, zelfbewustzijn, vrije wil en persoonsidentiteit. Het woordenboek der Nederlandsche Taal definieert bewustzijn als: "het zich bewust zijn van iets, besef van iets". De definitie van de Dikke Van Dale is: "het beseffen en kennen van het bestaan van iets of van zichzelf". Verder wordt het concept 'bewustzijn' op diverse manieren gedefinieerd, al naargelang de verschillende vakgebieden.thumb|Het woord bewustzijn komt van het Duitse woord Bewusstsein, afgeleid van het Latijnse woord conscientia. Wat René Descartes als eerste omschreef met "interne getuigenis" als betekenis.

Etymologie De Nederlandse term bewustzijn is ontleend aan het Vroegnieuwhoogduitse Bewusstsein, een filosofische term, omstreeks 1720 geïntroduceerd door de filosoof Christian Wolff (1679-1754). Het Vroegnieuwhoogduitse bewusst dateert van een eeuw eerder. 'Bewusstsein' is een leenvertaling van het Latijnse woord conscientia (letterlijk: 'medeweten', < con 'met' en scientia 'weten') met als denotatie "het zich bewust zijn van de (im)moraliteit van zijn handelingen". Het Nederlandse woord consciëntie is een directere afleiding van het Latijnse conscientia, namelijk een leenwoord via het Frans, met als synoniem "geweten" ("het innerlijke besef van goed en kwaad"), en is gedocumenteerd vanaf 1588. Het Latijnse conscientia verschijnt voor het eerst in juridische teksten van een schrijver als Marcus Tullius Cicero, rond het begin van de jaartelling. Het betekende toen "een getuige die kennis heeft van iemands daden". Er wordt aangenomen dat René Descartes (1596-1650) als eerste conscientia gebruikte met de verinnerlijkte betekenis interne getuigenis. Het uiteindelijke concept 'bewustzijn' zoals dat vandaag de dag nog bekend is wordt toegeschreven aan John Locke (1632–1704), die de term consciousness gebruikte, vertaald als "passerende perceptie in iemands geest".

Conceptvorming Zowel filosofen als mensen in het algemeen verschillen van mening over wat het bewustzijn precies inhoudt. Hoewel de meeste mensen wel een idee of intuïtie hebben over het bewustzijn, beweren sceptici dat die intuïtie onjuist is, omdat het concept van bewustzijn (intrinsiek) incoherent zou zijn, of omdat onze intuïties over bewustzijn gebaseerd zijn op illusies. Gilbert Ryle stelt bijvoorbeeld dat het traditionele begrip van bewustzijn is gebaseerd op een cartesiaans dualistische visie, die ten onrechte een onderscheid maakt tussen lichaam en geest of de wereld en de geest. Hij stelt dat we niet spreken van geesten, lichamen en een wereld, maar van individuen of personen in de wereld. Dus door te spreken over 'het bewustzijn' kunnen we onszelf misleiden door te denken dat het bewustzijn gescheiden is van gedrag en linguïstiek. Morris Berman spreekt van een 'participerend bewustzijn' waarbij de waarnemer niet wordt gescheiden van de waargenomen wereld. Een behoorlijk aantal filosofen en wetenschappers is ontevreden vanwege de onduidelijkheden in de ontwikkeling van een juiste definitie van het bewustzijn.thumb|left|Waarom, hoe en wanneer het subjectieve bewustzijn is geëvolueerd zijn de grootste mysteries van het bewustzijn. Hiermee wordt de evolutie van gezichtspunt bedoeld, oftewel het 'hoe is het om een bepaald organisme te zijn'. Of Merkwelt, Duits voor; 'manier van kijk op de wereld' of; 'eigenaardig individueel bewustzijn'.

Filosofen zoals Ludwig Wittgenstein hebben taalkundige kritiek, zij stellen dat het op dwaling berust om te vragen hoe mentale en biologische toestanden op elkaar aansluiten. Menselijke ervaringen kunnen beschreven worden op verschillende manieren, bijvoorbeeld in mentale en fysieke zin. Als we bijvoorbeeld over de hersenen spreken zou dat in de verkeerde context zijn; als we een mentaal vocabularium gebruiken, met als bijgevolg dat het een categoriefout wordt of een conceptuele verwarring.

Ondanks de moeilijkheden van het definiëren beargumenteren veel filosofen dat het bewustzijn een eenduidig concept is, dat (intuïtief) wordt begrepen door de meerderheid. Anderzijds geeft de onenigheid over de definitie aan dat het bewustzijn verschillende betekenissen heeft volgens verschillende mensen. Waarschijnlijk omdat het bewustzijn op zichzelf, naast de objectieve eigenschappen, ook subjectieve en intersubjectieve eigenschappen bevat.

In 1976 schreef Richard Dawkins:

thumb|Het kernprincipe van Marvin Minsky's filosofie stelt: de geest is wat de hersenen doen.

In 2004 lieten acht neurowetenschappers weten dat het nog te vroeg was om het bewustzijn te definiëren. Zij schreven:

Max Velmans en Susan Schneider omschrijven het bewustzijn als volgt:

Vraagstelling

De taak om het bewustzijn als verklaringsmodel op te stellen is op zich al een vrij uitgebreid en divers project, zowel in de filosofie als in de wetenschap. Het onderzoek kan worden samengevat door middel van een aantal hoofdvragen. De vragen richten zich op de beschrijving (van de eigenschappen) van het bewustzijn, de onderliggende basis of oorzaak van het bewustzijn en de rol of waarde van het bewustzijn. In de praktijk zijn de antwoorden meestal afhankelijk van elkaar, samen vormen zij een gangbare en bruikbare structuur die wordt ingezet om het bewustzijn zo adequaat mogelijk te verklaren. De relevante vragen kunnen simpelweg als volgt onderverdeeld worden:

De omschrijvende vraag: Wat is het bewustzijn? Bijvoorbeeld wat de belangrijkste eigenschappen zijn en met welke middelen kunnen ze het beste worden ontdekt, beschreven of gemodelleerd. De verklarende vraag: Hoe werkt het bewustzijn? Dus hoe het kan bestaan, hoe kan het bijvoorbeeld ontstaan vanuit onbewuste entiteiten of processen (wat zijn de operationele systeemeisen). De functionele vraag: Waarom bestaat het bewustzijn? Wat is de functionele rol, heeft het een meerwaarde; waarom is het bewustzijn tot stand gekomen.

Bewustzijnstypes thumb|Het P-bewustzijn (phenomenal consciousness) en het A-bewustzijn (acces / functional consciousness). Ned Block maakt een onderscheid tussen twee soorten van bewustzijn, namelijk: fenomenaal, fenomenologisch of P-bewustzijn (phenomenal consciousness) en toegankelijk, functioneel of A-bewustzijn (access consciousness of functional consciousness). Het P-bewustzijn bestaat uit subjectieve ruwe indrukken, gevoelens en belevingen, bijvoorbeeld van kleuren of geluiden. Deze soort van ervaring wordt als onafhankelijk van het gedrag beschouwd en hoeft geen invloed op gedrag te hebben. In de filosofie van perceptie gaat men bijvoorbeeld na in welke mate sensorische kwaliteiten, zoals: geluid, geur of kleur kunnen bestaan in een objectieve realiteit, ten opzichte van de subjectieve waarneming daarvan. Het P-bewustzijn wordt door Steven Pinker ook wel sentience genoemd, wat gevoelsvermogen betekent ten opzichte van denkvermogen (rede).

Het A-bewustzijn is het vermogen om over inhoud van gedachten en waarnemingen te vertellen en die ook te koppelen aan gedragingen. Het is de bewuste toegankelijkheid die we gebruiken wanneer we bijvoorbeeld informatie koppelen aan waarnemingen, gedachten, herinneringen of gedragingen. David Chalmers heeft aangevoerd dat het A-bewustzijn ten opzichte van het P-bewustzijn relatief gezien makkelijker is om te beschrijven, bijvoorbeeld in termen van de neurowetenschap. Hoewel sommige filosofen zoals Daniel Dennett het verschil en bestaan van P-bewustzijn en A-bewustzijn betwisten, wordt de onderscheiding over het algemeen wel aanvaard. Het is verder ook discutabel of het P-bewustzijn en het A-bewustzijn altijd samengaan, met de vraag of zij ieder ook afzonderlijk kunnen bestaan.