Est is een West-Betuws dorp in de Nederlandse provincie Gelderland. Het dorp, met inwoners op , is gelegen rond een driehoekig dorpsplein met een nog functionerende waterpomp. Het maakt deel uit van de gemeente West Betuwe.
Ligging Het dorp ligt direct ten zuiden van de A15 en 5 kilometer ten oosten van de A2. Liggen alle overige dorpen van de vroegere gemeente Neerijnen aan de rivier de Waal, Est maakt daarop een uitzondering. Het dorp lag geïsoleerd en was vooral in de winter moeilijk bereikbaar. De oppervlakte van Est is betrekkelijk klein en omvat de hooggelegen Halsbreker, het laaggelegen Esterbroek, de buurtschap Hucht, de Reijaard (of Riert) en de Mastmolen, dat gedeeltelijk Ophemerts grondgebied is.
Het landschap rond Est wordt sterk bepaald door oude rivierlopen van de Rijn die in de prehistorie door de Betuwe stroomden. In de omgeving van het dorp liggen onder meer de stroomgordels van Est en van de Esterweg. Deze stroomgordels zijn voormalige rivierarmen die na verloop van tijd zijn dichtgeslibd en als licht verhoogde zandruggen in het landschap zijn achtergebleven.
De stroomgordel van Est was in de ijzertijd actief. Langs deze rivier werden zand en klei afgezet, waardoor oeverwallen ontstonden die hoger lagen dan de omliggende komgronden. Nadat de rivier haar loop had verlegd, bleef de stroomrug als een droge zone in het landschap bestaan. Dergelijke hoger gelegen gebieden waren aantrekkelijk voor bewoning, omdat ze minder gevoelig waren voor overstromingen.
Ook de stroomgordel langs de huidige Esterweg vormt zo’n oude zandrug. Net als elders in de Betuwe werden deze stroomruggen gebruikt voor bewoning, akkerbouw en wegen, terwijl de lager gelegen komgebieden vooral als grasland werden benut. De ligging van Est op en nabij deze stroomruggen heeft daardoor hoogstwaarschijnlijk een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan en de ontwikkeling van het dorp.
Geschiedenis Waar de naam Est vandaan komt is niet geheel duidelijk. Het kan, naar analogie van verschillende andere plaatsen in deze streek, een zogenaamde boomnaam zijn, de woonplaats bij een es.
Het dorp kent een geschiedenis die teruggaat tot in de middeleeuwen. De eerste schriftelijke vermelding dateert uit 1316, maar het gebied was waarschijnlijk al eerder bewoond. Est ontwikkelde zich als esdorp rond een driehoekig dorpsplein waar zich een uit circa 1770 daterende waterpomp bevindt.
Heerlijkheid Est Est was gedurende vele eeuwen een zogenoemde dagelijkse heerlijkheid. De heerlijkheid was oorspronkelijk in bezit van het adellijke geslacht Van Est, dat vermoedelijk ook het voormalige Huis te Est stichtte. Al in de veertiende eeuw duiken leden van deze familie in de archieven op. In 1350 deden Agnes van Est, en haar zoon Jan van Est een schenking aan de kerk. In een lijst van huiseigenaren uit 1369 wordt Henric van Est genoemd, die tot de lokale landadel werd gerekend. Leden van het geslacht Van Est waren ook betrokken bij regionale politieke gebeurtenissen; zo waren Jan en Henric van Est in 1377 medeondertekenaars van een verbond van Gelderse edelen.
In de loop van de vijftiende eeuw ging de heerlijkheid door huwelijk en erfenis over op andere adellijke families. Het bezit kwam onder meer in handen van het geslacht Van Cuijk en later van de familie Van Tuyl. Gijsbrecht van Tuyl was tussen 1423 en 1442 heer van Est. In 1491 droeg Otto van Tuyl het leen van het Huis Merckenstein wat zich volgens de leenboeken van Asperen ook in Est zou bevinden over aan zijn broer Hendrik van Tuyl. Er is zeer weinig over bekend over dit mogelijke tweede huis in Est en zijn er geen afbeeldingen van bewaard gebleven.
In de zestiende eeuw werd de heerlijkheid verkocht aan Claes Vijgh, een ambtsman in dienst van het hertogdom Gelre. In de zeventiende eeuw kwam Est in bezit van de geslachten Van Bloemendaal en Van Lawick.
In september 1607 vond nabij Est een gewelddadig incident plaats. De overste Du Bois, ritmeester en president van de krijgsraad, werd op weg terug van de kermis in Geldermalsen overvallen door vijandige personen. Toen hij zich niet wilde overgeven, werd hij doodgeschoten. Zijn zoon werd gevangengenomen.
Hervormde Kerk Est De Hervormde Kerk aan de Dorpsstraat werd in het midden van de achttiende eeuw gebouwd. De witte zaalkerk is het enige rijksmonument in Est. De kerk heeft een tongewelf met trekbalken. De consistoriekamer werd later aangebouwd. Op het dak staat een torentje met daarin de kerkklokken. Tot de inventaris behoren onder meer een preekstoel met lezenaar, een zandloperhouder, een doopbekkenhouder en een lichtarm uit het einde van de achttiende eeuw. Verder zijn er een achttiende-eeuws tiengebodenbord en twee psalmbordjes. Het orgel uit 1764 werd vervaardigd door Mattheüs de Crane.
Waterstrijd met Neerijnen De inwoners van Est en van het naburige Neerijnen hadden in het verleden vaak tegengestelde belangen als het om de kering van hoogwater ging. Wateroverlast was een jaarlijks terugkerend probleem, en het beheer van de waterkeringen leidde soms tot conflicten. In het voorjaar van 1784 escaleerde een geschil over de Zwarte Kade: inwoners van Est staken deze kade tot zeven keer door om overtollig water kwijt te raken. Het stroomde dan echter richting Neerijnen. 'Die van Neerijnen' dichtten de kade steeds weer. Ondanks tussenkomst van hogere autoriteiten werd er geen oplossing voor het conflict gevonden.
Bestuurlijke veranderingen Van 1811 tot 1977 vormde Est samen met Opijnen de gemeente Est en Opijnen. In het kader van een gemeentelijke herindeling werd deze gemeente in 1978 opgeheven en toegevoegd aan de gemeente Neerijnen. Sinds 2019 maakt Est deel uit van de fusiegemeente West Betuwe.
Economie De economie van Est is bescheiden en wordt grotendeels gedragen door landbouw, fruitteelt en kleinschalige bedrijvigheid. Doordat het dorp midden in de Betuwe ligt, een regio die bekend staat om zijn vruchtbare rivierklei en de productie van appels, peren en kersen. Veel bewoners zijn dan ook direct of indirect betrokken bij de fruitteelt, hetzij als fruitteler, loonwerker of via familiebedrijven in de agrarische sector.
Naast de landbouw kent Est een aantal kleine ondernemingen, waaronder ambachtelijke bedrijven, zzp’ers in de bouw of dienstverlening, en enkele familiebedrijven. Door de rustige ligging en het landelijke karakter is er weinig grootschalige industrie. Veel inwoners werken buiten het dorp, bijvoorbeeld in Tiel, Geldermalsen of andere nabijgelegen plaatsen.
Hoewel de economische bedrijvigheid in Est kleinschalig is, speelt het dorp een rol in het grotere agrarische netwerk van de regio. Lokale samenwerking tussen telers en afnemers, vaak via coöperaties of familieverbanden, zorgt voor een zekere continuïteit in werkgelegenheid en productie.
Onderwijs Est beschikt over een basisschool die is ondergebracht in een Integraal Kindcentrum (IKC) genaamd IKC De Stek. Dit kindcentrum biedt onderwijs en opvang aan kinderen van 0 tot 12 jaar en is een samenwerking tussen Fluvium openbaar onderwijs en Chapeau Kinderwerk. Het onderwijs op De Stek is georganiseerd in combinatiegroepen waarbij kinderen van verschillende leeftijd en niveau samenwerken.
Verenigingsleven Est heeft, ondanks de geringe omvang van het dorp, een actief verenigingsleven. De plaats kent onder meer een Oranjevereniging met ongeveer driehonderd leden, een ijsvereniging onder de naam De Meerweide, muziekvereniging Estemonda en een toneelvereniging. Daarnaast zijn er verschillende organisaties die bijdragen aan de samenhang in het dorp, waaronder de Dorpstafel en de Vereniging Verenigingsgebouw Est, die verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van het dorpshuis. Verder zijn er een afdeling van Vrouwen van Nu, een Zumba- en gymnastiekclub, een klaverjasvereniging en de paardensportvereniging RV De Bergakkerruiters.
Openbaar vervoer De volgende buslijn rijdt door het dorp: Lijn 261 Geldermalsen - Meteren - Est (buurtbus van Arriva)
Zie ook Lijst van rijksmonumenten in Est Lijst van gemeentelijke monumenten in Est
Categorie:Est Categorie:Geografie van West Betuwe