thumb|rechtop|Een Zwarte Piet Zwarte Piet is in Nederland en België traditioneel de hulp van Sinterklaas tijdens het sinterklaasfeest. Volgens de overlevering komen Sinterklaas en Zwarte Piet elk jaar in november met de stoomboot uit Spanje aan om cadeaus en snoepgoed te brengen.
In de loop van de tijd zijn zowel zijn gedaante als zijn algehele rol in het Sinterklaasfeest verschillende malen veranderd. Zo ontwikkelde hij zich gaandeweg van boeman en knecht tot speelse en vaak ondeugende kindervriend. Aanvankelijk was er verder maar één Zwarte Piet en in veel verhalen en in veel traditionele sinterklaasliedjes wordt de naam Zwarte Piet dan ook alleen in het enkelvoud gebruikt. Sedert het midden van de 20e eeuw zijn er vaak meer (zie verder geschiedenis).
Inmiddels wordt het traditioneel zwarte uiterlijk van de figuur van Zwarte Piet steeds meer vervangen door de roetpiet (zie verder #Bezwaren).
Hoofdkenmerken Werkzaamheden Zwarte Piet strooit strooigoed tijdens de Sinterklaasintocht, begeleidt Sinterklaas bij zijn reizen, klimt in de nacht door de schoorstenen van huizen om snoepgoed en cadeautjes in de schoen te stoppen en draagt zorg voor de verpakking en distributie van cadeaus voor de Sinterklaasavond.
Uiterlijk De kleding van Zwarte Piet kan per plaats en tijd verschillen, maar bestaat vaak uit een maillot, een kleurige gestreepte pofbroek en een jas met eventueel een cape. De kleur varieert. Hij draagt een witte molensteenkraag en manchetten. Als hoofddeksel dient een baret met veer. Soms draagt Zwarte Piet een jutezak mee met de cadeaus en het snoepgoed. Tot halverwege de twintigste eeuw fungeerde Zwarte Piet vaak als kinderschrik, en droeg daarom een tuchtroede met zich mee. Ook werden stoute kinderen zogenaamd in de jutezak meegenomen.Sinterklaas. Rituelen en tradities, Jef de Jager Toen het als pedagogisch onverantwoord ging gelden om kinderen zo bang te maken, nam Zwarte Piet gaandeweg de rol aan van kindervriend en verdween de roe.
De kledingstijl is mogelijk gebaseerd op werkkleding van zestiende-eeuwse pages die in Spanje werkzaam waren als bedienden.De omstreden Zwarte Piet, historien De zak en roede zijn accessoires die eerder door Sinterklaas ingezet werden.
Van 2015 tot en met juni 2022 had Zwarte Piet volgens het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland een bruine gelaatskleur en donker krullend haar, zoals beschreven door het Sint & Pietengilde,De 'nieuwe' Zwarte Piet is nog steeds donker (maar heeft geen kroeshaar) maar het Sinterklaasfeest werd na een nieuwe evaluatie in 2022 als erfgoed uitgeschreven. Een traditionelere versie die veelvuldig voorkwam had een zwarte gelaatskleur, kroeshaar, gouden oorringen en rode lippen.Inge Schuiten, De ontwikkeling van Zwarte Piet, Historiek, 4 december 2014
Geschiedenis Voorlopers thumb|De nieuwe Sint-Nicolaas-prent uit de 2e helft van de 18e eeuw was een hergebruikte prent uit een rijschoolboek en toont eigenlijk een ruiter en een begeleider. Er zijn in Nederland geen bronnen voor het bestaan van een knecht van Sinterklaas vóór het einde van de 18e eeuw.Meertensinstituut: Piet en Sint – veelgestelde vragen Laatst geraadpleegd 11 juni 2016 Rond 1800 verschijnt bij de Erven de Weduwe Jacobus van Egmont te Amsterdam een prentje met de titel De nieuwe Sint-Nicolaas-prent waarop volgens het begeleidende rijmpje naast een Sint-Nicolaas te paard diens knecht te voet is afgebeeld in deftige kleding (als een kaptein), aan wie de Sint opdracht geeft "te zoeken waar zoete of stoute kindren zijn, die hij dan komt bezoeken".Rijksmuseum: De nieuwe Sint-Nicolaas-prent, Erven de Weduwe Jacobus van Egmont, 1761-1804 De afbeelding is echter geen specifieke beeltenis van de Sint, maar een ruiter te paard en een dresseur met zweep, overgenomen van de gravure L'Épaule en Dedans uit het paardrijschoolboek École de cavalerie, contenant la connoissance, l'instruction et la conservation du cheval uit 1733.E. Boer-Dirks, 'Nieuw licht op Zwarte Piet', in: Volkskundig Bulletin 19 (1993), pp. 1-35.
In 1836 schrijft de archivaris Laurens Philippe Charles van den Bergh voor het eerst over den zwarten knecht van St. Nikolaas.L. Ph. C. van den Bergh, Nederlandsche volksoverleveringen en godenleer, Utrecht, 1836, p. 74: "de verschijning van den zwarten knecht van St. Nikolaas met kettingen, die de kinders verschrikt, [...] acht ik van heidenschen oorsprong". In al deze gevallen gaat het om literaire of artistieke verbeelding. Vanaf welk moment de personages van Sinterklaas en zijn zwarte knecht daadwerkelijk werden geënsceneerd, is onduidelijk. Verder is er ook de gelijkenis met de Noord-Duitse traditie van de "kerstman" op een wit paard (soms vergezeld door een helper), die op verschillende plaatsen in gezelschap was van "feeën". Dit waren mannen verkleed als oude vrouwen met zwarte gezichten Benjamin Thorpe, Northern mythology: comprising the principal popular traditions and superstitions of Scandinavia, north Germany, and the Netherlands (E. Lumley, 1852), vol. 3, p. 146..
De katholieke Amsterdamse schrijver en dichter Joseph Alberdingk Thijm (1820-1889) herinnerde zich in 1884 dat hij als 8-jarige bij een 'strooiavond' was geweest bij een Italiaans familielid van zijn moeder. De goedheiligman werd daar begeleid door Pieter-mê-knecht, een 'kroesharige neger' die cadeautjes uit zijn korf uitdeelde.John Helsloot, De oudst bekende naam van Zwarte Piet: Pieter-mê-knecht (1850) (Meertens Instituut, 2011)Frits Booy, Het verhaal van Zwarte Piet, geschiedenis en betekenis, Utrecht, Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, 2014, p. 5. Een boekje dat Alberdingk Thijm in 1850 bij wijze van St.-Nicolaasgeschenk aan zijn collega Potgieter gaf, bevat een handgeschreven fictieve dialoog tussen St. Niklaas en een Pieter me knecht."Pieter me knecht: "Waar moet dit zijn?" -St. Niklaas: "Bij Potgieter". -P.m.k.: "Bij wien, Mgr.?", enz. Anton van Duinkerken, "Sint Niklaasgoed 1850 (Een surprise van Alberdingk Thijm aan Potgieter)", De Tijd, 5 december 1931, pp. 21-22. De Rotterdamse pastoor Bernard van Meurs (1835-1915) herinnerde zich uit zijn jeugd in Nijmegen eveneens een optreden van Pieter of Pieterbaas, de knecht van Sinterklaas, wiens komst werd aangekondigd met gerammel van kettingen. Ook had hij een roe bij zich.Van Meurs stelt in 1894 dat de gebeurtenissen zich meer dan vijftig jaar geleden afspeelden:'Chriestne zielen!' in: Dez., Kriekende Kriekske, Den Bosch z.j. 1894, p. 34-36.
In 2016 verscheen de documentaire Wild Geraas van journalist Arnold-Jan Scheer. In deze documentaire stellen historici dat de figuur van Zwarte Piet een verwijzing kan zijn naar de Moren die al eeuwenlang rondliepen in Venetië. Schilderijen uit de 15e eeuw, zoals Miracolo della Croce a Rialto, laten Moren zien in een klederdracht inclusief baret en veer die gelijkenissen vertonen met die van de huidige Zwarte Piet.
Boeman vóór 1850 thumb|rechtop|Bewerking van Poccis lustiges Bilderbuch van Franz Pocci, München; 1852. Een personage in de vorm van een zwarte man of duivelsgestalte bestond in de folklore al langer. Meestal heette hij Klaas, soms was er sprake van namen als Bullebak, Zwarte Man of Piet met de Pooten.Egbert Buys, 'Over spookerijen', in: De Algemeene Spectator (1748), nr. 23 (6 november), p. 178: "(…) dat zommige ouders zoo dwaas zyn om hunne kinderen, als zy (...) het minste misdaan hebben (...) hen dreigen, dat, als ze niet zoet zyn, de zwarte man, Piet met de pooten etc. hen zal by komen". Deze man was een vaak bontgeklede gestalte, voorzien van rammelende kettingen, het gezicht soms met roet zwart geschminkt of voorzien van een masker. Soms was hij verkleed als harlekijn en voorzien van belletjes. Hij gaf snoepgoed aan de kinderen, maar werd tevens opgevoerd als boeman om hen tot gehoorzaamheid te bewegen. Deze Zwarte Klaas wordt bijvoorbeeld in 1792 beschreven het weekblad De Joodsche Wandelaar:Mijn gezicht had ik zwart gemaakt, en ik rammelde zo verschrikkelijk met de ketting, dat het huis er van daverde. Met een holle stem vroeg ik of er ook stoute kinderen waren? Dat ik Sinter Klaas was, die nu reed, om naar jongens te zoeken die niet wilden leren, maar die voor zoete kinderen appelen, noten, kastanjes, en Sinterklaasgoed had.De joodsche wandelaar. Een weekblad tot nut van't algemeen, 17 december 1792.Het motief van de Zwarte Man als boeman die stoute kinderen komt halen is onder andere te vinden in het gedicht Klaasje en Pietje van Hieronymus van Alphen uit 1778. Klaasje en Pietje zijn in dat rijm overigens de kindernamen.Tekst van Klaasje en Pietje op DBNL
De naam zwarte Piet werd ook wel gebruikt als een van de bijnamen van de duivel, of zoals hij in Vlaanderen werd genoemd: Pietje Pek.Paulantinus Philocalus (pseud. van Willem Ockers), De bespookte waereld ontspookt. De duivel geroskamt, en het Euangelie van den Spinnerok weerlegt, Haarlem en Leiden 1768, p. 30; WNT onder Pier(1)). Ook werden onder deze naam koboldachtige wezens of andere aardgeesten begrepen.; De bijnaam 'Zwarte Piet' werd vroeger bovendien wel vaker door en voor rovers en andere misdadigers gebruikt, zoals Pieter Anthonisz. le Fever alias Swarte Piet van Leiden, die in 1695 in Amsterdam werd opgehangen.; In 1787 plaatste de stad Groningen opsporingsadvertenties voor de 58-jarige timmerman Jean Pierre Murguet alias Zwarte Piet uit Maastricht, die gezocht werd wegens doodslag.Groninger courant, 20 november 1787 Jacob van Lennep voert in zijn roman Ferdinand Huyck uit 1840 de beruchte Zwarte Piet op, die 'vroeger in de West-Indiën heeft geëxcerceerd het bedrijf van zeeroover, en nu, bij gebrek van beter, zich met straatschenderij geneert'.. Het was echter ook een gewone bijnaam, die veelal betrekking had op de haarkleur of kledij van de betrokkene.E. Verwijs & J. Verdam, Middelnederlandsch Woordenboek, Martinus Nijhoff: 's-Gravenhage 1912, deel VII, kol. 2498
Allison Blakeley, historicus te Boston, schreef in 1993 een boek over stereotiepe uitbeelding van zwarte mensen in Nederland. Hij sluit niet uit dat de sinterklaasgestalte in de eerste eeuwen na de reformatie geregeld opgevoerd werd als een duister figuur, juist vanwege het taboe dat er bestond op het vereren van katholieke heiligen.Alison Blakeley, Blacks in the Dutch World: The Evolution of Racial Imagery in a Modern Society, 1993, p. 45. Dat zou ook verklaren waarom de Ouwe Sunderklazen of Klaasooms op de Waddeneilanden soms zwartgemaakte gezichten of maskers op hebben. Volkskundigen gaan ervan uit dat de boeman – onder invloed van het protestantisme – Sint-Nicolaas heeft verdrongen en ook diens naam heeft overgenomen. Daardoor kon de gestalte van de zwarte Sinterklaas tegenstrijdige elementen in zich verenigen.Adam Wrede, 'Nikolaus, hl.', in: Hanns Bechtold Stäubli (red.), Handwörterbuch des deutschen Aberglaubens, dl. 6, Berlijn 1935, kol. 1085-1107, spreekt over "Restformen" in de vorm van "eine Gestalt, die man als den Begleiter des einkehrenden Nikolaus deutet. […] Vielfach hat die Schreckgestalt den h. Nikolaus selber ganz verdrängt und sich seinen Namen Nickel angemaßt".
Bronnen uit andere delen van Nederland en het aangrenzende Noord-Duitsland lijken het bovenstaande te bevestigen. Een Groningse beschrijving uit het einde van de 18e eeuw verhaalt hoe op sinterklaasavond mannen verkleed als duivels bij de huizen aanklopten, op zware houten klompen, voorzien van kettingen, met een masker (scherbelskop) op en een koeienhuid met horens omgeslagen. Met holle stem vroegen ze: "Zijn hier ook stoute kinderen?" En als kinderen tegenstribbelden, vroegen de ouders soms: "Nu, als gij stout zijt, dan wil ik de zwarte man, met de lange baard, halen".Mattheus van Heijningen Bosch (1773-1821), in: Weekblad voor den zoo genaamden gemeenen man 1 (1797, nrs. 1-2), p. 6-7.